EssayKarin Luiten

Vleesvervangers zijn booming business. Laat je niet foppen en kies voor groente

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Minder vlees eten is een heel goed idee, schrijft Karin Luiten. Een te goed idee om het aan de voedingsindustrie over te laten. Want heus, vegetarisch eten zónder nepgyros en lokgroenten is veel lekkerder.

Karin Luiten

Een prei, bleekselderij, flespompoen, witte kool en knoflook in gezellige omarming; de poster was nog wel zo veelbelovend. Afgelopen maart werd voor de vijfde keer de Nationale Week Zonder Vlees georganiseerd. Een campagne om alle carnivore landgenoten te stimuleren om vlees te laten staan en wat vaker vegetarisch en plantaardig te eten. Dat is immers goed voor mens, dier, milieu en planeet.

Een sympathiek initiatief, alleen jammer dat de Week Zonder Vlees is verworden tot de Week Mét Vleesvervanger. Het gaat helemaal niet om groentepromotie. Welnee, de deelnemende partners zijn vooral supermarkten en producenten van vleesvervangers die het zien als een uitgelezen manier om hun zwaar bewerkte industriële knutselvoer aan de man te brengen.

Zelfs Chicken Tonight doet mee, u weet wel, die vieze gele smurrie in een pot. Onder het motto ‘Ook lekker zónder kip’. Je klomp zou ervan breken.

Karin Luiten schrijft kookboeken en is culinair journalist. Sinds 2010 schrijft ze elke week op zaterdag voor deze krant. Recent verscheen haar kookboek Vega zónder pakjes & zakjes.

En dat terwijl er niets mis is met de term vleesvervanger. Volgens het Voedingscentrum staat het ei met stip op één, gevolgd door peulvruchten, tofu, tempeh, noten, pinda’s en pitten. Puik spul en een volwaardig substituut voor vlees dankzij het aanwezige ijzer en vitamine B1. ­Eieren helemaal, want die bevatten ook nog eens vitamine B12. In de volksmond echter heten vooral de kant-en-klare fabrieksoplossingen in de vorm van burgers, balletjes en stuckjes ‘vleesvervanger’. Die bevatten volgens datzelfde Voedingscentrum al snel te veel zout en staan dan ook niet in de Schijf van Vijf.

Uit het jaarlijkse onderzoek van Wageningen naar vleesconsumptie in Nederland blijkt dat het product-­assortiment en de schapruimte voor plantaardige vlees-­alternatieven flink toenemen bij alle Nederlandse supermarkten, van discounters tot A-merkretailers. Vooral ­Albert Heijn laat luidruchtig weten, ook via paginagrote advertenties in deze krant, op weg te zijn naar meer plantaardig. Maar wat treffen we aan na de wervende ­slogan ‘Ontdek meer dan 1000 vega producten en krijg de smaak te pakken’? Een enorme verzameling nepkip, nepgehakt, nepgyros, nepworstjes, nepvissticks, nepburgers en nepgehaktballetjes.

Is dat erg? Ja, dat vind ik erg. Vleesvervangers zijn de nieuwe pakjes en zakjes.

Al sinds 2010 strijd ik tegen pakjes aspergesoep met slechts een half procent asperge. Tegen poedermixen vol ellenlange kleine lettertjes met maltodextrine, gehard plantaardig vet en xanthaangom. Tegen maaltijdmixen waar je alle relevante verse ingrediënten nog zelf bij moet kopen. Tegen zogenaamd gemak in ruil voor extra zout en suiker. Een strijd die gelukkig aanslaat, want steeds vaker hoor je dat mensen de pakjes en zakjes laten staan.

Maar bij de hausse aan kunstmatige vleesvervangers lijkt niemand vraagtekens te zetten. Sterker nog, er zijn tal van organisaties, allianties en samenwerkingsverbanden die zich beijveren om mensen te stimuleren minder vlees te eten en die zeggen dat de makkelijkste manier is om vlees simpelweg te vervangen door ‘vegetarisch vlees’. De keuze is immers reuze!

Plantaardig junkfood

Voedingswetenschappers hebben overtuigend aangetoond dat zwaar bewerkt voedsel de grote oorzaak is van de wereldwijde obesitasepidemie. Volgens Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU, weten we allang dat we moeten oppassen met toegevoegde suiker, zout en vet. En laten die nou vaak in vleesvervangers zitten, die niet eens volwaardige vervangers van vlees zijn; daarom wordt er vaak vitamine B12 aan toegevoegd.

Bovendien, zegt hij erbij, als je van vleesvervangers weer plantaardig junkfood maakt in de vorm van vegetarische worstjes en hotdogs, dan schiet het niet op. Zijn advies: eet minimaal bewerkte producten als volkorengranen, peulvruchten, groente en fruit, dat zijn goeie eiwitvervangers vol vitamines en mineralen.

Al sinds mensenheugenis zijn we omnivoren en eten we alles wat de natuur ons biedt, inclusief vlees en vis, legt Seidell uit. Daar is ons lichaam op afgesteld. Je kunt dus niet zeggen dat vlees ongezond is, want dat is het niet. Aan de andere kant is het ook raar om te zeggen dat kipstuckjes (met toegevoegde olie, zout en smaakversterker) gezond zijn. Zuiver plantaardig wil helemaal niet zeggen dat iets gezond is. “Witbrood, friet en snoep zijn plantaardig, maar niet gezond”, waarschuwt hij.

Vergeet niet, een groot deel van de wereld eet noodgedwongen plantaardig, maar een dieet van alleen rijst met linzen noemt de Wereldgezondheidsorganisatie toch echt malnutrition, wanvoeding.

Seidell: “Als ik dit vertel bij presentaties aan vegetariërs worden ze boos, want de stap van vlees naar vega is te moeilijk, en met vervangers maak je het makkelijker. Dat is precies dezelfde redenering als die van de voedingsindustrie: de stap is te groot.”

Totaal ondoenlijk

Fabrikanten hebben ons eerst jarenlang wijsgemaakt dat koken heel erg moeilijk is. Met succes, want de Knorr Wereldgerechten en Maggi Maaltijdmixen bleken een gat in de markt. Nu wordt gedaan alsof vegetarisch koken­ helemáál ondoenlijk is. Dat het alleen lukt met behulp van hun producten.

Nu ja, geef ze eens ongelijk. Industriële vleesvervangers zijn booming business. De markt in Nederland is nog bescheiden in omvang (4 procent) in vergelijking met hoeveel vlees we eten, maar we lopen al voorop in Europa en bankanalisten jubelen over financiële vergezichten met dubbele cijfers. Niet zo gek dus dat niet alleen Unilever en Nestlé, maar ook traditionele vleesbedrijven (van Vion en Stegeman tot Kips) zich hebben gestort op deze lucratieve markt. Dat vegaburgerproducent Vivera uitgerekend werd overgenomen door de Braziliaanse vleesgigant JBS spreekt boekdelen.

Consumptiesocioloog Hans Dagevos is een van de ­auteurs van het jaarlijkse rapport over de nationale vleesconsumptie. In de meest recente editie heeft hij op veler verzoek een hoofdstuk gewijd aan vleesvervangers. “In Nederland is het flexitarisme de afgelopen tien jaar flink ingeburgerd, daarin hebben we een voorsprong op andere landen”, licht hij toe. “Laatst maakte een minister in Spanje een opmerking over het enorme vleesgebruik daar en hij kreeg het hele land over zich heen. Hier wordt een minister eerder gevraagd wanneer hij eens werk maakt van het terugdringen van onze vleesconsumptie. De bewustwording is hier veel groter.”

38 kilo per persoon

Toch eten Nederlanders nog altijd netto zo’n 38 kilo vlees per persoon per jaar, terwijl de Schijf van Vijf hooguit 25 kilo adviseert. Zijn industriële vleesvervangers dé route naar minder vleesconsumptie?

Het is in ieder geval een route, zegt Dagevos, al blijkt uit onderzoek dat consumenten het artificiële, die hoge bewerkingsgraad, als nadeel noemen. Dat is zeker een punt van zorg, dat ook doorklinkt in de wetenschap. Want hoe duurzaam is het als je zoveel energie nodig hebt om dit soort vleesvervangers te produceren? Maar ja, ze zijn nu eenmaal uiterst winstgevend. De ingrediënten zijn goedkoop, maar de verkoopprijs ligt vaak hoger dan die van vlees. Ergo: hoge marges. “Het is sneu om te moeten constateren”, verzucht Dagevos, “dat geld toch altijd weer de insteek is, niet de wereld beter maken.”

De landelijke slagersvereniging houdt de ontwikkelingen scherp in de gaten. In een persbericht tijdens de Week Zonder Vlees meldden zes ambachtelijke slagers unaniem: vlees is gezond, vlees is prima. Nou vooruit, een beetje minder mag best, bewustzijn ontwikkelen is goed. Dus zelfs zij verkopen tegenwoordig plantaardige burgers. Maar verder gaat het gelukkig uitstekend met hun vleesomzet. Lees: we kunnen ze hebben, die vegetariërs.

Toevallig heb ik zelf net een vegetarisch kookboek gepubliceerd, maar van mij hoeft echt niemand helemaal van het vlees af. Maar met z’n allen een beetje minderen, dat lijkt me voor alle partijen een heel goed idee.

Alleen niet door vlees te vervangen door knutselvoer.

De loffelijke bedoeling van de Week Zonder Vlees is ‘Nederland laten zien hoe makkelijk en lekker het is om vegetarisch en plantaardig te eten’. Makkelijk blijkt dus synoniem voor een kant-en-klare vleesvervanger.

En let ook op dat woordje ‘lekker’. Welke vleesliefhebber haal je over om zijn biefstukje, blinde vink, gehaktbal of braadworst eens wat vaker te laten staan in ruil voor een maaksel van gerehydrateerde sojastructuur, verdikkingsmiddel, zetmeel, zout, maltodextrine, olie, aroma en vitamine B12? Dat klinkt niet appetijtelijk, laat staan overtuigend. Welke lekkerbek blieft er liever sojabrokken dan een karbonaadje?

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Iets vervangen is per definitie minder lekker dan het origineel. Zo wordt minderen met vlees toch een moetje. Omdat het beter is. Zucht. Zoals vroeger wereldverbeteraars met hun geitenwollensokken naar het reformhuis togen voor macrobiotische gierst, eikeltjeskoffie en keihard zuurdesembrood. Dat was dan vies, maar wél beter voor de planeet. Niemand wil daar naar terug, lijkt me.

‘Ik vind het een luxe om geen vlees te kunnen eten’, zei zangeres Merol in een interview in deze krant. ‘Ik bevind me in een bevoorrechte positie, met voldoende geld om vleesvervangers te kunnen kopen’. Zo komen we nooit af van het hardnekkige vooroordeel dat vegetarisch eten iets is voor de elite.

En nog goedkoper ook

Terwijl het zo logisch is: denk vanuit groenten in plaats van vanuit vlees of vleesvervangers. Met prei, bleekselderij, flespompoen, witte kool en knoflook kun je immers heerlijke dingen doen. En niet te vergeten met, pak ‘m beet, witte bonen, linzen, amandelen, hazelnoten, zonnebloempitten en een eitje. Allemaal uitstekende, natuurlijke vleesvervangers.

En nog goedkoper ook. Toch geven consumenten in onderzoek keer op keer aan dat ze groente lastig vinden. Ze willen makkelijk en snel klaar. Maar hoe dan? De verzamelde broccolitelers kunnen qua promotiebudgetten in de verste verte niet opboksen tegen de duurbetaalde voedingsindustriemarketeers die onophoudelijk benadrukken dat koken een probleem is waarvoor alleen zij de oplossing bieden.

De industrie gebruikt groenten om mensen te belazeren. Zie groentewraps met een vleugje gedehytrateerde biet of wortel. Lokgroenten zijn het, om te doen alsof je met die producten vanzelf je dagelijks aanbevolen portie groente binnen krijgt. Het oogt gezond, maar het tegendeel is waar. Een groentewrap van Knorr bevat meer vet, suiker en calorieën en juist minder vezels dan de gewone variant en is wel twee keer zo duur. Rara hoe komt dat? En het groentegehalte valt vies tegen: eet twee kers-­tomaatjes en je bent er ook. Kortom: dit soort producten zet totaal geen zoden aan de dijk.

Er is een omslag nodig, maar dan een echte. Laten we niet langer kiezen voor knutselproducten met groentepoeder en toegevoegde B12, maar voor écht eten. Laten we doodgewone, eenvoudige plantaardige ingrediënten als groenten, peulvruchten, granen, noten en zaden niet langer negeren. Die staan te trappelen van enthousiasme om op onze borden te mogen belanden.

Dát zijn de producten die ruimhartig gepromoot moeten worden tijdens de Week Zonder Vlees. Want natuurlijk moet die week blijven. Sterker nog, maak er de Nationale Maand van de Groente van, inclusief volop inspiratie, ideeën en recepten.

Lees ook:

De hamvraag: waarom komen we maar niet van dat vlees af?

In 2020 zijn we per persoon bijna 2 kilo minder vlees gaan eten. Reden om de vlag uit te hangen? Nou nee, want we eten nog altijd veel vlees. Hoe kan dat nou, iedereen is intussen toch flexitariër?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden