NaschriftErnst Sillem (1923-2020)

Verzetsstrijder Ernst Sillem (1923-2020) leefde bijna drie jaar in concentratiekampen, maar bleef een blijmoedig mens

Ernst (staand) op een kampeervakantie Schouwen (1936)

Ernst Sillem pleegde als scholier verzetsdaden tegen de Duitsers. Nadat hij was opgepakt bracht hij twee jaar en acht maanden door in concentratiekampen. Toch was hij na de oorlog een blijmoedig mens die het leven omarmde.

Als Ernst Sillems vriend Jaap van Mesdag na de oorlog eens bij hem komt eten, snijden ze héél voorzichtig een erwtje doormidden: kijk, zo deelden ze hun schaarse voedsel in het kamp. Ruim een half mensenleven later ogen ze fragiel, net als Jan de Vaal, bijgenaamd Skippy. Ze zijn over de negentig, maar als ze samen zijn, komt de kleur terug op hun wangen. Een ‘verjongingskuur’ noemt Ernst het weerzien met zijn kameraden.

Ze kijken elk jaar uit naar de herdenkingsreis naar het voormalige concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas. Daar treffen ze ‘de jongens’: andere overlevenden met wie ze een soort grote familie vormen. Gaandeweg dunt de groep uit, tenslotte zijn Jaap, Skippy en Ernst de laatste oud-Natz­weilers. In 2015 overlijdt Jaap. Ernst en Skippy blijven de herdenkingsreis maken. ‘Tot volgend jaar’ zeggen ze in 2019 bij het afscheid. Ze hebben elkaar echter voor het laatst de hand geschud: deze zomer sterft Skippy. Ook Ernst, de allerlaatste Nederlandse overlevende van de circa zeshonderd Nederlanders die in Natzweiler gevangen zaten, is op. In oktober overlijdt hij in een ziekenhuis in Frankrijk.

In 1923 wordt Ernst geboren als eerste van vijf kinderen. Kort daarvoor zijn vader Albert, een effectenhandelaar, en moeder Annie verhuisd van Amsterdam naar een huis in Baarn met zicht op de weidse Eempolder. Daar hebben de kinderen een onbekommerde jeugd. Het gezin is ondernemend en sportief: ze zwemmen in de Eem, roeien, zeilen en maken schaatstochten. In de zomer trekken ze eropuit met hun kampeerwagen: in die vooroorlogse jaren een noviteit.

 Botsingen met zijn vader

Ernst hockeyt graag en houdt van toneelspelen. School interesseert hem minder. Zijn eigengereide gedrag leidt tot botsingen met zijn vader: als hij weer eens zijn schoolwerk heeft verwaarloosd moet zijn hockeystick achter slot en grendel, wedstrijd of niet. Een optreden in de toneelvoorstelling waarin hij een grote rol heeft, gaat om diezelfde reden niet door.

Met zijn zus Agnes in 1939

Maar ook als er meer op het spel staat dan straf van zijn vader buigt Ernst niet makkelijk mee. Wanneer de Duitsers hier in 1940 plotseling de dienst uitmaken komt hij in verzet. In januari 1941 heeft hij een plan, niemand weet ervan, zelfs zijn klasgenoot Jaap niet met wie hij eerder een Duitse munitieopslagplaats wilde opblazen. Op een nacht dringt hij ongezien zijn school Het Baarnsch Lyceum binnen waar hij anti-Duitse leuzen op de muren kalkt. De actie krijgt landelijke aandacht, maar grondig onderzoek brengt geen dader aan het licht.

Decennia later kijkt Ernst met voldoening terug op het ‘gloriejaar’ dat hij als 17-jarige beleefde: niet alleen was zijn actie geslaagd en had hij de school een week vakantie bezorgd, hij volbracht bovendien de Elfstedentocht én haalde zijn eindexamen.

Vouwkano

Van zijn droom marineofficier te worden, net als zijn grootvader, komt niets terecht. Hij gaat naar de Koloniale Landbouwschool in Deventer en loopt stage bij een boer op Goeree-Overflakkee. Daar besluit Ernst om samen met Jaap in een vouwkano naar Engeland over te steken om zich bij het leger aan te sluiten. Tijdens de oversteek op een donkere nacht in augustus 1942 raken ze echter in problemen op de onstuimige zee. Met zijn meegenomen trompet blaast Jaap een SOS-signaal dat wordt opgemerkt door de Duitse Kriegsmarine. Die draagt hen over aan de Sicherheitsdienst in Rotterdam waar hun ouders de volgende dag schone kleren mogen brengen. Ze zullen elkaar pas na de oorlog terugzien.

De jongens, 18 en 19 jaar, belanden in kamp Amersfoort. Ze moeten leren overleven in een sinistere realiteit vol ontberingen en vernederingen, in vier verschillende concentratiekampen. Na Amersfoort volgt kamp Vught. De familie is op de hoogte van deze internering dankzij een briefje dat Ernst uit de trein heeft kunnen gooien, en stuurt pakketjes met eten. Veel grimmiger is concentratiekamp Natzweiler waar ze na een transport in juni 1943 aankomen. In dit Nacht und Nebel-kamp moeten gevangen verzetsmensen spoorloos verdwijnen, contact met de buitenwereld is er niet.

Ernst Sillem

Onder barre omstandigheden hakken ze roze marmer in een steengroeve voor oorlogsmonumenten van de nazi’s, geregeld moeten ze op appel staan en toekijken hoe medegevangenen worden opgehangen. Sil en Mes, zoals ze elkaar noemen, zijn jong en veerkrachtig, dat is hun geluk, maar misschien nog belangrijker: ze hebben elkaar. In hun laatste kamp Dachau, waar ze uiteindelijk bevrijd worden door de Amerikanen, krijgen ze allebei vlektyfus en hoge koorts, maar ze slepen elkaar erdoorheen.

Ruim een maand na de bevrijding staat Ernst bij zijn familie voor de deur, als een oom die na een lange reis is teruggekeerd. Hij heeft een plunjezak vol cadeautjes bij zich: kleding, schoeisel en andere spullen die hij in het kampdepot van de SS mocht uitzoeken. Het valt hem zwaar kennissen te vertellen over hun overleden familieleden die in hetzelfde kamp zaten. Over zijn eigen ervaringen vertelt hij weinig, pas veel later neemt hij zijn zuster Agnes in vertrouwen – het versterkt hun band.

Ernst wil na thuiskomst het verleden achter zich laten en vindt in 1947 werk bij een citrusplanter in Marokko. Hij spreekt al gauw Berbers en leert het vak. Met financiële steun van familie en vrienden begint hij met zijn vrouw Claartje in de afgelegen Sous-vallei een eigen citrusplantage die uitgroeit tot een succesvolle onderneming.  Seizoenarbeiders die op ezels uit de bergen komen, slaan hun tentjes op rond de plantage en helpen met oogsten.

Twinkeling

De zes zoons van Ernst en Claartje gaan naar school in Agadir, zestig kilometer verderop. Doordeweeks verblijven ze bij vrienden in de stad, alleen in het weekend zijn ze thuis. Het gezin valt steeds meer uiteen als de oudste drie ondergebracht worden in Nederland om naar de middelbare school te gaan. Als Claartje ernstige mentale klachten krijgt, is langdurige opname in een Nederlandse kliniek noodzakelijk. Ernst besluit dat ook zijn dan 5-jarige, jongste zoon Henk hier blijft, hijzelf gaat terug met de twee andere kinderen. De grootouders ontfermen zich zoveel mogelijk over de jongens en verzachten het gemis van hun ouders.

Met vijf van zijn zes zoons in Marokko

De zomervakanties brengen ze door bij hun vader die een geharnaste opvoeding geeft: niet huilen maar flink zijn. Pas veel later leert Henk de zachte kant van zijn vader kennen. Terugkijkend betreurt Ernst zijn soms weinig invoelende houding die hij terugvoert op zijn kamptijd toen hij zich staande moest houden. Dat lukte dankzij zijn Godsvertrouwen en de stevige basis die gelegd was in zijn jeugd. Op de zwartste momenten putte hij kracht uit zijn motto ‘every cloud has a silver lining’. Paradoxaal genoeg versterken zijn kampervaringen naderhand zijn positieve instelling: hij geniet van kleine dingen, en beseft dat hij er ‘een zekere hardheid’ aan heeft overgehouden.

Dat helpt hem als hij bij diepe dalen dankzij zijn mentale veerkracht steeds de moed vindt om verder te gaan. Claartje keert niet terug in zijn leven en stemt toe in een scheiding waarna hij in Marokko trouwt met Maria, een Frans-Duitse vrouw. Als hij na 28 jaar zijn plantage moet opgeven omdat alle buitenlandse ondernemingen in Marokko genationaliseerd worden, vertrekken ze naar Frankrijk en knappen een bouwvallige boerderij op. Daar gaat hij, met succes, konijnen fokken voor consumptie. Na vijftien jaar huwelijk overlijdt Maria aan kanker. Het verdriet is groot, maar weer begint hij opnieuw. Ernst trouwt met de Franse kunstenares Nicole. Ze vestigen zich in de Provence waar Ernst vol energie een voedselbank opzet en met een vrachtauto eten ophaalt bij de supermarkt. Het noodlot slaat toe als Nicole na vijftien jaar eveneens aan kanker overlijdt. Met een nieuwe vriendin leeft hij samen totdat ze Alzheimer krijgt en hij haar niet langer kan verzorgen.

Ernst Sillem (links) met vriend Jaap van Mesdag

Sindsdien woont hij alleen, met zijn twee honden. Een Portugese hulp is zijn trouwe steun. Hij blijft actief – als voorzitter van een ecologenclub ruimt hij met schooljeugd zwerfafval in rivierbeddingen op – en is geïnteresseerd in alles. De laatste zeven jaar correspondeert hij geregeld met Sydney. Ze raken bevriend als zij als 17-jarige leerlinge van Het Baarnsch Lyceum een profielwerkstuk over hem schrijft en ze kennismaken op een herdenkingsbijeenkomst in

Natzweiler. Zij realiseert zich dat ze tot de laatste generatie behoort die met een oorlogsoverlevende kan praten. Tot haar verrassing ontmoet ze geen geknakte oude man, maar een nog kwieke 90-jarige met een ondeugende twinkeling in zijn ogen.

Ernst Sillem werd geboren op 14 juli 1923 in Baarn en overleed op 17 oktober 2020 in Carpentras, Frankrijk.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden