Relatie-DNAHet verhaal van Elizabeth

Vergeet niet gelukkig te zijn, leerde Elizabeth (65) als kind al

null Beeld brechtje rood
Beeld brechtje rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door op je eigen relatie? Elizabeth (65) kreeg als kind onbewust van haar ouders mee: het leven gaat altijd door. Die mentaliteit kwam haar later van pas.

“Als kind logeerde ik vaak bij mijn familie in Brabant. Ik vond het heerlijk daar, in die grote gezinnen, met zoveel neefjes en nichtjes dat er nauwelijks op me werd gelet. Dan zaten we met z’n allen aan tafel en werd er snel een gebedje gezegd. Daar verstond ik niets van, maar het was zo gezellig. Aan het eind van de vakantie wilde ik ’t liefst blijven.

Begin jaren vijftig waren mijn ouders vanuit Brabant richting Rotterdam ‘geëmigreerd’. Daar ben ik geboren. De dokter had gezegd: ‘U mag blij zijn met dit meisje, meer kinderen zitten er voor u niet in’. We woonden in een driekamerflatje boven de winkel van mijn vader.”

Elk weekend terug naar Brabant

“Mijn ouders vonden het geweldig in ‘de stad’, ze zaten bij allerlei clubjes en nodigden vaak mensen uit. Toch gingen ze elk weekend terug naar Brabant, op bezoek bij hun ouders. En als er doordeweeks familie jarig was, reden ze ’s avonds heen en weer.

Eén kind is niet veel. En een driekamerflat is snel schoon. Dus mijn moeder had weinig om handen. Ze had vooral veel lol, was altijd aan het lachen met vriendinnen. Mijn vader trok er graag op uit. Hij zat vol ideeën. Zo van: ‘Ik heb gezien dat daar een leuke speeltuin is, laten we erheen fietsen door de bossen’.

Toen ik een keer een vijf voor ­rekenen had, zei hij: ‘Je kunt ook niet overal goed in zijn’. Vervolgens oefende hij elke avond sommen met me, met een plaatje of stempel als beloning. En als ik verdrietig was, zei hij: ‘Kom, we gaan naar buiten, de natuur is zo mooi nu, dan halen we samen een lekker ijsje’. Over gevoelens spraken we niet.

null Beeld brechtje rood
Beeld brechtje rood

Mijn ouders deden gewoon niet zo moeilijk. Die mentaliteit zit in de familie, ik had het er een keer over met neefjes en nichtjes. Iedereen maakt verdrietige dingen mee, we voelen elkaars verdriet, maar we vergeten niet om ook gelukkig te zijn. Zoals in dat nummer van Shaffy, bij mijn huwelijk werd het nog gezongen: ‘Doorgaan, we zullen doorgaan!’”

David zag eruit als een soort jezus

“Ik ontmoette David toen ik vijftien was. Hij was leider bij een jongerenpastoraat en zag eruit als een soort Jezus, met lang haar en Duckie-schoenen; van die meisjesschoenen met zo’n ronde neus en een bandje, maar dan in maat 45. Hij kon heel mooi zingen.

David was acht jaar ouder, in het begin zei ik ‘u’ tegen hem. Ik had al een vriendje in Brabant, toch ben ik voor hem gezwicht. Hij nam me overal mee naartoe: de musical Hair, Herman van Veen in Carré. Hij inspireerde me. Toen ik negentien was, zijn we getrouwd. Zo ging het gewoon.

We waren zielsgelukkig. Tot David ziek werd. Hij was 36 toen hij ’s nachts opeens rechtop in bed zat en rare dingen uitkraamde. Oorzaak: een hersentumor. Onze wereld stortte in. De kinderen waren nog jong. Ik zag ­David veranderen. Hij was moe, kon niet meer werken en werd boos om dingen waar hij voorheen nooit boos om werd.

Op een nacht heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Het is geen optie om gek te worden of aan de drank te gaan. Je moet er voor je kinderen zijn.’ Ik wilde dat ze een fijne jeugd zouden hebben, dat ze later zouden kunnen studeren, dat het goede mensen zouden worden. Die nacht besloot ik: dat wordt mijn missie, ik geef niet op.

Ik ben vier dagen per week gaan werken, zorgde voor de kinderen en natuurlijk voor David. Jarenlang hing de zwaarte in mijn nek, toch heb ik dat gevoel redelijk uit kunnen schakelen. Het was er altijd, maar ik zorgde ook dat ik ging dansen en verjaardagen bezocht. Dat soort dingen. En vriendjes van de kinderen waren altijd welkom.

Mijn ouders kwamen vaak langs. Dan deed mijn vader iets met de kinderen en ging ik met mijn moeder de stad in. Ze kwamen eigenlijk alleen maar liefde brengen. Ze waren er gewoon, zonder over het verdriet te spreken. Dat vond ik fijn. Ik wist dat ze me begrepen.

Soms voelde het alsof David eigenlijk al een beetje dood was. Door die tumor was hij zo anders geworden. Hij leek niet meer op de man die ik zo lief had gehad. De dokter gaf hem twee tot vijf jaar. Het werden er elf.”

Zullen we er maar een borrel op drinken?

“Met mijn kinderen praat ik meer dan mijn ouders vroeger met mij deden. Als er wat aan de knikker is met ze, hebben we mooie gesprekken. Toch ben ik geneigd om zo’n gesprek na enige tijd om te laten slaan. Dan zeg ik: ‘Zullen we er maar een borrel op drinken?’ Ik denk dat ik dat dus van mijn ouders heb. Brabanders praten niet te veel, ze zijn gewoon bij elkaar. Dan is het goed. Dan wordt er gegeten en gelachen. Ja, van binnen ben ik toch een beetje een Brabantse.”

De namen in deze tekst zijn gefingeerd om privacyredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Wilt u ook worden geïnterviewd over de invloed van uw ouders op uw relaties? Mail: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden