null

EssaySchermmens

Verdwaald in onze telefoon zijn we het mijmeren, stilstaan en nietsdoen verleerd

Beeld Suzan Hijink

Altijd bereikbaar zijn leek nog geen generatie terug een gruwel, nu is het realiteit. Wat er sneuvelt in het gevecht om onze aandacht: het vermogen om stil te staan bij onszelf en onze omgeving.

Hans Schnitzler

Kunnen we nog niets doen, wachten zonder doel, ­mijmeren, ons ­vervelen, met die eeuwige smart­phone onder handbereik? Met die vraag begon Vivian Keulards aan een experiment. Met een smoes vroeg de fotograaf aan haar proefpersonen om hun telefoon in te leveren, waarna ze de jongeren tien minuten alleen liet voor het oog van een draaiende camera.

Ik bekijk de beelden en zie van alles: verveling, onwennigheid, ongemak en gelatenheid. Maar wat ik ­vooral zie, is dat de van hun smartphone beroofde proefkonijnen er nogal ontheemd bij zitten.

Als ik mij niet vergis, hebben al die gelaatsuitdrukkingen gemeen dat ze een verweesde indruk maken. Er is deze digital natives, met een gemiddelde schermtijd van al gauw vijf uur per dag, iets ontnomen waarmee ze vergroeid zijn: een apparaat dat als verlengstuk van hun ­lichaam én geest functioneert. Zo’n extensie wegnemen is te vergelijken met een amputatie. De digitaal haven-­lozen zijn een deel van hun wezen kwijt, met als gevolg dat een mentale fantoompijn hun gezichten tekent.

Wie meent dat een dergelijke reactie voorbehouden is aan een generatie die opgegroeid is met smartphones, vergist zich. Ook mensen die het mobielloze tijdperk nog hebben meegemaakt kunnen zich nauwelijks nog een moment zonder hun digitale metgezel voorstellen. Zij zijn in korte tijd evengoed versmolten met hun ­mobieltjes en gewend geraakt aan een leven waarin je voortdurend online en bereikbaar bent. De smombie – smartphone-zombie – is een generatie-overstijgend ­fenomeen.

‘Hoezo moet ik altijd bereikbaar zijn?’

Toen Steve Jobs in juni 2007, nu precies vijftien jaar ­geleden, de iPhone introduceerde, konden weinigen bevroeden dat ons dagelijks leven in die vijftien jaar tijd zo rigoureus van karakter zou veranderen. We zijn collectief een sociaalpsychologisch experiment aangegaan met verstrekkende gevolgen voor onze mentale en ­fysieke inborst. Termen als nomofobie (angst om niet bereikbaar te zijn), infobesitas en social-mediastress wijzen erop dat het experiment, naast alle evidente voordelen, bijwerkingen kent.

Hetzelfde geldt voor de toestand van het maatschappelijk lichaam. De schermificering heeft zich ook hier in no time tot in de kleinste haarvaten genesteld en onze omgangsvormen, communicatiepatronen en de wijze waarop we ons in het publieke domein voortbewegen ingrijpend veranderd.

Of de individuele lusten nog wel tegen de collectieve lasten opwegen, is een pregnante vraag in tijden van polarisatie en desinformatie. Daarover later meer.

Dat de snelheid waarmee we verslingerd zijn geraakt aan Jobs innovatie ongekend is en dat we ons daar nog nauwelijks van bewust lijken, wordt treffend geïllustreerd door een geestig filmpje uit 1998, te bewonderen op YouTube, van documentairemaker Frans Bromet. Het is de tijd dat de eerste mobieltjes in het straatbeeld verschijnen en Bromet vraagt willekeurige voorbijgangers of ze er ook eentje zouden willen: “Nee, hoezo moet ik altijd bereikbaar zijn?”, antwoordt de een. Een ander: “Een mobiele telefoon? Nee, ik ben niet zo belangrijk.” “Dan zit je op de fiets en dan word je gebeld!”, schatert weer een ander.

Bromet heeft een tijdsdocument gemaakt met zeggingskracht voor onze huidige digitale conditie. Je kunt na het zien van de fragmenten concluderen dat we ­massaal iets zijn gaan doen dat ingaat tegen onze diepste intuïties, iets wat ons nog geen generatie terug een ­gruwel leek: altijd bereikbaar zijn.

Maar daarmee gaan we voorbij aan de boodschap van de Canadese filosoof Marshall McLuhan. Zijn invloedrijke boek Understanding Media, dat in 1964 verscheen, heeft als veelbetekenende ondertitel The Extensions of Man. Wat McLuhan duidelijk maakt, is dat technologieën verlengstukken zijn – hij noemt ze zelf verwijdingen – die bestaande menselijke vermogens, zowel fysieke als mentale, vergroten, versnellen en intensiveren.

Zo geeft hij het voorbeeld van het wiel als een versnelling van de voet, het mes als een verscherping van de hand, en de televisie als een uitbreiding (of verwijding) van onze ogen en oren.

En nu komt het: de smartphone vergroot eveneens de menselijke vermogens, maar dan op duizelingwekkende wijze. We zijn voortdurend en slechts enkele ­swipes verwijderd van de gedroomde bedpartner (Tinder), die felbegeerde retro-lamp (Marktplaats) of het grappigste dan wel gruwelijkste filmpje ooit (YouTube). Met Google-maps bewegen we ons gewichtsloos en ­zonder te verdwalen van A naar B, met WhatsApp ligt de hele wereld binnen communicatiebereik en sociale ­media bevredigen de diepgewortelde menselijke behoefte aan erkenning en aandacht in de vorm van virtuele schouderklopjes, oftewel likes en shares.

Verslingerd aan het schermpje

Kortom, onze hedendaagse extensie in zakformaat heeft ons niet alleen in tovenaarsleerlingen veranderd, maar zorgt er bovendien voor dat het sociale dier dat mens heet nooit om aandacht of sociale interactie ver­legen zit. Sterker nog, het feit dat onze nucleus accumbens – het beloningscentrum in de hersenen – onafgebroken geprikkeld wordt (like!), maakt de smartphone tot een zoemend dopaminepompje dat de schermmens 24 uur per dag van een gelukshormoon met verslavende potenties voorziet. Nogal wiedes dat gebruikers nauwelijks meer raad weten met zichzelf, zodra zij worden ­losgekoppeld.

Daar komt bij dat zich achter onze aaibare beeld­schermp­jes en verleidelijke applicaties een techindustrie schuilhoudt die er alles aan doet om ons, de users, aan onze schermpjes vast te lijmen. En dat lukt alleraardigst, mede dankzij het ‘rode boekje’ van Silicon Valley met de illustere titel Hooked. In dit werk beschrijft de auteur, Nir Eyal, strategieën om de datamens blijvend te verslingeren aan diens devices.

Voor de techtitanen is het vangen van onze aandacht bittere noodzaak, want hoe meer we swipen, liken en sharen des te meer data we genereren. En data zijn de smeerolie waarop de internetindustrie draait.

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Hans Schnitzler (1968) is filosoof en publicist. In zijn werk staat de ­invloed van digitalisering op onze alledaagse leefwereld centraal. In oktober 2021 verscheen zijn laatste boek Wij ­nihilisten.

We zijn in een aandachtseconomie op steroïden ­beland. Of, om het oorlogsjargon te vatten: er vindt een aanval op onze aandacht plaats die zonder precedent is. Van alle kanten wordt het multitaskende voetvolk dag en nacht bestookt met mailtjes, appjes, updates, likes, notificaties, alerts en wat dies meer zij.

Aan dit gevecht om onze aandacht, de versnippering ­ervan, hangt een prijskaartje: het vermogen om aandachtig bij onszelf en onze omgeving stil te staan, raakt uitgeput. Er is steeds minder ruimte om zonder afleiding te lummelen en te mijmeren, om de tijd te laten versmelten en onze gedachten de vrije loop te laten.

We zijn allengs in digitale werkmieren veranderd, ­altijd bedrijvig in de weer met informatie- en communicatiestromen die begin noch einde kennen.

Zodra je de kinderen van het informatietijdperk hun aandachttrekkende verlengstuk afneemt, doemt er een gapende leegte op waarmee zij zich nauwelijks raad ­weten. Het werk van Keulards legt hier getuigenis van af.

Toewijding en betrokkenheid

De uitputting van onze aandacht is geen vrijblijvende kwestie. Aandacht is een menselijke hulpbron, net zoals water en lucht dat zijn. Waar zuivere lucht ons laat ­ademen, laat zuivere aandacht ons denken en voelen. Aandacht stelt ons in staat halt te houden bij onze gedachten en gevoelens en er een relatie mee aan te gaan.

Met andere woorden: aandacht staat voor toewijding en betrokkenheid, bij onszelf en de wereld. Helaas is aandacht ook een schaars goed. Het menselijk brein is nu eenmaal ontvankelijk voor prikkels en laat zich snel afleiden. De ontwerpers van ons digitale onderkomen weten dat maar al te goed.

De smartphone is dus enerzijds een extensie die ­tegemoetkomt aan het verlangen van de mens om zijn vermogens te vergroten, tot op het punt dat hij zich een godenzoon waant, en die tegelijkertijd de mogelijkheden voor erkenning en aandacht verduizendvoudigt. ­Anderzijds zitten er slimme mensen in onze machientjes verstopt, die zeer behendig zijn in het annexeren en exploiteren van onze aandacht.

Sluimerende zingevingscrisis

Er is nog een reden waarom we bij het minste of ­geringste naar onze mobieltjes grijpen. Daarvoor kunnen we te rade gaan bij de filosoof Friedrich Nietzsche. Nietzsches beroemde aforisme waarin hij God doodverklaarde, moet gelezen worden als een waarschuwing. Na de ‘dood van God’ is er een sluimerende zingevingscrisis ontstaan.

Op de vraag waartoe het leven dient, moet de moderne mens het antwoord veelal schuldig blijven. Hij heeft niet alleen God doodverklaard, maar tevens elke externe of hogere autoriteit vaarwel gezegd. We hebben ons ­bevrijd van bijgeloof en hekserij, van de macht van de aristocratie en de geestelijkheid, tot aan de autoriteit van de staat en het ouderlijke gezag in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Zo bezien kun je de hele gang van de westerse geschiedenis als een bevrijdings- en emancipatiebeweging lezen. Toen die bevrijdingsbeweging was uitgeraasd, wandelde het autonome en authentieke individu de geschiedenis binnen, een individu dat in zijn zoektocht naar zingeving, betekenis, waarheid of identiteit voortaan volledig op zichzelf aangewezen was.

Slimme telefoon

Dertig jaar geleden werd-ie gepresenteerd op een beurs in Las Vegas: de IBM Simon Personal Communicator, een telefoon waarmee je kon faxen en mailen, rekenen en een agenda bijhouden. Het 20 centimeter lange, één pond zware apparaat wordt gezien als de eerste smartphone ooit. De echte doorbraak kwam vijftien jaar geleden, toen Apple de eerste ­iPhone op de markt bracht. De van vele mogelijkheden voorziene hightech telefoon werd zo ­bereikbaar voor het grote publiek.

1994 IBM Simon Personal Communicator: log, maar wel een touchscreen.
1999 BlackBerry 850: met het kenmerkende fysieke toetsenbord. Tikkerdetik!
2006 Nokia N95: met Carl Zeiss-camera van 5 megapixel.
2007 iPhone eerste generatie (2G): ruim 6 miljoen keer verkocht.
2011 Samsung ­Galaxy Note: kruising van smart- phone en tablet.
2013 De eerste Fairphone. Voor minimale klimaat-impact en eerlijke productie.
2019 Samsung ­Galaxy Fold: opvouwbare smartphone.
2021 iPhone 13 Pro Max. Het beste van het beste. In ­afwach­ting van ­iPhone 14, later dit jaar.

De boodschap van Nietzsche: de mens is hier niet ­tegen opgewassen. Zonder anker of oriëntatiepunt ­dwalen we als een ‘niets zonder einde’ rond, we kijken in de afgrond van een onmetelijke leegte en staan, wankelmoedig en vertwijfeld, alleen tegenover de wereld. We zijn, in de woorden van Nietzsche, tot ‘laatste ­mensen’ verworden voor wie veiligheid, gezondheid en ­gemak de hoogste waarden vertegenwoordigen.

En toen waren daar de smartphone en alle applicaties die erbij horen. Voor Nietzsches dolende zielen komt het apparaat als een geschenk uit de hemel: het biedt nieuwe zekerheden (“Hey Siri, wat is de zin van het leven?”) en verlost hen van de last van het bestaan.

Het belang van mijmeren en vervelen

Kolossale levensvragen swipen we gedachteloos naar de periferie van ons bewustzijn en momenten van verveling doomscrollen we argeloos weg. Na het wegvallen van oude zekerheden en betekenishorizonnen is de smartphone misschien wel het belangrijkste instrument waarmee de ontstane leemte gevuld kan worden. Dit hoogwaardige stukje technologie stelt de mens van na de Grote Verhalen en de ‘dood van God’ in staat zichzelf uit de weg te gaan, een escapistische reflex die naadloos aansluit bij het nihilistische adagium dat het bewustzijn een ziekte is waar we maar al te graag van genezen ­worden.

Om misverstanden te voorkomen: deze vrolijk twitterende auteur is allesbehalve een technofoob of smartphone-hater. Tegelijkertijd: ter bevordering van een kritisch digitaal bewustzijn is het noodzakelijk stil te staan bij de vraag wat de Homo digitalis mobiles bezielt.

Er staat veel op het spel. Wie voortdurend in zijn ­mobiel verdwijnt, verspeelt het vermogen om met nauwlettende aandacht bij zichzelf en anderen aanwezig te zijn. Dat gaat ten koste van betrokkenheid bij, en begrip voor de wereld en de Ander. Die betrokkenheid vraagt om een houding van ontvankelijkheid: voor onze innerlijke stem en de ondoorgrondelijkheid van het ­bestaan, voor het vreemde en ongevraagde. Zo’n ­houding vergt stilstaan, wachten, zwijgen, mijmeren, ­vervelen en observeren.

De gezichten van de smartphone-ontheemden, die Keulards zo indringend heeft vastgelegd, spreken wat mij betreft boekdelen: we zijn dit aan het verleren.

Bent u vergroeid met uw mobieltje? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Wachten zonder telefoon, wat doe je dan? Deze jongeren durfden het aan

Met een truc haalde fotograaf Vivian Keulards jongeren voor de camera om iets te doen wat gewoonlijk ondenkbaar voor ze is: een paar minuten wachten zonder smartphone bij de hand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden