Zomer Aan zee

Van Zandvoort tot Italië, dat zalige strandgevoel is overal

Zandvoort Beeld Hollandse Hoogte / Bart Muhl

Het strandseizoen is geopend. De band die redacteur Stijn Fens met het strand heeft, stamt van ver terug. Zijn Zandvoort-gevoel van vroeger werkt ook in Italiaanse badplaatsen. Hij hoeft alleen maar zijn blote voeten in het zand te zetten. ‘Wat we de hele dag gaan doen? Nou, gewoon.’

Een jaar of tien geleden ging ik met mijn gezin in Italië naar het strand. De naam van de badplaats ben ik vergeten, maar het kan heel goed Cattolica geweest zijn, vlak bij Rimini. Ik parkeerde de auto rond half elf ’s morgens op een toen al snikhete boulevard, maar dat kon mijn humeur niet verpesten. Monter stapte ik uit, pakte mijn strandtas uit de achterbak en liep vastberaden het strand op. Mijn kinderen volgden op enige afstand, puffend, en met een gezicht van ‘waarom zo’n haast?’ Ik passeerde vier bejaarde mannen die aan het kaarten waren en groette de vrouw die bij de wc zat. Helemaal goed.

Twee ligbedden en een parasol

Ik confisqueerde twee ligbedden en een parasol. Daarna ging ik op een van de bedden zitten, deed mijn gympen uit en zette mijn beide voeten in het hete zand. Het was alsof ik de deur van mijn ouderlijk huis opendeed. Thuiskomen. Op mijn plek. Mijn kinderen stonden nog voor mij, hun tassen om de schouder, hun schoenen nog aan.

“Wat gaan we nou de hele dag doen?” vroeg mijn zoon.
“Nou ja, gewoon”, antwoordde ik. “Beetje lezen, beetje zwemmen en om ons heen kijken.”
Hij leek niet overtuigd.
“Om je heen kijken is saai”, zei mijn zoon.

Hier gaapte een enorme kloof die op die snikhete dag aan de Adriatische kust niet meer zou worden overbrugd.

Ik kan het wél goed vinden met het strand. Al mijn leven lang.

De eerste tweeëntwintig jaar van mijn leven woonde ik in Zandvoort. Ik herinner mij de eindeloze stranddagen van mijn jeugd. Als mijn moeder ons op een zomerdag vroeg wakker maakte, wisten we dat het weer goed genoeg zou worden om naar het strand te gaan. Je zwembroek deed je al thuis aan, dat scheelde een hoop gedoe.

Nog altijd houd ik me aan dit ritueel. 

Zandvoort 1966. IJscokar op het strand. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP/Fotograaf onbekend

Zoals er ook toen al veel vastlag. Mijn moeder die boterhammen met gebakken ei maakte voor de lunch. En hagelslag. Mijn vader die nooit meeging, de gordijnen dicht deed en een boek ging lezen. Dan had je ook nog de vaste stop bij een melkboer onderweg waar we twee flessen Raak-sinas (met van die brede doppen) kochten, die we op het strand in het zand zouden begraven. Dan bleven ze lekker koel. Ten slotte, de laatste bocht, langs het gebouw van de reddingsbrigade, nog honderd meter doorlopen en dan de eerste blik op het strand. Met die ene vraag: hangt de rode bal uit? Die stond voor een gevaarlijke zee en dat betekende dat we niet konden zwemmen. Ook als de wind uit het oosten kwam, hadden we een probleem, want dan waren er kwallen.

Doppen van sinasflessen

Maar dat soort dagen met hindernissen zijn uit mijn herinnering verdwenen, zodat alleen de mooie dagen zijn overgebleven. Als ik aan het strand van mijn jeugd denk, zie ik mijn moeder in zo’n strandstoel met zo’n grote canvashoes eromheen. In de schaduw die zich zo vormde, stond de tas vol boterhammen met gebakken eieren. De doppen van de sinasflessen staken uit het zand. Om ons heen allemaal bekenden. Vriendjes, vriendinnetjes, hun ouders en familie van ons. Het leek wel of het leven uit onze straat zich op zo’n stranddag naar die smalle reep zand had verplaatst.

Nu ik dit schrijf, ben ik weer op het strand van Zandvoort. Daar komt mijn moeder uit zee gelopen, ze heeft haar witte badmuts nog op. Mijn moeder zwom in zee. Dat deden lang niet alle moeders en dus vond ik haar stoer. Ze doet haar mond open, maar ik kan niet verstaan wat ze zegt. Dan pakt ze een rode lippenstift en schrijft een grote 4 op mijn rug. Dat is het nummer van de strandtent waar we zitten en zo kunnen mensen mij terugbrengen naar mijn moeder als ik ben verdwaald.

Bij die strandtent – hij heette Bad Zuid – had mijn moeder als klein meisje het strandleven, met weer andere rituelen, leren kennen. Later zat ze daar dus met haar kinderen. Even weg van de dagelijkse zorgen achter de duinen. Vanaf het strand zagen we ons dorp nog wel liggen, maar het leek even levenloos als een maquette. Ergens achter de huizen aan de boulevard moest nog onze straat zijn, met ons huis waar mijn vader een boek las. Af en toe hoorde je nog een auto hard wegrijden op de boulevard, maar voor de rest waren we vrij.

Voor ons lag de zee, waarvan het getij onze dag bepaalde. Het kwam vaak voor dat we te dicht bij de vloedlijn zaten en we bij vloed met ons hele hebben en houwen naar achter moesten slepen, op de vlucht voor het water. De zee was onbetrouwbaar en boezemde ontzag in. We speelden ermee, zwommen heen en weer tussen eerste en tweede bank, zonder dat we de zee ooit echt leerden begrijpen.

Daar was ik veilig

Maar altijd was er het strand met z’n zachte, warme bodem. Daar was ik veilig, al die dagen. Er gebeurde eigenlijk niets en toch precies genoeg. Ik kon tijden langs de vloedlijn staan en kijken naar de mensen die langsliepen. Meer vertier was er eigenlijk niet. Verder leefden we in het pre-Magnum tijdperk. Zo tegen drie uur kwam de ijscokar getrokken door een wit paard. Die had maar één soort ijs en één type hoorntje. Dat was het dan.

In romans en films is het strand vaak het decor van dramatische gebeurtenissen. Er worden liefdes beëindigd, moorden gepleegd en invasies uitgevoerd. In de beroemde roman ‘De Buddenbrooks’ van de Duitse schrijver Thomas Mann neemt het strand van Travemünde aan de Oostzee zo’n prominente plaats in, dat het bijna een karakter wordt. Dat is iets te veel voor mij.

Zandvoort, hittegolf. Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Ik koester het strand uit mijn jeugd. Dat niemandsland waar ik tot rust kwam en het leven overzichtelijk leek en grote emoties achterwege bleven. Ook in de winter, als alle strandtenten weg waren en het leek alsof de schepping nog maar net op gang was gekomen, voelde ik me er thuis. En waar ook ter wereld ik later kwam, overal zocht ik de zee en vond ik het strand. Zoals je familieleden in den vreemde herkent aan hun oogopslag of de trekken in hun gezicht, zo was ik altijd meteen vertrouwd met die strook zand, hoe ver van huis ook.

Afgelopen zomer maakte ik in mijn eigen leven een turbulente tijd mee. Op een dag nam ik de trein naar Zandvoort. Liep via de bocht van de reddingsbrigade naar het strand waar ooit Bad Zuid was. Ik confisqueerde een ligbed en een parasol, deed mijn schoenen uit en de zwaarte van mijn leven gleed vanaf mijn schouders in het zand. Sinds de stranddagen uit mijn jeugd was er hier veel veranderd, maar tegelijk was alles hetzelfde gebleven.

Eind deze maand ga ik met mijn kinderen naar een badplaats dertig kilometer boven Rome. Ik heb een mooi appartement gevonden met airco en – heel belangrijk – wifi. Trots laat ik aan mijn kinderen zien wat ik heb geboekt. “Het strand is maar vijf kilometer rijden”, zeg ik enthousiast.

“We hebben toch wel een zwembad?” vraagt mijn dochter.

Dit jaar komt het goed.

Lekkere stranden

Breedste: op Terschelling bij bij strandovergang West aan Zee is het strand soms breder dan 1 kilometer. Het hele strand is 30 kilometer lang.
Groenste: bij Schoorl is het strand onderdeel van een natuurgebied.
Schoonste: vorig jaar was dat het strand van Ouddorp op Goeree-Overflakkee.
Zonnigste: de meeste zonuren tref je aan in Zeeland, dus ga naar het strand van Zoutelande.
Voor families: kies dan Wijk aan Zee, met trampolines in de zomer.
Witste: het natuurstrand bij Burgh-Haamstede met zijn zandbanken (met soms zeehonden) en haast witte duinen.
Ordinairste: een geuzennaam voor de liefhebber: Zandvoort ... of toch Scheveningen? 

Lees ook:

De romantiek van vliegen: toen het nog bijzonder was

Redacteur en frequent flyer Stijn Fens vindt, ondanks oprukkende vliegschaamte, vliegen nog steeds magisch, al sinds de dagen dat hij als kind mee mocht om zijn tante Tonnie van Schiphol op te halen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden