SchrijverscolumnFranca Treur

Van wie zal de grote coronaroman komen?

Gek idee dat overal nu schrijvers zitten na te denken over de pandemie en haar betekenis voor de toekomst. Hoe zal de wereld er straks uitzien? Zal er een wereld voor en een wereld na corona zijn? En wat betekent het om je naasten als potentieel gevaar te zien?

De quarantaine zal de schrijvers niet het hardste raken, hoewel degenen met kinderen thuis het vast moeilijker hebben dan degenen zonder. De laatsten houden vaak een online quarantainedagboek bij, viel me op. Het is een gekke tijd, en elke schrijver heeft de behoefte er iets over te noteren.

Maar wie kan de rust vinden om op echt belangwekkende gedachten te komen? Wie gaat het boek schrijven dat ‘De pest’ kan evenaren?

Ik zet mijn geld op iemand die nu al van zijn boeken kan leven. Voor de schrijvers die moeten bijklussen is het nu, net als voor veel andere zzp’ers, eerst en vooral crisis, en is het spannend of hun opdrachtgevers die zullen overleven. Kranten en bladen hebben flink te lijden onder dalende advertentie-inkomsten, en gooien als eerste de flexwerkers eruit. Dat gebeurt nu al bij regionale kranten. Wie zorgen heeft over het betalen van de huur, schrijft daar niet nog eventjes een meesterwerk naast.

Sciencefiction

Wat mij betreft neemt de schrijver van het meesterwerk de tijd. Er is geen haast, de pandemie is nog maar net begonnen, we hebben nog geen idee waar het heengaat. Wie al is begonnen aan sciencefiction moet misschien opnieuw beginnen, omdat het scenario is uitgekomen. Het speelveld ligt nog wel een tijdje open.

Toen ik nog moest debuteren hoorde ik van een dichteres dat ze al heel ver was met een boek over slapeloosheid, maar dat ze ermee stopte nadat Annelies Verbeke ‘Slaap!’ had gepubliceerd. De gedachte dat ik mijn manuscript wel weg kon gooien omdat iemand anders net met een roman over een gelovige boerenfamilie kwam, joeg me toen flink angst aan.

Nu denk ik: dat had niks uitgemaakt. Iedereen schrijft toch zijn eigen boek. Op één thema kun je oneindig variëren. Al kan ik me wel voorstellen dat lezers na de drieëntwintigste coronaroman wel eens zin krijgen in iets anders.

Tandartshandschoentjes

Zelf moet ik me af en toe losrukken van al het coronanieuws. Ik word er somber en inert van. Wat helpt is dat ik nu eindelijk in mijn schrijfhuisje zit, of liever op het terrasje ervoor. Niet dat de bestelde fietskar al is gearriveerd, maar een bevriende Trouw-lezer las mijn vorige column ­– waarin ik het probleem benoemde dat de baby nog niet in een fietszitje kan – en leende me zijn auto.

Het ging heel veilig. Hij had er al meer dan drie dagen niet in gereden en toen hij hem kwam brengen had hij witte tandartshandschoentjes aan.

Het was geweldig om na vijf maanden quarantaine met de baby buiten te zijn. Ik heb met hem bij de vijver gezeten, een moment dat ik in mijn gedachten al honderd keer had beleefd. De oranje vissen staken fel af tegen het donkere water, maar ik denk niet dat de baby ze gezien heeft. Hij bekwaam­de zich in allebei z’n sokken tegelijkertijd uittrekken en in zijn mond steken.

Ook hier is het best lastig me te concentreren op het schrijven. Dat heeft alles te maken met hoe je een tuin aantreft als je er een halfjaar niet bent geweest. Van mij zal die grote corona­- roman voorlopig wel niet komen.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden