Fotografie Loek Buter

Van de stad naar het platteland: opgroeien tussen brandnetels en pony’s

Beeld Loek Buter

Fotograaf Loek Buter en schrijver Renske Jonkman verruilden Amsterdam voor het West-Friese platteland. Hun dochters groeien op tussen de koeien en zelfgebouwde hutten. Voor Tijd fotografeerde Buter zijn dochters in die nieuwe leefomgeving, als beeldverhaal. ‘Ik wil dat ze om zich heen leren kijken.’

In een holte in het struikgewas zijn de rudimentaire resten van een hut te zien: platgetreden groen, twee pannen op de grond, een paar stokken die iets van een omheining suggereren. “Dit is onze hut”, meldt Tessel (6), “hier maken we heksensoep.” In het weiland achter grazen koeien en een paar schapen, tussen de fruitbomen in de boomgaard lopen twee shetlandpony’s. Op zomeravonden wordt er een vuurtje gestookt in de vuurplaats, of vist Tessel met haar vader in de sloot.

Dit is de jeugd die fotograaf Loek Buter (37) zijn kinderen zo graag wilde geven. Zelf is hij opgegroeid op een boerderij in het Noord-Hollandse Langedijk, waar hij van metershoge hooibalen afsprong, hutten bouwde en vooral altijd buiten was. Hij verhuisde naar de stad, maar daar begon het toch te jeuken. Vierenhalf jaar geleden besloten hij en zijn vrouw hun huis in Amsterdam-West op te geven en de sprong te wagen, toen ze de mogelijkheid kregen het leegstaande boerenbedrijf met jaren zeventig-woning aan de rand van Heerhugowaard anti-kraak te huren. De stadsdrukte, burenoverlast, het in file met de kinderwagen naar de zandbak rijden; dat konden ze allemaal best missen. Ze wilden weer een horizon om zich heen. Het platteland trok.

Beeld Loek Buter

In het werk van fotograaf Buter staat de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving centraal. Voor zijn eindexamenproject voor de fotoacademie portretteerde hij het ouderlijke familiebedrijf. Zijn vrouw, schrijver Renske Jonkman (37), heeft twee romans op haar naam staan. Zij groeide op in een woonwijk in Heerhugowaard, op een steenworp afstand van hun huidige huis. “Ik fietste hier vroeger altijd langs op weg naar de geiten en paarden die ik verzorgde. Aanvankelijk wilde ik helemaal niet terug naar de streek waar ik vandaan kwam.”

Het beste van twee werelden

Toen ze in een grauwe februarimaand naar de polder verhuisden, was het er niet op zijn aantrekkelijkst. “Eén grote grijze periode was het, met populieren die wild heen en weer gingen. Ik heb een jaar nodig gehad om te wennen”, zegt Jonkman. “Het duurt even voor je de stad uit je systeem hebt”, vult Buter aan. “Je bent geluid en hectiek gewend en ineens is er niks meer.” Toch besloten ze na een half jaar het perceel te kopen. Buters familie beheert het omliggende land, om er koeien en schapen te houden. Tessels zussen Julie (3) en Belle (6 maanden) werden geboren.

Jonkman komt hier beter tot werken, merkt ze. In Amsterdam moest ze naar de bieb fietsen, als ze ongestoord wilde schrijven. Nu heeft ze de voormalige schaftkeet aan de rand van het land als schrijfhuis in gebruik, met uitzicht over het weiland. Ze komen nog regelmatig in de stad; Jonkman voor verschillende opdrachtgevers en ook Buter maakt graag een rondje langs klanten, gevolgd door het Fotomuseum, de vishandel op de Nieuwmarkt en de boekwinkel. “Zo hebben we het beste van twee werelden.”

Toch kan het ’s winters zwaar zijn, vooral door de harde wind die over de polder raast. “Bij een windhoos vorig jaar zat ik rechtop in bed”, zegt Buter. “Met al die ouwe bomen en de gammele koeienschuur kan er best wat omwaaien.”

Hoe je de grauwe wintermaanden overleeft: zorgen voor een goed gevulde voorraadkast, en regelmatig zagen, houthakken om de houtkachel op te stoken. Ze bewegen mee met de seizoenen. In het najaar vroeg naar bed, in het voorjaar roept de tuin. “Renske is altijd bezig met zaaien en stekken”, vertelt Buter. “In de lente staan alle vensterbanken vol met bakken met stekjes van bijvoorbeeld zonnehoed, lupine en groentes, als een soort kraamkamer.”

De  boerenmethode is zo slecht nog niet

Wie een alternatieve hippiewildernis verwacht bij twee creatievelingen die de stad de rug toekeerden, komt bedrogen uit. Buter is niet alleen fotograaf, maar werkt ook als hovenier. De voortuin is keurig aan kant, het gazon getrimd. Ook het woonhuis is heel ‘gewoon’ gebleven. Alleen de stal, waarvan alleen het skelet nog overeind staat, oogt afwijkend; het wordt binnenkort gesloopt. Een tweede schuur blijft staan; die zal ooit verbouwd worden tot werkruimte. In stappen wordt gewerkt aan een natuurlijke landschapstuin, met rietpluimen en kruidenrijke borders. Maar ook willen de eigenaars de traditionele boerenerfbeplanting in ere houden, met slootjes rondom, knotwilgen, twee rode beuken als poortwachters bij de ingang, een meidoornhaag, hoogstamfruitbomen en typische boerenstruiken als hortensia’s, boerenjasmijn en rozenstruiken. Aan één kant van het erf groeit een takkenril, een rij palen met daartussen snoeimateriaal, als schuilplek voor insecten, egels en broedende vogels.

Beeld Loek Buter

Met vallen en opstaan hebben ze geleerd hoe je zo’n semi-boerenbedrijf beheert: de schapen van de familie verweiden, snoeien met de bosmaaier, onkruid wieden, bomen planten. “Van huis uit heb ik het alleen zijdelings meegekregen, omdat mijn broers de boerderij toch zouden overnemen”, vertelt Buter. “Daarbij: ik ben koppig en doe alles op mijn eigen manier.” Regelmatig komt hij erachter dat er voor de traditionele boerenmethode toch wel wat te zeggen is. Zo waarschuwde zijn vader al dat de zuring in de wei verwijderd moest worden, iets wat hem overbodig leek. “Maar de koeien graasden eromheen, dus ik moet hem toch gelijk geven. In no time was de zuring helemaal doorgegroeid.” Wel laten ze achter in de tuin, voor de afwisseling, brandnetels, bramen en vlier welig tieren.

Toen ze begonnen, hoopten ze binnen zeven jaar iets van huis en tuin te kunnen maken. “Later kwam het inzicht: misschien hoeft het wel nooit af te zijn”, zegt Buter. “We houden er gewoon van om bezig te zijn en nieuwe plannen te maken.” Wel blijft er door al dat klussen en werken weinig tijd over voor andere dingen, merkt Jonkman, zodat ze in het weekend weinig ondernemen. “Soms denk ik: o jee, moeten we niet iets doen met het gezin?” Nergens voor nodig, reageert haar man. “Mijn opa noemde dat altijd lekker studderen; een beetje op je erf aanklooien.” Het nadeel is wel dat er altijd werk te doen is, erkent hij. Je kunt niet een paar weken op vakantie, want als het onkruid een paar weken niet wordt gewied, wordt het een puinzooi.’

Het herbarium van Tessel. Beeld Loek Buter

Natuurbesef in de achtertuin

Op de kaft van Tessels plakboek met gedroogde planten staat met schoolse krulletters ‘herbarium’. Ze laat al bladerend haar oogst zien: de akelei, het herderstasje, de margriet, de perenbloesem en de paarse kattenstaart, om er een paar te noemen.

“Ik vind het belangrijk dat de kinderen om zich heen leren kijken”, zegt haar vader. “Natuurbesef begint in je eigen achtertuin, dan volgt de rest. Mijn inspiratiebron is Jac P. Thijsse, die zei dat alles begint met eigen waarnemingen.” Tessel heeft geholpen bij het ingraven van de nieuwe fruitbomen, en ook in de moestuin doen de twee oudste dochters vaak mee. “Ik heb haar de afgelopen jaren zien veranderen door het buitenleven”, zegt haar moeder. “Ze kan zichzelf bezighouden en is niet bang om vies te worden.” Vrije scharrelkinderen zijn hun dochters, niet ingeperkt door grootstedelijke overbezorgdheid: waar vrienden uit de stad er bovenop zitten als hun kinderen in bomen klimmen, gaan Buter en Jonkman daar losser mee om. Wél hebben ze hekjes voor de sloot geplaatst, want die zijn een reëel gevaar voor kleintjes. “De boerin die hier vroeger woonde, vertelde ons dat ze haar zoon als kleuter in het water heeft gegooid, zodat hij voortaan wel zou oppassen”, glimlacht Jonkman. “Dat is ook een manier.”

Vanaf volgende week schrijft Renske Jonkman wekelijks in Tijd over het leven op het West-Friese platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden