NaschriftBoukje Bügel-Gabreëls (1969-2020)

Van de ov-fiets tot een houten wolkenkrabber, de gedreven Boukje leefde om te creëren

Boukje Bügel-Gabreëls met haar man Marnix Bügel op huwelijksreis.Beeld Privécollectie

Boukje Bügel-Gabreëls wilde iets creëren, iets neerzetten in haar leven. Dat deed ze als directeur bij KPN en de NS en toen ze op haar 45ste architectuur ging studeren, kwamen al haar talenten samen.

Al van jongs af aan toont Boukje Bügel-Gabreëls haar innerlijke manifestatiedrang. Ze is een zondagskind dat veerkrachtig met tegenslagen omgaat. Als zij iets voor ogen heeft, lukt het haar ook. Dat levert haar een succesvolle carrière op als topvrouw bij KPN en de Nederlandse Spoorwegen, maar als ze vijf jaar geleden besluit om architect te worden, komt alles samen: haar analytische en conceptuele denkvermogen, hoge begaafdheid, verbeeldingskracht en daadkracht. Boukje ziet haar tweede leven al helemaal voor zich.

Die verbeeldingskracht zat er als kind al in: op de zolder van haar ouderlijk huis in Nijmegen woont een speciaal volkje en in de kelder kun je maar beter niet de verwarmingsbuizen aanraken, want dan verander je in een kikker. Haar zusje Carolijn gelooft alles wat Boukje zegt. Het blijft niet bij verbeelden, ze creëert ook: truien breien, kleding naaien en een klasgenoot krijgt als sinterklaassurprise een manshoog paard waar ze op kan zitten.

Boukje groeit op in een warm en degelijk gezin, met boven haar broer Bas en onder haar de zusjes Carolijn en Imke. Haar vader, Fons Gabreëls, werkt als hoogleraar kinderneuro­logie aan de Radboud UMC in Nijmegen en moeder Anneke Gabreëls-Festen als arts-­onderzoeker in de neurologie in ditzelfde ­ziekenhuis.

Boukje als kind.Beeld Privécollectie
Boukje Bügel-Gabreëls in 2017Beeld Privécollectie

Op de lagere school had ze beter een klas kunnen overslaan: uit verveling is ze lastig hanteerbaar. Haar geklier zet zich voort op het gymnasium, zodat ze de laatste twee jaar wordt geschorst bij de bètavakken. Zonder een les te volgen, haalt ze voor haar examen natuurkunde een tien. De rebelse tiener is met andere zaken bezig: op zoek naar grenzen en avontuur lift ze met een knapzak naar Antwerpen. Niemand weet waar ze is. Autonoom en onbevreesd betreedt ze de wereld.

Een studie kiezen vindt ze lastig. Ze wil graag arts worden, maar met twee ouders en een broer in de geneeskunde kiest ze een ander pad. Haar verkering Marnix Bügel, met wie ze op haar zestiende voor het eerst zoent op een hockeyfeest, suggereert natuurkunde: de moeilijkste bètastudie. Ook hier verschijnt Boukje amper op college tot een studieadviseur zegt: “Misschien is deze studie te hoog gegrepen?” Als haar het vuur aan de schenen wordt gelegd, gaat Boukje als een speer. Colleges volgt ze niet; ze vraagt de aantekeningen aan studiegenoten en als die daar tabak van hebben, verleidt ze hen met zelfgebakken appeltaarten. Ze doorloopt glansrijk de studie technische natuurkunde en geniet van het studentenleven bij Vindicat.

De ov-fiets, een succes

Ze weet niet direct wat ze wil met haar carrière: ze loopt stage bij Shell, doet een afstudeeronderzoek in Kenia en een management traineeship, waar haar talenten worden herkend door toenmalig KPN-topman Wim Dik, die haar aanneemt. Dertien jaar werkt ze als commercieel en operationeel manager en directeur bij KPN. Omdat ze verlangt naar een bedrijf met meer maatschappelijke betrokkenheid stapt ze over naar de Nederlandse Spoorwegen, waar ze commercieel directeur wordt van NS Reizigers en later van NS Stations.

Hier kan ze haar verbeeldingskracht en analytisch vermogen meer ruimte geven: zij zet het concept van deur-tot-deurreizen stevig op de kaart. De ov-fiets en gratis fietsenstallingen worden onder haar begeleiding een succes. Boukjes kracht is ideeën tot in de finesses visualiseren en volharden tot het gewenste eindproduct. Ze heeft er lol in als mensen – en dat zijn in haar verhalen vaak mannen – haar kamer binnenkomen om uit te leggen dat een project echt te complex is. Zoals het hoofdpijndossier: ov-chipkaart. Dan zegt ze: “Kom zitten, neem een kopje koffie en vertel me eens over die complexiteit”. Voor haar is kwantummechanica ingewikkeld; in het bedrijfsleven kent ze geen zaken met een dergelijke complexiteit.

Boukje Bügel-Gabreëls bij de opening van een NS-fietsenstalling.Beeld Privécollectie

Als topvrouw is ze charmant, doortastend en nooit ‘one of the guys’. Het doet haar plezier andere vrouwen in hun loopbaan te helpen. Hierin is ze geïnspireerd door historische vrouwen als Madame Curie, die als vrouw haar Nobelprijs niet in ontvangst mocht nemen en architecte Alma Siedhoff-Buscher, die als vrouw in eerste instantie geen toegang kreeg tot de befaamde Bauhaus Academie. Zelf inspireert zij vrouwelijke medewerkers en haar eigen dochters. Hoe vaak ze niet zegt: “Zorg dat je stevig studeert en nooit financieel afhankelijk wordt van een man.”

Een kinderfeestje in Zijderoute-stijl

Haar topfuncties eisen wel het nodige van haar. Zeker als ze na Milou en Lieke een zoon krijgt met meervoudige handicaps. Wanneer dat tijdens de zwangerschap al helder wordt, piekert zij er niet over die af te breken. Tenslotte is ze zelf opgegroeid met Imke, haar zus met een verstandelijke beperking. Daniëls verzorging vraagt veel van haar, toch wil ze zich niet achter haar kind verschuilen. Ze blijft werken en regelt met haar man dat alles top geregeld wordt. Daniël blijft thuis wonen en gaat gewoon mee op vakantie. Met wintersport huren ze een speciale slee op ski’s zodat hun zoon mee de berg af kan.

Boukje houdt niet van een perfect leventje; dat maakt je maar kwetsbaar, vindt ze. Alle tegenslagen maken de relatie tussen Marnix en Boukje veerkrachtiger. Tijd is haar grootste vijand, ze komt altijd en overal te laat en wenst dat ze meer uren in de dag heeft. Ze werkt veelal tot diep in de nacht door: niet alleen aan werkklussen, ook aan gezinsprojecten. Voor haar achtjarige dochter organiseert ze een kinderfeestje in Zijderoute-stijl, compleet met kostuums en zelfgemaakte routeboekjes. Ze geeft de kinderen altijd het gevoel dat zij op nummer één komen.

Boukje Bügel-Gabreëls met haar man Marnix, dochters Milou en Lieke en zoon Daniël.Beeld Privécollectie

Haar gedrevenheid gaat ten koste van haar rijke sociale leven en leidt ook tot discussies met haar man. Bijvoorbeeld als ze in vakanties eindeloos aan de lijn hangt met politici – zeker in de tijd dat ze verantwoordelijk is voor de ov-chipkaart. Maar eenmaal in de bergen kan ze alles loslaten. Dat is haar andere grote liefde: haar hele leven beklimt ze imposante bergen. Die uitdaging, spanning en de onbekende obstakels symboliseren haar leven, waarin ze ook geregeld de top haalt. Even overweegt ze de politiek in te gaan, maar al snel ontdekt ze hoe weinig doeltreffend en oprecht politici zijn.

De Freedom Tower

Op haar 45ste gooit ze toch het roer om: ze wil architect worden. Het irriteert haar dat ze prachtige architectuurprojecten bij de NS uit handen moet geven. Ze realiseert zich dat ze veel mogelijk heeft gemaakt, maar nooit zelf heeft gemaakt. Ze wil graag ruimten, gebouwen en objecten creëren. Ideeën genoeg. Met enige bluf en bravoure wordt ze toegelaten aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Er gaat een wereld aan schoonheid voor haar open. De eerste tijd is zwaar: met digitaal tekenen en ontwerpen is zij niet bekend. Verder vindt ze het pittig om stevige kritiek te ontvangen en komt ze soms vertwijfeld en in tranen thuis. Maar ze zet door en haar ontwerp de ‘Freedom Tower’ wordt genomineerd voor het vrijheidsgebouw op de Kop van Java in Amsterdam. Als trainee werkt ze bij de gerenommeerde Architecten Cie. Als ze in mei 2019 bezig is met het ontwerp van een houten wolkenkrabber in New York kampt ze met aanhoudende hoofdpijn. Het blijkt een hersentumor. In één klap ziet ze al haar toekomstdromen in rook opgaan.

De Freedom Tower.

Boukje, altijd vechtend met de tijd, wil in haar laatste levensjaar leven met de tijd. Meebewegen met de natuur. Ze maakt er een gedicht over. Eén klein stukje hieruit:

‘Ik heb geen haast
De zon blijkbaar wel
Ik sta stil
Neem alles op
Intenser dan ooit
Verstilt de pracht om mijn heen’

Boukje laat zich niet uit het veld slaan en ontwerpt voor revalidatiecentrum Reade een zorgconcept waarin heling vooropstaat. Ze mobiliseert familie, collega’s en vriendinnen om dit ontwerp na haar overlijden te verwezenlijken. Ze wil nog iets tastbaars nalaten en de zorgomgeving menselijker maken. Ze blijft positief en zonnig; haar geliefden kruipen graag naast haar. Ze zorgt ervoor dat de sfeer in hun gezin niet te zwaar wordt. Over haar sterven zegt Boukje: “Ik laat me achterovervallen in een eindeloze zee van liefde.”

Ir. Boukje Anna Elselien Bügel-Gabreëls werd geboren op 3 november 1969 in Nijmegen en overleed op 9 mei 2020 in Amsterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden