FotoalbumThea Kater-van Leeuwen

Twintig jaar ruzie werd gelukkig bijgelegd: ‘Bij het sterven van mijn zus Gep hield ik haar hand vast’

null Beeld

Thea Kater-van Leeuwen (84) en haar inmiddels overleden zus Gep (Gerda) kregen een conflict dat hun relatie twintig jaar overschaduwde. Pas aan het einde van Geps leven legden ze het bij.

“We hadden vroeger thuis een sterk ­gevoel van saamhorigheid. Mijn moeder was de spil van het gezin, ze stond positief in het leven en zorgde voor harmonie als Gep en ik kibbelden. We waren heel verschillend: zij was extravert, ik meer introvert. Omdat ze drie jaar ouder was, kon en wist ze alles beter. Ik keek tegen haar op, zij was mijn voorbeeld. Mijn zusje is elf jaar en staat rechts, de fotograaf heeft mij op een kistje gezet omdat onze cockerspaniël Robbie, waar ik dol op was, niet op een stoel kon zitten.

We poseren hier ter gelegenheid van oma’s verjaardag, kort na de oorlog. Veel kleren hadden we niet, Gep draagt een vermaakt bloesje dat van een tante was geweest; van een tafelkleedje werd een rokje gemaakt. Deze foto is genomen op een keerpunt in onze jeugd: na de verschrikkingen van de oorlog kwam het leven weer op gang. Gep begon aan de meisjes-hbs, ik ging terug naar de lagere school waar ik in de oorlog een tijd niet naartoe was geweest.

In de jaren daarna genoten we van alle nieuwe dingen, zoals de veranderende mode. Mijn moeder naaide petticoats en ik weet nog Geps eerste nylons, dat was een gebeurtenis. We gingen samen naar de bioscoop en zagen Singin’ in the Rain en Doris Day. Thuis schoven we het kleed opzij, dansten we en verbeeldden we ons dat we net zo mooi waren als de sterren op het doek.

We hadden een heel goede verstandhouding, maar later raakte die vertroebeld door een conflict om het koetshuis op Heidestein, een landgoed tussen Driebergen en Zeist. In 1908 was daar een welgestelde familie met twee dochters komen wonen. Mijn grootvader werd hun koetsier en kreeg de bovenwoning van het koetshuis. Boven de wieg van mijn vader (geboren in 1907) zei de toen veertienjarige jongste dochter: ‘Hij wordt later mijn chauffeur’. Zo is het ook gegaan. Zij trouwde met een arts in Utrecht en betrok het ouderlijk huis. Mijn vader werd op zijn negentiende hun chauffeur.

Dat landhuis was voor ons een eldorado

Hoewel wij met onze ouders in Utrecht woonden, liggen de meeste voetstappen in mijn jeugd op Heidestein. Het was een eldorado waar we de zomers doorbrachten. Tijdens de Hongerwinter, toen het leven in de stad steeds moeilijker werd, mochten we de orangerie als ­onderkomen gebruiken. Omdat de ruimte veel te groot was om warm te stoken werd er voor ons een houten vakantiehuisje in gezet. Het paste precies.

In 1951 konden mijn ouders, zoals hun ooit was beloofd, op Heidestein gaan wonen, in het gedeelte van het koetshuis waar de koetsen stonden. Gep en ik zijn er later met onze gezinnen vaak geweest. Mijn vader heeft zijn vijf kleinzoons op het terrein leren chaufferen in zijn oude kever. Op een gegeven moment kon ik met mijn gezin de bovenverdieping van het huis huren, mijn ouders woonden beneden. Misschien is toen Geps jaloezie begonnen. Niettemin waren het gouden jaren, waarin we hier met z’n allen fijne feesten en jubilea hebben gevierd.

Toen mijn man en ik de kans hadden het hele huis te kopen, zei mijn moeder: ‘Dat zal Gep niet zo leuk vinden’. Toch hebben we doorgezet. Gep en ik trokken ook in die periode als een team op toen onze ouders verzorging nodig hadden, samen konden we hen thuis houden tot hun overlijden. Daarna besloten mijn man en ik het huis verticaal te verdelen. Gep en haar man wilden de halve woning graag kopen en wij boden het zo voordelig mogelijk aan, alleen stelde mijn man als voorwaarde dat de grond van ons bleef. Zij konden er uiteraard gebruik van maken.

Gep vertelde dat ze er letterlijk ziek van zijn geweest

We hebben twee jaar onderhandeld. Dat is misgelopen. Wij en zij hebben fouten gemaakt. Omdat de gesprekken zo moeizaam verliepen, kregen mijn man en ik het steeds benauwder bij het idee dat ze naast ons zouden komen wonen. Uiteindelijk hebben we de woning verkocht aan onze zoon. Gep vertelde dat ze er letterlijk ziek van zijn geweest. Ze hadden op ons aanbod in kunnen gaan, dan was alles anders gelopen.

Ons conflict heeft twintig jaar geduurd, een akelige periode waarin we elkaar wel zagen, maar de warmte weg was. Pas toen ik mijn jeugdherinneringen begon te schrijven en ze aan haar mailde, kwamen we langzaam weer in gesprek. In het hospice zette zij de eerste stap en konden we elkaar volkomen vergeven. Bij haar sterven hield ik haar hand vast, ik voelde alleen maar liefde en vrede. Het was verdrietig dat we het al die tijd niet beter hebben gekund en ik besef hoe erg het voor haar moet zijn geweest. Maar het heeft zo moeten zijn, ik accepteer het lot. De schaduwen zijn weggewist.”

Wilt u ook worden geïnterviewd naar aanleiding van een bijzondere foto? Mail naar: fotoalbum@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden