Interview20 jaar homohuwelijk

Twintig jaar homohuwelijk: ‘Het heeft veel voordelen om niet hetero te zijn’

Van links naar rechts: Jessica van Geel, Kirsten van Teijn, Pete Wu en Robbert Blokland.  Beeld Patrick Post
Van links naar rechts: Jessica van Geel, Kirsten van Teijn, Pete Wu en Robbert Blokland.Beeld Patrick Post

Jessica van Geel en Robbert Blokland, allebei gelukkig gay getrouwd, schreven ter ere van twintig jaar homohuwelijk het boek: Als je maar gelukkig bent. Het is vooral een vrolijk boek, hoewel het ook duidelijk maakt dat het geluk voor homo’s in een heterowereld nog altijd niet vanzelfsprekend is.

Als je maar gelukkig bent, het klinkt zo welwillend. Toch zit er ook iets dwingends in de typische opmerking die iedere gay of queer persoon weleens te horen heeft gekregen, stellen Jessica van Geel (47) en Robbert Blokland (45). Ter ere van de twintigste verjaardag van het homohuwelijk schreef het journalistenduo een boek met de beladen zinsnede als titel. Van Geel: “In de zin ‘Als je maar gelukkig bent’ zit eigenlijk alles waar we het in ons boek over wilden hebben. Het betekent: je mag best homo zijn, maar liever niet zoenen op straat. Er zijn nog steeds voorwaarden aan homoacceptatie verbonden. Tegelijkertijd merkten we dat gays best gelukkig zijn áls ze eenmaal uit de kast zijn. En dat andere levensbeslissingen daarna makkelijker worden omdat ze de coming-out al hebben gehad.”

Het idee voor een boek ontstond op de Londense pride. Blokland: “We hadden nét iets te veel lauwe biertjes op en zeiden tegen elkaar: hoe lang bestaat dat homohuwelijk eigenlijk al? En moeten we daar niet iets mee, een boek bijvoorbeeld?” Van Geel: “Vrij snel waren we het eens dat we de hele regenboogfamilie in al haar diversiteit wilden laten zien. Het moest over mensen gaan.” Blokland: “Jessica zei meteen: het moet geen COC-boek worden.”

Om dat te voorkomen, kozen de twee schrijvers ervoor om de roze gemeenschap zelf maar aan het woord te laten; ze interviewden drieëntwintig gays over de liefde, het huwelijk en relaties. Vandaag zitten naast de auteurs ook twee van hen ook aan tafel; schrijver Pete Wu (35) en cabaretier Kirsten van Teijn (32) zijn aangeschoven om te praten over hoe het inmiddels is gesteld met de niet-heteroseksuele liefde.

Van ‘Nederland Gidsland is weinig meer over’

Want van de ooit zo idealistische slogan ‘Nederland Gidsland’ is weinig meer over, hebben Blokland en Van Geel moeten constateren. Blokland: “We hebben een vrolijk boek geschreven, echt waar. Maar als je hetero bent, ligt er toch een soort mal voor je klaar, het voorbeeld van je ouders: samenwonen, trouwen, kinderen krijgen. Als je homo bent, ben je anders, moet je je weg zelf vinden. Dat is niet altijd eenvoudig.”

En dan is er ook altijd nog een buitenwereld waarmee je als gay moet dealen. Van Geel: “Ik merkte toch dat ik gaandeweg wat activistischer ben geworden.” Ze legt uit: “Toen twintig jaar geleden het homohuwelijk werd ingevoerd, had iedereen zoiets van: oké, de homo-emancipatie is klaar. Sommigen zeiden zelfs dat het COC wel zou kunnen worden opgedoekt. De rechten voor homo’s en hetero’s zijn immers gelijk. Maar twintig jaar later is het nog steeds ingewikkeld om uit de kast te komen. Het is echt maar een klein deel van de ouders dat zegt: oh, je bent gay? Nou, prima, laten we dan nu een biertje op je drinken.”

Schrijver Pete Wu ondervond dat aan den lijve, vertelt hij. Zijn coming-out beleefde hij via zijn telefoon. “Mijn ouders zijn geëmigreerd uit China. Daar is het normaal dat ouders hun kinderen helpen bij het vinden van een huwelijkspartner.” Het kwam geregeld voor dat Wu’s moeder foto’s van jonge vrouwen doorstuurde. “Kreeg ik een foto van twee zussen, met als tekst: welke wil je?” Op een zonnige dag op een terras hakte hij de knoop door. “Ik was een beetje dronken en appte haar terug: ik vind jongens leuker.”

Aan de andere kant van de lijn bleef het angstvallig stil. “Pas later kreeg ik een berichtje van mijn zus, dat onze moeder huilend in bed lag.” Wu denkt dat de culturele achtergrond van zijn ouders hun reactie bepaalde. “Mijn ouders hebben geen idee wat het betekent om homo te zijn. Ze hebben nog allerlei ouderwetse vooroordelen die rechtstreeks uit de jaren tachtig komen, ze waren bijvoorbeeld bang dat ik aids zou krijgen, of dat mijn geaardheid zelf een soort ziekte was. Door hun migratieachtergrond zitten ze vast in de tijd.”

Opgegroeid in Hetero-Heiloo

Ook voor Kirsten van Teijn was ‘uit de kast komen’ niet gemakkelijk, zij het om andere redenen. “Ik ben opgegroeid in Hetero-Heiloo, zoals ik het noem, een Noord-Hollands dorp waar er vooral van je verwacht wordt dat je niet te gek doet. Ik ging wel naar de toneelschool in Amsterdam, maar verder voldeed ik aan die verwachting: ik kreeg een vriend, kocht een huis en ging samenwonen.” Totdat er ineens een vrouw verscheen waar Van Teijn als een blok voor viel. “Alsof de bliksem insloeg.”

Letterlijk ziek van de liefde werd ze, maar ze bleef haar gevoelens strikt geheim houden. “Zat ik opeens bij de dokter met een maagzweer. Mijn vriend had eerder door dan ik wat er aan de hand was. Ik was gewoon knetterverliefd. Maar dat kón niet. Ik leefde toch gewoon een lekker hetero­leven?”

Haar vriend vond meteen dat ze de verliefdheid moest onderzoeken; er zijn immers al genoeg mensen die hun liefde voor iemand van hetzelfde geslacht verborgen moeten houden. Inmiddels heeft Van Teijn al bijna vijf jaar twee relaties: met haar vriend én haar vriendin. Die hebben overigens onderling niets met elkaar. “We liggen niet met z’n drieën in bed.”

Wat betekent dat voor je identiteit, als je een vriend én een vriendin hebt? Van Teijn, wijzend naar Blokland: “Als jij het hier aan tafel hebt over ‘wij homo’s’, dan raak ik daar nog steeds van in de war. Het duurt even voordat ik denk: oh ja, daar hoor ik ook bij.” Een echte coming-out was er voor haar niet. “Ik ging niet naar mijn ouders om het ze te vertellen, zo van: tadá, hier ben ik. Want ik ben er zelf nog helemaal niet over uit, mag het ook fluïde zijn?”

‘Jij bent dus polyamoreuze praktiserende biseksueel’

Er kwam wel een voorstelling over haar zoektocht, (S)EXPERIMENT. “Ik heb de hele tijd het gevoel, nog steeds, dat ik in een spagaat zit tussen al die werelden. Op een gegeven moment zei mijn regisseur: alles wat onder de tafel ligt, moet óp de tafel.” Wrijvend over haar hartstreek: “Alles is een zacht ei hier, ik vind al die hokjes maar eng. Iemand zei laatst: jij bent dus polyamoreuze praktiserende biseksueel. Dan denk ik: sorry? Zoals ik het ook in mijn voorstelling zeg over de Pride: de Les-boot, de homo-boot, de bi-boot, waarom moet dat allemaal? Mag het niet gewoon een Kirsten-bootje zijn?”

Pete Wu knikt nadenkend. “Ik zeg ook bijna nooit dat ik homo ben. Eerder: ik vind jongens leuk, of, ik val op mannen.” Blokland: “Toen ik uit de kast kwam was je homo of lesbienne, en dat was het dan. Een open term als queer bestond nog niet.” Van Teijn: “Jonge mensen staan er echt anders in. Als ik vertel dat ik een vriend en vriendin heb, zijn ze opgetogen: wauw, het hokje mag nog wat meer opgerekt, de hersenpan mag nog een stukje verder open.” Wu: “Je wilt ook graag een hokje dat groot genoeg is zodat je er ook in past. Vergelijk het met Nederlander zijn. Ik voel me heel erg Nederlands, dus ik wil heel graag dat er bij het woord Nederlander óók aan mensen zoals ik wordt gedacht.”

Hoewel er steeds meer plek lijkt te zijn voor nieuwe schakeringen in de regenboog, is er tegelijkertijd nog steeds werk aan de winkel, hebben Blokland en Van Geel tijdens het schrijven van hun boek gemerkt. Van Geel: “We hebben geen man gesproken die nog nooit te maken had gehad met een vorm van homohaat.” Blokland: “Een tijd geleden is er met veel tamtam een wet aangenomen waarmee anti-homogeweld strenger bestraft zou worden. Maar in de praktijk is het hartstikke moeilijk om aan te tonen dat geweld gericht is op iemand omdat ‘ie gay is. Want wanneer is ‘hé flikker’ vriendschappelijk bedoeld, en wanneer als belediging?” Hij haalt zijn schouders op. “Het is onwijs verdrietig, maar soms lijkt het erop dat we accepteren dat het risico van een betonschaar in je smoel er nou eenmaal bij hoort als je homo bent.”

Ook in de gay community zweeft niet iedereen op een roze wolk van openheid en tolerantie. Wu: “Toen ik voor het eerst op de gay datingapp Grindr keek, zag ik teksten als: no Asians, no fats, no Blacks. Daar schrok ik wel van.” Toch is hij mild over de mannen die dat soort voorkeuren op hun profiel zetten. “Zij zijn ook opgegroeid met een bepaald schoonheidsideaal.” In hoeverre individuen schuldig zijn aan dat soort ideeën, is dus maar de vraag, zegt hij. “Don’t hate the player, hate the game.”

Grote diversiteit op Netflix

Ook Kirsten van Teijn denkt dat binnen de regenboogfamilie sommige leden nog in het verdomhoekje staan. “Biseksueel zijn is echt ingewikkeld. Voor sommige lesbische vrouwen ben je dan echt ‘nep’.”

Wu heeft ook zijn eigen beeld van Aziatische mensen aan een kritische blik onderworpen, zegt hij. “Voor mijn boek De bananengeneratie heb ik met heel veel Aziatische mensen gesproken over de vooroordelen die er tegen hen zijn. Nu merk ik ook dat ik mijn eigen stereotype van Aziatische mannen aan het ontmantelen ben.” Wat had hij voor beeld van Aziaten? “Dat ze geen Nederlands spraken, expat waren of alleen maar gek waren op anime.” Dat is nu bijgesteld. “Ik swipe ze nu ook naar rechts op Tinder.”

Dat er meer verschillende soorten personen worden gepresenteerd als aantrekkelijk, door bijvoorbeeld de grote diversiteit op Netflix, helpt, stelt Wu. “Vroeger, toen ik opgroeide, was er maar één type man dat de rol van knappe held speelde, die waren allemaal blond en gespierd. Tegenwoordig heb je ook Aziatische acteurs in die rollen.”

Jessica van Geel: “Dat is precies het belang van representatie, van meer verschillende rolmodellen. You can’t be it, if you can’t see it.”

Robbert Blokland, optimistisch: “We vinden wel een manier om om te gaan met de problemen die we tegenkomen. Om de wereld wat mooier te maken, om te laten zien: we gaan niet meer weg.” Het biedt ook kansen om ‘anders’ te zijn, stelt hij. “De mensen die we voor ons boek hebben gesproken, zijn vrijwel allemaal sneller gaan nadenken over het leven, of over wat ze nou echt wilden doen. Het heeft veel voordelen om niet hetero te zijn.”

Robbert Blokland en Jessica van Geel, Als je maar gelukkig bent, Nijgh & van Ditmar, 320 pagina’s, 20,99 euro.

Lees ook:

20 jaar homohuwelijk. ‘Het homo-zijn was een roeping’

Lang dacht essayist Stephan Sanders dat ‘de homo’ bedoeld is als buitenstaander, als rebel. Niet geschikt als belastingaccountant, en al helemaal niet voor het huwelijk. Tot hij zelf de man ontmoette met wie hij wilde trouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden