Klein VerslagWim Boevink

Tot 1 juni is de binnenwereld onze wereld

De werkkamer meet drieënhalf bij tweeënhalf en ­bevindt zich op de eerste verdieping. Langs een van de lange wanden staan boekenkasten en een kast voor kleding. ­Tegen de andere, lege wand staat een stalen bureau. Op de vloer ligt eiken.

Er is een raam dat uitzicht biedt op de tuin; een lange strook met gras, een paar struiken en een pruimenboom die nu in bloei komt. Voor het raam hangt geen gordijn, maar een Amerikaanse vlag van dunne mousseline. Hij dekt alleen de bovenhelft van het raam af.

De ruimte wordt verder gevuld door een twintigtal boekendozen die nog niet zijn uitgepakt, een grote lampenkap en een vrouwentorso van riet uit een kringloopwinkel.

Het bureau heeft twee ladeblokken; het één gevuld met papieren, stiften, verweesde afstandsbedieningen van verdwenen apparaten, landkaarten en foto’s. Het andere blok – voor hangmappen – zit op slot. Het sleuteltje is een jaar geleden zoekgeraakt.

De enige afbeelding in de kamer is een ingelijste foto op het bureau: het is een portret dat de fotografe Marie-­Cécile Thijs maakte van mijn oudste dochter toen ze zestien was.

De kamer is een binnenwereld. Zo’n binnenwereld die een grote wereld wordt. Hij is de toegemeten ruimte, de ruimte om in te werken. De buitenwereld zijn de kamers daaromheen; slaapkamers, badkamer, woonkamer met open keuken. De tuin.

Het huis is niet groot, in vierkante meters, maar is nog heel wat. Velen moeten het met minder doen. Een appartement. Een flat. Misschien een balkon. Ten minste tot 1 juni is dit de wereld. Dus het is tijd voor een inventarisatie. Een beschrijving. Voor mij althans.

Hoe kleiner de buitenwereld, hoe ruimer de binnenwereld.

Details raken uitvergroot, voorwerpen, spullen, dingen. Herinneringen. Verbeeldingen. Waar de binnenwereld een geesteswereld wordt. Waar het bestaande het niet-bestaande raakt.

Voor mensen die deze kroniek wat langer volgen: er is in mijn geval nog een tweede – fysieke – binnenwereld. Dat is die zolderverdieping in een lieflijk stadje, met een heel ander uitzicht. Een uitzicht op daken, op kroonlijsten, op pannen. Op een paar gevels en ramen, waarachter mensen leven. En duiven in een zwerm.

Ook hier voorwerpen, spullen, dingen. Een deel van de boeken is hiernaartoe overgebracht. Boeken die materiaal zijn voor projecten in de toekomst. In een beschouwelijke omgeving, buiten de Randstad.

Het is gedacht als een wat groter werkgebied , als er meer tijd vrijkomt. Maar gebiedsuitbreiding is nu dictatoriaal en exclusief opgeëist door corona; de rest krijgt krimp opgelegd.

Details.

Er zullen voorwerpen door mijn handen gaan, boeken en papieren. Ze zullen de resterende weken, niet veel langer nog dan een maand, de grondslag vormen voor de Kleine Verslagen, in een geslonken wereld. Ik wil er ook ­ingaan op lezersbrieven die niet eerder antwoord kregen.

De muren staren ons aan.

De open samenleving bestaat nog, maar vooral in ons hoofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden