Emmy Verhey: ‘Op het podium moet je waarmaken dat je er bent. Op elk gebied.’

InterviewEmmy Verhey

Topvioliste Emmy Verhey: Met mijn viool deed ik een deel van mezelf weg

Emmy Verhey: ‘Op het podium moet je waarmaken dat je er bent. Op elk gebied.’Beeld Martijn Gijsbertsen

De blessures, het gezwoeg met loodzware deuren om het podium op te komen: op een gegeven moment was topvioliste Emmy Verhey het zat. Deel vier in een interviewserie van Cisca Dresselhuys (1943) met generatiegenoten die in het middelpunt van de belangstelling stonden, maar het nu kalmer aan doen.

Ze dacht lang na over stoppen, eigenlijk al vanaf haar veertigste. Ze werkte immers al vanaf haar twaalfde, dus mag het dan? Maar ja, wat is het goede moment? Elke keer kwamen er toch weer mooie aanbiedingen op haar pad, dus de tijd verstreek. Op haar 65ste was het toch echt zo ver: in een muziekblad kondigde ze aan over een jaar, in 2015, haar laatste concert te geven. Dat nieuws werd opgepikt door de NRC en toen werd het overal bekend: violiste Emmy Verhey gaat stoppen.

Al op je 66ste stoppen, musici gaan vaak veel langer door.

“Doorslaggevend voor mijn besluit was het gevoel dat ik nog zoveel andere dingen wilde doen in m’n leven. Als je vanaf je twaalfde hebt opgetreden, is veel nooit aan bod gekomen. Neem zoiets gewoons als het vieren van je verjaardag of die van je kinderen en kleinkinderen. Bijna nooit was ik er op de dag zelf. Dat wil je toch weleens meemaken.

“Doordat ik zo vroeg begon met werken, heb ik nooit een middelbare school afgemaakt. Achteraf een foute beslissing van m’n ouders, waarvan ik veel spijt heb gehad. Ik ging naar het conservatorium, maar daar leer je geen talen, wiskunde en geschiedenis. Al die kennis heb ik me later eigen gemaakt.

“Dat ik stopte, was ook omdat het spelen fysiek moeilijker werd. Ik moest steeds meer moeite doen om mijn niveau te halen. Je wilt stoppen voordat het publiek hoort dat het minder wordt.

“Dan nog al die pijn en blessures die ik gehad heb. Een vioolarm, pijn in m’n rug, zere handen. Ik zal nooit vergeten hoe ik een keer in Luik dacht: hoe kom ik in hemelsnaam het podium op? Dat lukte, maar daar moest ik een hele tijd staand spelen. Toen dat eindelijk achter de rug was, moest ik nog buigen voor het applaus. Niet te ver voorover, want dan kwam ik niet meer terug. Achteraf gezien allemaal hilarisch, maar op dat moment vreselijk.”

Hoe komt het dat zoiets dan toch lukt? Adrenaline?

“Ik weet het niet. Misschien adrenaline of doorzettingskracht en plichtsbesef? Fijn is het zeker niet om met pijn te moeten spelen. In de laatste fase van mijn muzikantenbestaan kwam ik wel eens in een schouwburg. Alleen, niemand om me een beetje te helpen. Met pijn in m’n arm en rug moest ik het toneel op, viool en strijkstok in mijn linkerhand. Met m’n rechterhand moest ik loodzware deuren openduwen. Dan denk je: waar ben ik in godsnaam mee bezig. Dit is toch gewoon idioot? Op die manier wordt de lol van het muziek maken ernstig beperkt.”

Emmy Verhey: ‘Op het podium moet je waarmaken dat je er bent. Op elk gebied.’Beeld Martijn Gijsbertsen

Wie is Emmy Verhey?

Emmy Verhey (Amsterdam, 1949) kreeg op haar zevende haar eerste vioolles van haar vader. Op haar achtste werd ze door de Hongaars-Nederlandse vioolpedagoog Oskar Back aangenomen als leerling. Op haar twaalfde maakte zij haar officiële debuut met het Frysk Orkest in Leeuwarden, met de ‘Havanaise’ van Saint-Saëns. Als gevolg van het winnen van het Oskar Back Concours, toen ze achttien was, mocht ze een jaar lang les nemen bij de Russische violist David Oistrach. Ze heeft op alle belangrijke concertpodia over de wereld gestaan. Ook was zij concertmeester van het Utrechts Symfonie Orkest. Ze maakte meer dan 55 grammofoonplaten en cd’s. Ze is weduwe, heeft twee dochters en vier kleinkinderen en woont met haar poes Sientje en hond Louis in Zaltbommel.

Ooit zei je dat een reden om te stoppen ook was dat je jezelf te oud vond, minder aantrekkelijk om naar te kijken. Dat zei je toen je veertig was. Zoiets hebben we Bernard Haitink nooit horen zeggen.

“Dat klopt, maar ik vind het uiterlijk wel degelijk belangrijk voor een optredend artiest. Mensen zien op een podium graag iemand die er een beetje appetijtelijk uitziet. Het oog wil ook wat. Het publiek komt natuurlijk om te luisteren, maar ze hebben hun ogen niet in hun zak.

“Ik ben daar altijd heel secuur in geweest, niet alleen voor mezelf, ook voor m’n leerlingen: hoe zie je eruit op het podium? Je kunt niet komen aansjokken op blokhakken. Je moet waarmaken dat je er bent. Op elk gebied. Ik droeg altijd mooie jurken. Meestal van ontwerper Frank Govers. Soms kwamen die uit z’n collectie, soms maakte hij ze speciaal voor mij. Bijna altijd moest hij aan de mouwen prutsen. Een violist heeft extra ruimte in de armsgaten nodig om te kunnen spelen.

“Een mens wordt ouder en minder aantrekkelijk. Dat is de harde realiteit als je naar je foto’s kijkt. Dat lijkt me voor filmsterren helemaal vreselijk. Behalve als je Catherine Deneuve of Isabelle Huppert heet. Zij hebben een eeuwig soort schoonheid.”

Is het afscheid prettig verlopen?

“Ja, heel fijn. Een hoop mensen zorgden ervoor dat het een leuke gebeurtenis werd. Er is een boek over me geschreven, onder redactie van mijn goede vriend Hein Spanjaard. Ook is er een documentaire gemaakt en ik heb een serie afscheidsconcerten gegeven. Het laatste optreden was op Curaçao. Dat vond ik echt fantastisch, want aan dat land heb ik heel goede herinneringen. Onder ander door een fantastische vakantie daar.

“Muzikaal is het er ook heerlijk, het publiek vindt alle muziek mooi. Je hoeft er geen concessies te doen, zoals in Nederland. Hier zeuren ze nogal eens over iets wat ze te modern vinden. Dan gaat het om werk van Messiaen of Prokofjev.”

En toen zat je dus thuis, in Zaltbommel, alleen met je hond en poes.

“Heerlijk. De vrijheid die ik sindsdien voel als ik ’s ochtends wakker word, is nog steeds bijzonder. Geen agenda en horloge die mijn dag bepalen.

“Als ik tijdens een ochtendwandeling een vriendin tegenkom die vraagt: ‘Zullen we gaan koffiedrinken?’ kan ik gewoon ja zeggen, zonder zenuwachtig op m’n horloge te kijken. Dat blijft me verbazen. Ik kan een half uurtje met de hond wandelen, maar ook uren wegblijven. Geen dwingende afspraken.

“Toen ik net stopte , heb ik nog een tijdje dagelijks viool gespeeld. Ik was van plan de Bach-sonates op te nemen, maar dat ging me niet gemakkelijk af. Op een ochtend belde Youp van ’t Hek, een vriend van me. Hij vroeg hoe het ging. Toen ik klaagde dat het niet soepel liep, zei hij: ‘Dan hou je er toch mee op’. En dat heb ik gedaan.

“Vanaf dat moment heb ik de viool niet meer aangeraakt. Want met dat instrument is het zo: één dag niet spelen en je merkt het. Twee dagen niet spelen en het klinkt niet meer. Na een week niet spelen, is het een complete ramp.”

Mis je je werk?

“Het optreden niet. Wél het over muziek praten, het ontdekken van nieuwe stukken en het samen repeteren. Maar goed, nu heb ik dus tijd voor mijn andere interesses, zoals de Franse taal. Die beter beheersen is heel handig omdat ik een huis in Frankrijk heb. Daar woon ik zo’n twee maanden per jaar.

“Wandelen, mooie boeken lezen, naar musea gaan, het nieuws bijhouden. Vooral dat laatste doe ik redelijk fanatiek. Ik ben een fan van Radio 1, die heb ik de hele dag aan staan. ’s Avonds kijk ik naar het nieuws op TV5 Monde, vanwege de Franse taal. En ik heb mijn jaarlijkse muziekfestival in september, in Zaltbommel. Volgend jaar voor het laatst. Dan heb ik het vijftien jaar georganiseerd. Iemand anders neemt het van me over.

“En een van de belangrijkste dingen waarvoor ik nu alle tijd heb: mijn kinderen en kleinkinderen. Gelukkig wonen die allemaal in Zaltbommel. Wat ik ook heel systematisch ben gaan doen, is opruimen.”

Vertel.

“Nadat het Bach-project van de baan was, ben ik gaan opruimen en in die fase zit ik nog steeds. Ik woon in een oud huis met veel ruimte. Onder andere twee zolders. Daar hoopte zich in de loop van de tijd een enorme hoeveelheid spullen op. Niet alleen van mij, maar ook van mijn kinderen. Het was vaak: mam, mag dat even bij jou op de zolder staan? Ja hoor, kind, ga je gang.

“Al die spullen vormden een ballast in mijn hoofd. Het benauwde me enorm. Er moest opgeruimd worden, maar dat kon ik niet. Ik vertelde het aan een vriendin. Die bleek een dochter te hebben die opruimcoach is. Op 3 januari 2018 stond ze voor mijn deur en sindsdien is er heel veel veranderd. Mijn twee zolders zijn bijna leeg en heel keurig. Daar ga ik nu met plezier steeds even kijken. Alle paperassen zijn gearchiveerd of weggegooid. Veel meubels, kleren en boeken zijn naar de kringloop.

“Ook mijn muziekkamer hebben we onder handen genomen. Inmiddels zijn we beneden aangeland, waar we bezig zijn met het ordenen van al mijn foto’s. Ik heb voor mijn dochters al een album gemaakt. Nu gaan we datzelfde doen voor de kleinkinderen. Het fijne met Saskia, mijn opruimcoach, is dat ze het met geduld, liefde, intelligentie en humor aanpakt. Ze geeft me de ruimte om allerlei verhalen te vertellen, want aan heel veel dingen zit natuurlijk een geschiedenis vast. Ik ben haar eeuwig dankbaar. Ik kan mijn kinderen later toch niet opschepen met dat opruimwerk. Wij van onze generatie hebben sowieso veel te veel spullen.”

Is ouder worden moeilijk?

“Nee, meestal niet. Ik tel m’n zegeningen. Zo ben ik nog gezond, ondanks m’n pijntjes hier en daar. Ik slaap beter dan vroeger, lig veel minder te tobben ‘s nachts. Boven de vijftig krijg je meer grip op het leven. Je weet dat dingen komen en gaan. Ook probeer ik wat nare eigenschappen van mezelf kwijt te raken. Ik was altijd erg eigenwijs, nu staat met koeienletters in m’n brein geschreven: ‘Niet eigenwijs zijn, eerst luisteren, dan pas eventueel een mening geven’.

“Moeilijk is natuurlijk dat vrienden om mij heen ernstig ziek worden en sterven. Mijn eigen man is al op z’n veertigste overleden. Ik was toen 32 en we hadden net een dochter. Daarna heb ik nog wel relaties gehad, maar die waren allemaal niet blijvend. Dus woon ik nu al weer negentien jaar alleen in dit huis. Zeer naar m’n zin overigens, want ik kan het goed met mezelf vinden.

“Om terug te komen op het verlies van vrienden: ik heb er geen moeite mee om tot het eind bij hen te blijven. Graag zelfs. Maar dan moeten ze dat wel toelaten. Er zijn mensen die zich aan het levenseind afsluiten. Dat merk je en dat is jammer. Daar moet je je dan toch bij neerleggen. Onthechten is sowieso een opdracht voor ouderen, ook van dingen of landen die je nooit meer zult zien. Zo weet ik bijna zeker dat ik nooit meer naar Curaçao zal gaan. Jammer, maar het is niet anders.”

Nog even over je viool. Heb je die nog?

“Nee, die heb ik in 2017 verkocht. Heel bewust. Nog voor m’n algehele opruim-actie. Hij lag hier maar werkloos te liggen. Dat mag niet met een viool, die moet bespeeld worden. Hij wordt er slechter van als dat niet gebeurt. Je hebt mensen die hem aan de muur hangen. Dat kan toch niet. Daar hang je een schilderij, geen instrument.

“Ik heb de firma die mijn viool jarenlang in onderhoud had gevraagd of ze een goede koper wilden zoeken. Niet zomaar iemand, maar iemand die hem echt verdiende. En die is gevonden: een Zwitserse violist. Mijn viool verkopen was absoluut iets heel anders dan een stoel of een bank. In dit geval deed ik iets van mezelf weg, op die viool liet ik horen wie ik ben. Ik heb nu alleen nog de opnames, waarop ik hem bespeel. Het is wel mijn bedoeling hem nog eens in het echt te horen. Daarvoor moet ik dus naar Zwitserland. Een mooie aanleiding voor een reis daarheen.”

Wie is Cisca Dresselhuys?

Cisca Dresselhuys (Leeuwarden, 1943) werkte van haar 18de tot haar 38ste als journalist bij Trouw. Daarna was ze, tot haar ­pensioen in 2008, hoofdredacteur van ‘Opzij’, waarin zij onder meer de interviewserie ‘Langs de Feministische Meetlat’ verzorgde. Ze schreef een aantal boeken, waaronder ‘Drukker dan ooit’, over doorwerken na je 65ste. Nu schrijft ze interviews voor Nouveau en columns voor opinieblad ­Argus, dat gemaakt wordt door gepensioneerde journalisten.

Lees ook:

‘Vroeger wilde ik snel resultaat, nu wil ik juist de diepte in’

In de eerste aflevering van deze serie interviewde Ciska Dresselhuys Hans Galjaard. Als hoogleraar genetica was hij niet uit de media weg te slaan. Die bekendheid mist hij niet.‘Ik wil niks overdoen, ik ben gewoon 75 en dat is goed’

‘Ik wil niks overdoen, ik ben gewoon 75 en dat is goed’

Karla Peijs komt als voorzitter van het dorpshuis nu duizenden euro tekort, als minister waren dat miljarden – maar verder lijkt het erg op elkaar. Deel twee van de interviewserie van Cisca Dresselhuys.

Ik ben heel wat minder leuk zonder camera in de buurt

Ouder worden, hoe doe je dat? Martin Gaus heeft meer behoefte aan rust, maar zegt nooit nee als hij gebeld wordt door radio of tv. Deel drie van een interviewserie van Cisca Dresselhuys (1943) met generatiegenoten die in het middelpunt van de belangstelling stonden, maar het nu kalmer aan doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden