null

EssayMoederschap

Toen ze moeder werd, vroeg Daan Borrel (31) zich plots af: kan ik mezelf nog wel feminist noemen?

Wat als je moeder wilt zijn én feminist? Schrijver Daan Borrel (31) zoekt uit hoe haar ‘feministisch moederschap’ eruit zou kunnen zien. ‘Je stelt jezelf de verkeerde vraag.’

Daan Borrel

“Ik ging in mijn vrije tijd toch maar stofzuigen”, biechtte mijn moeder op, vorig jaar kerst. We lagen samen in haar warme logeerbed of, technisch gezien, lagen we met z’n drieën. Als ze op zaterdagmiddag na alle voetbal-tennis-ballet-activiteiten eindelijk een paar uurtjes voor zichzelf had, vertelde ze, wist ze niet meer wát ze dan voor zichzelf moest doen. En grote kans dat als ze iets voor zichzelf ging doen, wij, mijn twee broertjes en ik, binnen no time voor haar neus zouden staan. Dus ging ze maar stofzuigen. Huilend.

Ze had ook niet verwacht, zei ze, dat ik een kind zou krijgen.

Ik vind mijn moeder een zeer geëmancipeerde vrouw. Ze kreeg drie kinderen, is altijd financieel onafhankelijk geweest en omdat mijn vader vrijwel elke ochtend om zes uur naar zijn werk vertrok om de files voor te zijn, bracht zij ons naar school én stond ze zelf al het eerste uur voor de klas. Ze hielp kinderen die het slechter ­hadden dan wij en richtte een succesvolle onderneming op. Mijn moeder zeurde nooit. En noemde zich geen ­feminist.

Ik noem mezelf dat sinds een paar jaar wel. Ik kan veel ongelijkheden tussen man en vrouw opsommen die maken dat ik dat doe, maar hier is vooral belangrijk dat het feminisme mij bevestiging, bevrediging en intimiteit leerde kennen via niet-traditionele paden.

Kon ik nu nog wel kinderen krijgen?

Traditioneel vinden vrouwen vervulling in een romantische relatie en in het moederschap. Ik leerde dat het ook zat in mijn werk, vriendschappen en zelfbeminning, of in met anderen opkomen tegen onrecht. Maar sinds ik me een paar jaar geleden feminist ging noemen, zat ik in mijn buik met die ene vraag: kon ik nu nog wel kinderen krijgen?

Mijn verlangen naar het moederschap verdween nooit. Dus toen ik zwanger bleek, was ik dolgelukkig én doodsbang. De aanstaande vader en ik woonden apart; mijn vrienden waren even grote liefdes; ik begon mijn dagen met in stilte te schrijven… Zou ik straks vooral moeder zijn, in plaats van schrijver, geliefde, vriend, seksueel wezen, deelnemer aan het publieke leven? Zou ik nog wel alleen kunnen zijn om te denken? Zou ik als ‘moedertje’ werk verliezen? Zou ik nog wel tijd en oog hebben voor het onrecht in de buitenwereld, voor verdiepende vriendschappen, of zou ik als een zwabberende hormoonbonk vanzelfsprekend alle zorgtaken op me nemen omdat het nu eenmaal het patroon is?

Nu we een gezond kindje van acht maanden hebben, voel ik me completer dan ooit. En bovendien zijn al mijn angsten uitgekomen. Met de dag wordt de vraag dringender hoe ik mij niet verlies in stofzuigen. Kan ik een feministische moeder zijn, een die naast het zorgen ook de dingen doet die mij tot mij maken?

null Beeld

Een lastige vraag, want het feminisme heeft niet zoveel op met het moederschap. Überfeminist Simone de Beauvoir (1908-1986) zette de toon: vrouwen konden er maar beter niet aan beginnen, vond ze, want moeders kunnen niet als individu bestaan. Een kind, schreef ze in De tweede sekse (1949), het werk dat aanzet gaf tot de tweede feministische golf, is slechts voor onzelfzuchtige vrouwen weggelegd.

Inderdaad, in de jaren zeventig en tachtig zijn we het moederschap vergeten, verklaarde Nederlands feministisch boegbeeld Anja Meulenbelt onlangs in Het Parool. ‘We hebben te veel omhoog gekeken.’ Daarmee bedoelde ze dat het in de tweede golf draaide om carrière maken en het dichten van de kloof tussen mannen en vrouwen. Niet om het (alleenstaand) moederschap, of klasse of ras.

Het gaat nauwelijks over moederschap

Ook in de huidige golf gaat het nauwelijks over ­moederschap in boeken, films, podcasts en Instagram-accounts die de ongelijkheid tussen man en vrouw aankaarten. Minder dan 3 procent van alle wetenschappelijke artikelen en boeken over gendertheorie gaat over het moederschap, blijkt uit onderzoek uit 2016 van de Canadese hoogleraar Andrea O’Reilly. Ik moet mijn ­antwoorden dus vinden bij andere moeders die streven naar gelijkheid.

Wie is Daan Borrel?

Schrijver en journalist Daan Borrel (1990) studeerde literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schrijft onder meer over het vrouwelijk lichaam, intimiteit en seksualiteit. Van haar hand ­verscheen Soms is liefde dit (2018) en Jaar van het nieuwe verhaal (2020). Met Milou Deelen schreef ze Krabben, van vrouw tot vrouw (2020).

Jannet Vaessen (51) – oprichter en directeur van ­Women Inc. en ouder van twee kinderen – vertelt me ­direct waarom volgens haar het feminisme niets met het moederschap heeft. “Het traditionele vrouwbeeld waartegen feministen zich zo verzetten is doordrenkt van de moederschapsmythe.” Die mythe wil dat het de lots-­bestemming van vrouwen is om kinderen te krijgen en dat ze, eenmaal moeder, vooral verantwoordelijk zijn voor het geluk van hun kinderen. Precies mijn schrikbeeld. ­Vaessen: “Daarom ontwikkelden feministen andere beelden en routes van vrouw-zijn en gaven ze geen nieuwe invulling aan het moederschap”.

Inclusief ouderschap

Dat heeft consequenties: 10 procent van de Nederlandse huishoudens verdeelt zorg en werk gelijk, terwijl 50 procent dat zou willen doen. Vrouwen verliezen na de komst van hun eerste kind gemiddeld de helft van hun inkomen en daarmee hun economische zelfstandigheid.

Maar Vaessen helpt me ook meteen uit de droom. “Als ik jou was, zou ik niet zoeken naar hoe je een feministische moeder wordt”, zegt ze als ze naast me komt zitten op een terras. “Want zo vind je je antwoord nooit. Kijk naar hoe je als ouders samen de zorg verdeelt.” Vaessen noemt dit inclusief ouderschap, geen feminisme. Mannen, zegt ze, hebben immers evenveel baat bij die eerlijke verdeling van zorg en werk.

Al wordt dat best een klus, zegt Vaessen, omdat we leven met stereotypes die stammen uit de industriële ­revolutie: de man is actief, werkt en is krachtig; de vrouw is passief, zorgt en is aantrekkelijk. “Die stereo-­typen waren nodig zodat mannen hard werkten in de ­fabriek en vrouwen voor hen zorgden en zich bleven ­reproduceren.”

null Beeld

Volgens Women Inc. moeten niet de vrouwen veranderen, maar het systeem. De vrouwenbelangenorganisatie lobbyde bijvoorbeeld voor uitbreiding van het partnerverlof van twee betaalde dagen naar vijf weken. Dat is gelukt.

Toch, vindt Vaessen, is er ook voor opvoeders een taak weggelegd. Voor inclusief ouderschap is het noodzakelijk dat beide partners echt ouder zijn. En ze moeten zich realiseren dat ze te maken krijgen met stereo-­typen in de buitenwereld. Zo kreeg haar man vroeger op het schoolplein geen aansluiting bij de wachtende moeders. En ook hun kind krijgt buitenshuis te maken met die man/vrouw-hokjes.

Je kunt het ook traditioneel aanpakken

Voor de praktische uitvoering van inclusief ouderschap zijn meerdere opties, zegt Vaessen. “Je kunt ­kiezen voor het estafettemodel, waarin ouders om en om hard werken, of voor het 50/50-systeem, waarin ze zorg en werk gelijk verdelen. Je kunt het ook traditioneel aanpakken: man werkt, vrouw blijft thuis, of juist omgekeerd. Het wordt nooit gedoe-loos. En je krijgt ­kritiek. Geef je partner daarom credits, of die nou voor de kinderen of voor het geld zorgt. Je moet het samen doen.” En dat betekent wederzijdse afhankelijkheid. Oef.

Ik moet denken aan de dag dat mijn kindje drie weken oud was. Ik realiseerde me plots heel helder de stand van zaken: dit wezen was compleet afhankelijk van mij. En ik van haar. Ik kon de deur uitgaan, maar zij zou nooit meer weggaan. Een bevalling verandert de opvatting die een vrouw van het bestaan heeft totaal, aldus schrijfster Rachel Cusk in In het land van moeders (A life’s work. On becoming a Mother, 2001). Kinderen leven in haar bewustzijn: ‘Als ze bij hen is, is ze niet zichzelf; als ze niet bij hen is, is ze niet zichzelf, en dus is het even moeilijk om je kinderen achter te laten als het is om bij ze te blijven’.

Net zo goed was ik ineens compleet afhankelijk van mijn partner. Ik had andere vaders wel horen zeggen dat ze het eerste jaar vrijwel onnodig waren, maar ik heb dat geen seconde zo ervaren. Vanaf moment één, al vanaf de zwangerschap, was hij noodzakelijk, terwijl we autonomie zo hoog in het vaandel hadden staan in onze relatie. We maakten een bijzondere wending: om allebei vrij te zijn, onze eigen dingen te kunnen blijven ondernemen, moesten we verbonden zijn. Dat is bijzonder én verstikkend. Intimiteit wordt vooral tot dit gezin beperkt. Het feminisme maakte mijn wereld groter, een kind maakte het kleiner. En dat gaat niet eens zozeer om het moederschap, maar om hoe we in de middenklasse het leven (benauwd) indelen: als je een kind krijgt, doe je dit samen met je partner. Of alleen.

Alle druk bij individuele moeders

“Richt een gemeenschap op”, tipt Dalilla Hermans (34), schrijfster, columnist, illustrator en (feministisch) moeder van drie kinderen. “Ik vind het erg onfeministisch dat we alle druk bij individuele moeders leggen. Historisch gezien is het niet de gewoonte om je kinderen alleen of met z’n tweeën op te voeden.” Creëer een gemeenschap met mensen van wie je weet dat ze van je kind(eren) houden. Bied aan om op hun kind(eren) te passen, zodat je die van jou ook gerust bij hen kunt achterlaten. “En ontdoe je van schuldgevoel, want je kind krijgt er een rijker netwerk van.”

Ik voel me gesteund door Hermans’ advies. In theorie had ik dit al tijdens mijn zwangerschap bedacht, maar merkte in de praktijk dat ik over dat schuldgevoel heen moe(s)t. Schuld naar mijn kind, maar ook naar de oppassers. Dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ‘ons’ kind, zit er stevig in. Alleen als je ervoor betaalt, kun je die verantwoordelijkheid overdragen. Hermans zegt dat het op de basisschool makkelijker wordt om een gemeenschap te creëren: daar kom je mensen tegen met kinderen van dezelfde leeftijd.

Ik vraag Hermans of zij als feminist veel doet voor andere moeders, want ik realiseer me heel goed dat ik tot de meest geprivilegieerde groep moeders behoor. Ik heb een geëmancipeerde partner die graag voor ons kind zorgt, ik heb uitdagend en betaald werk, een netwerk van familie en vrienden, ik kan mijn kind twee dagen per week naar een goede opvang brengen en mijn partner en ik hebben ieder een eigen huis waardoor we soms alleen (door)slapen. (Wanneer ik dit opschrijf, voelt het alsof ik eigenlijk geen echte moeder ben, omdat ik afstand kan nemen.) Ja, ik ben veel vrijheden verloren, maar het ouderschap laat me ook inzien, nee diep voelen, dat ik zo krankzinnig veel vrijheid had en héb. Hoe doen alleenstaande ouders dit in vredesnaam, vragen wij ons constant af.

null Beeld

Hermans: “Inderdaad, veel moeders worden vergeten”. Zelf wilde ze onderzoek doen naar hoe vrouwen van kleur veel vaker te maken krijgen met complicaties tijdens hun zwangerschap, maar ze liep vast, omdat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar is. “In de praktijk is het vaak makkelijker om een vriendin te helpen als je merkt dat het niet zo lekker loopt thuis.”

De adviezen van Hermans en Vaessen verlossen me een paar dagen van mijn vragen. Als ik uitzoek hoe ik moeder kan zijn samen met de vader en een gemeenschap, bedenk ik opgetogen, hoef ik niet te vechten met het stereotype van een moeder.

Dan begint het toch weer te knagen. Is er echt geen verschil tussen een moeder en een vader? Ik lijk na zes maanden nog veel verwarder dan hij. Reageer gestresster op gehuil. Krijg minder werk af.

“Als je zoekt naar inclusief ouderschap, hoef je niet te doen alsof er geen verschil bestaat tussen voor het eerst vader of moeder worden. Dat is niet hetzelfde en dat is oké”, zegt dichter, kunstenaar en ecofeminist Maartje Smits (35). Ze heeft het vooral over die eerste periode: mijn lichaam is zwanger geweest, ik ben bevallen, ik gaf borstvoeding. “Dat kleurt je emotionele ervaring van die eerste stappen in het ouderschap en op praktische zaken, zoals taakverdeling en rolpatronen.” Wellicht zijn die in het eerste jaar wat klassieker, maar dat hoeft niet zo te blijven, zegt ze.

Dat brengt kalmte: we hoeven de verschillen niet te negeren. En: het eerste jaar is niet bepalend.

Ruimte maken

Het doet me goed te horen dat Smits zorgen veel leuker vindt dan ze van tevoren had verwacht. Dat met haar handen bezig zijn, in plaats van met haar hoofd. Dat klinkt herkenbaar. Ouder worden voelt voor mij heel letterlijk als training in ruimte maken voor de ander. In mijn tijd, mijn lichaam, in mijn werk, relatie, huis, portemonnee, in mijn vriendschappen, hoofd en zorgen. Zonder het ouderschap te willen romantiseren, bevrijdt het als je pijltjes meer naar buiten toe zijn gericht. Ik kan niet avonden doorwerken aan een artikel en verrassend genoeg komen antwoorden vaak tijdens het fles geven. En haar goede gezondheid relativeert mijn kledingkeuze-, Instagram- en egostress.

Ouder-zijn, zegt Smits, dwingt haar om professioneler en zakelijker te werken. Helemaal niet zo slecht dus (al leek het wel of opdrachtgevers dachten dat ze ongeveer anderhalf jaar zwanger was.) Het is dus ook een kwestie van positief bekijken, dat ouderschap, en ambiguïteiten moet ik vooral zien en toelaten. Voor een kind zorgen is saai en fascinerend, het kind bevrijdt me en sluit me op, ik ben een ander en nog steeds precies mezelf, ik voel me vrouwelijker en genderneutraler dan ooit, het ouderschap is slecht voor mijn werk en activisme, en het beste dat het ooit overkomen is.

Smits: “Ik heb nooit nagedacht of ik me een feministische moeder moet noemen. Ik ben gewend om mezelf te presenteren op het gebied van werk. Niet als moeder.”

Dat doet me denken aan mijn moeder. Toen zij mij kreeg moest ze haar moederschap verbergen, stoer doen, niet zeuren, zo min mogelijk laten merken dat ze moeder (vrouw) was. Dat hoeft niet meer. Sterker nog, schreef Sarah Sluimer (drie kinderen) in haar column voor De Correspondent, er is bijna geen moeder die haar moederschap niet meeneemt in de presentatie van haar identiteit. Dat niet doen is nu eerder het taboe.

Luisteren, lezen en kijken:

- Brainwashtalk ‘De Moederschapsmythe’ van Mirthe Frese

- Fatma Genç in de feministische podcast Damn, honey. Te vinden via uw podcastapp.

- Ditwerktwel.nl, een campagne gericht op het ontlasten van stress voor ouders.

Maar hoé we ons moederschap presenteren, vind ik wel vrij eenzijdig. Hoe vaak wijkt die identiteit werkelijk af van de norm? Ik zie maar weinig echt alternatief moederschap. Mag/wil ik langer dan twee nachten wegblijven van mijn kind? En mag ik het egoloze zorgen tegelijkertijd ook heerlijk vinden?

In het Nederland van nu nemen moeders die identiteit altijd mee, maar ik zie slechts twee presentaties: of die van zorgende moeder, of die van vrouw die geld verdient. Ik wil weten hoe álle vrouwen dat kunnen combineren zonder overspannen te raken. De ruimte in zwangerschaps- en ouderlectuur voor wat er met een vrouw gebeurt als ze een kind krijgt is gegroeid, ruimte die eerder voornamelijk naar het welzijn van het kind ging.

Ik wil toch die goede vrouw zijn

Maar de problemen en oplossingen blijven heel individueel, waardoor de verantwoordelijkheid bij de vrouw wordt neergelegd. Yoga lost het probleem niet op van een alleenstaande moeder die de huur niet kan betalen.

Ook ik grijp steeds vaker de stofzuiger. Vroeger boeide een vieze vloer me weinig, nu zie ik het ineens. Ik wil toch die goede vrouw zijn. Het (ver)zorgen, het niet met mijzelf bezig zijn, voelt als meest comfortabele optie: het heeft snel effect en geeft (de illusie van) controle. Die in de rest van het ouderschap ontbreekt.

Blijft de vraag hoe we álle ouders zich verbonden laten voelen in een gemeenschap, zodat iedereen een gevoel van vrijheid én het genot van zorgen kan ervaren? Daar zou ik andere (feministische) ouders wel eens wat vaker over willen horen.

Lees ook:

Vrouwelijke kunstenaars hoorden geen kinderen te hebben, nu rukt de mother artist op

Een leven ten dienste van de kunst én het moederschap leek tot voor kort nauwelijks mogelijk. Maar juist de afgelopen jaren laten vrouwelijke kunstenaars het thema zien in hun werk én vragen ze aandacht voor hun achtergestelde positie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden