Naschrift Jantina (Tini) Meulenbeld-Michel

Tini Meulenbeld (1924-2019) hield haar heldenmoed voor zich

Tini in 1945 met haar toenmalige verloofde (later haar man) Henk Meulenbeld. Beeld Familie Tini Meulenbeld

Jantina (Tini) Meulenbeld-Michel (1924-2019)‘Deze doos kan misschien wel weg’, zei Tini Meulenbeld jaren na de oorlog. Haar zoon opende de doos en vond tientallen bewijzen van Tini’s geheime werk als koerierster voor het verzet.

Een open en lachend gezicht omlijst door krullend haar. In de fietstas van de 17-jarige Tini zitten voedselbonnen, pakken geld, dagblad Trouw en soms onderin revolvers bestemd voor adressen van het verzet. Met deze verboden waar fietst ze tijdens de Tweede Wereldoorlog heel Overijssel door. Van Almelo naar Zwolle is een heel normale afstand. Het tienermeisje kent de provincie zo langzamerhand als haar broekzak, vooral ook de binnenweggetjes die ze neemt om de controles van Duitsers te ontlopen. De vele koeriersters die de provincie doorkruisen, spreken niet met elkaar over wat ze doen, wel delen ze de adressen waar je terecht kunt voor eten en onderdak.

Weet Tini dat ze voortdurend gevaar loopt? Bang lijkt ze in ieder geval niet. Later zal ze zeggen: “Dat deed je gewoon”.

Tini is de vierde van zeven kinderen. Haar vader is hoofd van de gereformeerde lagere school in Wierden. Het is een gezin waar veel wordt gezongen en gemusiceerd. Psalmen en gezangen, maar ook Hollandse klassiekers als ‘Waar de blanke top der duinen’. Wanneer Tini tien jaar oud is overlijdt haar vader. Haar moeder staat er alleen voor, thuis is het geen vetpot. Na enige tijd krijgt haar moeder een nieuwe man. Tini’s stiefvader is een opvliegende man die niet goed ligt bij de kinderen.

Koerierster

Als meisje volgt ze voor en aan het begin van de oorlog de handelsavondschool in Almelo. Tini haalt goede cijfers. Daarnaast werkt ze als jongste bediende op een kantoor waar ze bonnen van de melkrijders incasseert, inplakt en controleert. Al snel wordt zij door haar oudere broer gerekruteerd als koerierster. Haar moeder accepteert het werk, maar staat wel angsten uit om twee van haar kinderen bij het verzet en een derde in een Duits werkkamp.

In Almelo zit een actieve verzetsgroep. Ook Tini’s verkering, Henk Meulenbeld, zit er bij. Later zal hij bekend worden als een van de ‘bankrovers’ van de befaamde bankoverval in Almelo in 1944 waarbij 46 miljoen gulden wordt buitgemaakt uit het bankgebouw dat in Duitse handen is. Henk overleeft de overval, maar zes betrokkenen komen later om in concentratiekampen.

Niets vergeet Tini uit die jaren, al zal ze er niet veel over spreken. Vele jaren later, als ze al in de tachtig is, zet ze een doos op tafel met op de zijkant Duijvis Noten. “Misschien kan dit ook wel weg”, zegt ze tegen haar jongste zoon. Hij weet haar typerende indirecte manier van praten te vertalen naar: kijk hier eens naar.

De hand van koningin Wilhelmina

Haar zoon opent de doos. Er komen persoonsbewijzen uit de oorlog tevoorschijn, sommigen vervalst, voedselbonnen, rouwkaarten van vrienden die gefusilleerd zijn, een armband van de Binnenlandse Strijdkrachten­­ en een uitnodiging aan Tini om in Enschede de hand te schudden van koningin Wilhelmina die na de bevrijding de provincies afreist om mensen uit het verzet te bedanken.

In augustus 1946 fietst de voormalige koerierster in haar pakje van parachutestof van Almelo naar Enschede en krijgt een hand van de koningin. Na de bevrijding is de oorlog voor Tini en andere leden van het verzet nog niet afgelopen. Het land ligt in puin en mensen die voor de Duitsers werkten, lopen ongestraft rond. Tini gaat aan het werk bij de Politieke Opsporingsdienst, een organisatie die ‘foute Nederlanders’ opspoort, en voert daar administratieve taken uit.

Tini Meulenbeld in 1946 aan het werk bij de Politieke Opsporingsdienst. Beeld Familie Tini Meulenbeld

In deze periode woont ze nog bij haar moeder en stiefvader. In hun woning vindt ze tijdens het schoonmaken onder de loper van de trap een groot bedrag aan bankbiljetten. Hoe het daar komt is onbekend, maar haar stiefvader wordt zo boos dat hij haar voorgoed de deur wijst. Daar gaat Tini. Zelfstandig was ze al, mede door het vroege overlijden van haar vader. En sinds de oorlog weet ze niet beter dan haar eigen weg te vinden. Ze gaat wonen bij de ouders van Henk, die inmiddels haar verloofde is.

Vijf jaar na de oorlog trouwt het stel. Ondanks Tini’s goede cijfers, gehaalde diploma’s en ambities wordt zij als echtgenote in die tijd niet geacht om buitenshuis aan het werk te gaan. In de jaren die volgen krijgt het echtpaar zes kinderen, die Tini voornamelijk alleen opvoedt. Het gezin woont in Zwolle waar Henk werkt in boekhandel Jakma, een winkel die in de oorlog een belangrijk contactadres was voor het verzet. Jakma zelf is kort voor de bevrijding gefusilleerd, zijn vrouw overleefde Westerbork en zette na de oorlog de boekhandel voort, samen met Henk.

Sterke huwelijksband

De oorlog blijft een belangrijke rol spelen in het leven van Tini en Henk. Hun eigen kinderen willen ze niet lastigvallen met deze periode, maar op lagere scholen vertellen ze wel het verzetsverhaal, ‘opdat we niet zullen vergeten’. Jaarlijks rijdt het echtpaar op 4 mei naar Markelo voor de Provinciale Dodenherdenking waar ze ook vrienden uit het Twentse verzet ontmoeten. De kinderen weten niet waar hun ouders naartoe gaan, ze krijgen alleen te horen: “Hang om half zeven de vlag halfstok”. Het gedeelde oorlogsverleden is onderdeel van hun sterke huwelijksband.

Beiden zijn opgegroeid met het protestantse geloof. Op dit punt gaan hun wegen echter uit elkaar. Waar voor Henk het geloof steeds minder belangrijk wordt, blijft het voor Tini een rotsvaste zekerheid. Wanneer een zoon op zijn twaalfde vraagt waarom hij eigenlijk naar de kerk moet heeft Tini daar geen antwoord op. Voor haar is dat volkomen vanzelfsprekend. Dat vier van de zes kinderen niet meer geloven, vindt ze wel moeilijk, al spreekt ze dat niet direct uit.

Als ouders zijn Henk en Tini altijd uiterst zorgzaam voor hun kinderen, het ontbreekt hen aan niets: muziekles, padvinderij, goede kleding, studeren, nog een keer wisselen van studie, het kan allemaal. Maar in het delen van gevoelens en ervaringen en het uiten van persoonlijke affectie zijn ze minder bedreven. Tini­­ kan als moeder soms wat indirect formuleren. “We bellen wel”, zegt ze dan, wat betekent dat zoon of dochter moet bellen.

Een recente foto van Tini Meulenbeld-Michel Beeld Familie Tini Meulenbeld

Andere malen is ze juist weer heel direct. Zoals de keer dat haar oudste zoon, dan al een zestiger, meegaat om schoenen voor haar te kopen. In de winkel bekijkt ze hem nog eens goed en zegt: “Toch niet zo fijn die korte broek”, waarop haar zoon maar een ommetje gaat maken.

Zelf ziet ze er altijd piekfijn uit, met een liefde voor kleurrijke jurken. Wanneer ze uitgaat, bezoekt ze vooraf de kapper en doet ze een broche op.

Met enige regelmaat wordt Henk door de jaren heen nog geïnterviewd over de beroemde Almelose bankoverval tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar over Tini’s werk als koerierster wordt niet gerept. Niet dat ze daarover klaagt, want hoewel Tini een sterke mening heeft, is ze graag op de achtergrond.

Het plotselinge overlijden van Henk aan een hartaanval in 2004 is voor haar een grote slag. Het duurt even voor ze opkrabbelt, maar na enige tijd vindt ze nieuwe zin. Ze is actiever dan ooit. Ze koopt een e-bike, gaat naar de Schouwburg en viert met haar drie zussen vakantie. Haar laptop neemt ze mee zodat ze foto’s van kinderen en kleinkinderen kan laten zien.

Graven in het geheugen

Twee jaar geleden zou de Almelose bankroof nagespeeld worden in de Twentse musical ‘Het verzet kraakt’. Ook de rol van echtgenoot en bankrover Henk wordt vertolkt. Voor Tini is de aankomende musical aanleiding om opnieuw in haar geheugen te graven over deze periode.

Ze pakt pen en papier en begint op te schrijven wat ze nog weet. Niet over de rol van Henk, maar over datgene wat zij heeft gedaan tijdens de oorlogsjaren. Dan blijkt hoe fotografisch haar geheugen is. Minutieus noteert ze, in klein handschrift, bijna van minuut tot minuut, naar welke adressen ze welke goederen moest brengen, ze kent nog alle namen van mensen in het verzet, ze schrijft waar controles door de Duitsers waren en hoe ze weer door kon rijden, wie ze moest waarschuwen voor controles. Er liggen vellen vol in haar Zwolse appartement.

Wanneer haar jongste zoon zijn 94-jarige moeder begin dit jaar vertelt dat hij een 4 mei-lezing zal houden met de titel: ‘Mijn vader was een bankovervaller’ is het enige seconden stil. Dan zegt Tini: “En ik was koerierster”.

Jantina (Tini) Meulenbeld-Michel werd geboren op 20 september 1924 in Wierden en overleed op 23 augustus 2019 in Zwolle.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden