null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

InterviewStichting Vluchteling

Tineke Ceelen: ‘Wat elders gebeurt, aan de andere kant van de schutting, heeft ook invloed op ons’

Rick Pullens

Kijken, horen, voelen, proeven, ruiken en intuïtie: onze zintuigen tekenen wie we zijn. Deze week: Tineke Ceelen (58) van Stichting Vluchteling. Ze reist van crisis naar crisis om te zien of hulpgeld goed terechtkomt. Soms met gevaar voor eigen leven.

VOELEN - Ongemak verberg je niet

“Ik stond daar best wel onhandig te zijn, vorige maand, bij die tv-actie van Giro 555 voor Oekraïne. Zo ­voelde het. Op weg naar het podium dacht ik: als ik maar niet van het trapje kukel. Vervolgens stond ik naast Chantal Janzen, Eva Jinek en Jeroen Pauw – ik, Tineke Ceelen, die normaal gesproken pleisters plakt op ellende in Congo of Colombia. En toen moest ik ook nog leuk op die knop drukken, zodat de opbrengst in beeld verscheen. Ik zag dat fantastische bedrag, maar dacht: wat nu? Moet ik nou hoera roepen?

Al bijna twintig jaar ben ik directeur van Stichting Vluchteling, ik weet dat glitter en glamour en doffe ellende in dit werk soms op een vreemde manier bij elkaar komen. Maar het went niet. Dat ongemak was te zien daar bij die knop. Als je mij aan een tafel wat laat vertellen, prima, dan zit ik in m’n eigen vijvertje, maar zo’n tv-uitzending? Ik ben niet van de ‘holadijee, we hebben 106 miljoen’. Ik sta daar vanwege de ellende van al die mensen uit Oekraïne. Voordat die een beetje verlicht is, nou, daar zit nog wel een gaatje tussen.”

KIJKEN - Houd zicht op het individu

“Ik reis het jaar rond, van crisis naar crisis. Dat vind ik belangrijk. Juist als directeur. Ik wil met eigen ogen zien hoe de situatie ter plekke is. Ik was dit jaar al in Afghanistan en bij de grens met Oekraïne. Natuurlijk ben ik niet de enige die reist, mijn collega’s doen dat ook, maar ik bezuinig er niet op. De crises waar veel geld naartoe gaat, bezoek ik in elk geval. Ik wil zeker weten dat de euro die jij geeft goed terechtkomt. Ik voel een zware verantwoordelijkheid.

Het is niet makkelijk om al die ellende te zien, maar ik ben inmiddels wel wat gewend. Ik kan een behoorlijke muur om me heen optrekken. Niet dat het me niet raakt, natuurlijk wel, maar ik houd emotioneel afstand. Wat daarbij helpt, is de vertaalslag naar hulp: hoe kan ik niet alleen deze persoon helpen, maar ook anderen met eenzelfde probleem? Een-op-eenhulp is gewoon niet haalbaar voor al die miljoenen mensen in nood.

Ik geef toe: af en toe piepen er mensen tussendoor. Het lukt me niet altijd om me te omhullen met dat pantser. Het meest ingewikkeld vind ik mensen die echt helemaal alleen zijn. Dat is ondraaglijk. Dan wil ik zelf nog weleens wat gaan doen. Zoals bij Ali, een jonge twintiger uit Afghanistan, die op Samos in een kamp woonde dat ‘de jungle’ heet, tussen de ratten en de slangen, in de smerigheid. Zo alleen als hij was, zag ik ze zelden.”

Wie is Tineke Ceelen?

Tineke Ceelen (Lith, 1963) woont met haar dochter in Noordwijk. Ze studeerde culturele antropologie in Utrecht en werkte voor verschillende hulporganisaties, waaronder Memisa (1993-1997), het Rode Kruis (1997-1999) en Stichting Nederlandse Vrijwilligers (2000-2003). Sinds 2003 is ze directeur bij Stichting Vluchteling.

Ceelen richtte in 2008 samen met tv-maker Aart Zeeman Radio Dabanga op in Soedan. In 2009 verscheen haar boek Hier en daar een crisis. Achter de schermen van de internationale hulpverlening.

“Ik ben heel boos geworden op mijn collega’s, voor wie Ali vrijwilligerswerk deed. Hoe kan het dat ik uit Nederland kom en belangstelling toon voor zo’n jongen, terwijl zij al tijden met hem werken en dat nooit hebben gedaan. What’s wrong with you? Natuurlijk weet ik: je moet afstand bewaren, je kunt je niet verdiepen in ieder probleem. Maar ken op z’n minst het verhaal van de mensen die voor je werken.

We hebben Ali weten te helpen. Hij is naar Lesbos verhuisd en kon tolk worden bij een partnerorganisatie. Van daaruit is het gelukt om hem in een pauselijk relocatie-programma te krijgen naar Rome. Daar zit hij nu, bij de nonnen. Hij staat onder bescherming van de plaatsvervanger van God op aarde, dus dat moet goed­komen, toch? Ik bel hem dagelijks. Nog steeds. Het kan best.

Elk mens dat je het leven redt en een nieuwe kans geeft op een bestaan, is de moeite waard. Daarom moet je nooit het zicht op het individu verliezen. Dat probeer ik aan al mijn mensen mee te geven. Blijf kijken en luisteren. En laat het je raken. Verstop je niet achter een berg papier, regels of weet ik veel wat. Het gaat om ­mensen. Iemand zoals jij en ik.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

HOREN - Vanuit stilte hoor je het best

“Als ik na zo’n reis thuiskom, is daar Agnes, mijn dochter. Zij weet me altijd direct weer met de voeten op aarde te krijgen. Toen ze nog een tiener was, zei ze bijvoorbeeld dingen als: ‘Mam, goed dat je er bent, want ik heb al een week die ene broek nodig, maar die ligt nog steeds vies in de wasmand’. Andere prioriteiten. Je hebt er niets aan om jezelf ook hier uit je slaap te laten houden door al die ellende.

Agnes gaat binnenkort drie maanden stage lopen in het buitenland. Dat gun ik haar, maar ik vind het ook ­ingewikkeld. Want waar kom ik dan nog voor thuis? Ze is 22, dus vaak de hort op, maar het verschil is: nu weet ik dat ze ’s nachts weer thuiskomt. Niets fijners dan dat zo’n meisje na het stappen nog even bij je in bed kruipt. Dat vind ik heerlijk. Ik ga haar missen. Gelukkig woont mijn zus een straat verderop.

Familie en vrienden betekenen veel voor me, maar ik kan ook goed alleen zijn, dat heeft Tibet me geleerd. Daar heb ik gewerkt voor het Rode Kruis – de vader van Agnes woont daar, hij is Tibetaans. Er waren weinig expats. De taal sprak ik niet. Ik kon de telefoon wel oppakken, maar had geen idee wat iemand zei. Ik voelde me best alleen. Vooral in de winter. Sindsdien weet ik wat het is om op jezelf teruggeworpen te zijn.

Stilte en rust heb ik nodig op z’n tijd. Vanuit stilte hoor je het best. Een koeienbel in de Alpen hoor je zo goed, omdat de rest doodstil is. Waar ik ook ben, ik zorg altijd dat ik de ruimte heb om rustig te kunnen overdenken wat ik heb gezien of gehoord. Ik haat herrie, het maakt het denken ingewikkeld.”

INTUÏTIE - Ik vertrouw op mijn gevoel

“Als ik op reis ben, ga ik constant na: is een situatie veilig, wie is betrouwbaar? Ik heb mijn intuïtie hard nodig, ik vertrouw op mijn onderbuikgevoel. Al is het ook een kwestie van kennis. In Somalië liep ik een paar jaar geleden met een heel cordon jongens om me heen, met van die grote geweren. Het kamp dat ik bezocht, was afgezet door gewapende heerschappen. Toch zag ik mensen vreemd smoezen en naar me kijken. Ik wist: ze hebben 20 minuten nodig om een ontvoering voor te bereiden. Dus besloot ik: wegwezen.

Ik ben nooit bang voor reizen, wel beducht. Maar met Somalië had ik grote moeite. Drie keer eerder was ik er, drie keer ging het fout. De eerste keer kwam ik in een gewapende overval terecht. De tweede keer schoten twee mannen hun mitrailleurs leeg in de ruimte waar ik was. De derde keer moest ik een gewonde collega op­halen. Ik zei: ‘Ik ga nooit meer’. Toch deed ik het, want uiteindelijk is er geen enkel land waar enkel kwaad is: de bulk bestaat uit onschuldige mannen, vrouwen en kinderen.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

RUIKEN - De geur van de kerk kleeft aan mij

“Ik ben niet gelovig, daar heb ik te veel ellende voor gezien. Als er een God is, laat hem er dan wat aan doen. Je kunt toch niet zoveel mensen slachtoffer laten worden van dictators en moordenaars? Ik geloof ook niet in de hel, maar ergens mag ik lijden dat-ie er is. En hopelijk beslist Petrus bij de hemelpoort wie er wel of niet in mag. Voor beide plekken heb ik wel wat kandidaten.

Ja, de geur van de katholieke kerk kleeft aan me. Zo ben ik opgevoed. Ik kom uit Maren-Kessel, een keurig dorpje aan de Maas, vlakbij Oss. Ik heb de kerk gepoetst bij pastoor Pirenne, de communie bij hem gedaan en godsdienstles van hem gekregen. Af en toe breng ik hem nog bloemetjes op het kerkhof. Hij was een mooie man.

Help je naasten, kreeg ik vooral van mijn ouders mee. Zij waren altijd in de weer voor anderen. Krulspelden ­inzetten bij tante Sjaan en daarna de steunkousen aandoen bij tante Marie. Mijn vader had groot respect voor de katholieke ordes, de paters en nonnen die naar Afrika reisden om daar te helpen. Dat vond hij machtig mooi. De missieblaadjes die hij kreeg, met verhalen en foto’s, las ik ’s avonds met een zaklamp onder mijn deken.”

PROEVEN - Ik moet op mijn eten letten

“Soms vraag ik me af hoelang ik al dat reizen nog volhoud. Ook vanwege mijn diabetes. Mijn grootste schrik is dat mijn insulinepomp een keer wordt gestolen, omdat mensen denken dat het iets anders is. Er zitten allemaal slangetjes aan, sommige onderdelen moeten elke drie dagen worden vervangen. De sensor op mijn lijf gaat maximaal twee weken mee, maar een reis kan zomaar langer duren, ik neem altijd ruim materiaal mee.

Toen ik begin dit jaar in Afghanistan was, kreeg ik ­corona. In Kandahar. Kan het erger? Ik zat in een smoezelig guesthouse, de ramen en deuren waren met metalen platen bedekt. Alles was gepantserd. Je voelt tot in je botten dat je heel ver van huis bent als het daar fout gaat. In het lokale ziekenhuis hoef ik echt niet aan te komen met mijn insulinepomp en sensor. Mijn reis duurde negen dagen langer, ik had net genoeg materiaal bij me om mee thuis te komen.

Ik was een lastige patiënt, daar in Kandahar. Het eten was niet waar je op hoopt als je flink ziek bent. Het werd drie keer per dag voor mijn deur gezet, hompen vlees en rijst. Ik wilde heel graag wat groente. Als je diabetes én corona hebt, wil je extra letten op wat je eet.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

KIJKEN (2) - Politici, kijk over de schutting

“Als ik in de media ben geweest, zoals recent, krijg ik altijd veel reacties. Ook minder aardige. Veel mensen hebben blijkbaar een ongelooflijke hekel aan mij. Ik ontvang dreigementen en beledigingen, van naïeve dikke trol tot NSB-hoer. Ongelooflijk dat je dat naar een wildvreemde roept. Op Twitter block ik hen direct.

Het debat over vluchtelingen is gepolariseerd, de problematiek wordt ondertussen groter. Wereldwijd zijn ruim 80 miljoen mensen op de vlucht. Toen ik bij de stichting begon, waren er dat er minder dan 30 miljoen.

Wat elders gebeurt, aan de andere kant van de schutting, heeft ook invloed op ons. Schelden naar de buren helpt niet. Meer prikkeldraad ook niet. Ik begrijp best dat je niet heel Afrika hier kunt onderbrengen, maar hier en daar brandjes blussen werkt ook niet. Je moet nadenken over een groter plan, met een mix van medemenselijkheid en realisme. Politici, word wakker, kijk verder dan opiniepeilingen of het Plein in Den Haag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden