Tim Hofman, hier in het Amsterdamse boetiekhotel Hotel Not Hotel: ‘Mijn vriendin is tijdens onze relatie eens met een ander geweest. Ik was er stuk van.’

Tien GebodenTim Hofman

Tim Hofman: ‘Ik wil deugen. Wat is daar mis mee?’

Tim Hofman, hier in het Amsterdamse boetiekhotel Hotel Not Hotel: ‘Mijn vriendin is tijdens onze relatie eens met een ander geweest. Ik was er stuk van.’Beeld Mark Kohn

Tim Hofman (Vlaardingen, 1988) is dichter, documentairemaker en presentator. Dit jaar won hij tijdens het Gouden Televizier-Ring Gala de ster voor beste presentator, de ster voor de beste online video-serie – ‘#BOOS’ – en de Gouden Televizier-Ring voor het BNNVara-programma ‘Over mijn lijk’.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Vroeger was het de bliksem waar we van in paniek raakten; alles wat eng en onverklaarbaar was, werd toegeschreven aan een hogere macht. We komen steeds meer te weten, maar we zullen nooit alles kunnen bevatten. Bestaat God? Geen idee. Over welke God hebben we het dan? Die van de christenen, de moslims, de hindoestanen, de joden? Door al die verschillende definities is de kans dat God bestaat alleen maar kleiner geworden. En hoezo zijn wij, mensen, de kroon op de schepping? Zo bijzonder zijn we echt niet. We lijken eerder op een virus: we hebben een natuurlijke neiging om onszelf en alles om ons heen kapot te maken… oké, dat klinkt wel een beetje te zwaar. Ik zie het bestaan als iets wat intrinsiek heel waardevol is en ik beredeneer alles vanuit een enorme liefde voor het leven, maar toch: ethiek lijkt in de eerste plaats een verzameling ­afspraken. Dat we goed willen doen, heeft vooral met een overlevingsinstinct te maken. En met eigenbelang, ja, dat ook. Het is zoiets als met een boemerang gooien; zo’n ding komt uiteindelijk weer bij jezelf terecht. De vraag is alleen hoeveel hoofden je onderweg – op een positieve manier – hebt kunnen raken.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Waarom zou je jezelf niet mogen verfraaien? Ik heb tattoo’s, ik draag een oorbel en toen ik een beetje van die inhammen begon te krijgen heb ik een paar haarimplantaten genomen. Ik doe ook aan powerliften, maar dat heeft niet zo veel met die buitenkant te maken; ik ben in mijn jeugd een keer door een auto ondersteboven gereden – mijn arm zit nog vol schroeven, ik heb littekens in m’n gezicht – en een paar jaar geleden werd ik tijdens een uitzending van ‘#BOOS’ (YouTube, aflevering 53, 17 augustus 2017, AV) door twee mannen in elkaar geslagen – kaak gebroken, nek uit z’n voegen, hersenen ­kapot – dus voor mij is dit vooral een manier om de controle over mijn lichaam terug te krijgen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Als jij het vervelend vindt dat ik de naam van God ijdel gebruik, zal ik daar niet zomaar mee doorgaan, maar als je met heilige geschriften komt aanzetten waarin is opgeschreven dat het niet zou mogen of zelfs strafbaar zou zijn, tja, dan word ik wel meteen een stuk cynischer. Ik houd me al een tijd bezig met twee artikelen in de Grondwet: artikel 6, over de vrijheid van godsdienst en artikel 23 waarin de bekostiging van het bijzonder onderwijs is geregeld. Vanwege artikel 6 gelden er nu, in de coronatijd, andere regels voor kerken, moskeeën en synagogen dan voor, bijvoorbeeld, sportclubs. Dat is gek. Waarom mogen gelovigen nog wel in een kerk verzamelen en wordt aan voetbalsupporters de toegang tot het stadion ontzegd? Waarom zou de liefde die iemand voor Ajax voelt minder zingevend zijn dan de liefde die een ander voor God kan voelen? Ik zeg niet dat er aan de gewetensvrijheid van kerkgangers getornd moet worden, maar ik denk wel dat het belangrijk is om die regel eens onder de loep te nemen. Hetzelfde geldt voor artikel 23. Nu is het nog zo dat het openbaar onderwijs een leerling móet toelaten – behalve als er echt geen plek is – terwijl een christelijke of islamitische school op basis van zijn overtuiging en identiteit mensen mag weigeren. Ik heb een keer een aflevering voor #BOOS gemaakt waarin de directeur van een christelijke ­basisschool letterlijk zegt: ‘Je mag bij ons wel homo zijn, maar je mag niet homo doen’. Die scholen worden door de overheid betaald. Gesubsidieerd discrimineren, heet dat. Dat moet veranderen. En dat kán ook. Niks is heilig. Zelfs de Grondwet niet.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Tijdens de vorige zomer dacht ik ineens: waar staat dat je voor je 35ste de hele wereld gezien moet hebben? Waarom zou je ál die lezingen geven en niet alleen de lezingen die je echt leuk vindt? Waarom werk je eigenlijk drie weken achter elkaar, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat? Ik ben actief dingen gaan veranderen, heb afspraken ­geschrapt en een andere weekindeling ­gemaakt. Het heeft me ongeveer een jaar gekost, maar ik voel me inmiddels een stuk beter. Kalmer. Meer gefocust ook. Ik doe nu precies wat ik wil doen. De ruis is weg.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn ouders houden de wereld uitstekend bij en als ik iets ter sprake breng waar zij nog niet aan toe zijn zullen ze nooit zeggen: hou eens op met die onzin. Ze nemen alles wat ik zeg bloedserieus. We luisteren naar ­elkaar. Dat vind ik fijn. En in the end zijn we het eigenlijk altijd met elkaar eens.

“Mijn vader en moeder zijn allebei geboren in een arbeidersnest, kinderen van hevig door de oorlog getraumatiseerde mensen. Toen de ouders van mijn moeder na het bombardement op Rotterdam onder de tafel vandaan kwamen gekropen was letterlijk heel de stad verdwenen. Zoiets sijpelt door, het dóet iets met je – dat ben ik de laatste ­jaren steeds duidelijker gaan zien, bijvoorbeeld door de manier waarop ze hun emoties verwerken. Het is een bepaald soort overlevingsdrift die wordt doorgegeven: doorgaan, volhouden. Daar komt ook die Rotterdamse mentaliteit bij: niet lullen, maar poetsen. We kunnen overal over praten, je mag alles zeggen, maar er is toch, op een of andere manier, een sterk gevoel van zelfredzaamheid aan me doorgegeven. Ik kan het wel alleen. Tot ik rond mijn negentiende last kreeg van depressies en begreep dat je niet alles zelf kunt oplossen en dat je juist wél moet lullen. Lullen en poetsen.

“Toen mijn ouders steun nodig hadden – ik ga je niet vertellen waarvoor, dat is hún verhaal – vonden ze die in de kerk. Ik was een jaar of elf, twaalf. Ik werd gedoopt. ‘Moet dat nou?’ ‘Ja, waarom niet?’ ‘Oké dan.’ Het was er sowieso wel prettig, in die kerk. Warm en gezellig. Ik vond die bijbelverhalen ook prachtig, maar ik geloofde er geen bal van. We hadden een progressieve dominee, dominee De Geus, die zei: ‘Joh, als je niet in God gelooft, geloof dan in jezelf. Haal daar de kracht vandaan’. Ik heb drie broers en één zusje. Geen van ons gelooft nog. En mijn ouders? Geen idee. Ik krijg er nooit een duidelijk antwoord op. Mijn moeder zegt dan: ‘Ik ben er wel mee bezig.’ ‘Leg eens uit dan?’ ‘Nee.’ Ook goed. Doe waar je blij van wordt.

“Ik heb, als oudste van de vijf, een enorm verantwoordelijkheidsgevoel voor de dynamiek binnen het gezin. Het is niet nodig, het is me ook niet opgelegd, maar ik voel het wel zo. Met het goede voorbeeld geven, of ervoor zorgen dat mijn ouders trots op me zijn, heb ik nooit zo veel gehad. Ik ben voor mezelf het allerstrengst. Ik heb zo’n grote bek over van alles, maar hoe sta ik dan zelf in het leven? Voor de zomer at ik nog vlees, bijvoorbeeld. En ineens dacht ik: wat ben ik nou aan het doen? Ik zie toch hoe het eraan toegaat in die bio-industrie? Ik weet nu toch wat het effect van vleesconsumptie op het klimaat is? Stop er gewoon mee.

“Ik hou ervan om de maatschappij te ­helpen kneden, om liefde te voelen en te geven, om goed te zijn voor mijn naasten. Niet omdat het in een of ander heilig boek staat, maar omdat ik het zélf heb besloten of in ieder geval dénk het zelf besloten te hebben.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Niet dat ik echt plannen heb gemaakt, maar ik heb tijdens mijn depressieve periodes weleens gedacht: als dit zo doorgaat, maak ik er een einde aan. Dat ik nu bezig ben met een documentaire over jongeren met een doodswens heeft daarmee te maken, maar eigenlijk geldt dat voor alles wat ik maak: er ligt altijd een relatie of een fascinatie aan ten grondslag. Jonge mensen die fysiek lijden – of psychisch, dat is nog ingewikkelder – mogen door een arts niet altijd geholpen worden om vredig te kunnen sterven. Wat moet je dan doen? Hoe zit het met de vrijheid, met het zelfbeschikkingsrecht? Ik ben, sinds ik ‘Over mijn lijk’ maak, veel meer gaan nadenken over de dood. Ik heb gezien dat er vaak een geweldig zuiveringsproces optreedt; in het licht van de dood komen alleen de belangrijke dingen bovendrijven. Alles komt op scherp te staan. Ik denk dat het idee van het scheiden van hoofd- en bijzaken, wat ik steeds vaker doe, daar vandaan komt. Toen we de Televizier-Ring voor Over mijn lijk wonnen, voelde ik die paradox ook wel: gaan we nu echt blij zijn omdat een programma waarin juist de betrekkelijkheid van het leven wordt getoond de meeste stemmen heeft gekregen? Het waren de nabestaanden van de mensen met wie we het programma hadden gedraaid die als eersten riepen: ja, natuurlijk! Je hebt, bij zo veel verdriet, ook het recht om een beetje lol te hebben met z’n allen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Lize heeft in 2019 een documentaire gemaakt waarin ook ons liefdesleven ter sprake komt (‘Mijn seks is stuk’, nog terug te zien op YouTube, AV). Ik heb me er altijd over verbaasd dat mensen zich afvroegen waarom ik daaraan had meegewerkt. Hoezo niet? Nou, dan weten ze van alles over je! Ja? En dan? Het is een verhaal over seks, intimiteit en liefde, een zoektocht die nog niet klaar is. We houden van elkaar. Het is geen onvoorwaardelijke liefde. Onvoorwaardelijke liefde maakt alleen maar lui. We moeten allebei ons best ervoor blijven doen.

“De kans dat ik ooit zal trouwen is klein – het huwelijk is mij een veel te patriarchale constructie – maar ik hecht er wel waarde aan om trouw te zijn aan de afspraken die je met elkaar hebt gemaakt. Lize is tijdens ­onze relatie een keer, heel even, met een vrouw geweest. Ik wist ervan, we hadden het besproken, maar ik was er toch behoorlijk stuk van. Niet omdat ze met een ander was, maar omdat ik dacht dat ik haar kwijt was en niet zeker wist of ze nog terug zou komen.”

VIII Gij zult niet stelen

“Een snoepje, meer niet. Ik ben niet zo’n goeie dief. Ik ben eerder een aanhanger van het robinhoodprincipe. Met #BOOS doen we niet anders dan voor de bestolenen opkomen. Soms gaat het over geld, soms over morele kwesties. Ik kan – na vier jaar en tweehonderd afleveringen – nog steeds nijdig worden als iemand onrecht wordt aangedaan. Of als mensen weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen zodra er iets is misgegaan. Het valt me op dat veel journalisten genoegen nemen met een vierregelig weerwoord. Als je maanden niks van je laat horen, als er duizenden klachten zijn, duizenden euro’s weggesluisd of mensen door jouw toedoen zijn verminkt dan kom ik je halen. Ik draag het werk dat ik doe heel dicht bij me, dus ja, ik raak soms gefrustreerd en ben weleens chagrijnig, maar dat probeer ik altijd om te zetten in iets constructiefs. Er is een flank op Twitter die mij voor ‘deuger’ uitmaakt. Het is als een scheldwoord bedoeld, maar ik heb er eerlijk gezegd helemaal geen probleem mee. Ik wil ook deugen. Wat is daar mis mee?”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Heb jij altijd een goed, pasklaar, antwoord conform de waarheid klaar? Ik niet hoor. Soms lieg ik of moet ik inzien dat de waarheid tóch anders in elkaar steekt. Zeven jaar geleden dacht ik nog dat de oproep om een einde te maken aan de Zwarte Piet-traditie zo’n typisch grachtengordel-ideetje was. ­Bovendien had ik een vriend met een Jamaicaanse achtergrond die zich ook hardop afvroeg: waar hebben we het over? Ik ging ­lezen, luisteren, kreeg een paar keer op mijn lazer en dacht: oké, hoe denk ik er nu over? Moet ik mijn mening herzien? Ja dus. En nee, ik voel me helemaal niet op mijn knieën gebracht. Ik had gewoon ongelijk.

“Mensen zoals Arnold Karskens, die voor Ongehoord Nederland een ‘Zwarte Pieten-journaal’ gaan maken, zien zoiets waarschijnlijk als een overwinning op het ‘gedram van de Gutmenschen’, ze hebben het over onze traditie en onze cultuur alsof zoiets niet voortdurend in beweging is. Ik denk dat dit verzet tegen verandering een manifestatie van iets onderliggends is. Demonstranten die nu politici voor ‘vieze ­pedo’s’ uitmaken, zitten met zichzelf of met hun situatie in de knel. Het is te makkelijk om iets over die groep te zeggen. Dehumaniseren is echt een probleem van deze tijd. Of het nou gaat over vluchtelingen, sekswerkers, zwervers of homoseksuelen: er worden voortdurend dehumaniserende termen gebruikt. Als je daar écht iets aan wil veranderen moet je ook de mensen die ­dehumaniseren niet gaan dehumaniseren. Kijk wat eronder zit. Ga luisteren. Ga praten. Ik snap dat niet iedereen daar de energie voor heeft, maar ik vind het zo zinvol dat ik er mijn levenswerk van heb gemaakt.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Ik heb al vrij snel de keuze gemaakt om niet naar mijn collega’s te kijken. Daar word je in dit wereldje, waar je zo afhankelijk bent van de publieke opinie, kijkcijfers en andere randzaken, doodongelukkig van. Ik weet heel goed wat ik wil. Vroeger was ik daar vrij rigide in – of het nou over mijn relatie, mijn financiën of mijn carrière ging – maar ik ben inmiddels wel iets van die strengheid kwijtgeraakt. Dat wil zeggen: ik ben gedrevener dan ooit, maar veel minder bewijsdriftig geworden. Het heeft ongetwijfeld met Over mijn lijk te maken dat ik steeds vaker denk: ik ben nu hier en ik zie wel waar ik straks zal zijn.”

Lees ook: 

Was het wel eerlijk dat Tim Hofman zo in de prijzen viel bij de Televizier-Ring?

“Als je een Duitser zegt dat hij moet springen dan zal hij je vragen: hoe hoog? Een Nederlander vraagt: waarom?” Zo omschreef hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss – in het AD – waarom het lastig is in Nederland alle neuzen een kant op te krijgen. Misschien heeft hij een punt, maar een beetje gekissebis op zijn tijd geeft het leven natuurlijk wel de broodnodige dynamiek!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden