VakantiealbumNoor Hellmann

Tijdens de kampeervakanties in haar jeugd leerde Arianne dat je met weinig gelukkig kunt zijn

null Beeld
Beeld

Arianne Notenboom (49) heeft goede herinneringen aan de kampeervakanties in haar jeugd, samen met haar ouders Thijs en Lieneke.

Noor Hellmann

“Mijn ouders hielden vroeger erg van kamperen, we deden het elk jaar. Zo ontstond mijn liefde voor buiten zijn, met een tentje, matje en slaapzak. Op dit moment loop ik een zelfbedachte twaalfstedentocht langs alle provinciale hoofdsteden – zodoende zag ik onlangs op de dijk bij Holwerd deze beelden van Jan Ketelaar. Ze zijn vijf meter hoog. Ik dacht: als ik ertussen ga staan en een foto maak krijg je een idee van de grootte. Ik heb mijn telefoon op een paaltje gezet en met de timer een selfie gemaakt, een beetje van onder af, daardoor lijken ze nog groter.

Toen ik de foto naar mijn ouders stuurde dacht mijn moeder in eerste instantie dat er een kindje tussen de beelden hing, ze had niet door dat ik het was. Het grappige was dat ik me weer even kind waande zodra ik daar stond, hun handen pakte en me optrok. Ik voelde me uitgelaten, zoals bij het spelletje vroeger wanneer ik tussen mijn ouders liep en zij mij ineens naar voren zwaaiden. Eén, twee, drie: whoopieee!

Als enig kind kreeg ik alle aandacht. Hoewel ik geen broertje of zusje heb voelde ik me niet alleen. Meestal gingen we met bevriende gezinnen op vakantie en dan konden wij kinderen onze gang gaan. Eén keer, toen mijn ouders een prijs hadden gewonnen, zijn we met het vliegtuig naar Tunesië gegaan. Ik mocht in de cockpit kijken, prachtig! Maar verder kampeerden we altijd in een niet te ver buitenland, low budget want heel veel geld was er niet. Op de achterbank in de auto begon de vakantie al: van de kampeermatrasjes en slaapzakken bouwde ik een hut, en op mijn cassetterecorder maakte ik hoorspelen over wat ik onderweg zag.”

Veilig voelen in de tent

“We hadden zo’n archetypische driehoekige tent van zwaar katoen, op het label aan de flap was het merk geborduurd: ‘Hij, jij & ik’. Mijn vader en moeder zijn niet zo groot en konden er overdwars in liggen, tussen de palen, ik lag in het achterste deel. Later toen ze een grotere tent kochten heb ik nog een tijdje de ‘Hij, jij & ik’ voor mij alleen gehad. Als het onweerde zaten we met z’n drieën onder de luifel te kijken. Mijn ouders wekten niet de indruk dat ze het eng vonden, ik was opgewonden omdat we iets leuks en spannends beleefden. Ook toen het eens hard stormde en regende voelde ik me veilig in de tent. We hielden het dikke grondzeil omhoog zodat het water niet naar binnen liep.

Door het kamperen leerde ik dat je met heel weinig gelukkig kan zijn. Mijn vader kookte altijd, pasta of rijst; in een slaapzak werd het warm gehouden terwijl hij op het enige campinggaspitje een groenteprutje bereidde. Samen knutselden we bootjes van plastic melkflessen en die lieten we dan ‘op de rug van het beekje rijden’.

Ook enkele kleine dingen staan me bij, zoals die keer in Frankrijk toen ik met mijn vader door het bos naar het dorpje liep om brood te halen. Op de terugweg mocht ik aan het verse stokbrood knabbelen, dat was bijzonder want normaal vond mijn moeder zoiets niet goed. Ze was niet streng maar had wel duidelijke opvoed-ideeën en was daarin heel consequent. Op vakantie mocht ik eens drie(!) dropjes, dat ik me dat nog herinner zegt genoeg.”

Onderweg, met zo min mogelijk bagage

“Niet dat ik nooit verwend werd. Ik ben in de zomer jarig. Uit verhalen weet ik dat ze me op mijn tweede verjaardag vroegen wat ik wilde hebben. ‘Tee ijzen’, zei ik: twee grote ijsjes. ’s Ochtends in alle vroegte gingen we naar de campingwinkel en kreeg ik twee ijsjes.

Op mijn achttiende ben ik met mijn moeder naar Canada geweest. Ze had daar een poos gewoond voordat ze hier mijn vader ontmoette. Na lang sparen wilde ze nog eens terug en vroeg of ik mee wilde. Een maand lang reisden we met de trein het hele land door, dat heeft mijn reislust aangewakkerd.

Het onderweg zijn, met zo min mogelijk bagage, is voor mij een manier van leven. Vorig jaar heb ik een paar maanden gewandeld. Mijn ouders snapten dat ik dat wilde maar mijn moeder moest er wel aan wennen dat ze me opeens veel minder zag. Omdat ze vijftig jaar getrouwd waren heb ik tijdens de wandeling een gedicht van vijftig woorden gemaakt en telkens stuurde ik een kaart met één woord. Tussendoor wisselden we berichtjes uit, dus eigenlijk hadden we meer contact en waren ze beter op de hoogte van mijn doen en laten dan als ik thuis ben.

Ach, als ik dit zo vertel denk ik: wat een gezegend mens ben ik toch met ouders bij wie ik me altijd geborgen en geliefd heb gevoeld.”

Lees ook:

Met een kind van anderhalf fietsen in Zweden. ‘Ik vroeg me af of die vakantie wel zo’n goed idee was.’

Maarten van Deursen (57) voelde zich de koning te rijk toen hij en zijn vrouw Eliz in de zomer van 1995 met hun zoontje Stijn in Zweden op fietsvakantie gingen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden