InterviewJelle Jolles

Tieners lastig? Helemaal niet, zegt neuropsycholoog Jelle Jolles

Een foto uit het project ‘Ik ben zeventien’ van fotograaf Martijn van de Griendt.Beeld Martijn van de Griendt

Ouders en leraren moeten anders met jongeren omgaan, bepleit neuropsycholoog Jelle Jolles in zijn nieuwe boek ‘Leer je kind kennen’. “Leren gaat alleen goed als sociaal-emotionele processen erbij worden betrokken.”

 Noem ze geen ­pubers. Aan dat woord heeft Jelle Jolles een ontzettende hekel. Tot zijn ergernis wordt het in Nederland veel gebruikt en vrijwel altijd op de verkeerde manier. “De puberteit heeft uitsluitend betrekking op de lichamelijke en geslachtelijke ontwikkeling”, zegt de emeritus hoogleraar neuropsychologie. “In ons spraakgebruik is de term een synoniem voor jongere of tiener, maar er kleeft een denigrerende betekenis aan. Een associatie met kommer en kwel, met dingen die volwassenen als lastig ervaren. In mijn boek kies ik een positieve insteek, namelijk de kansen en mogelijkheden van deze groep.”

Zijn nieuwe boek ‘Leer je kind kennen’, dat deze week verschijnt, is een pleidooi voor een andere omgang met tieners. Jolles zegt liever: adolescenten. “We moeten het woord puber schrappen en het woord adolescent gebruiken”, zegt hij stellig in zijn ruime werkkamer in Amsterdam-Zuid. “Dat is veel beter. In Engelstalige landen is het een gebruikelijke term, voor mensen zo tussen de 10 en 25 jaar. Het stamt af van het Latijnse werkwoord adolescere, groeien. Dat heeft een positieve ­lading.”

Jolles is gefascineerd door het tienerbrein en doet al jaren onderzoek naar de hersenontwikkeling van jongeren van 8 tot 25 jaar. Zijn nieuwe boek, een vervolg op ‘Het tienerbrein’ uit 2016, bouwt voort op allerlei recente wetenschappelijke inzichten, zowel van andere wetenschappers als van hemzelf. “Er is zo veel knalharde wetenschappelijke kennis die niet wordt gebruikt”, verzucht Jolles. “In dit boek probeer ik de recentste kennis uit vakgebieden als neuropsychologie, hersenwetenschap, ontwikkelingspsychologie en pedagogiek op een verantwoorde en ­begrijpelijke manier aan elkaar te knopen, zodat opvoeders er in de praktijk iets mee kunnen.”

Wat is de belangrijkste boodschap van uw boek?

“In één woord: attitudeverandering. We moeten anders kijken naar jongeren en er moet meer aandacht komen voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Die is essentieel voor hun leerproces. Veel scholen zijn vooral met cognitieve ontwikkeling bezig. Dat is ook belangrijk, maar in mijn boek draait het om executieve functies. De belangrijkste boodschap is dat cognitief leren alleen goed gaat als sociale en emotionele processen erbij betrokken worden.”

Wat zijn executieve functies?

“Dat zijn meer dan dertig neuropsychologische functies die zich ontwikkelen van de kindertijd tot de jonge volwassenheid. Ze zijn essentieel voor het ­leren: ze zorgen ervoor dat we kunnen plannen, organiseren en problemen ­oplossen, denken en overwegen. Ze zorgen ook voor zelfinzicht. De functies zijn bijzonder belangrijk voor de ontwikkeling en ontplooiing van jongeren.”

Hoe staat het met die ontwikkeling?

“In mijn boek leg ik uit dat de executieve functies bij tieners veel minder goed ontwikkeld zijn dan ouders en leraren vaak denken. Het gaat om cognitieve functies rond geheugen, planning en aandacht, maar ook om dingen als zelfinzicht, het reguleren van gedachten en gevoelens en empathie. Jongeren zijn nog niet af. Daarom doen ze soms oliedomme dingen. De hersenrijping loopt door tot ver na het twintigste jaar. Volwassenen moeten af van de attitude ‘tieners zijn lastig, ze luisteren niet, het is kommer en kwel’. We hebben een ­andere aanpak nodig. Ouders en leraren moeten ingaan op de kansen en mogelijkheden.”

Is het echt zo erg? We zien tieners toch niet alleen als lastpakken?

Hij kijkt geamuseerd. “Leuk dat je het vraagt. Het is goed geboekstaafd dat collega’s van Socrates al schreven over lastige kinderen. Dat we de jeugd lastig en ongehoorzaam vinden, is iets van ­alle tijden. De laatste jaren zie je wel een tweedeling ontstaan, en daar ben ik blij mee. Er is een stroming van mensen met oog voor brede vorming van jongeren. Die stroming wint terrein.”

Komt dat ook door het toenemende bewustzijn van de huidige jongeren, generatie Z? Ze roken minder, gaan de straat op voor klimaatprotesten en krijgen al jong veel van de wereld mee.

“Nou, dat weet ik niet hoor. Als je honderd jongeren tussen de 13 en 17 jaar neemt, dan denk ik dat er twintig zijn met de houding die jij omschrijft. De meerderheid weet niet waar school voor is, waar ze heengaan. Het zijn op zich slimme kinderen, maar ze worden ondergestimuleerd.”

Waar baseert u dat op?

“Ik zie het op het merendeel van de ­Nederlandse scholen. Met veel kinderen gaat het niet goed. Ik heb onderzoek gedaan naar 2400 kinderen in de brugklas van havo en vwo. Een op de drie kinderen had uitgesproken problemen met hun welbevinden: ze spijbelden, wilden niet naar school of hadden vage klachten als buikpijn en misselijkheid.

“Een op de vijf leerlingen op havo en vwo is naar eigen zeggen onderpresteerder, terwijl de leraar dat meestal niet weet. We halen absoluut niet de maximale potentie uit onze jongeren. Als Nederlandse ouders een rapport­cijfer geven aan de ontplooiing van hun kind, zit dat vaak rond de zeven. Dat had ook een tien kunnen zijn als er meer support was geweest.”

Moeten we van jongeren wel een tien willen maken? Ze hebben nog een heel leven voor zich.

“Wat betreft cognitief leren ben ik het helemaal met je eens dat dat niet hoeft, maar ik heb het over de ontwikkeling van jongeren als persóón. Optimale ontplooiing! Misschien is een rapportcijfer niet de beste methode om mijn punt te maken, maar ik bedoel dat we het beste in kinderen naar boven moeten halen. Ze hoeven geen minister of CEO te worden. Het is wél belangrijk dat ze gaan doen waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden, of dat nou games ontwikkelen is of wat dan ook. Maar ik zie te weinig optimale ontplooiing. Ik zie dat veel Nederlandse kinderen zich ontplooien voor een zeventje.”

De leermotivatie van Nederlandse ­jongeren daalt al jaren en is lager dan in veel andere landen, blijkt uit ­onderzoek. Hoe komt dat?

“Klopt, dat zie je ook terug in de Pisa-onderzoeken (een internationaal onderzoek dat de kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen in Oeso-landen meet, red.). Die daling is nog zorgelijker, omdat de resultaten van Pisa in z’n geheel achteruitgaan. De norm gaat dus ook achteruit.

“Ik vind dat middelbare scholen een enorme groei kunnen doormaken in wat ze voor kinderen betekenen. Jongeren willen steeds nieuwe prikkels. Die moet je ze geven. Scholen moeten enthousiasmerende voorwaarden creëren. Dat is geen kwestie van geld. Er zijn scholen met veel geld die klassiek en ouderwets lesgeven, en scholen die met weinig geld heel creatieve dingen doen. Die laatste groep heeft gelukkigere en nieuwsgierigere leerlingen, blijkt uit onderzoek.”

Jelle Jolles.Beeld Merlijn Doomernik

Wat kan er beter op school?

“Laat jongeren meer met elkaar praten. Ik hou erg van probleemgestuurd ­onderwijs. Daarbij geef je een groep kinderen een vraagstuk waarover ze in gesprek gaan. Daarbij leer je zoveel ­tegelijk: kennis toepassen, argumenteren, luisteren... Ook een onjuiste stelling verdedigen is zeer nuttig. Trumpiaans denken, zeg maar. Breng vakken samen en laat kinderen vakken volgen op een hoger functieniveau als ze ­ergens goed in zijn. We moeten veel flexibeler denken!

“Je moet jongeren continu uitdagen en prikkelen. Trek de geschiedenis naar hun belevingswereld. Bij handelsoor­logen met Engeland uit de zeventiende eeuw moet je ze niet vertellen welke prins daarmee bezig was, maar wat er met de 17-jarige scheepsmaatjes gebeurde die daar geronseld werden. Er is veel  meer mogelijk. Veel leraren willen dat soort dingen ook graag, maar ze hebben te weinig tijd en te grote klassen om zich er echt in te verdiepen.”

Tegen scholen zegt u: Daag kinderen meer uit. Tegen ouders zegt u: Ga meer met ze in gesprek. Zijn dat geen open deuren?

“Nee. Veel ouders klagen dat hun kind niet reageert, bozig aan de ontbijttafel zit of uren zwijgend op de bank zit te gamen. Ze zien niet in dat hun kind geen interesse heeft in school, en dat dat niet beter wordt als mama vraagt ‘Hoe was het op school?’, of als papa alleen in de toetscijfers is geïnteresseerd.

“Ouders communiceren wel, maar hebben niet door dat ze ánders moeten communiceren. Toon meer interesse in de interesses van je kind. Praat naar zijn of haar niveau, stop met vragen naar dingen die jou interesseren, maar het kind niet. Realiseer je dat je kind weliswaar kan praten, maar veel minder ­ervaring heeft met emotiewoorden en ­abstracte woorden dan jij.

“Kortom, probeer op een andere ­manier met je kind te communiceren. Vertel meer. Ga in op de gekke dingen die je hebt meegemaakt, vertel over je werk, maar dan wel over dingen die je kind zouden kunnen interesseren, bijvoorbeeld dat je baas de sociale media op werk wil verbieden. En vraag wat je kind daarvan vindt.”

In het boek bespreekt u allerlei rollen van de opvoeder: mentor, inspirator, manager enzovoorts. Zijn er rollen die Nederlandse opvoeders volgens u niet genoeg spelen?

“Veel ouders blijven een beetje steken in de rol van manager. Die volgt op de zorgverlener. Ze zouden best meer rollen willen spelen, maar van andere ouders, leraren of vage artikeltjes in vrouwenbladen krijgen ze de opdracht om zich niet meer met hun kind te bemoeien ‘die moet het nu zelf uitzoeken’.

“Dat is absoluut niet waar. Ouders moeten meer de regie nemen. Nederlandse ouders zouden vaker de rollen van coach, inspirator, mentor en adviseur moeten gaan spelen. Dat zijn ook verreweg de leukste rollen. Ze versterken de interactie met je kind.

“Ik pleit voor een attitudeverandering bij ouders, waarbij ze inzien dat ze wel degelijk een rol kunnen en moeten spelen bij de ontplooiing van hun kind. En dat ze door een andere manier van benaderen met meer plezier en misschien wel vertedering naar hun zwoegende kind kunnen kijken.”

Het boek ‘Leer je kind kennen’ (Uitgeverij Pluim) van Jelle Jolles is vanaf deze week verkrijgbaar in de boekhandel en kost 24,99 euro. 

Lees ook:

Op de tienerschool kun je nog even rijpen

Hoewel de middenschool in Nederland nooit echt van de grond kwam, loopt er nu een pilot met tienerscholen voor leerlingen van 10 tot 14 jaar. Maakt dit nieuwe concept een kans?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden