Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

‘The Irishman’ en het akelige cynisme van de maffiafilm

In Westerns is het geweld meestal grappig. Denk aan de klassieke vuistslag waarna het slachtoffer achterover wankelt en met medeneming van de balustrade omlaag stort de saloon in. Op de begane grond ontstaat nu een heerlijke mêlée waarin iedereen iedereen te lijf gaat. Alle stoelen vallen mooi uiteen als ze snel op een hoofd neerkomen en van alle kanten klinken daverende vuistslagen die allemaal precies op een kin terecht komen. Een geinig tafereel eigenlijk, niet onprettig om naar te kijken. Dat ligt anders bij het maffia-geweld in Scorsese’s meest recente film, The Irishman. Ik kan daar niet goed tegen. Kijk er dan niet naar, zult u zeggen. Maar ik was nieuwsgierig door de lovende recensies.

De hoofdpersoon in The Irishman heet Frank Sheeran. Hij is een lichtelijk sullige of zeer doortrapte (was me niet erg duidelijk) volgeling van maffiabazen. Hij gedraagt zich als een monster. Voorbeeld: de slager op de hoek was een keer onaardig tegen zijn dochter, meisje van een jaar of acht. Hij sleept het arme kind mee naar de slagerswinkel. Ze blijft buiten staan. Frank gaat naar binnen. Grijpt de slager beet, tuigt hem af, trapt hem dwars door de glazen winkeldeur naar buiten zodat hij op de stoep komt te liggen. Dochter kijkt verschrikt toe. 

My fucking hands

Vervolgens schopt hij de liggende man in zijn buik en tegen zijn hoofd. Tenslotte neemt hij de moeite om met volle kracht op de man zijn handen te gaan staan stampen. De wanhopige slager roept: ‘Frank, my fucking hands!’ Hij kent hem bij zijn voornaam dus. Het is een buurtgenoot. Ter afronding loopt hij met zijn dochter terug naar huis. Zo, de slager effe bijgeschoold. Er wordt niet eens gesproken over de mogelijkheid dat deze slager rechtvaardigheid zou gaan zoeken. Het is allemaal zo verschrikkelijk grof en akelig dat het mijn hele avond verpest. 

Wat me dwarszit is dat deze Frank Sheeran wordt neergezet alsof hij een onderhoudend fenomeen is. Dat geldt voor veel films en series over de maffia. The Sopranos, bijvoorbeeld (nee, nooit een seconde van gezien) waarin de mannen overdag levens verwoesten om ’s avonds, liefst onder een Heilig Hartbeeld, aan te schuiven voor spaghetti temidden van hun liefhebbende vrouw en kinderen, allemaal met de juiste reebruine ogen. Deze levensstijl werd gevierd door de Clintons die zich een keer graag lieten filmen op de set van de Sopranos. Niet om een eind te maken aan een schandaal maar als enthousiaste fans.

Niet met een demper

In westerns komt er nog wel iets van vaardigheid kijken bij doodschieten: gauw je pistool trekken, goed richten, op tijd wegduiken, er is sprake van een duel met een onzekere uitkomst. Maar maffiamoorden zijn altijd laf. Frank heeft een afspraak met een goede vriend, die echter dood moet. Hij loopt naar de man toe, die zegt: ‘Hee Frank, ik dacht dat je van de andere kant zou komen …’ Laatste woorden, want Frank heeft plotseling een klein pistool in zijn hand waarmee hij zijn vriend van dichtbij drie keer recht in zijn gezicht schiet. Loopt dan rustig weg. Zoiets moet je nooit met een demper doen want dan komen getuigen aanstormen om even goed te kijken. Nee, een goed lawaai makend pistool is beter, getuigen rennen dan verschrikt weg. 

Het cynisme is een SS-er waardig, maar rond SS-ers zou ik het niet proberen om zo’n halfvergoelijkende film te maken, terwijl deze mensen toch echt in dezelfde la zitten. In de film is Frank de man die weet wat er gebeurde met Jimmy Hoffa, de vakbondsleider die in 1975 verdween en die vrijwel zeker door de maffia werd vermoord. Maar hij kan het niet opbrengen om de nabestaanden van Hoffa duidelijkheid te geven over het lot van hun vader als hij zelf richting graf gaat.

Stel je voor dat een Nederlandse filmer een nauwelijks oordelende film zou maken over de moordenaar van Derk Wiersum, de advocaat die recentelijk werd vermoord op straat. Is het denkbaar dat een vooraanstaande Nederlandse politicus zich geamuseerd zou laten filmen op de set waar de lotgevallen van de clan rond Ridouan T. en Nabil B. fraai en meeslepend in beeld worden gebracht? Ik denk dan, wat is Amerika eigenlijk voor land?

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden