null

Naar huis metPieter Geenen

Tekenaar Pieter Geenen: Ik zag alleen saaie mensen en ingedutte levens, ik moést weg uit Eindhoven

Beeld Els Zweerink

Schrijver Erik Jan Harmens reist deze zomer met bekende Nederlanders en Belgen naar de plek waar ze zijn opgegroeid. Wat is er nog over van het verleden? Vandaag: terug naar Eindhoven met tekenaar Pieter Geenen.

“Heel rustig”, antwoordt de man op de klapstoel als ik wil weten of het hier in de Kaarderstraat, in de wijk Oud-Woensel in Eindhoven, fijn wonen is. Hij zit voor de ingang van het huis waarin tekenaar Pieter Geenen is opgegroeid. Ongevraagd vertelt de man dat hij uit Turkije komt. En de buren komen uit Syrië. Tijden veranderen, want Geenen groeide hier vijftig, zestig jaar geleden op in een katholiek gezin. Hij was misdienaar in de Petruskerk, daar waar we onze wandeling eerder vandaag begonnen.

Pieter Geenen en ik wandelen door de wijk waar behalve het geloof en de huidskleur van de nieuwe bewoners niet veel veranderd is. Het is nog net zo rustig wonen als vroeger en ook vandaag wordt er over van alles geklaagd: de man op de klapstoel rept over een boom die licht in het huis wegneemt. Dat zou vroeger een akkefietje zijn geweest voor de vader van Geenen, die in deze wijk opzichter was namens de woningbouwvereniging. Was er ergens achterstallig onderhoud of schilderwerk, dan zorgde hij dat het in orde kwam.

null Beeld Els zweerink
Beeld Els zweerink

Pieter Geenen werd in 1955 geboren in Asten, het gezin verhuisde in 1964 naar de Kaarderstraat in Eindhoven. Hij deed de kunstacademie in Den Bosch en vertrok in 1984 naar Amsterdam, waar hij nog steeds woont. Hij heeft twee kinderen en maakt al ruim twintig jaar lang voor Trouw de strip De wereld van Anton Dingeman, eerst wekelijks en sinds 2009 dagelijks.

Een doorn in het oog is een oude zonwering, die niet zoals gebruikelijk boven het woonkamerraam hangt, maar verderop in de voortuin ligt te verroesten. Dat zou vroeger ondenkbaar zijn geweest. “Er stond een keurig wit hekje”, herinnert Geenen zich, “dat mijn vader zelf had gezaagd, getimmerd en geschilderd. Wat leuke plantjes erbij en er zat zeker geen onkruid tussen de tegels zoals nu.”

De Kaarderstraat in Eindhoven waar Pieter Geenen opgroeide. Beeld Els Zweerink
De Kaarderstraat in Eindhoven waar Pieter Geenen opgroeide.Beeld Els Zweerink

De rust is gebleven: “Er gebeurde toen nooit wat in deze straat en nu nóg niet. Toen mijn vader al was overleden ging ik wel eens bij mijn moeder op bezoek. Die deed dan een dutje op de bank en dan zat ik daar en was het op klaarlichte dag doodstil.”

Op de lagere school was dat geen probleem, de stilte werd niet eens waargenomen. Later werd ze ondraaglijk: “Ik dacht: hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg? Vanaf de puberteit voelde ik me misplaatst en niet begrepen, ik was omringd door saaie mensen met ingedutte levens. Ergens buiten wachtte iets op me, iets wat groter was dan ik, dáár moest ik naartoe. Ik had geen concrete voorstelling van hoe dat er verder uitzag, maar wist al wel dat het iets met kunst was.”

Lege veldjes waren van levensbelang

Het verrassende van deze serie gesprekken is dat niet de interviewer de leiding heeft, maar de geïnterviewde. Ik wil de ene kant op, maar Geenen wijst richting een onbestemd stenen gebouw en praat inmiddels als een gids: “Dat stond er vroeger niet, er was gewoon een leeg veldje. Alles wordt nu volgebouwd, maar toen waren er nog heel veel lege veldjes. Die waren voor ons van levensbelang. We voetbalden er, bouwden hutten waarin we soep kookten van gras. Later begonnen we stiekem te roken, Caballero’s. Mijn vader reed een keer langs en betrapte me. Ik zou 100 gulden krijgen als ik tot mijn achttiende niet zou roken, daar kon ik naar fluiten. Vond ik verder geen probleem, want je achttiende klonk nog zó ver weg!”

Luister ook naar de podcasts van deze gesprekken via onderstaande speler of de bekende podcastkanalen. Reacties zijn welkom via ­tijdgeestreacties@trouw.nl.

Tegenover ons staan twee identiek geklede mannen tegenover elkaar op de stoep. Allebei dragen ze een donkere trainingsbroek en een wit hemd en ze hebben tattoos. De een probeert de ander een motor met twee voorwielen te verkopen. De aspirant-koper maakt zonder helm een kort maar hevig proefritje, waarna hij afstapt en met duim en wijsvinger een pingping-gebaar maakt: te duur.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Geenen herinnert zich intussen hoe de deuren van de garageboxen hier vroeger niet van kunststof waren, maar van hout. Hoe ze er vogelpik speelden, een soort darts, en dat een wat oudere jongen op een brommer foto’s bij zich had van blote meisjes. “Die mochten we heel even bekijken. Nee, geen porno, daar zou ik erg van geschrokken zijn. Gewoon pinup-plaatjes, stonden we met z’n allen om de brommer heen. Later heb ik die scène gebruikt in een aflevering van De wereld van Anton Dingeman, die ging over seksuele voorlichting.”

Niets is leuker dan het moment dat je een inval krijgt

Ruim twintig jaar maakt Geenen deze strip in Trouw over een doodgewone, Nederlandse ambtenaar die reageert op de actualiteit. Verhaaltjes maken deed hij als kind al: door de straten met de poppenkast en dan vroeg hij een cent of een stuiver per toeschouwer. Tekenen deed hij ook al. Aan de kapstok hing de jas van zijn vader en in een van de zakken zat altijd wel een balpen. Van zijn werk nam zijn vader stapels oude formulieren mee en op de onbeschreven achterkant mocht zijn zoon losgaan. “Ook toen al tekende ik nooit iets na, het ging uit het hoofd. Zat ik aan tafel, voorover gebogen over het papier, en dan tekende ik wat er maar in me opkwam. Een auto bijvoorbeeld, maar nooit een Mercedes of zo. Gewoon een algemene auto.”

Terwijl we doorwandelen komen er steeds meer herinneringen boven en als dat gebeurt gaat Geenen snel praten en begint hij van enthousiasme zelfs een beetje te dansen, met de armen geheven, precies zoals Anton Dingeman ook vaak doet in de strip. “Ik ben heel kalm, maar als ik opgewonden raak vanwege een idee of een inzicht, dan doe ik dat, ja. Had ik als kind al. Ik vind nog steeds niets leukers dan het moment waarop je ineens een inval krijgt.” In een ideale wereld komen die invallen elke ochtend, zodat niet te laat op de dag het stripje voor de volgende dag bij de redactie kan worden ingeleverd.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

“De afgelopen maand ging het moeiteloos, maar soms moet ik het er eruit persen. Als het goed is zie je dat er overigens niet aan af. Ik heb wel een bakje met afgekeurde ideeën, maar dat is voor noodgevallen. Ik heb met jou op zaterdag afgesproken en dat is met opzet: morgen is er geen krant, dus vandaag ben ik vrij. Op alle andere dagen wil ik op tijd een onderwerp hebben, anders kan de paniek toeslaan. Dan krijg ik een soort vlinders in mijn maag, het voelt alsof ik over een koord loop waar ik niet af mag vallen. Soms stel ik me voor dat ik mijn strip heb opgestuurd en dat de krant belt: heb je niets beters? Of dat het niet lukt en ik ze moet laten weten: ‘het spijt me, ik stop ermee’.”

Geenen vertelt hoe hij na de kunstacademie en voor hij begon bij Trouw, vele jaren “maar wat heeft rondgerommeld”, in kraakpanden woonde en de dagen vulde met “een beetje tekenen, lezen, uit het raam kijken”.

Als ik wil weten of hij daar wel eens naar terugverlangt, realiseer ik me dat hij 65 is en ik impliciet naar zijn datum van pensioen hengel. “Mijn vrouw is onlangs gestopt met werken, maar ik ga zeker nog wel even door”, zegt hij. “Voorlopig blijf ik”, waar hij meteen aan toevoegt dat dat ook afhankelijk is van of de redactie hém nog wel wil. Gevoelens van verhevenheid zijn hem vreemd, al geniet hij er wel van de waardering. Kritiek is er ook, bijvoorbeeld als er gescholden of gevloekt wordt in de strip. “Vanuit mijn katholieke achtergrond ben ik gewend dat ik nondeju kan roepen, of zelfs erger, maar als ik dat in Trouw doe krijg ik wel commentaar. Daarom laat ik Anton Dingeman vaak iets heel archaïsch uitroepen, bijvoorbeeld: deksels!”

Stommeling!, riep mijn vader als ik een verkeerde kaart legde

Als hij zich uitspreekt over corona of de Palestijnse kwestie, volgen er steevast reacties van voor- en tegenstanders. “Ik ben niet van mensen uitleggen hoe het zit, maar steek graag de draak met mensen en instanties die dat wél doen. Ik hou van voorlichtingsbureaus of auto’s met op het dak zo’n omroepinstallatie. In de loop der tijd heb ik wel ondervonden dat er bij elke kwestie die in de samenleving speelt ontzettend veel standpunten en perspectieven mogelijk zijn. Daar ben ik gevoeliger voor geworden, al heb ik als het gaat om corona wel echt besloten om me neer te leggen bij de wetenschap. Ik ga niet een middag googelen en dan denken dat ik de kennis in huis heb, dat lijkt me onzin. Ik besteed dat met vertrouwen uit aan de mensen die ervoor gestudeerd hebben.”

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Zijn ouders zouden de adviezen van het RIVM ook keurig opgevolgd hebben, weet Geenen, “al was mijn moeder wat volgzamer en mijn vader kritischer, ook op de kerk. Hij kon fel zijn, bijvoorbeeld op zondag tijdens het rikken (een kaartspel dat lijkt op klaverjassen). Als ik dan de verkeerde kaart legde, kon hij me enorm uitfoeteren. Stommeling! riep hij dan en mijn moeder kalmeerde ‘m, omdat ze zag hoe ik in elkaar kromp.” De vader had volgens Geenen “altijd wel ergens een knuppeltje liggen, voor het geval dat er iets gebeurde. Toen een paar opgeschoten jongens een keer met brommers wilden verhinderen dat hij weg kon rijden, is hij met z’n auto dus gewoon over die brommers heen gereden!”

“Mijn vader nam mensen altijd serieus en luisterde goed, maar hij week nooit voor intimidatie. Daar denk ik wel eens aan, dat ik die eigenschap van hem niet moet beschamen, maar ik weet ook dat hij er beter in was dan ik.”

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. VoorTrouw schreef hij eerder columns over prikkels vanwege zijn autisme en de interviewreeks Onverdoofd.

Lees ook:

Hoe striptekenaars te maken kregen met censuur

De Belg Jan Smet vergaarde ontelbare voorbeelden van het beknotten van makers van het beeldverhaal. Ze hebben allemaal een plekje in het boek ‘Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip.’

Zo brengt tekenaar Pieter Geenen de stripfiguur Anton Dingeman iedere dag tot leven

‘De wereld van Anton Dingeman’ is iedere dag te lezen op pagina 2 van de papieren krant. In dit interview vertelt de maker hoe zijn werkdagen eruit zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden