Levenslessen Susan van Mierlo

Susan van Mierlo woonde in Syrië: ‘Ik deed boodschappen terwijl er in de buurt mortieren vielen’

Susan van Mierlo Beeld Merlijn Doomernik

Vijftien jaar woonde Susan van Mierlo (46) in Syrië. Ze ontvluchtte de oorlog en vestigde zich met haar gezin in Nederland. ‘Ik ken de orthodoxe moslimwereld. Toch was ik geschokt over dat lesmateriaal op islamitische scholen hier.’

1 Bij een bevalling heb je iets van thuis nodig

“Ik kan me de eerste keer dat ik in Syrië kwam, in 1997, nog heel goed herinneren. Ik arriveerde om 2 uur ’s nachts. Van het vliegveld naar mijn hotel in Damascus zag ik overal langs de kant van de weg mensen, hele gezinnen, zitten picknicken, het was midden in de zomer. Ontspannen, opgewekt, ik vond het geweldig.

Ik kom uit een dorp in Oost-Brabant, veel andere culturen kwam ik daar niet tegen. Maar ik heb altijd veel gelezen en via die boeken raakte ik nieuwsgierig naar de rest van de wereld. Ik ging culturele antropologie studeren. Mijn afstudeerscriptie ging over Jordanië, ik heb daar een paar maanden gewoond. De studie vond ik leuk, maar ik ontdekte dat mijn hart niet echt bij de wetenschap lag. Ik ben meer een doener. Vlak voor mijn afstuderen heb ik gesolliciteerd bij Djoser: ze zochten reisleiders. Zo ben ik in Syrië terechtgekomen. En ik ben er gebleven.

Ik leerde er een Palestijn kennen, hij was ook gids. Hij was charmant, er was een klik, en toen hij me ten huwelijk vroeg heb ik ja gezegd. Het was spannend, een avontuur. Kort daarna werd ik zwanger. En ik vond het toch eng om in een vreemd land te bevallen. Ik was over tijd, het leek erop dat ik ingeleid moest worden.

Mijn ouders zouden komen, en terwijl we op het vliegveld op ze stonden te wachten, begonnen de weeën. Alsof ik op mijn moeder had gewacht. Ze had Nederlandse koffie bij zich en appeltaart. Die hebben we die avond nog gegeten en daarna konden we naar het ziekenhuis. Mijn moeder is meegegaan, zij was de eerste die mijn dochter zag. Blijkbaar had ik iets van thuis nodig.”

2 Oorlog komt sluipenderwijs

“We woonden, uiteindelijk met vier kinderen, in de Palestijnse wijk Jarmoek. Mijn schoonouders waren in 1948 vanuit het noorden van Israël naar Syrië gevlucht, hun kinderen zijn in Jarmoek geboren. Eigenlijk was het een dorp binnen die grote stad Damascus. Iedereen kende er iedereen.

Ergens in 2012 begonnen de gevechten in het zuiden van het land. Maar wij, en veel mensen om ons heen, zeiden: Het komt wel goed. Bovendien was het idee dat Palestijnen niets te maken hadden met een conflict tussen Syrische opstandelingen en het leger van Assad. En toen het toch onrustig werd in de buurt van Damascus was het: Het komt wel goed. Toen er in de wijken naast ons werd gevochten zeiden we opnieuw: Geen zorg, het komt wel goed. Zelfs toen we vanuit Jarmoek naar het centrum van Damascus moesten vluchten zeiden we: Het kan niet voor lang zijn. Over een week zijn we weer terug. Het heeft een tijd geduurd voordat ik durfde erkennen dat het weleens heel lang kon gaan slepen, net als in Afghanistan en Irak.”

3 Oorlog went, tot op zekere hoogte

“De eerste keer dat er beschietingen waren bij ons in de buurt zijn we met z’n allen naar mijn zwager gegaan. Hij woonde met zijn gezin in het appartement beneden ons. Het was er hartstikke druk, veel mensen waren totaal in paniek. Maar je raakte eraan gewend. Ik deed boodschappen terwijl er in de buurt mortieren vielen.

Iedereen zat in hetzelfde schuitje, iedereen paste zich aan. Was er geen brood, dan bakte je het zelf, tot de bakker weer openging. Was er geen benzine, dan ging je een halve dag in de rij staan met een jerrycan.

We vierden ook gewoon verjaardagen met taart en cadeautjes. Als het maar even kon gingen de kinderen naar school. Op een gegeven moment hebben we het besluit om toch definitief weg te gaan zelfs uitgesteld, omdat het proefwerkweek was. Als ik erop terugkijk, denk ik: het was waanzin. Maar op dat moment voelde dat niet zo. Of wilde je het misschien niet zo voelen, was het een manier om te doen alsof het geen oorlog was.

Beeld Merlijn Doomernik

Gelukkig hebben de kinderen er niet veel aan overgehouden. Wat meespeelde, denk ik, is dat ik zelf niet snel in paniek raak. Ik heb nooit staan gillen. Maar mijn oudste dochter, die studeert en op kamers woont, belde me laatst: ‘Mam, er ging vannacht een brandalarm af, het was net of ik weer in Syrië was.’ Dan komt het toch weer terug.”

4 Werken is goed voor je

“Toen ik net getrouwd was, heb ik nog even gewerkt. Maar met vier kinderen was het geen doen, zeker niet toen mijn schoonmoeder bedlegerig werd en ik ook voor haar ging zorgen.

Bijna meteen nadat we in Nederland waren aangekomen, in juli 2013, ging ik vrijwilligerswerk doen. Vervolgens kon ik via een reïntegratiebureau aan de slag bij een azc in de buurt. Ik heb het hem nooit gezegd, maar ik ben de manager die mij heeft aangenomen nog altijd dankbaar. Ik werd woongeleider, was betrokken bij het dagelijks reilen-en-zeilen van het centrum.

Ik sprak Arabisch, ik begreep de cultuur, ik kon me inleven in de situatie waarin mensen terecht waren gekomen. Tot op zekere hoogte ben ik ook vluchteling, ook al kwamen we hier met het vliegtuig en hebben we geen gevaarlijke tocht over zee hoeven te maken. Maar die angst om mensen kwijt te raken van wie je houdt, het alles achter moeten laten, dat herkende ik. Niemand laat voor zijn lol alles achter.

Aan het werk gaan heeft mijn leven veranderd. Ik voelde me als een vis in het water. Ik kreeg collega’s die mij waardeerden, die me zeiden dat ik dingen goed deed. Ik had echt het idee dat ik toegevoegde waarde had. Het is de verandering geweest die ik nodig had. Ik kreeg een andere kijk op mezelf.”

5 Het is mijn leven

“Ik ben geboren in een rooms-katholiek gezin, niet zo raar als je uit Brabant komt. Als kind ging ik elk weekeinde naar de kerk. Maar ik snapte het niet. Ik begreep niet hoe Jezus nu de zoon van God kon zijn. Ik dacht daar veel over na.

In Syrië ben ik moslim geworden. Mijn huwelijk speelde daarbij een rol, maar niet alleen. De islam past beter bij mij, althans de Koran zoals ik die lees. De directe band die je met God kunt hebben, dat spreekt mij aan. Als ik bid, dan voelt dat goed. Maar de tendens is helaas, niet alleen bij de islam lijkt het, dat het meer om de regels gaat dan hoe je als mens bent.

Sommige regels gingen mij steeds meer tegenstaan. Drie jaar geleden heb ik mijn hoofddoek afgedaan. Dat was voor mij een hele stap, ik had tijd nodig om die te nemen. De eerste keer dat ik weer op mijn werk kwam, voelde het alsof ik naakt was. Het afdoen van die hoofddoek betekent niet dat ik geen moslim meer ben. Dat vinden sommige mensen dan ook weer raar. Maar inmiddels denk ik: ik laat het los. Het is mijn leven, ik doe het zoals ik denk dat het goed is. Ik drink ook wel eens een glas wijn. Maar ik ga niet meer nadenken over wat de Marokkaanse overbuurman daarvan vindt.

Ik ken de conservatieve moslimwereld, dus eigenlijk verbaasde het me niet wat er naar buiten kwam over het lesmateriaal op islamitische scholen. Toch schokte het me enorm. Ik probeer met mijn kinderen over van alles te praten, ook over homoseksualiteit en relaties. Het is soms lastig voor ze, ik denk over veel zaken niet hetzelfde als hun vader. Ze zitten soms tussen twee vuren. Wat ik hoop is dat ze op een gegeven moment in staat zijn hun eigen keuzes te maken.”

6 Tel je zegeningen

“Ik voel mij heel Nederlands, maar ben natuurlijk wel vijftien jaar weggeweest. Ik kan me soms verbazen hoeveel mensen hier klagen. Syrië was geen derdewereldland, maar het was absoluut geen Nederland. Ik begrijp het vaak niet en denk geregeld: je weet niet hoe goed je het hier hebt. Ga een maandje naar Somalië, naar Mali, en kom dan eens terug.

Mijn moeder had laatst haar voet gebroken en verbleef een paar weken in een tehuis. Er werd goed voor haar gezorgd, we gingen regelmatig op bezoek. Mensen uit het Midden-Oosten zeggen dan vaak: wij nemen onze ouders tenminste bij ons in huis. Met die kritiek kan ik dan ook weer moeite hebben. Een bed in de woonkamer is lang niet altijd betere zorg.”

Susan van Mierlo in 2013. Beeld Roger Dohmen

7 Nederlanders verschillen, Arabieren ook 

“Vorig jaar ben ik officieel gescheiden, daar ging een lange, moeilijke periode aan vooraf. Volgens mijn ex zijn de problemen tussen ons in Nederland begonnen. Ik denk dat ze er al eerder waren, maar dat durfde ik niet toe te geven. Ik heb hier veel meer vrijheid om mijn eigen keuzes te maken.

Een van mijn kinderen zei eens dat ik zo veranderd ben sinds we uit Syrië weg zijn. Maar misschien ben ik wel weer meer geworden wie ik was. Syrië heeft mijn leven verrijkt, maar ook gecompliceerd gemaakt.

Ik heb een nieuwe relatie, met een Irakees, ook een vluchteling. Ja, ik weet dat sommige mensen denken: weer een Arabier, is dat wel slim? Maar als het mislukt met een Nederlander, zeg je toch ook niet: dan maar geen Nederlander meer! Mijn familie was in eerste instantie ook not amused, maar inmiddels hebben ze hem helemaal geaccepteerd. Aqeel en ik kennen elkaar nu bijna drie jaar. Hij heeft me weer vertrouwen gegeven in de toekomst en daar ben ik hem dankbaar voor. Ik ben blij met deze liefde in mijn leven.

Ik heb dromen en ideeën, maar ver vooruitkijken doe ik toch niet te veel. Als me tijdens een sollicitatiegesprek wordt gevraagd waar ik mezelf over vijf jaar zie, dan weet ik het antwoord echt niet. Ik leefde in een stabiel land, waar de pleuris uitbrak. Wie zegt dat het absoluut onmogelijk is dat hier zoiets gebeurt?”

Wie is Susan van Mierlo?

Susan van Mierlo (Soerendonk, 1973) studeerde culturele antropologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Na haar afstuderen werkte ze als reisleidster onder meer in Syrië, waar ze in Damascus haar Palestijnse man ontmoette. Met hem kreeg ze vier kinderen. Tussen juni 2012 en juli 2013 had Trouw geregeld contact met haar en vertelde zij in de krant over de situatie waarin zij en haar gezin verkeerden toen de oorlog ook Damascus bereikte. In juli 2013 vluchtten ze naar Nederland. Van Mierlo werkte de afgelopen jaren onder meer als woon- en programmabegeleider bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers en bij welzijnsorganisatie WIJeindhoven. Nu is ze hoormedewerker bij de IND. Ze werkt aan een boek over haar ervaringen.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?Eerdere afleveringen leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden