Ik heb een droomStef Bos

Stef Bos: ‘We hebben grote dromers nodig’

Stef Bos Beeld Jorgen Caris

In deze interviewrubriek vraagt de redactie van Trouw aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Stef Bos.

“Ik droom te gekke dingen, zoals over een hotel in New York met Escher-achtige trappenhuizen. Ik bleek twintig jaar eerder in de tijd gekatapulteerd. Wat ik nu besluit heeft invloed op later, dacht ik in de droom. Tegelijkertijd besefte ik dat ik al in dat later was. Een topdroom.

Mijn moeder, godin van de verbeelding, speelde de heks ‘Menum’ als wij niet naar bed wilden. De eerste droom die ik me kan herinneren ging over die heks. En ‘stompmannetjes’. Onderweg op vakantie naar Katwijk aan Zee, passeerden we het plaatsje Stompwijk. Op het Katwijkse strand zag ik Duitsers met stompjes: soldaten die hun handen verloren hadden in de oorlog. Toen ik vroeg wat voor mensen dat waren, antwoordde mijn moeder: ‘Dat zijn Stompmannetjes, die komen uit Stompwijk.’ Die nacht droomde ik over die mannetjes en Menum. Ze stopten me in een pot met kokend water.

De Bushmen in Zuid-Afrika, waar ik met mijn gezin woon, noemen God ‘de grote droom die alle kleine dromen droomt’. Dat is toch werkelijk prachtig? Dat kwetsbaarheid er ook mag zijn. Wie zijn we zonder onze kleine dromen, onze kwetsbaarheid? Een droom is zo mooi omdat je die niet onder controle hebt. Dat is voor mij de essentie van het leven. Schoonheid – verdriet, geboorte, geluk, de dood – is zo heftig en tegelijkertijd zo mooi omdat het niet maakbaar is.

‘Wie niet meer droomt, is gestopt met leven’

Ik droomde ook eens dat ik los moest laten en op een andere manier naar mijn leven moest kijken. Ik werd zo gelukkig wakker van dat inzicht. Dat een droom je kan zeggen welke richting je op moet, te gek. Ik luister daarnaar. Na die inzichtsdroom stopte ik met de pr voor één van mijn albums en richtte me alleen nog maar op de plaat zelf. Het is nog nooit zo goed gegaan met een album.

Zonder verbeeldingskunst kan ik niet leven en mijn vak ook niet uitoefenen. Maar verhalen voor een plaat ontstaan vooral door voluit te leven. Ik liep eens de Italiaanse kledingzaak Spaghetti Mafia binnen in Kaapstad voor een net pak. Ik raakte met de eigenaar Giovanni in gesprek over Italiaanse literatuur. Na vijf uur zat ik er nog. Toen ik de winkel verliet zei hij: ‘In het pak dat je gaat dragen worden Sicilianen begraven. Het heeft geen zakken. Je kunt immers niets meenemen naar de dood.’ Dat was een inspiratie voor mijn nieuwe album ‘Tijd’.

We hebben grote dromers nodig in ons le­ven, die ons in hun verhalen meeslepen. Zoals Jacques Brel. Hij vond dat een mens altijd een droom moet hebben, een verlangen. Als je de verwondering en dromen onderweg verliest, moet je altijd proberen ze opnieuw te herinneren. Wie niet meer droomt, is gestopt met leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden