Sonne Copijn

Ik heb een droomSonne Copijn

Sonne Copijn: Waar ik van droom? 10.000 hectare aan bijenoases

Sonne CopijnBeeld Jorgen Caris

 In deze interviewrubriek vraagt de redactie van Trouw aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Sonne Copijn.

“Ik ga bij je weg, zei mijn man negen jaar geleden. Ik dacht: als ik nou ook nog mijn baan verlies, ga ik dood. Hoe ga ik dat ooit redden met drie kleine kinderen? Negen maanden later was ik mijn baan kwijt. Maar ik ging niet dood. Drie dagen later vroeg de Triodosbank me een imkercursus te geven. Ik zei ja. In die tijd werd ik iedere ochtend voor ik wakker werd besprongen door een monster. Hij omklemde mijn buik, die van angst helemaal verkrampte. Je bent weerloos als je slaapt. Ik red het niet, dacht ik. Daarom is het zó waanzinnig waar ik nu sta. Dit jaar won ik de Heimans en Thijsse Prijs. Ik ben zo blij. Ik ben eindelijk geland.

Mijn droom is om 10.000 hectare aan bijenoases te creëren. Eerst dacht ik: dat lukt nooit. Maar we gaven aan 75 gemeentes een training bijvriendelijk openbaar groenbeheer en het zou goed kunnen dat we er daardoor al zijn.

Zulke toekomstdromen manifesteren zich meestal vanzelf, als ik er met mijn hart bij blijf. De bijen helpen mij daarbij, door hen heb ik leren loslaten. Ik verdwijn volledig in een andere wereld als ik met ze bezig ben. Aan hun gezoem hoor ik of het goed met ze gaat. Meestal weet ik niet precies wat ik heb gedaan als ik de kast weer dichtdoe. Net zoals wakker worden uit een droom.

Sonne Copijn (49) is oprichter van Bee Foundation. Als imker leert ze scholieren, overheden en bedrijven over wilde bijen, hommels en vlinders, en plant ze bijenoases met inheemse gewassen.

Als kind zat ik liever in een droomwereld dan in de echte. Thuis voelde ik me niet op mijn plek. Aan tafel spraken mijn ouders meestal Latijn. Mijn moeder is landschaps-­architect en mijn vader boomchirurg. Ze bespraken hun beplantingsplannen, wij deden er dan niet toe. Ik was liever buiten en hield vooral van de wilde bloemen. Ik heb mezelf in die tijd beloofd om nooit Latijn te leren. Nu ik met die wilde bloemen werk, was het toch best handig geweest.

Eén droom van vorig jaar herinner ik me levendig. Aan mijn jeugdliefde, die ik 28 jaar niet had gezien, vroeg ik hoe het met hem ging. ‘Dat moet je aan de natuur vragen’, antwoordde hij. Onze relatie eindigde destijds met een voorspellende nachtmerrie. Ik droomde dat hij op een brug stond. Ik kon niet bij hem komen. Bij zijn afstudeerfeestje gebeurde precies wat ik had gezien in de nachtmerrie. Vrienden omringden hem, ik kon niet bij hem komen en hij zocht geen contact. Er ontstond een kloof tussen ons en we verbraken onze relatie.

Nadat ik opeens weer over hem had gedroomd, mailde ik hem direct toen ik wakker werd. Binnen een half uur had ik antwoord. Hij liep de pelgrimsroute naar Santiago. Toevallig zou ik in de buurt van de route kamperen met mijn dochter. Het plaatsje waar we elkaar na al die jaren weer hebben gezien, bleek aan een gigantische brug te liggen. De kloof is gedicht en we zijn nu goede vrienden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden