Klein Verslag Wim Boevink

Sjokken en draven, het verschil tussen schuldgevoel en trots

Als u mij toestaat, dan zou ik ook vandaag als niet-paardenkenner nog iets over paarden willen schrijven (en hierna houdt het snel weer op hoor). De paardenmarkten in Voorschoten en Elst inspireren me tot een kleine reflectie op mijn persoonlijke ­ervaring met het nobele dier, dat me niet erg nobel voorkwam toen ik het bereed op de flanken van de Bromo, een vulkaan op Java.

Het was een zeer vroege ochtend, ­eigenlijk nog nacht, toen we stapvoets de berghelling opsjokten, de pony en ik, en ik me tamelijk potsierlijk voorkwam; het arme, haveloze dier droeg geen zadel en had een holle rug, zo hol dat mijn voeten bijna de grond raakten. Ik kan niet eens zeggen dat ik de teugels in handen had, want de pony werd meegevoerd door een Javaanse gids, die naast het dier liep.

Ik bevond me in een groepje medetoeristen, die allemaal de reisgidsaanbeveling volgden om in het holst van de nacht op te breken ten einde de zonsopgang boven de vulkaan te beleven - aangekondigd als een spectaculair schouwspel.

John Wayne, rechte rug, ontspannen, de handen losjes om de teugels

Nu, decennia later, heb ik geen herinnering aan die zonsopgang (wel aan de kou en het maanlandschap), maar die pony achtervolgt me soms nog, vergezeld van het ongemak van zijn schonkige rug en de schaamte en het schuldgevoel dat ik me in dit arrangement had laten meevoeren.

Meer trots en fierheid kan ik leggen in mijn tweede ervaring met paarden; die huurden we met een groepje vrienden in een Zuid-Franse manege om ermee de Camargue in te rijden, de schitterende, drassige graslanddelta van de Rhône.

Hier zat ik werkelijk hoog te ros en ik kan me er nog over verbazen dat ik er volledig onervaren en met maar een paar summiere aanwijzingen op los reed, zonder ook maar een greintje angst, met in het hoofd mijn beeld van de ideale ruiter.

John Wayne. Rechte rug, ontspannen, de handen losjes om de teugels, een minzaam grijnsje om de lippen.

Het moet een buitengewoon schappelijk dier zijn geweest onder mij, om zoveel op niets gestoelde branie te dragen en verdragen, zonder bokkesprongen of andere uitingen van opstandigheid.

De mens, oorsprong van alle plagen

Vorige week trof mij een bericht in deze krant over het geplande afschieten van duizenden brumbies, de wilde paarden van Australië, die in het Kosciuszko-park door hun aantallen het ecosyteem bedreigden.

Ik ken dat park. Ik ben er in maart nog doorheen gereden, niet te paard, maar per auto, op weg naar de hoogste berg van het land, de Mount Kosciuszko. De rit voerde langs dichtbeboste hellingen en langs groene ravijnen; ik heb geen paard gezien. De berg zelf, kaal en rotsig, bestijg je met een kabelbaan en daarna loop je – als je in goeden doen bent – gewoon omhoog naar de niet al te steile top.

De brumbies zwerven in hun kuddes door de binnenlanden van Australië, van oorsprong in de achttiende eeuw vanuit Zuid-Afrika als trek- en rijdieren meegebracht door Engelse kolonisten, mensen die eigenlijk de grootste verstoorders van het heersende ecosysteem in Australië waren.

Bij alle dierenplagen lijkt me een ­relatie te bestaan met de mens, de oorsprong van alle plagen. Maar waarschijnlijk draaf ik nu door.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden