LevenslessenTim Knol

Singersongwriter Tim Knol: Succes najagen doe ik niet meer

Beeld Merlijn Doomernik

Singer-songwriter Tim Knol (30) gooide zijn levensstijl drastisch om, viel 40 kilo af en bedacht tijdens de lockdown De Wandelclub. ‘Daarin komen twee dingen uit mijn leven samen: muziek en bewegen.’

1 Eén bord is genoeg

“Het begon tijdens de vorige zomer op De Parade. Ik speelde in een tent waarin het krankzinnig heet was en met mijn 120 kilo ging het zacht uitgedrukt niet vanzelf. Het was een zelfdestructieve periode met heel, heel veel drank, die eind juli eindigde tijdens de Zwarte Cross. Kortademig stond ik op het podium, het duizelde me en ik had last van tintelingen in mijn vingers. Toen was het klaar. De dag erna ben ik rigoureus anders gaan leven.

Allereerst stopte ik met drinken. In oktober nam ik opnieuw af en toe een wijntje bij het eten, en twee maanden later was het in plaats van één glas weer één fles per avond. Vanaf dat moment heb ik geen druppel alcohol meer gedronken. Op termijn ga ik het wel weer oppakken, ik wil gewoon maat kunnen houden. Als dat niet lukt, kap ik er definitief mee.

Daarnaast ging ik op mijn eten letten. Suikers, snelle koolhydraten en zetmeel kwamen er niet meer in. Thuis at ik niet eens zo ongezond. Het probleem was vooral dat het te veel was. Niet één bord pasta, maar drie keer opscheppen.

Tim Knol (Hoorn, 1989) is singer-songwriter. Op Lowlands 2009 ­tekende hij zijn eerste platencontract bij Excelsior Recordings en een half jaar later verscheen zijn titelloze debuutalbum. In de daaropvolgende jaren volgden ‘Days’, ‘Soldier On’ en ‘Cut The Wire’, platen die stuk voor stuk hoge noteringen in de hitlijsten behaalden. Behalve soloartiest is Knol ook gitarist en leadzanger van de garagerockband The Miseries. Vorig jaar maakte hij met de countryband Blue Grass Boogiemen het album ‘Happy Hour’. Dit najaar staan de opnames van zijn nieuwe soloplaat gepland. Voor meer informatie over de wandelclub: https://www.wandel.club/

Ik ben 40 kilo afgevallen en sport veel, dus inmiddels mogen brood en aardappelen weer, anders ben je de sjaak. Een diëtiste helpt me daarbij, want mijn hoofd kon niet terugschakelen: ik ga op een dag toch niet drie fucking boterhammen met kaas eten?

Nu is alles onder controle. Mijn gewicht blijft hetzelfde en alleen de laatste vetjes en rolletjes rond mijn buik moeten er nog af. Dan ben ik tevreden. Ik ben er bijna.”

2 Kom in beweging

“Ik beweeg elke dag. Vandaag ben ik op een stadsfiets naar mijn kantoortje in Haarlem gereden. Valt mee, hoor: 17 kilometer heen en 17 terug. Op andere dagen ga ik twee, drie uur wandelen. Serieus sporten – wielrennen of hardlopen – doe ik twee, drie keer in de week.

Daardoor zit ik veel beter in mijn vel. Ik kan meer aan, ben productiever en bovenal gelukkiger. Als ik foto’s van een jaar geleden terugzie, schrik ik. Destijds had ik daar geen last van. Het deed me ook niets hoe anderen naar me keken, ik heb me altijd goed gevoeld in dat lichaam. Tot ik klachten kreeg.

Het fiets- en loopvirus heeft me aardig te pakken. Ik ben ook gek op zwemmen. Het Alkmaardermeer ligt hier om de hoek, dus de volgende stap is de triatlon. Hoeveel kilometer is dat? 3,8 kilometer in het water, 180 kilometer op de racefiets en een marathon hardlopen. Pff... Nou ja, een jaar geleden had ik je ook voor gek verklaard als je had gezegd dat ik nu een halve marathon kon lopen.”

3 Vrijheid is goed, behalve voor je schoolrapport

“Als jochie was ik niet dik. Tot mijn vijftiende voetbalde ik en was het Sixpack Timmy. Toen ik de muziek in ging, raakte ik voller. De kroeg, hè, het bier.

Ik heb in mijn jeugd geen ellende meegemaakt. Vrijheid, dat is het kernwoord van mijn opvoeding. Mijn ouders waren niet van de strenge regels. Ze lieten me m’n gang gaan. Voor mijn schoolprestaties was dat misschien niet altijd even goed, maar op de lange termijn heeft het me geholpen. Door gewoon te leven en soms op m’n bek te gaan, heb ik het meest opgestoken.

Mijn eerste gitaar kreeg ik op mijn achtste. Twee jaar later speelde ik met een vriendje elke zaterdag op de Grote Noord, dé winkelstraat in Hoorn. Per dag haalden we een paar honderd gulden op, waarvan we games voor de Playstation kochten. Ik was een bijdehand kind dat altijd en overal muziek wilde maken. Het was hobbyen, ik kreeg pas door dat het echt wat kon worden toen ik op mijn negentiende mijn eerste platencontract tekende.

In die eerste jaren van mijn carrière kwam er veel op me af, dat was leerzaam maar ook eng. Gelukkig had ik mensen om me heen bij wie ik terechtkon: mijn ouders en Nienke – zij was er al bij toen ik achttien was.”

Beeld Merlijn Doomernik

4 Werk elke dag

“Door corona is 90 procent van mijn omzet weggevallen. Artiesten met grote hits krijgen jaarlijks een paar ton van Buma/Stemra. Dat zit er bij mij niet in. Ik moet het hebben van het livecircuit en dat viel ineens stil.

Toch heb ik het druk. Ik kan erg slecht tegen niets doen. Om mijn hoofd rustig te houden moet ik elke dag bezig zijn. Het zit in mij om niet te lang bij de pakken neer te zitten. Ik houd van ondernemen, vind het leuk om nieuwe dingen te bedenken.

Een van de ideeën die ik tijdens de lockdown heb uitgewerkt, is De Wandelclub. Wat ik voor me zie, is dat we een wandeltocht uitzetten in een mooi natuurgebied met onderweg geweldige cultuur: een band, een schilderende kunstenaar, een klassiek kwartet, van alles wat.

We gaan deze maand klein beginnen. Ik neem maximaal twintig mensen mee op pad en tijdens tussenstops maak ik muziek. Voor mij is het een manier om twee dingen uit mijn leven samen te laten komen: muziek en bewegen.”

5 Muziek kan iets afsluiten

“Op de dag dat Nederland in lockdown ging, verhuisden Nienke en ik van Amsterdam naar Wormerveer. Onze woonboot werd te klein. Ik kom uit Hoorn en de mentaliteit hier in Wormerveer is hetzelfde, daar hou ik van. Het is een nuchter volkje.

Al ons spaargeld zat in het nieuwe huis en toen werden al mijn optredens afgezegd. Veel stress dus. Nu heb ik weer rust en lukt het me om nieuwe liedjes te schrijven. Ik maak me niet meer druk over mijn financiële toekomst. Vroeger wilde ik vrachtwagenchauffeur worden, en ik kan altijd nog een switch maken. Maar er kan langzaamaan meer: ik mag spelen in zalen voor dertig man waar normaal 1700 mensen in kunnen. Straks voor honderd. 

Mijn nieuwe album wordt akoestischer, meer folky, minder melodisch. Eerder durfde ik nooit zo basic te zijn. Voor mij is het belangrijk dat elk liedje echt ergens over gaat. Het is voor­gekomen dat ik gewoon een mooie, maar random tekst schreef. Die liedjes speel ik nooit meer.

Vaak sluit mijn muziek iets af wat is geweest. Om het te verwerken, daarna kunnen we weer door. Neem ‘Soldier on’, een plaat over de tijd waarin een deel van mijn band opstapte, vriendschappen knalden uit elkaar. Op het album dat ik nu maak, richt ik me op de periode waarin ik te zwaar was. Soms zing ik over persoonlijkere dingen die ik niet per se expliciet wil maken. Omdat ze privé zijn en ook omdat de luisteraar z’n eigen interpretatie aan de tekst mag geven.

Negen van de tien keer ontstaat een song als ik ga zitten, m’n gitaar pak en een beetje met akkoorden piel. Op mijn telefoon neem ik losse fragmenten op. Na een tijdje werk ik al die snippers uit in de studio. Het is bijna altijd eerst de muziek die ontstaat, pas daarna komt de tekst. Hoewel, op de plaat waaraan ik nu werk, komen een paar nummers waarbij ik de teksten op muziek heb gezet. Het liedje ‘Under My Window’ bijvoorbeeld. Ik vertel daarin over Amsterdam, wat ik daar meemaakte en over het afscheid van de stad.”

6 Laat niet met je sollen

“Het is veel: muziek maken en een carrière onderhouden. Ik heb geen manager, want de muziekindustrie zit vol slimmeriken. Ik heb iemand nodig die achter de schermen alles voor elkaar heeft en na afloop van een optreden ­netjes naar huis gaat en ook niet hoeft te zuipen.

Gelukkig kan ik tegenwoordig goed zelf ‘nee’ verkopen. Aanvankelijk had ik daar meer moeite mee en deed ik dingen waar ik niet helemaal achterstond. Een popquiz op televisie bijvoorbeeld. Vooraf krijg je een paar drankjes om je los te krijgen en daar ga je… Hoe goed tv ook voor je naamsbekendheid is, ik wil niet meer voor lul staan. Nu ik meer ervaring heb, kan ik beter filteren waar ik wel en niet op inga, al trap ik er soms nog steeds in.

Twee jaar geleden was er dat akkefietje met radio-dj Giel Beelen. Op Twitter had ik forse kritiek geuit toen een optreden van zangeres Maan op de radio werd verstoord door een uitgenodigde streaker. Een paar maanden later zat ik bij Beelen voor een liveshow. Mijn gitarist Anne Soldaat had me nog gewaarschuwd: ‘Tim, weet je zeker dat je dit gaat doen? Ik voel dat Giel een streek met je gaat uithalen.’

En ja hoor, terwijl ik stond te zingen, was daar ineens een stripper met veel te grote borsten. Boos liep ik de studio uit. Beelen is een shockjock en dat had ik moeten weten. Ik ben er minder naïef door geworden. Ik sta voor mijn principes en laat niet met me sollen, al helemaal niet door een clown.”

7 Maak wat je mooi vindt

“Na mijn doorbraak in 2010 speelde ik op alle grote festivals. Daarna werd ik even niet meer gevraagd. Wat moest ik doen? Het succes krampachtig najagen? Ik werd daar ongelukkig van. Op de lange termijn werkt dat ook niet. Er zijn niet veel voorbeelden van artiesten die geforceerd naar hits zoeken en na een paar jaar nog steeds albums maken. Ik wil een carrière waarin ik de komende dertig jaar een stuk of vijftien mooie albums maak en koos daarom voor een andere aanpak: als je gewoon maakt wat je mooi vindt, dan kom je er wel weer. Het bleek de juiste strategie, nu sta ik weer op de grote podia.

Natuurlijk wil ik hits, maar ik heb geen zin meer om mijn muziek daar bewust naartoe te schrijven. Het recept om op de radio te scoren is niet bijzonder ingewikkeld. Er is een bepaalde sound, een gladheid voor nodig. Daar zie ik geen uitdaging in. Liever blijf ik dicht bij mezelf. Op mijn laatste plaat, ‘Cut The Wire’, staan een paar nummers die radiovriendelijk zijn, dan gebeurt het gewoon.

Beeld Merlijn Doomernik

Terugkijkend op elf, twaalf jaar in de muziek ben ik er vooral trots op dat ik kan leven van wat ik heel leuk vind om te doen. Als kind ambieerde ik geen muziekcarrière, maar toen ik eenmaal in het wereldje zat, werd het mijn droom om het heel lang vol te houden.” 

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden