Paul de Bont.

InterviewPaul de Bont

Schrijver van opvoedboek: Doe eens wat minder je best voor die kinderen

Paul de Bont.Beeld Patrick Post

Paul de Bont woont met man en twee tweelingen aan de rand van een Goois dorp, midden in het groen. Hij schreef een vrolijk en tikje provocerend opvoedboek over hun licht chaotische huishouden, dat net voor Vaderdag verscheen. Deze twee vaders denken het beter te doen.

Midden in het gesprek springt Paul de Bont van de bank. “Sorry, ik zie mijn dochter aan komen fietsen, net terug van geschiedenis, even vragen hoe het is gegaan.” Juist, examentijd. Spannend. Ook een belangrijke tijd voor ouders om de rust te bewaren. “Er staan in mijn boek weliswaar 89 opvoedtips”, zegt de Bont, “maar in feite is het steeds dezelfde: dat je niet bang moet zijn. Blijf kalm. De meest geruststellende gedachte voor ons is: als opvoeder heb je veel minder invloed dan je denkt.”

Als twee vaders hebben ze alles zelf moeten uitvinden, schrijft De Bont in Rust, regelmaat en fikkie stoken. Homovaders zijn pas net begonnen met opvoeden en kijken met een frisse blik naar opvoeding. Hoe streng moet je zijn? Hoe groot is de invloed van ouders? Hoe overleef je die kindertijd zonder grote rampen?

De Bont en zijn echtgenoot Wim zijn de eerste Nederlandse vaders die hun vier kinderen – twee tweelingen van 16 en 14 – hebben gekregen via een draagster in Amerika, met eicellen van familieleden. Hoogtechnologisch commercieel draagmoederschap was in Nederland niet mogelijk en is dat nog steeds niet.

Al met al een uitputtend en kostbaar proces, dat meer dan drie jaar duurde. “We moesten alles zelf uitzoeken en regelen. We wilden de koninklijke weg volgen. Absoluut zeker zijn dat het legaal en moreel oké was. We zijn pas begonnen nadat we onze draagster hadden ontmoet: een echt Amerikaanse christelijke middle class-moeder van drie kinderen die graag ons wilde helpen. Voor alle critici: ze had een beter betaalde baan dan wij.”

Hij omschrijft het als ‘een avontuur van twee mensen die door allerlei muren, en letterlijk, grenzen zijn gegaan om kinderen te krijgen’. Waarbij de omgeving niet altijd juichend langs de kant stond: ‘Dat is nou eenmaal niet voor jullie weggelegd’ en ‘Je kunt ook een speciale oom worden van je neefjes en nichtjes’ kregen ze te horen. De Bont: “F*ck them, we wilden en hebben ons eigen gezin.”

Dat gezin vindt die samenstelling volkomen gewoon. ‘We hebben geen moeder!’, zuchten de kinderen verveeld in koor als de caissière van de Praxis zegt dat ze van hun moeder vast geen lolly mogen.

De toon in het boek is luchtig, vrolijk en licht provocerend: kinderen tiranniseren hun ouders, de helft van die ouders is gescheiden, kinderen krijgen ‘scrabble-diagnoses’ als ADHD en OCD, vrouwen benoemen zichzelf tot hoofdopvoeder, gaan minder werken en knippen hun haar af. In vrouwenbladen gaat het alleen maar over hoe je kinderen nog beter, mooier, slimmer en vegan kunnen worden. Er is veel te veel stress.

Laat het gaan, zegt de Bont, een stellige schrijver en prater. Te lange nagels of ongewassen lakens? Niet erg. Willen ze niet elke dag douchen? Prima. Gedoe met eten? Pizza! Laat ze vooral vies worden en een vuurtje stoken. De liefdevolle verwaarlozing viert hier hoogtij. Maar wel binnen duidelijke regels.

Jouw boek is het eerste opvoedboek geschreven door twee vaders, zeg je.

“Ja. Vroeger werden opvoedboeken sowieso meestal door mannen, vaak mannelijke artsen geschreven, nu zijn zo’n beetje alle opvoedboeken van vrouwen. Philippa Perry, met man en één kind, die is enorm populair. Terwijl ik denk: misschien kunnen we met z’n allen leren van een andere blik op opvoeding zoals de onze. Wij vormen geen traditioneel gezin, zijn buitenstaanders, al worden wij ook steeds saaier hoor. Het is fijn om gewoon te zijn, vader te zijn. Ik vind het zalig om een hinderlijk rondslingerende gymtas naar boven te gooien en er woedend iets achteraan te schreeuwen. Wij genieten enorm van het ouderschap.”

Heeft dat enorme genieten – dat van het boek afspat – iets te maken met hoe de kinderen er gekomen zijn, dat je extra gemotiveerd moet zijn om dit allemaal voor elkaar te krijgen?

“Nee. ik wilde gewoon altijd al kinderen. Als kind dacht ik: dan ga ik wel in een commune wonen. Het is niet eens zo dat ik het ontzettend leuk vind om spelletjes te spelen ofzo. Wij hebben vrienden die doen steeds maar van alles met hun kinderen en gelukkig ook met die van ons. Dan gaan ze racen en magneetvissen. En wij zitten hier een beetje te niksen. Maar we vinden het heerlijk om ouders te zijn. Een oergevoel.”

Dat oergevoel had De Bont, die documentaires produceert, niet toen de kinderen er nog niet waren. “Ik heb een aantal films geproduceerd over probleemkinderen en daar schrok ik elke keer van. Over ouders die hun kinderen niet onder controle kregen, over de angst dat ze zouden ontsporen. En dan de gang naar de ggz, een diagnose. Maar als ze wat rustiger waren geweest met hun verwachtingen en wat voor minder prikkels en meer regels hadden gezorgd, waren er minder problemen geweest.”

null Beeld

Ja? Is het zo eenvoudig?

“Ja dat denk ik ja. Ik dacht zelf aanvankelijk ook dat alles fout zou gaan. Grappig, als je ‘gewoon’ kinderen krijgt, dan denken mensen over veel zaken niet na, maar wij moesten over álles nadenken. Ook over erfelijke aandoeningen, een testament. Dan ga je automatisch problemen spinnen: wat als een kind ziek wordt of Down heeft? We verwachtten allerlei problemen, maar toen de kinderen er eenmaal waren, hadden we nergens meer last van. Terwijl het ook geen heel makkelijke kinderen zijn.”

De Bont en zijn man vlogen eerder dan gepland naar Amerika omdat hun eerste tweeling te vroeg werd geboren. “Het was daar een chaos, een overvolle ic waar wel 25 kinderen lagen, met ieder een alarmpiepsysteem dat om de beurt afging. Wij zaten daar met onze baby’s op onze buik en hadden gewoon pret. Waren ineens heel rustig. Dus de praktijk bleken wij heel goed te kunnen aanvaarden en dat is zo gebleven.”

Paul de Bont. Beeld Patrick Post
Paul de Bont.Beeld Patrick Post

In zijn boek haalt De Bont The Nurture Assumption (vertaling: Het misverstand opvoeding) aan, het boek waarmee Judith Rich Harris in 1998 heel wat overhoop haalde door die opvoeding zo te relativeren. Nature wint het bij haar van nurture. Niet opvoeding, maar genen (50 procent) en de omgeving waarin een kind opgroeit (45 procent) maken een mens. De invloeden van peer groups buiten het gezin zijn in haar optiek vele malen groter dan die van ouders.

“Dat idee paste bij ons. Als buitenstaanders zijn wij relaxter. Veel ouders schieten in no-time in een keurslijf waarbij vrouwen de rol van primaire opvoeder op zich nemen. En die opvoeding overschatten.”

In het boek ben je vrij stevig over de scheve rolverdeling bij man-vrouwstellen...

“Ik zie overal stress en paniek, de behoefte om het allemaal goed te doen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat man-man stellen het het beste doen. Beter dan twee vrouwen. Een beetje onzin hoor, zo’n genderstudie-achtig onderzoek, je kent het wel. Maar toch: het bevestigt onze bevindingen. Ik snap zowel de vrouwen als de mannen niet, dat ze ineens net als hun ouders worden. Het lijkt me helemaal niet fijn voor je huwelijk als de een zichzelf de belangrijkste opvoeder vindt, minder gaat werken, en de ander krijgt een papadag. Ga eens om tafel zitten en verdeel de taken.”

“We verdelen de taken wel, maar het is bij ons niet zo dat de een alle verzorgende dingen doet en de ander de regelzaken. We hebben het verdeeld op wie wat liever doet. Ik doe de was in de machine en Wim haalt die eruit. Ik ruim alles op, Wim maakt alles schoon. Ik doe de boodschappen, Wim ruimt ze op. Ik doe de muggen, Wim de mieren.”

Je vertelt weinig over je eigen opvoeding.

“Ik vond het al vol genoeg. Ik kom uit een Brabants gezin met negen kinderen, heel verbaal, veel pret, maar mijn ouders zaten ook niet bovenop de kinderen. Prima. Ouders doen tegenwoordig net of kinderen bonsai­boompjes zijn, knip knip knip met een nagelschaartje en dan weer wat meer schaduw en dan weer een scheutje water...

“Terwijl, kinderen zijn toch meer als stevige bamboe, je plant het, het groeit en groeit en voor je het weet staat er vijf meter verder weer een stukje bamboe. Zo zijn kinderen. Ik weet niet precies waar mijn kinderen later gelukkig van worden en zij zelf ook nog niet.”

Ben jij zelf helemaal gespeend van het bonsai-gedrag?

“Ik moet me wel beheersen. Ik zit te pushen op hun opleidingen, ik wil dat ze het goed doen. Ik push ook op bepaalde vriendjes die ik niet zie zitten, al wordt dat steeds moeilijker. Ik heb ook wel eens een aardrijkskundeproject met mijn zoon gekleid en van die magere zeven gebaald. Ouders hebben tegenwoordig toegang tot hun roosters, cijfers en prestaties, dat maakt het niet makkelijker. Dus zitten ze boven op die cijfers, maar durven geen regels over huiswerk af te spreken.’’

Jij wordt ook een beetje zenuwachtig van de boeken van Philippa Perry, lees ik. Zij propageert niet zo zeer regels, maar vooral een heel begripvolle, luisterende manier van omgaan met je kinderen.

“Ik denk dan: ze heeft maar één kind, dat is echt anders. Lekker makkelijk. En dan twee van die kunstzinnige ouders (Philippa Perry is getrouwd met kunstenaar Grayson Perry, red.), ja, natuurlijk wordt dat een heerlijk kind dat lekker gaat kliederen met verf en supercreatief is…”

Dat zit ook in jouw boek. Jullie hebben vier heerlijke kinderen en jullie zijn een heerlijk gezin waar veel gelachen en gedold wordt. Het is een nogal zelfverzekerd verhaal over hoe jullie het doen.

“Jawel, het is een zelfverzekerd boek. We zijn overtuigd dat grenzen werken, met één kind hoeft dat misschien niet, maar bij twee wordt dat al moeilijker. Van grenzen worden kinderen gelukkiger. Ik merk het aan kinderen die hier komen. Die raken in de war als ze geen cola krijgen.

“Soms ontglipt het mij ook. Ik heb een incident beschreven waarin ik flip als een van mijn dochters het autoportier dichtslaat op de hand van haar broer. Toen heb ik haar van de schrik een klap gegeven. Verschrikkelijk vond ik dat.”

Er zitten niet heel veel van zulke momenten in het boek.

“Weet je, het is bedoeld als een vrolijk boek, een lachspiegel. Geen biecht, het zijn tips. Voor mijn part leg je het op de wc en lees je een tip per dag, maar ik zou het leuk vinden als ouders gaan nadenken: waarom ben ik degene die altijd de was doet? En doe ook eens wat makkelijker over die was. Opvouwen? Smijt die kinderkleding gewoon in de kast. Wat? Strijken? Haha, dat doe je al helemaal niet! Eerlijk gezegd hebben wij hier een meningsverschil te pakken, want mijn Wim is wel van het vouwen, maar dat is overkomelijk.”

“Minder je best doen. Minder eisen stellen aan jezelf en aan je kinderen. Voor je het weet is het voorbij en doet je kind iets heel anders dan je voor ogen had. Bamboe.”

Paul de Bont
Rust, regelmaat en fikkie stoken
Kosmos
206 blz. € 17,99

Lees ook:

Nog altijd is het verdriet van de kinderloze man een taboe. ‘Is mijn verdriet minder erg omdat het niet om mijn lijf gaat?’

Het verdriet om (nog) ongewenste kinderloosheid heeft grote impact. Onder mannen is het onderwerp vaak taboe. Toch laten ze steeds meer van zich horen. Op Vaderdag vertellen twee mannen over het gemis en hun verdriet.

Met gescheiden ouders, in knutselgezinnen en onder grote druk, volgens de makers van Oogappels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden