Koers houden Trea van Vliet

Samen schilderdoeken kijken op een wakkere dag

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden door boten te bouwen?

Mijn vader en ik doen vandaag voor het eerst iets cultureels: we gaan naar Panorama Walcheren, de expositie van levensgrote schilderdoeken met zicht op de steden en het landschap hier.

Voor ik van huis vertrek bel ik eerst met zijn begeleiders om te checken hoe het met mijn vader gaat, hij heeft namelijk steeds vaker dagen die hij slapend in zijn stoel doorbrengt. Maar vandaag heeft hij een wakkere dag.

Ik haal mijn vader op, die in zijn roze overhemd en bruine colbert op me zit te wachten, de outfit die hij aantrekt als hij er zin in heeft.

Ik prop zijn rollator op mijn achterbank en we gaan op pad.

We zijn de eerste bezoekers in de torenhoge oude loods in het havengebied. Ik koop onze kaartjes en we schuifelen langs de reusachtige doeken.

Vlissingen, Domburg, Middelburg.

“Daar staat de fiets van Boris”, knikt mijn vader bij een doek dat Middelburg laat zien in de blauwe gloed van het moment net na zonsondergang.

“Fiets van Boris?”, herhaal ik. Boris is een huisgenoot van mijn vader, een man met Korsakov die nooit iets zegt.

Mijn vader wijst een fiets op de voorgrond van het doek aan.

“Boris had ook een lekke band”, antwoordt hij. Ik moet heel goed ­kijken en zie dan dat de fiets op het doek inderdaad een lekke band heeft.

Ik wist niet dat mijn vader zo’n scherpe waarnemer was.

“Vind je het leuk pap?”, vraag ik.

Mijn vader, krom achter zijn rollator, mompelt dat hij het hier maar een zootje vindt.

Ik kijk om me heen, wat bedoelt hij? De blikken verf die overal staan, met de kwasten erin en ernaast?

Hij bedoelt dat er zand op de vloer ligt.

Ik glimlach. Had ik ook nog niet gezien.

Borrel op de boulevard

We zijn er snel doorheen en als ik vraag wat mijn vader nu wil doen weet ik het antwoord al: een borrel op de boulevard met garnalenkroketjes en uitzicht op de boten.

Als we daar even later zitten, bespreken we de komst van mijn broer. Die woont in het buitenland en komt binnenkort voor een paar ­weken naar Nederland. Waar zullen we gaan eten, dat is altijd de hamvraag.

Dan vraagt mijn vader of ik mijn broertje nog weleens zie.

Ik kijk hem aan.

“Hoe bedoel je pap?”, vraag ik, want ik heb maar één broer en die hebben we net besproken.

Uit het antwoord van mijn vader blijkt dat hij mijn oom bedoelt, de broer van mijn moeder.

Denkt mijn vader nu dat ik mijn moeder ben?

Dit is nieuw voor me, en ik weet niet hoe te reageren.

We kijken naar de rivier en de ­boten.

“Het wordt eb”, wijst mijn vader.

En dat zie ik wel.

Thea van Vliet schrijft over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden