null

Allerzielen

Rust en orde op het Berlijnse kerkhof

Beeld Annemieke Hendriks

Na de dood van haar man leert Annemieke Hendriks de geschreven en ongeschreven regels kennen van het kerkhofje waar hij ligt, een Berlijnse microkosmos waar de planten niet al te veel hun eigen gang mogen gaan.

Annemieke Hendriks

De bladeren dwarrelen op de graven neer. Maar dat mogen ze niet. De levenden willen de kleurenpracht die hun doden zo lieflijk bedekt, uit de weg geruimd hebben. En dus verrichten de tuinman en zijn hulpje deze sisyfusklus telkens opnieuw, weken achtereen. “Terwijl de bladeren toch de planten en insecten beschermen”, verzucht onze tuinman. “Maar dan word ik weer opgebeld: Herr tuinman, de bladeren moeten weg! Niet alleen de nazaten klagen, ook de omwonenden. Zo zijn wij Duitsers, en zeker wij Pruisen, nu eenmaal, ha ha. Zo lang men mekkert, leeft men nog, zeg ik maar.”

Het kerkhofje ligt midden in Berlijn tussen de huizenblokken, vlak bij onze woning. Hier willen wij ooit begraven worden, wisten we direct. Dat ‘ooit’ is dan voor mijn wederhelft verrassend snel gekomen. Midden in een hippe wijk gelegen is dit evangelische kerkhof een microkosmos van het Berlijnse leven. Er komen hier rare snuiters op zoek naar zielenrust, jonge toeristen in party-stemming, oude weduwen, vaders achter kinderwagens, drugsdealers, dieven. Zelfs lelijke, pompeuze grafkransen zijn vaak daags na de begrafenis al verdwenen.

Maar meestal is het hier aangenaam stil. Met de blik op een fraaie rij oude grafstenen kan ik urenlang op het bankje zitten mijmeren bij ons dubbele graf, waarin ik ooit naast mijn Antoine zal rusten.

Onder een van die zerken is Herbert Dunkel begraben. Hij is in 1966 gestorven. Het graf naast hem is ontmanteld. Op een dag parkeert op dat lege graf een blauwe Volvo. De wagen is zichtbaar nog niet rijp voor het autokerkhof. Wordt dit een parkeerplaats? Bouwgrond? Veel Berlijnse kerkhoven krijgen gedeeltelijk of zelfs geheel een nieuwe bestemming. Projectontwikkelaars storten zich als aasgieren op vrije gaten in de stad.

Midden op dat lege graf stappen twee mensen uit

Maar op de zijkant van de auto staat ‘Ev. Friedhofsverband Berlin’, met het bekende adres van het kerkhofbeheer. En midden op dat lege graf stappen twee mensen uit, die ik herken als de bestuurders van ons evangelische kerkhofbeheer, die zich doof houden voor klachten over vandalisme en andere overlast. Nu kunnen ze zich de tien stappen door de modder naar het kapelletje besparen.

Op het bord bij het toegangshek staan symbolen voor wat niet het terrein op mag: honden, fietsen en auto’s. In een glazen kastje worden nog meer verboden verbeeld: grillen, dus barbecueën, zonnebaden, voetballen.

Bladeren bedekken  het graf van Antoine Verbij in Berlijn. Beeld Annemieke Hendriks
Bladeren bedekken het graf van Antoine Verbij in Berlijn.Beeld Annemieke Hendriks

Honden zie je hier anders genoeg. En wanneer ik met mijn fietstassen vol plantenstekjes naar ons dubbele graf loop, gedoogt de tuinman dat ook. Verder moet er weleens een transportwagen het terrein op om zieke boomstammen of fraaie oude grafstenen af te voeren. Maar een auto op een leeg graf parkeren?

Voor het eerst pak ik de ‘grafkaart’ erbij, een boekwerkje vol voorschriften uit de evangelische kerkhofwet, dat ik bij Antoines dood heb gekregen. Daarin lees ik: ‘Iedereen dient zich op de kerkhoven zo te gedragen dat het de waardigheid betaamt van een plek om te rouwen en de doden te herdenken.’

Wat mag je hier op het kerkhof, wat niet of slechts tegen betaling? Een vrouw die ik bij het vullen van onze gieters ontmoet, troont me mee naar het graf van haar zoon. Daniel was psychotisch, vertelt ze. “Ik zat altijd te wachten op de politie, dat ze een keer met het vreselijke bericht zouden aanbellen.”

Annemieke Hendriks (1956) is auteur en journalist. Voor Trouw recenseert ze Duitstalige literatuur. Ze was getrouwd met voormalig Trouw-correspondent Antoine Verbij, die in 2015 overleed.

Ze wijst op de kleine witte kiezelsteentjes, waarmee ze zijn graf zo zoet heeft omringd. “Daarvoor kreeg ik van het kerkhofbestuur prompt de rekening gepresenteerd.” Voor die steentjes? Dan heb ik geluk gehad met mijn potscherven, nonchalant in de aarde gestoken om mijn verse aanplant een beetje te beschermen – tegen mensen. Dat is beslist geen systematische omheining. Maar haar kiezeltjes wel?

“Eigenlijk plan ik hier”, vervolgt Daniels moeder, “een kleine herinneringsbijeenkomst voor mijn zoon. Maar alles wat je doet, kost geld, niet? In het tuincentrum heb ik een mooie kaarsenstandaard gezien. Maar die is behoorlijk hoog. Denkt u dat me die wordt toegestaan?”

‘Floristiek uit plastic

Ook voor de hoogte van een kaars bestaan blijkbaar regels. Als je alle voorschriften zou bestuderen – en wie doet dat nu – zou je tot de conclusie komen dat alleen datgene hier wordt toegestaan, wat niet uitdrukkelijk is verboden. Ik lees in de grafkaart bijvoorbeeld dat het gebruik van kunstmest en tuinslangen verboden is, net als ‘floristiek uit plastic’. Nu ligt het kerkhofje vol met plastic bloemen, dus de soep wordt in de praktijk niet zo heet gegeten als die gekookt is, zoals de Duitsers zeggen. Zie ook honden, fietsen en auto.

Niks vind ik er daarentegen over het aanplanten van schorseneren. Maar een oudere man die ik bij het gieten ontmoet – de meeste communicatie met de doorgaans beleefd wegkijkende Berlijners ontstaat bij de waterkraan – vertelt dat hij een aanmaning van het kerkhofbestuur kreeg, omdat hij schorseneren op het graf van zijn ouders had gezet, “als sierplant”. Hoe herken je die wortels überhaupt?

“Vlak na de oorlog heeft men overal groente en fruit geplant”, vertelt de man. “Wie geen tuin had, ging op het kerkhof.” Direct na de Tweede Wereldoorlog hongerde het Duitse volk pas echt. Toen de welvaart terugkeerde, werd dit oneigenlijke gebruik van kerkhoven verboden­­. “Zo mag je ook geen fruitbomen neerzetten”, vervolgt de man.

Topinamboer aan de kerkhofmuur

Echt niet? Ook daarover vind ik niks in de evangelische kerkhofwet. Waar ligt de grens? Oost-Indische kers zie ik hier, die kun je eten. En topinamboer aan de kerkhofmuur, geplant door een liefhebber. Soms komen mensen hier wilde kruiden plukken. Achter op het kerkhof houdt een imker zijn bijen, en heus niet voor sier­honing.

Zelf heb ik rozemarijn aangeplant, vooral omdat het zo lekker ruikt. Onze tuinman, een relaxte Oost-Duitser met filosofische inborst, die ook de begrafenissen doet en hier het aanspreekpunt voor allen is, vindt het best. “Rozemarijn verdrijft das Böse”, zegt hij geamuseerd. Hij spreekt van de duivel? “Welnee, dat kruid weert schadelijke insecten.” Ik beleef een moment van euforie wanneer Daniels moeder een takje van mijn rozemarijn in haar mond steekt, “hmmm”. Ze eet nu eigenlijk van mijn Antoine, denk ik – wat een mooie Tabubruch.

Dat je niet mag barbecueën, lijkt logisch. Maar ik heb hier meermaals met vrienden een Sekttoast op Antoine uitgebracht, met lekkere hapjes erbij. Mag je die niet op locatie bereiden, niks opwarmen? In andere culturen behoort het gezamenlijk bereide maal bij het graf tot een eerbetoon aan de overledene. Tot het einde van de middeleeuwen was dat ook bij ons niet ongebruikelijk. En omdat die ‘andere culturen’ in het Amsterdam van nu thuis zijn, mag daar op sommige kerkhoven wel degelijk worden gebarbecued. Door de nabestaanden dan, niet door feestgangers.

Nieuwlichterij

Berlijn is minstens zo multiculti als Amsterdam. Maar de aloude christelijke Duitse wetten verhinderen dit soort nieuwlichterij. In het zo pragmatische Nederland wordt op begraafplaatsen veel keuzevrijheid aangeboden. Dit verdienmodel staat in scherp contrast met het Duitse, dat gloreert in beproefde morele concepten (verboden) waarvan de zin vaak niet meer duidelijk is (zie ook het kader bij dit stuk). Pas in Berlijn ben ik me ervan bewust geworden hoe Nederlands ik denk en voel. Ik bepaal toch zeker zelf wel hoe ik het op Antoines graf wil hebben?

Mijn bijenvriendelijke graftuin wordt niet door alle ­nabestaanden en omwonenden gewaardeerd. Onze tuinman vertelt me dat enige mensen, zowel nabestaanden als omwonenden, bij hem over mijn ‘wildernis’ hebben geklaagd. Men wil symmetrie, op en tussen de graven. “Orde geeft rust, hè”, grapt de tuinman.

null Beeld Annemieke Hendriks
Beeld Annemieke Hendriks

Sommigen klagen ook over de zaden, die zich vanuit mijn tuin over hun met marmer omraamde graven, met amper groen erop, zouden verspreiden. Ik had al een touw om ons graf gespannen om de planten in te tomen. Prompt ging een boze vrouw naar onze tuinman. Hij vertelt over haar klaagzang, dat haar dochtertje bij het spelen over mijn touw was gestruikeld. Dit is toch een begraafplaats en geen speelplaats, spot ik? “Ja, dat heb ik haar natuurlijk ook uitgelegd.” En met gevoel voor understatement: “Na de val van de Muur is de buurt, sag ick mal, nogal gemengd geworden, nietwaar?”

Vandaag heeft de tuinman nog eenmaal het gras tussen de graven gemaaid. Een flinke klus, nu de eerste herfstbladeren neerdalen. Hij straalt me tegemoet, doorgezweet in zijn gele tuinbroek. Afgelopen zomer had hij zich nog, toen in keurige zwarte rouwkleding, uit een begrafenisstoet losgerukt, toen hij zag dat ik ‘ons bankje’ weer eens nader tot ons dubbele graf dreigde te verslepen. Daar kwam hij aanrennen: “Stop!” Hij had hier net nieuw gras ingezaaid, en dat was hem belangrijker dan alle grafstoeten ter wereld.

Pal na die begrafenis zeg ik hem dat ik hoog gras eigenlijk wel zo romantisch vind, en dat de insecten dat vast net zo zien. Ik zie hem denken, daar heb je die Hollandse weer. Hij leert me dat je de natuur niet zomaar aan zichzelf kunt overlaten, dan zou het hier een jungle worden. “Maar ik maai het gras vooral ook, opdat de mensen niet denken dat het hier een zonneweide is. Vorige maand moest ik nog een vrouw aanspreken, die hier textilfrei lag te baden.”

Kistplicht en crematoriumtoerisme

In Duitsland is de aloude ‘kerkhofplicht’ met de bijbehorende Sargzwang, de ‘kistplicht’, nog steeds wet. De dode moet in een massief houten kist worden begraven, blijkbaar om zo langzaam mogelijk te vergaan. Minder duurzaam kan het niet. Slechts op enkele kerkhoven wordt voor moslims een uitzondering gemaakt – alleen zij mogen hun doden in doek begraven.

In principe gelden deze geboden ook voor urnen. Ze moeten, dichtgesloten, op het kerkhof worden bijgezet, doorgaans onder geestelijk toezicht. De nabestaanden hebben geen recht op de urn, laat staan de mogelijkheid om de as van de overledene naar believen te verstrooien. Alleen in de deelstaat Bremen mag dat wel, enkel in de eigen achtertuin.

Op sommige kerkhoven zijn wel speciale strooiweiden voor de as ingericht, maar ook daar mogen de nazaten de plechtigheid niet zelf organiseren. Hetzelfde geldt voor aangewezen plekken in bepaalde meren, waar de kapitein, wederom onder pastoraal toezicht, de ongeopende urn dan in het water laat vallen.

Zelf iets moois met de as van je overledene doen geldt hier, anders dan in Nederland, als respectloos. Het crematorium zendt de urn vaak per pakketdienst naar kerkhof of begrafenisonderneming, en bepaalt zelf de dag daarvoor. Het getuigt in de Bondsrepubliek juist van respect dat de nabestaanden niet met hun vingers bij de urn kunnen, laat staan bij de as.

Het gevolg is een waar crematoriumtoerisme over de grens, met name naar Venlo. Duitsers die hun dode daar laten cremeren, kunnen de urn ophalen, om die stiekem thuis op de schoorsteenmantel te plaatsen dan wel op een geliefde plek te verstrooien. De pakkans is gering.

null Beeld

Dit artikel is een door de auteur vertaald en bewerkt fragment uit uit het boek Zweites Grab, halber Preis – Eine Geschichte vom Leben und Sterben (niet in het Nederlands vertaald). Eulenspiegel Verlag, Berlijn; 176 blz. In Nederland via de boekhandel of online verkrijgbaar.

Lees ook:

Wat de achtergebleven spullen van moeder vertellen

Ruim een jaar volgde journalist Dick Wittenberg de kinderen van een Brabantse moeder als ze na haar overlijden het ouderlijk huis leegruimen. In het mooie ‘Wat doen we met de spullen?’ beschrijft hij hoe ze omgaan met de nalatenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden