Tien Geboden Roxeanne Hazes

Roxeanne Hazes: Ik ben woedend op mijn vader geweest

Roxeanne Hazes: ‘Ik word er al beter in: eerder aan de bel trekken. Niet alles wegstoppen. Voor mezelf kiezen.’ Beeld Mark Kohn

Roxeanne Hazes (Woerden, 1993) is zangeres. In 2010 en 2012 maakte ze twee albums met haar jongere broer André Hazes jr. Vijf jaar later tekende ze een contract bij Top Notch en verscheen haar debuut-cd ‘In mijn bloed’. Van haar nog te verschijnen nieuwe album zijn inmiddels twee singles uitgebracht.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Super random wat ik nu ga zeggen, maar ik merk dat ik steeds meer behoefte krijg aan de gemoedsrust en de ­bevestiging die een bepaald geloof zou kunnen bieden. Dat lijkt me zó fijn. Vooral ook omdat ik bang ben voor de dood. Niet eens zozeer voor mijn eigen dood, maar wel voor die van mijn dierbaren; ik ben altijd bang dat hen iets overkomt.

“Als ik zou kunnen geloven dat niets zomaar gebeurt, vind ik hopelijk iets meer rust, nee, ik moet het ­anders zeggen: dan kan ik de rust die ik inmiddels heb gevonden beter vasthouden. Ik heb namelijk voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik mijn shit ­together heb. Erik en ik zijn heel gelukkig samen, moeder zijn is het leukste wat er is (Fender, zoon van Roxeanne en Erik, werd op 10 juli 2018 geboren, AV) ik leef gezond, ik maak muziek, ik sta open voor nieuwe gedachten... dit klinkt misschien een beetje vaag, maar ik werk er hard aan om de beste versie van mezelf te worden.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Mijn vader kon er enorm op kicken als hij, een arm jongetje uit De Pijp, weer eens iets had weten te fiksen. Hij wilde de grootste, de beste, de eerste zijn. Het is lullig om te zeggen, maar ik denk dat mijn vader op zijn hoogtepunt is overleden. André Hazes maakt nu voor altijd deel uit van ons culturele erfgoed.

Er staat een standbeeld van hem op de Albert Cuypmarkt. Ik denk dat hij het prachtig zou hebben gevonden. Hij had wel megalomane trekjes, af en toe, bijvoorbeeld door in zijn testament te laten vastleggen dat zijn as met vuurpijlen boven de Noordzee de lucht in moest worden geschoten. Het werden er tien. Ik herinner me nog goed hoe ik als braaf, elfjarig meisje stond mee te tellen: een, twee, drie, vier, vijf, zes, ­zeven, acht, negen... En toen was het stil. Ik stootte mijn moeder aan: ‘Mam, het zijn er maar negen!’ ‘Stt...,’ zei ze, ‘niks zeggen.’ Bleek er inderdaad eentje met zo’n lullig bochtje geruisloos in zee ­terecht te zijn gekomen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik ben nooit vies geweest van een beetje grof taalgebruik ­– bestel maar een wijntje voor me, dan komt de aso-Rox vanzelf naar boven – maar ik heb laatst, voor ‘t eerst, zelfcensuur toegepast. Een paar radiozenders wilden mijn single ‘Mama was een klootzak’ niet meer draaien. Te grof. In de nieuwe versie zing ik ‘Mama was een drama’. Dat vind ik toch minder sterk; klootzak klinkt gewoon beter. Ik heb het veranderd omdat ik onzeker was, iedereen ­tevreden wilde houden, maar ik zal dat niet nóg een keer doen. Ik houd er juist van om mezelf te laten zien, om me kwetsbaar op te stellen. En als je ‘t niks vindt, dan luister je toch niet?”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Laatst had ik bedacht dat er overal in de auto, naast iedere ruit, zo’n hamertje moest hangen, voor het geval we ooit het water in zouden rijden. ‘Had je weer even niks toen?’ zei Erik. Het is waar: als ik niets te doen heb, ga ik piekeren. Ik kan dus maar beter bezig blijven. ­Eigenlijk is er maar één plek waar ik echt helemaal tot rust kom en dat is in de sauna waar ik, bij wijze van spreken, alleen mijn eigen hart hoor kloppen.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader voelde zich in Amerika ­volkomen op zijn gemak. Daar was hij ­gewoon papa André, in zijn zwembroek, lekker etend en drinkend, spelend met zijn kinderen. Ik weet nog hoe verdrietig we waren in het vliegtuig, ­terug naar de harde werkelijkheid. Mijn vader had letterlijk niets waar hij voor naar huis wilde komen. In 2004, het jaar waarin hij zou overlijden, begon hij weer minder te drinken, ging vaker met ons op stap en – dat was echt opvallend – maakte hij heel veel foto’s en filmpjes van zijn gezin. Op een dag heeft hij ons, zijn dierbaren, ook verteld over vroeger; over de armoede die hij had gekend, over seksueel misbruik dat in zijn jeugd had plaats gevonden.. We hebben later tegen elkaar gezegd dat hij het op een of andere manier moet hebben aangevoeld dat hij bijna dood zou gaan. Ik zie nu ineens weer voor me hoe we samen in het vliegtuig zaten. Konden we lekker met onze koppies tegen elkaar in slaap vallen. Tijdens een etentje met het hele gezin in New York zei ik tegen hem: ‘Zullen we ook een keer met z’n tweetjes gaan eten?’ Juist omdat hij zich zo open leek te stellen, wilde ik hem al mijn geheimpjes vertellen; alles met hem delen. ‘Dat doen we,’ zei mijn vader. Een paar maanden later was hij dood.

“Ik ben woedend op hem geweest. Hoe kon hij zomaar weggaan? En ik heb het er erg lang heel moeilijk mee gehad dat hij niet alleen mijn allerbeste maatje was geweest, maar ook een aan alcohol verslaafde, onberekenbare vader. Ik was ­altijd op mijn hoede, sliep met één oog open. Hij zou ons nóóit iets aandoen, maar er waren van die dagen, dan wist je gewoon: die gouden platen, daar aan de wand, zullen straks door de huiskamer vliegen. Na zo’n aanval begon ik ­altijd te moederen. Ik weet nog hoe ik een keer, ik was zes of zeven jaar oud, zijn bloedende hand probeerde te verbinden nadat hij weer eens, stomdronken, iets kapot had geslagen. Ik herinner me al die narigheid, al het verdriet, en tóch was de overheersende gedachte na zijn dood: ik ben mijn veilige plek kwijtgeraakt. Ineens was ik een grote meid. Mijn moeder stond er alleen voor; ik moest haar helpen. Ze vond het vreselijk als wij verdrietig waren, dus probeerden mijn broertje en ik niet te huilen – om haar niet nóg ongelukkiger te maken.

“Dat heb ik lang volgehouden, maar toen ik zelf moeder werd en ik aan mijn ­eigen kindertijd begon terug te denken, werden er oude wonden opengereten en kreeg ik vaak, zomaar ineens een huilbui. Zelfs vandaag, op weg naar dit interview, overkwam het me nog. Ik moest vreselijk huilen en Erik zei: ‘Zie je wel? Ik had al een tijdje het idee dat het niet goed ging met je.’ Ik ga te lang door, wil me niet laten kennen, niks aan de hand... en dan breek ik. Erik stelde voor dat we de ­afspraak zouden verzetten, maar dat wilde ik niet. Dat ik even kon huilen, met hem, was eigenlijk al genoeg. Ik word er al beter in: eerder aan de bel trekken. Niet alles wegstoppen. Voor mezelf kiezen. Dat is precies wat nu tussen mij en mijn moeder speelt. Vroeger kon ik geen dag zonder mijn moeder. Zij was zo iemand die me onmiddellijk, waar dan ook, kwam ­ophalen als ik weer eens last van heimwee had. Ik denk dat het voor haar ook lastig is ­geweest om te merken hoe ik haar beetje bij beetje minder nodig had; hoe ik mijn eigen leven ging opbouwen. En toen kreeg ze een depressie. Dat was een heftige periode. Ze ging een tijdje naar een kliniek waar ik haar elke dag opzocht – nog steeds vanuit de gedachte dat ik haar gelukkig moest maken.

“Mijn broertje bemoeide zich er niet mee; hij had al in een eerder stadium voor zichzelf gekozen. Dat begreep ik wel, maar ik vond het ook naar om steeds het gevoel te hebben dat ik overal alleen voor stond. In die tijd had ik net Erik leren kennen. Ik werd zwanger, maar kreeg een miskraam. Een groot verdriet, natuurlijk, maar toen ik merkte hoe verdrietig mijn moeder was, maakte ik me dáár weer zorgen om, snap je? Ik zette mezelf steeds op de tweede plaats.

“Toen ik weer in verwachting raakte en alles goed leek te gaan, heb ik het roer omgegooid. Ik vroeg mijn moeder bij de bevalling aanwezig te zijn, niet ­alleen omdat ik wist hoe fijn ze dat zou vinden, maar ook om haar getuige te ­laten zijn van een grote overgang: ik was geen meisje meer, maar een volwassen vrouw. Ik heb ­geleerd om mijn grenzen beter aan te geven. Nu kan ik tegen haar zeggen: ‘Wacht even, jij bent mijn moeder, ik niet de jouwe. Ik ben er voor je, maar op een ándere manier; je moet proberen je eigen problemen op te lossen’. Aan mij de taak om mijn ­eigen gezin – Fender, Erik en mezelf – happy te houden.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Op mijn zestiende kreeg ik een relatie met een foute jongen, een agressieve gozer die mij regelmatig sloeg. Ik voelde me dik, dom en minderwaardig; had het idee dat ik zijn straf verdiende. Ik begon ook last te krijgen van angst- en paniekaanvallen. Ik wilde niet dood, maar dacht wel dat ik ‘s nachts zou ­opstaan en als een soort zombie naar de keuken zou lopen, om een mes te pakken en mezelf van kant te maken. Alsof een stemmetje zei: waarom doe je het niet? Je hebt toch een kutleven. Er kwam een einde aan die slechte relatie – mijn moeder ontdekte op een dag dat ik onder de blauwe plekken zat en heeft die jongen letterlijk weggejaagd – en ik ben in therapie gegaan. Ik weet deep down wel dat ik mezelf niets aan zal doen, maar de eenzaamheid die ik toen voelde in de nacht heb ik altijd ­gehouden. Daarom vind ik het nog steeds lastig als Erik eerder slaapt dan ik.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Na die gewelddadige relatie was ik min of meer in de armen van een goede vriend – een soort broer – gevlucht. Ik was niet echt verliefd, ik voelde me vooral veilig bij hem. Het heeft vier jaar geduurd. Een paar keer probeerde ik de relatie te beëindigen, maar het lukte ­gewoon niet. In dat laatste jaar leerde ik Erik kennen. Mijn ex voelde wel aan dat er meer gaande was, maar ik bleef het een tijd lang ontkennen omdat ik zijn hart niet wilde breken, tot ik erachter kwam dat ik zijn geluk juist in de weg stond door bij hem te blijven. En ik maakte Erik ongelukkig door niet voor hém te kiezen. Ik stond al op het punt om open kaart te spelen toen een paparazzi-fotograaf Erik en mij had ‘betrapt’ toen we samen de hond uitlieten. Een paar dagen later moest mijn ex het in één van die bladen lezen: ‘Gaat Roxeanne Hazes Vreemd?’ Heel pijnlijk allemaal. Als ik geen Bekende Nederlander was geweest, zou het waarschijnlijk een stuk chiquer zijn gegaan. Zoiets zal nooit meer gebeuren. Erik en ik: dat is meant to be. We hebben samen al het nodige meegemaakt en ik heb het ­gevoel dat we, om het maar even zweverig te zeggen, voor al die testen in ons leven zijn geslaagd.”

VIII Gij zult niet stelen

“Ik was een heftige puber, kwaad op het leven, schijt aan alles en iedereen. Ik kon goed leren, maar ik werd steeds lakser en ging uiteindelijk helemaal niet meer naar school. Dan zette mijn moeder me af – ‘Fijne dag, doe je best!’ – en trok ik met een vriendengroep de stad in om... ja, een beetje te hangen, eigenlijk. We gingen ook vaak bij Kruidvat of Etos make-up stelen. Gewoon, voor de kick. Al moet ik meteen bekennen dat ik er niet zo goed in was. Ik ben veel te nerveus, meganerveus, voor dat soort dingen. Uiteindelijk ben ik over de meeste onzekerheden heen gegroeid. Ik lijk in ieder geval in niets op die ­puber van toen. Ik ben nog nooit zo ­gelukkig geweest, ik ben ijverig, sociaal en ik zal zéker nooit meer voor de lol mascara pikken.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Op mijn vorige album staat een liedje, ‘Schiet maar raak’, dat slaat op de tijd waarin ik op school werd gepest – ­omdat ik een bekende vader had – maar het gaat net zo goed over alle onzin die er nu over mij wordt beweerd. Het doet me niks. Behalve als andere mensen er slachtoffer van dreigen te worden. Zo had een of ander klotebedrijf, de fabrikant van ‘afslankpillen’ waar je zogenaamd drie kilo per week van afvalt, laatst een advertentie geplaatst waarin ik die gevaarlijke rommel aanprijs. Het liefst zou ik zo’n bedrijf helemaal kapot maken en als ik één van die medewerkers op straat zou tegenkomen, sta ik niet voor mezelf in, maar ja: ze werken vanuit Panama. Er is niks tegen te doen. Behalve hier dan nog maar eens herhalen: het is één grote leugen, ik heb er niks mee te maken, slik die rotzooi niet!”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Vroeger was ik erg jaloers op meisjes die al borsten hadden. Ik had alleen maar twee tepeltjes en was voortdurend bezig om de boel op te vullen met wc-papier. Sindsdien... nee, ik geloof niet dat ik nog last heb van ­jaloezie. Misschien een beetje, als een artiest met wie ik niet veel heb, meer succes heeft met een single dan ik? Het gaat goed met ons bedrijfje (‘Dochter Dré BV’, waar partner Erik Zwennes als manager werkt, AV) en hopelijk kunnen we over een paar jaar een mooi huisje in Spanje kopen waar we geiten en kippen houden, vrienden uitnodigen om te ­komen eten en drinken, en schrijfkampen organiseren voor collega’s. Lekker buiten leven, weg van al het gedoe: ik zie het helemaal voor me. Ja, een beetje wat mijn vader had met Amerika, maar er is een verschil: ik zal mijn plek in ­Nederland nooit opgeven. Uiteindelijk wil ik altijd terug naar huis.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden