DubbelinterviewHuiselijk geweld

René sloeg zijn vrouw, Philomenia werd geslagen door haar man. Nu adviseren ze slachtoffers. ‘Elk verhaal heeft twee kanten’

René Haring en Philomenia Arissen, nu beiden hulpverlener, willen de kennis van de ex-pleger en het ex-slachtoffer samenbrengen. Beeld Koen Verheijden

Elk verhaal heeft twee kanten, zeggen een man die eerder huiselijk geweld pleegde, en een vrouw die slachtoffer was van dergelijk geweld. Hij: ‘Ik voelde veel liefde voor mijn partner.’ Zij: ‘Wat is de definitie van liefde als je iemand slaat, stalkt en manipuleert?’

Hij sloeg zijn vrouw, zij werd geslagen door haar man. Hij is niet degene die haar pijn deed, zij is niet zijn slachtoffer, maar hun verhalen vertonen opvallende parallellen, constateren ze.

Philomenia Arissen (49) en René Haring (57) zitten samen aan een tafel. Ze willen laten zien dat een verhaal altijd twee kanten heeft. En dat er een weg is om uit een situatie van huiselijk geweld te komen, voor slachtoffer én pleger. Dat ze zo bij elkaar zitten is niet vanzelfsprekend. “In het begin van mijn proces had ik het niet aangekund om tegenover een pleger te zitten”, zegt Arissen. “Nu ben ik zover dat ik me niet meer slachtoffer voel.”

Haring: “Daarom praat ik liever over voormalig pleger en voormalig slachtoffer. We hebben het herstel al helemaal gehad.”

Een wereld te winnen Arissen en Haring kennen elkaar uit de wereld van de hulpverlening rond huiselijk geweld. Na wat ze meemaakten, besloten ze beiden hulpverlener te worden. Vooral in de ondersteuning van plegers is er een wereld te winnen, zegt Haring. “Het gaat altijd eerst over het slachtoffer en de kinderen. Als je het mij vraagt, moet je het omdraaien: begin bij de pleger, die is de bron.”

Eerst de geschiedenis. Arissen begint bij haar jeugd. “Ik dacht altijd dat ik uit een heel stabiel gezin kwam. Mijn moeder is in Indonesië geboren, heeft in een jappenkamp gezeten en heeft blootgestaan aan huiselijk geweld. Ze heeft meerdere trauma’s opgelopen waar zij zich pas sinds enkele jaren bewust van is. Mijn vader is Nederlands en heeft ook vanuit zijn jeugd meerdere trauma’s. Door een verkeersongeluk is hij deels gehandicapt geraakt, terwijl de man als kostwinner heel belangrijk was in die tijd. Schaamte speelde een grote rol in ons gezin.

“Ik heb geen autoriteit meegekregen, ging me naar de wensen van anderen gedragen en stelde geen grenzen. Onderdanigheid zou je het kunnen noemen. Ook tijdens mijn relatie ging dat zo. Hij bepaalde alles, mijn wereld werd steeds kleiner. En ik voelde me schuldig dat ik alles verkeerd deed.”

Philomenia Arissen: ‘Ik ging wel bij hem weg, maar keerde telkens terug. Mijn omgeving zag dat als verzoening, maar dat was niet’.Beeld Koen Verheijden

De eerste klap herinnert Arissen zich nog precies. “Verschrikkelijk. Maar de klappen zijn niet het ergste. Het doet pijn, maar dat gaat over. De psychische mishandeling dreunt door, die maakt je kapot. Ik herinner me ook de eerste keer dat ik werd uitgescholden voor kutwijf, door de man met wie ik een relatie had. Dat sneed door mijn ziel.”

Kleineren en manipuleren

Treiteren en schelden is een manier om controle uit te oefenen, zegt Haring. “Plegers geven constant de schuld aan slachtoffers. Je hebt erom gevraagd, had je maar moeten luisteren. Als ze dreigt te vertrekken dan zeg je dingen als: waar moet je naartoe dan? Je bent een nul, je redt het nooit alleen. Plegers zijn over het algemeen verbaal heel goed. En ze zijn kleinerend en manipulerend.”

Arissen: “Ik hoorde vaak: ik maak je kapot.”

Haring: “Natuurlijk hebben plegers ook weleens spijt en verdriet. Dan komen de bossen bloemen, de chocolaatjes. Dat heb ik ook gedaan. Een kaartje, een belofte, een spijtbetuiging. Maar die spijt en beloften was ik dan alweer snel vergeten.”

Herinnert hij zich de eerste klap nog? “Die klap voor mijn partner was voor mij een van de zovele keren dat ik iemand een klap gaf. Ik ben al heel jong geweld gaan gebruiken. Mijn achternaam is Haring, dus op school kwam er van alles langs: zoute haring, haring in tomatensaus. Soms was ik die grappen zat en dan ging ik de confrontatie aan.

“In de loop der jaren heb ik het gebruik van geweld geperfectioneerd. Of het nou de buurjongen, de buurman of mijn partner was, het maakte mij niets uit. Agressie werkt, dat heb ik geleerd. Daarmee krijg je je zin.”

Op zeker moment werd hij overgenomen door een beest, zo beschrijft Haring het zelf. Dat was het moment dat hij besefte dat hij hulp moest zoeken. “Ik was bang dat ik een moord zou plegen als ik zo door zou gaan.”

“Ik ben naar het politiebureau gegaan. Ik zei dat ik een gevaar was voor mezelf, voor mijn vrouw en de kinderen. Ik werd weggestuurd. Er was op dat moment nog geen klap gevallen, dus konden ze niets doen. Ik kreeg het telefoonnummer van stichting Korrelatie. Daar kon ik het mee doen.”

Het geweld ging door en de politie werd er alsnog bijgehaald. Haring moest voor de rechter verschijnen. Die verplichtte hem in therapie en agressieregulatietraining te gaan.

Haring: “Veel plegers zullen het idee hebben dat ze geen hulp nodig hebben. Het is een egoverhaal. Het ligt niet aan hen. Ik had zelf in het begin een bloedhekel aan therapie en agressietraining, omdat het in een groep was. Als ik een op een tegenover iemand zat, kon ik veel makkelijk manipuleren en liegen. Bij een groep is er meer interactie. Dat is heel goed geweest voor mij. Ik heb geleerd om te praten over wat er in me omgaat.”

Met de vuist op tafel

Schaamt hij zich voor wat hij heeft gedaan? “Nee, nu voel ik dat niet meer. Maar ik ga het niet goedpraten. Ik heb veel schade aangericht, ­lichamelijk, geestelijk, ik heb angst veroorzaakt, alles.”

Arissen: “Jouw ex heeft erkenning gekregen door de manier waarop je ermee omgaat, dat je erkent dat je fout zat. Die erkenning heb ik nooit gekregen. Ik heb wel naar mezelf gekeken. Het is niet zo dat waar er twee kijven, er twee schuld hebben, maar ook ik heb een aandeel gehad in wat er in mijn relatie is gebeurd. Ik was niet sterk genoeg om te zeggen: tot hier en niet verder. Nu zou ik met mijn vuist op tafel slaan als iemand mijn grens over gaat.”

Haring: “Aan die discussie wil ik niet deelnemen. Iedere klap die wordt gegeven, daar is iemand verantwoordelijk voor. En dat is niet degene die de klap ontvangt.”

Arissen: “Toch ben ik wel bezig met die vraag: wat is mijn aandeel hierin geweest? Als ik daar niet naar kijk, dan zou ik slachtoffer blijven. Dan zou me dit in een nieuwe liefdesrelatie weer overkomen.”

Het kostte Arissen jaren om definitief bij haar ex te vertrekken. “Ik ging wel, maar telkens keerde ik terug. Dat werd door de omgeving en door instanties als verzoening gezien. Dat is niet zo. Natuurlijk heb je een keuze om niet terug te gaan, maar je moet het wel kunnen. Daar heb je kracht en moed voor nodig.

“Ook ik kreeg geregeld geen hulp, als ik de moed had verzameld om hulpverlenende instanties te benaderen. Ik belde het Blijf van mijn Lijfhuis en ze zeiden: we snappen het, maar weet wat je doet. Je vertrekt met je kinderen, je mag geen contact hebben met je omgeving, er is in zo’n opvang veel ellende om je heen. Wil je dat wel? Ik was al beïnvloedbaar, dat was de reactie die ik nodig had om het op te geven.

Het volgende hoofdstuk

“Maar toen ik een keer over het aanrecht vloog en de kinderen dat hadden gezien, trok ik het niet meer. Op dat moment besefte ik dat het niet langer zo door kon gaan.”

Maar bij een vertrek houdt het verhaal niet op. Dan volgt wat Arissen en Haring ‘het volgende hoofdstuk’ noemen. Een onderschat hoofdstuk, volgens hen, want onterecht bestaat het beeld dat als twee mensen uit elkaar gaan, alle problemen zijn opgelost.

Zo volgde op de relatiebreuk, in allebei hun verhalen, stalkgedrag. Al zag Haring het destijds niet zo. “In mijn ogen stalkte ik niet. Ik stuurde alleen vijfhonderd sms’jes omdat ik binnen een minuut antwoord wilde op een vraag die ik stelde. Dat was ik gewend.”

René Haring: ‘Ik had ’t gebruik van geweld geperfectioneerd. Of het nou de buurman of mijn partner was, agressie werkte’.Beeld Koen Verheijden

“De impact van stalken wordt onderschat”, zegt Arissen. “Als iemand je constant berichten stuurt, krijg je weleens te horen: ach, je bent in ieder geval niet geslagen. Maar psychisch is het heel zwaar. Als je vertrekt, denk je dat je rust hebt, dat je veilig bent, maar dat is niet zo.”

Haring: “Dat stalken gebeurde bij mij veel in het weekend. Dan heb je tijd voor jezelf. Nu denk ik: ik ben een ongelooflijke zak geweest. Bij mij kwam het voort uit de vele liefde die ik voelde en niet willen loslaten. Voor mij was het nog vrij onverwachts dat er een relatiebreuk kwam door huiselijk geweld.”

Arissen: “Is dat liefde dan?”

Haring: “Ja, dat is houden van je partner.”

Arissen: “Ik kan me niet voorstellen dat mijn ex-partner van mij hield, vandaar dat ik het vraag. Wat is de definitie van liefde als je iemand slaat, stalkt, manipuleert?”

Haring: “Je weet pas wat je hebt als je het kwijt bent. Ik kon treiteren, manipuleren, maar toch voelde ik liefde voor mijn partner. Zij maakte de keuze om weg te gaan. Je kunt dumpen of gedumpt worden, het eerste is beter.”

Arissen: “Dus het is een egoding?”

Haring: “Ik denk het wel.”

De reden dat Arissen en Haring als hulpverlener met elkaar in contact kwamen, is omdat ze geloven dat het nuttig is om hun beider kennis, die ieder vanuit hun eigen perspectief heeft opgedaan, samen te brengen. Arissen coacht onder de naam ‘Oog voor HGS’ mensen die hetzelfde meemaakten als zij. Haring begon de organisatie ‘Agressie, en daarna?!’ voor lotgenotencontact tussen plegers. Samen geven ze voorlichting over huiselijk geweld.

Alles zelf uitvinden

Arissen: “Ik heb te maken gehad met alle instanties die je maar kunt bedenken, maar ik had toch steeds het gevoel dat ik alles zelf moest uitvinden. Dat was heel zwaar. Elke keer dacht ik: dit moet beter. Dus dat gaat gebeuren, besloot ik.”

Herkenbaar, vindt Haring. “Er was destijds vrijwel geen aandacht voor plegers, dat probeer ik te veranderen.”

Begrijpen zij, als ervaringsdeskundigen, waarom huiselijk geweld een van de grootste geweldsproblemen in Nederland is? Haring: “Omdat het achter de voordeur is en niemand doet de voordeur open.”

Arissen: “Het idee heerst dat huiselijk geweld niet voorkomt bij hoogopgeleiden en mensen die het, voor de buitenwereld, voor elkaar hebben. Dat hield ik zelf in stand, uit schaamte. Maar het komt in alle lagen van de bevolking en culturen voor. Het zou goed zijn als het eerder werd gesignaleerd.”

Lees ook 

Cecilia Perez neemt na 30 jaar afscheid van de vrouwenopvang: ‘Een vrouw is niet alleen slachtoffer’

Ze zag in die tijd de aanpak van huiselijk- en eergerelateerd geweld drastisch veranderen: praten met de pleger hoort er nu óók bij. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden