Klein verslag Wim Boevink

Rafael Nadal moet je bewonderen, maar vreugde biedt hij niet

Als ik dit schrijf moet de ‘historische’ match nog beginnen, maar ik doe alvast – met pijn in het hart – een voorspelling. Nadal wint in drie sets: 7-5, 6-4, 6-1.

Niet alleen zal hij daarmee Federer na Parijs opnieuw gevoelig verslaan, hij zal ook na Roland Garros deze editie van Wimbledon gaan winnen en daarmee Federers record van twintig gewonnen grand slams bedreigen.

Federer staat op twintig, Nadal komt op negentien. Het zou dus kunnen dat Nadal Federer ook statistisch gaat overvleugelen. Kun je dan nog volhouden dat Roger Federer de beste tennisser ooit was? Rafael Nadal is een gestaalde atleet. Op Wimbledon vergaapt men zich aan zijn intense opwarmtrainingen, waarbij hij zich volledig in het zweet slaat. Forehands, backhands, smashes.

Tijdens een match is hij een hyperfijn afgestelde machine; tussen de balwisselingen door draait hij schroefjes en moertjes aan, plukt aan broekjes, veegt langs wenkbrauwen, oren, puntje van de neus. Stapt niet op lijnen bij de pauzes. Zet flesjes recht.

Tennis is bij hem focus, concentratie, orde en precisie. En kracht. Hij beheerst zijn eigen speltype – met veel topspin – tot in de perfectie. Bij niemand zwiept het racketblad verder door. Nadal is een krijger. Je moet hem wel bewonderen om zijn inzet, zijn discipline, zijn ambitie, zijn vechtlust.

Dat doe ik ook. Maar vreugde schenkt hij mij niet.

Twee weken geleden stond in The Financial Times een interview te lezen met Roger Federer. De schrijver was de bekende sportjournalist Simon Kuper. Zo begon het stuk: ‘In de 25 jaar jaar dat ik sportmensen interview heb ik geleerd dat ze nooit iets terugvragen. Roger Federer is de uitzondering. In het busje naar zijn privéjet bombardeert hij mij met vragen: hoe zwaar werden de gilets jaunes in Parijs in elkaar geslagen? Waar woon ik? Heb ik kinderen? Als hij verneemt dat ik een tweeling heb (hij heeft er zelf twee) en dat mijn moeder, net als de zijne, uit Noord-Johannesburg komt, lacht hij van oor tot oor: ‘We hadden broers kunnen zijn!’

Ze vliegen boven de 10 kilometer. Ze zitten in zachtleren fauteuils. De stewardess serveert minicroissants met marmelade, fruit en sap. Federer drinkt een espresso. En daarna nog één. Dan suggereert de stewardess nog een omelet. ‘Waarom niet,’ zegt Federer. Kuper is verbaasd over zijn eetlust. ‘Ik wil niet te serieus worden,’ zegt Federer, ‘dit helpt me eraan te herinneren dat ik meer ben dan een tennisspeler.’ Zo drinkt hij voor elke match koffie, liefst met chocola of een koekje.

Ze komen over een ander sportgenie te spreken. Lionel Messi. Wat Federer zo goed vindt aan Messi is dat hij, eenmaal in balbezit, als een van de weinigen altijd drie opties heeft. Passen, dribbelen of schieten. Kuper merkt de parallel op met Federer. Die heeft ook meerdere keuzemogelijkheden. Niet één speltype. Een tenniscoach rekende eens uit dat hij twintig variaties heeft met alleen zijn forehand.

Federer spreekt ook over zijn kinderen, de tijd die hij met ze doorbrengt. Maar ook dat hij, als hij stopt, zijn tennisfamilie, de spelersvrienden, zal missen. Wie in het bijzonder, vraagt Kuper.

Meteen zegt hij: ‘Rafael. Ik denk dat ik met hem in contact zal blijven.’

Kuper is geroerd. Ook daarom is Federer de grootste. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden