null Beeld Fenna Jensma
Beeld Fenna Jensma

Van negen tot vijf, en niet langer

Quiet quitters zijn klaar met de ratrace

Wordt je leven beter door hard te werken? Quiet quitters denken van niet. Deze jonge werknemers doen wat de baas van ze verlangt, niet meer. Waarom zouden ze?

Annette Wiesman

Het zijn misschien vooral de verontwaardigde reacties op het verschijnsel die aan het denken zetten. In augustus plaatste een Amerikaanse jongere een filmpje op TikTok waarin hij, onder begeleiding van een vredig pianogetingel, vertelde wat voor interessants hij was tegengekomen: quiet quitting.

It’s not about quitting your job, but it’s about quitting the idea of going above and beyond.’ Je blijft doen wat je moet doen, vervolgt hij, maar zet niet per se een stap ­extra, omdat je beseft dat je waarde als mens niet wordt bepaald door je werk.

Hoewel het toch niet zo’n ontzettend boud statement is, houdt deze @zaidleppelin zijn gezicht afgewend van de camera, alsof hij de storm aan reacties die zou opsteken voorvoelde. Het zeventien seconden lange filmpje ging onmiddellijk viraal. Het werd 490.000 keer gedeeld en ook andere jongeren vertelden over hun ervaringen en voornemens om zich voortaan niet meer uit de naad te werken voor hun werkgevers.

Recept voor middelmatigheid

De media doken erop, van The Wall Street Journal tot The Guardian, en de cynische reacties waren niet van de lucht. Zo noemde Adriana Huffington van de progressief-liberale Huffinton Post quiet quitting ‘a step towards quitting on life’. Andere media repten van ‘een recept voor middelmatigheid’ of zagen in het verschijnsel andermaal een bewijs dat de jongere generaties watjes zijn, niet tegen hard werken bestand.

Is het niet wat overdreven om moord en brand te schreeuwen over een groep jongeren die zich simpelweg afmeldt voor deelname aan de ratrace? Jongeren geloven niet meer in de belofte dat je door keihard werken en carrière te maken een beter leven kunt creëren. Daar hebben achtereenvolgens de kredietcrisis, de corona­pandemie, de klimaatcrisis, de woningnood en nu ook de inflatie een einde aan gemaakt.

Een groeiende groep werkende mensen kan niet rondkomen. Zie als starter op eigen kracht maar eens een woning te vinden. In de neoliberale economieën worden de rijken nog steeds rijker en worden vooral ­jongeren onder de 25 jaar onderbetaald, ondanks de personeelstekorten.

De term quiet quitting lijkt geïnspireerd door een Chinese tegenbeweging onder jongeren. Zij verzetten zich tegen de sociale druk tot altijd maar overwerken. Onder de naam tangping, wat zoveel betekent als ‘erbij gaan liggen’, of bailan (‘laat het rotten’), keren ze zich af van het 996-uren-systeem dat veel grote bedrijven hanteren: werkdagen van 9 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds, en dat zes dagen per week.

Hoge werkdruk

Tangping was een van de meest gebruikte zoektermen in 2021, maar behoort nu tot een van de vele gecensureerde termen op het Chinese internet.

Ook in de VS is een vruchtbare bodem voor zo’n tegenbeweging, constateerde het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallop begin september. Een derde van de Amerikanen voelt zich wel degelijk betrokken bij zijn werk, terwijl 18 procent een loud quitter is: werk bevredigt ze niet en dat laten ze op TikTok luidruchtig horen. En de helft die overblijft? Die is maar matig betrokken, aldus Gallop. ‘Dat zou betekenen dat de helft van alle Amerikaanse werknemers quiet quitters zijn.’

Hoewel in Nederland de werktevredenheid vrij hoog ligt, is de werkdruk hier hoog, vergeleken met andere Europese landen, ook al maken we relatief weinig uren. Wie inzoomt op 20- tot 35-jarigen – dat zijn de jongsten van de millennials en het oudste cohort van generatie Z – ziet opmerkelijke ontwikkelingen.

Zo zijn jongeren in vergelijking met andere leeftijdsgroepen niet erg tevreden over hun werk. “Jongeren vinden het ’t allerbelangrijkste om zich te kunnen ontwikkelen; ze willen interessant werk doen”, zegt Noortje Wiezer, onderzoeker bij TNO Work and Health. “En daarover zijn ze niet zo tevreden.”

Corona heeft die ontevredenheid versterkt, blijkt uit de langlopende Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bang om de controle te verliezen over al die thuiswerkers, haalden werkgevers de teugels extra aan.

Weinig autonomie

Werknemers zelf gingen harder werken. Ondanks de voordelen van het thuiswerken hadden zij vaak minder vrijheid om hun werk in te richten. Bijna 43 procent ­Nederlandse werknemers vindt dat ze weinig autonomie hebben, met name de jongeren.

En juist die ontwikkelingsmogelijkheden die jongeren zo belangrijk vinden, kwamen door het thuiswerken in de knel, zegt Wiezer. “We weten dat leren on the job belangrijk is voor de ontwikkeling van jonge werknemers; zo zien ze hoe de hazen lopen.”

Bij hybride werken – afwisselend thuis en op het werk, in veel organisaties de nieuwe norm – is het moeilijk om jongere medewerkers te laten leren en meekijken. “En wie veel thuis werkt, voelt minder binding en betrokkenheid met de organisatie en mist de echte contacten met collega’s.”

Met dank aan die strakke teugels ging de productiviteit tijdens de ­coronajaren dus omhoog, niet omlaag, en dat is sindsdien op veel plekken zo gebleven. De combinatie van hoge ­eisen en weinig autonomie is een ­bekend recept voor overspannenheid. “Voor werkdruk geldt: je kunt heel veel van mensen vragen en vaak is dat ook goed, het daagt ze uit”, zegt ­Wiezer. “Maar dan moeten mensen wel in staat zijn ­om aan die vraag te voldoen en zelf plannen kunnen ­maken.”

Cato Teunissen Beeld
Cato Teunissen

Cato Teunissen (27) nam een rustigere baan, maar liep in coronatijd toch vast. ‘Minimumloon? Dan ook minimum inzet.’

“Het is niet dat ik te lui ben om te werken. Ik doe wat ik kan. Maar ik ben wel bewust gestopt met meer doen dan waarvoor ik ben aangenomen en betaald krijg”, zegt de 27-jarige Cato Teunissen. Die instelling maakt haar een quiet quitter. Maar dat is ze niet altijd geweest.

“Na mijn kappersopleiding werkte ik 38 uur in de week voor iets meer dan het minimumloon in een kapperszaak. Daar moest ik keihard werken, extra taken oppakken (‘kun jij ook even de sociale media bijhouden?’), mijn pauzes werden vaak opgeschoven en mijn agenda werd zo volgepropt met afspraken dat ik bijna altijd moest overwerken. Die overuren kreeg ik niet uitbetaald. En hoe hard ik ook mijn best deed, ik kreeg geen loonsverhoging en vooral geen waardering.”

Ze zeurde er niet over. “Ik heb van mijn ouders geleerd dat je jezelf moet bewijzen, moet laten zien dat je graag wilt. En dus ging ik maar door. Liet iedereen pauze houden voor ik zelf iets ging eten. Dat zit ook een beetje in mijn karakter, ik denk eerst aan een ander, dan pas aan mezelf.

“Ik liep tegen mijn grenzen aan. Vaak was ik zo moe als ik thuiskwam dat ik alleen maar kon huilen.”

In 2019 vond ze een nieuwe baan bij een winkel in Amsterdam. Ze verdiende er niet veel, maar het werk was leuk. “Ze waren ontzettend blij met mij.

Ze zeiden altijd: we willen je klonen omdat je zo goed bent.” Ze maakte er 40-urige werk­weken voor 1780 euro netto in de maand. In coronatijd nam de werkdruk toe. “Het aantal klanten verdriedubbelde. En we moesten ze allemaal met hetzelfde kleine team bedienen.”

De heftige hoofdpijnaanvallen waar ze al langer last van heeft, werden erger. ’s Nachts sliep ze niet meer. “Ik was er echt slecht aan toe. Zelfs mijn tanden poetsen lukte niet meer, ik was gewoon te moe.”

Ze kon haar werk niet meer doen. Had gesprekken met haar huisarts en een bedrijfsarts. “Ik had een burn-out. Ik zit nu al een jaar in de ziektewet en ben stap voor stap aan het re-integreren. Wat me opvalt is dat de waardering die ze eerder voor me hadden helemaal is verdwenen. Maar ik ga niet meer over mijn grenzen, zoals eerst. Daar heb ik het veel over met mijn psycholoog. Die heeft me geleerd dat als ik voel dat het niet meer gaat, dat ik daarnaar moet luisteren.”

En nu doet ze dus aan quiet quitting. “Ik ken de term pas net. Toen ik me erin verdiepte dacht ik: ja, hier ben ik het wel mee eens. Ik ben het zat om zo hard te werken en er niets voor terug te krijgen, terwijl een werkgever op de winst zit. Voor minimumloon kan een werkgever minimum inzet verwachten.”

Ze vindt het vreemd dat het zo normaal is dat je als werk­nemer altijd maar moet bewijzen dat je meer waard bent. “Waarom hebben werkgevers geen vertrouwen dat je het werk goed gaat doen en daarom goed betaald moet worden? Wat is dat voor scheve verhouding? Dat je eerst een halfjaar boven je functie moet werken, om er dan pas voor betaald te worden?”

Eerder vond ze de jonge meiden – vaak studenten – in de winkel waar ze nu werkt laks. “Die deden alleen waarvoor ze worden betaald en gaan niet langer door.” Nu ziet ze dat anders. “Het is echt niet niets wat ze doen, maar als ik zie hoe er met ze wordt omgegaan en hoe snel ze er ook weer uitvliegen, snap ik wel dat zij zich niet uit de naad werken.”

Dat is ook beter voor je mentale welzijn, denkt Teunissen. “Die meiden hebben ’s avonds tijd en energie om dingen voor zichzelf te doen.” En dat is belangrijk, leert ze van haar psycholoog. “Ik ben van de burn-outgeneratie. Ik voel me bijna schuldig om quiet quitting. Maar de mensen uit de generatie onder mij komen veel meer op voor hun mentale gezondheid. Als zij honger krijgen zeggen ze ‘yo, ik ga ff naar de Albert Heijn’. Ze hebben meer schijt en daar kan ik wat van leren.” (Barbara Vollebregt)

Passief verzet

Je kunt quiet quitting zien als een vorm van passief ­verzet: je besluit je geestelijke gezondheid niet op te ­offeren aan een doorgedraaid arbeidsethos tegen een schaars loon. Jongeren van nu kaarten hun grieven niet aan bij een vakbond, dat bastion voor oudere werknemers, maar kiezen voor een zachte implosie op het werk: alleen wie goed oplet, zal het merken.

Zoals The Economist fijntjes opmerkte: er wordt hier niet tot een revolutie opgeroepen. Het gaat om brave alternatieven, die niemand echt pijn doen. Zo volgt mijn achttienjarige zoon die nog naar school gaat en een fijne bijbaan heeft, de Reddit-groep Anti-work en het Twitteraccount FuckyouIquit.

Toch moeten werkgevers zich eens goed achter de oren krabben, vindt Pieter Paul Verheggen, directeur van onderzoeksbureau Motivaction en van huis uit arbeids- en organisatiepsycholoog. De kloof tussen wat jongeren willen en wat werkgevers bieden, groeit. “Vroeger had je één baan waar je je aan committeerde. Nu bestaat die ene vaste baan waar werknemers alles aan ophangen – pensioen, arbeidsongeschiktheid, carrière – niet meer. Zo vinden jongeren, anders dan hun leeftijdgenoten vroeger, voldoende geld op de bank belangrijker dan een pensioen. Intussen denkt de werkgever nog steeds de alfa en omega van die werknemer te zijn.”

‘Vrijdag ben ik niet aanspreekbaar’

Jongeren hebben de behoefte om zich op meerdere terreinen te ontwikkelen, ziet ook Verheggen. “Geld verdienen vinden ze niet de enige manier om zich te ontplooien. Dus stellen ze zich strikter op: vrijdag ben ik niet aanspreekbaar, want dan ben ik met mijn eigen internetbedrijf bezig, de moestuin of mijn kinderen.”

Uit onderzoek van Sparkey, het onderdeel van Motivaction dat het werkende leven onderzoekt, blijkt dat jongeren strikter omgaan met afspraken op het werk. Ze willen precies weten wat er van hen verwacht wordt. “Ze willen een heldere aansturing. En dan doen ze ook wat ze moeten doen.”

De term quiet quitting vindt Verheggen te eenzijdig; hij ziet vooral dat jongeren andere prioriteiten stellen. Dat betekent niet dat ze niet loyaal zijn, benadrukt hij. “Het accent verschuift van organisatiegericht naar taakgericht. Als werkgever wil je dat iemand helemaal voor je gaat, maar die toewijding verdwijnt nu bij een groep mensen.”

Is die houding een reactie op de resultaatgerichte managementstijl in veel organisaties: ze oogsten wat ze hebben gezaaid? Dat zou kunnen, zegt Verheggen. “Maar interessant genoeg zijn veel organisaties die zich resultaatgericht noemen, onduidelijk over wat ze van hun werknemers verwachten.” En jongeren willen nu eenmaal helderheid, vanwege die volle agenda. “Dat is iets waar de samenleving – getuige de vele kritische reacties op quiet quitting – nog aan moet wennen.”

null Beeld Fenna Jensma
Beeld Fenna Jensma

Stapje meer

“Er is een duidelijk verschil in arbeidsethos tussen generaties”, zegt Monique Mijnders van het Arbeidsdeskundig Collectief, dat gespecialiseerd is in arbeidsdeskundige begeleiding na een burnout. Mijnders, zelf van de generatie X (tussen 1960 en 1980), was als startende werknemer dolblij dat ze een baan had. “Je schikte je binnen het redelijke naar de wensen van je werkgever en soms zette je een stapje meer. Die tijden zijn veranderd.”

Het idee dat het werkende leven maar relatief is, leefde sluimerend in het bewustzijn van jongeren. Corona, zegt Mijnders, bracht het aan de oppervlakte. “Ze vragen zich meer dan eerst af of ze dat nog wel willen: altijd maar aan staan en in de weekends mails beantwoorden. Werk maakt deel uit van wie ze zijn, maar er zijn meer dingen.”

Jongeren hebben ook goede redenen om zich te beschermen, want onder de 1,2 miljoen Nederlandse werknemers met serieuze burn-outklachten zijn zij oververtegenwoordigd. “Dat is zorgwekkend”, vindt TNO’s Noortje Wiezer. Motivaction rekende uit dat 26 procent van de jongeren tegen een burn-out aanzit.

De kanarie in de kolenmijn

Om een verband te kunnen leggen tussen het hoge aantal burn-outklachten en quiet quitting is wellicht wat vroeg; daar is het nog te vers voor. Misschien is het als de kanarie in de kolenmijn: de druk is te hoog, het gas moet eruit.

Mijnders begeleidt onder andere mbo-opgeleide jongeren met een dreigende burn-out. Ook in uitvoerende beroepen is de bureaucratie toegenomen, wat meer stress oplevert, zegt ze. “Dat zie ik bij mensen die uitvoerend werk doen, zoals in de zorg en het onderwijs. Maar denk ook aan kappers of taxichauffeurs, die bepaalde targets of normtijden moeten halen om economisch rendabel te zijn.”

Niet voor niets hebben werknemers met een lage opleiding in alle leeftijdsgroepen het vaakst een burn-out: zij hebben beduidend minder autonomie dan andere werknemers.

Haar organisatie onderzoekt de factoren waardoor mensen uitvallen. En, eerlijk is eerlijk, in 80 procent van de gevallen speelt er meer naast de werkproblemen. “Zij ervaren een hoge druk. Niet alleen door het werk, maar ook door hoge eisen die zij stellen aan hun vrije tijd.” Veel jongeren vinden ze dat ze een opwindend sociaal leven moeten leiden, ze willen uitgaan, naar festivals, vrienden ontmoeten, en dat wordt hen domweg te veel.

De grote keuzevrijheid die jongeren ervaren – de helft heeft last van keuzestress – en het spannende leven dat hen op sociale media wordt voorgespiegeld, maken het niet makkelijk om als individu de goede beslissingen te nemen, zegt Mijnders. “Omdat jongeren persoonlijke groei enorm belangrijk vinden, voorzie ik een verschuiving op de arbeidsmarkt: je werkt voor je inkomen, maar je zingeving haal je ergens anders: een opleiding of hobby, maar misschien ook één dag per week werken aan dat eigen bedrijfje waar je wél enthousiast van wordt.”

Dennis van Breemen Beeld
Dennis van Breemen

Dennis van Breemen (28) werkt met plezier in de zorg, maar wel op een lager pitje. ‘Ik laat me niet opjagen, daar help je niemand mee.’

“Als je elke dag 110 procent geeft, wordt de verwachting dat je elke dag 110 procent geeft. En dan is het volgende doel van de werkgever dat je 120 procent gaat geven. Dat is ongezond. Dat is hoe je een burn-out krijgt”, zegt Dennis van Breemen (28). Daarom staat hij achter quiet quitting.

Hij werkt nu vier jaar in de zorg, met veel plezier, al zou hij graag wat meer verdienen. “Ik verdien als woonbegeleider met een mbo-diploma 60 cent meer dan een kassière bij de Albert Heijn en daar ben ik dan vier jaar voor naar school gegaan”, zegt hij. Van Breemen woont bij zijn vader, om te kunnen sparen voor een koophuis. “Alles is nu zo duur. En huren is je geld in een zwart gat gooien. Ik probeer zuinig te leven zodat ik later een eigen plek heb.”

Om te begrijpen waarom hij aan quiet quitting doet, moeten we drie jaar terug in de tijd. “Ik draaide twee slaapdiensten op de locatie waar ik werk. Dan werk je tussen 15 uur en 23 uur, daarna ‘slaap’ je op het werk – maar je bent oproepbaar bij calamiteiten – en dan moet je van 7 uur tot 10 uur nog een aantal mensen uit bed halen.”

De collega die de diensten in de twee dagen daarna zou invullen, viel uit. Omdat Dennis zich verantwoordelijk voelde en wilde bewijzen dat hij het wel kon, nam hij ze over. “Ik draaide dus vier slaapdiensten achter elkaar. Op de laatste dag belandde ik in een discussie met een van de ­bewoners. Ik reageerde op een niet zo professionele manier omdat ik moe was”, blikt hij ­terug.

“Toen dacht ik, dit moet ik niet meer doen. Ik wil best weleens een dienst van iemand overnemen, maar niet meer achter elkaar.”

Quiet quitting betekent voor hem niet dat hij nooit iets extra’s doet. “Ik vind het prima om af en toe een beetje extra werk te doen, maar het moet geen verwachting zijn.”

Met zijn werk is hij tevreden. De mensen zijn leuk, de band met zijn werkgever is goed. Hij voelt zich gewaardeerd en als hij ergens mee zit, kan hij dat bespreekbaar maken. “Ik sta niet achter quiet quitting als een soort protest. Ik denk gewoon dat het ongezond is om steeds meer te doen, over je grenzen te gaan.”

Hij denkt dat jongeren dat over het algemeen wel sneller doen om zich te bewijzen. “Die bewijsdrang, die hebben mensen die ergens al tien jaar werken niet meer zo.” Maar het heeft ook met geld te maken. “Mijn generatie is zich er steeds meer van bewust dat alles duurder wordt. Tegelijkertijd stijgen de lonen niet evenredig mee. Mijn generatie ziet dat harder werken niet loont en daar zijn we het niet mee eens.”

Bovendien is er het besef dat er meer is in het leven dan werk. “Als iemand zijn levenswerk wil maken van zijn werk, prima. Maar maak het niet de norm”, zegt hij. “Ik ben geen ongemo­tiveerde werknemer. Mijn mentaliteit is dat ik doe wat ik kan.

“Als ik op mijn werk kom, er is iemand ziek en we zijn onderbezet, dan moeten de bewoners maar even wat langer wachten. En dat moet je goed communiceren. Dan zeg je: hé, we staan maar met z’n tweeën, dit kan een halfuurtje langer duren. Als mensen weten waar ze aan toe zijn is er meestal niet zoveel aan de hand. Ik laat me niet opjagen. Daar help je niemand mee.” (Barbara Vollebregt)

Hogeropgeleiden en andere geprivilegieerden

Guardian-columnist Tayo Bero maakt een belangrijke relativering: quiet quitting lijkt vooral voorbehouden aan hogeropgeleiden en andere geprivilegieerden. Rustig aan doen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren. Juist in de slecht betaalde banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar veel vrouwen en mensen van kleur werken, is het moeilijk om onder die onbetaalde extra’s uit te komen, zoals overwerk. Doe je het niet, dan volgt ontslag.

Dat punt wil ook Mijnders maken. “De kloof tussen hoog- en laagopgeleid zal groeien. Voor wie het hebben van een inkomen dermate belangrijk is dat ze dat op geen enkele manier in de waagschaal kunnen stellen, is quiet quitting niet weggelegd. Mensen die relatief veel verdienen, kunnen denken: ik hoef niet de hoofdprijs, als ik maar de dingen kan doen die ik leuk vind. Maar wanneer werk moet voorzien in je basisbehoeften, heb je andere drijfveren. Vakmanschap en het vaak zware werk van laagopgeleiden wordt veel te laag gewaardeerd. We zijn doorgeslagen in de waardering van banen waar een hoge opleiding voor nodig is.”

In zekere zin is het onbehagen over het werkende bestaan van alle tijden. Zie Voskuils Het Bureau, waarin hoofdpersoon Maarten Koning op alle toonhoogten de zinloosheid van het werkende leven bezingt.

Maar anders dan bij de quiet quitters legt hij het bijltje er allerminst bij neer. Maarten werkt zich half dood, wat er ironisch genoeg toe leidt dat hij eindigt als directeur van het door hem zo verafschuwde instituut.

Annette Wiesman is journalist en tekstschrijver. Ze schrijft met enige regelmaat in Trouw.

Hoe zit het met uw werkethiek? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Chinese studenten verzetten zich tegen de kapitalistische ratrace

Tangping, letterlijk: platliggen, is een reactie op de ratrace waar alle, met name jonge Chinezen in meedraaien.

Niet werkdruk maar gebrek aan autonomie is een probleem voor zorgpersoneel

Niet de hoge werkdruk is het probleem in de ziekenhuizen, maar de onmogelijkheid om het werk zelf in te richten. Ziekenhuismedewerkers willen graag zelf bepalen wanneer ze even een praatje maken met collega of patiënt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden