null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

EssayTherapietaal

Psychopraat is in opmars. Een stomme collega is niet meer ‘gemeen’, maar ‘toxisch’

Ze hoort haar generatiegenoten als volleerde therapeuten met elkaar praten, ook als er objectief gezien niet zoveel aan de hand is. En zelf doet Robin Goudsmit er soms ook aan mee. Waar komt die psychopraat vandaan, vraagt ze zich af, en moet alles nou meteen een trauma heten?

Robin Goudsmit

Als het niet zo on­tiegelijk gênant was, had ik het misschien later wel grappig gevonden. Ik had ruzie met mijn partner om niks, iets onbenulligs, ik weet het niet eens meer, toen ik mezelf hoorde zeggen: als je je zo gedraagt, is het niet veilig voor mij om kritiek op je te hebben.

Als je boos bent, zeg je soms rare dingen. Ik zei veilig. Wie heeft het in een gewoon, alledaags huis-tuin-en-­keukenruzietje opeens over veiligheid? Waar kwam deze therapietaal vandaan?

Begrijp me niet verkeerd, het is volledig oké om het over veiligheid te hebben wanneer je je in een relatie ­bevindt waarin je de ander niet kunt aanspreken op zijn gedrag. Maar een woord zoals veiligheid uit zijn context rukken om een totaal onvergelijkbare situatie te beschrijven, duidt op iets anders. Dat is psychospeak.

Robin Goudsmit (1992) studeerde Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt sinds 2019 bij Trouw. Robin werd dit jaar door Vlaams cultuurhuis deBuren en het Brusselse podium Pilar benoemd tot Scherpsteller, een positie voor een veelbelovende jonge denker.

In mooi Nederlands: psychopraat, oftewel de ­reflex van (vooral) jonge mensen om als volleerde therapeuten met elkaar gesprekken te voeren, óók als er niet echt iets aan de hand is. Na een dag werken zijn we overprikkeld in plaats van moe. Een collega die een keer een stomme opmerking maakte, is niet zomaar gemeen, maar toxisch, wat zoiets betekent als giftig of manipulatief. Iemand die zijn boekenkast op kleur heeft gerangschikt, is niet gewoon dol op regenbogen, maar lijdt aan OCD, oftewel een obsessieve compulsieve stoornis.

Diagnoses om je oren

Ongeveer 10 procent van de Nederlanders had in 2021 ten minste één afspraak bij de psycholoog, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij mensen ­tussen de twintig en de dertig, lag dat aantal ­hoger; van hen ging 16,6 procent ten minste één keer langs. Kinderen en jongeren leren al vroeg dat het normaal is om te praten over hoe je je vanbinnen voelt. Meer dan vroeger zijn docenten gespitst op de mentale gesteldheid van leerlingen.

Het internet heeft alles te maken met deze trend. Wie er een tijdje rondhangt, krijgt de diagnoses om de oren gesmeten. Onder de noemer TraumaTikTok helpen TikTok-gebruikers elkaar met het identificeren van hun mentale gezondheidsissues. Op Instagram speculeren gebruikers dagelijks over diagnoses voor celebrities. Zo doet Kanye West naar verluidt aan love bombing: hij overlaadt vrouwen met cadeautjes en complimentjes om ze daarna te controleren en beheersen.

Dat is ook niet verwonderlijk. Sociale media drijven op een confessiecultuur, die het aanmoedigt om persoonlijke zaken te delen. Het internet is daardoor verworden tot de ruim ingerichte spreekkamer van, pak ’m beet, iedereen onder de veertig, waar je naar hartenlust jezelf kunt laten diagnosticeren door anderen. Als niemand Instagram meer zou volschrijven over zijn of haar gevoelens, zou het internet een stuk leger zijn.

Het web is een plek vol intieme vreemden, mensen van wie je de meest persoonlijke dingen weet, maar die je op straat voorbij loopt. Ik weet van een onbekende, naamloze bruinharige jonge vrouw met een scherpe neus niets ­anders dan welke coping mechanisms ze heeft voor een nog onbekend trauma. Ik verwacht dat dat in het volgende TikTok-filmpje aan bod komt.

Aardig en empathisch

Psychopraat is irritant, vinden veel mensen. Dat komt, schreef de Amerikaanse journalist Katy Waldman vorig jaar in The New Yorker, omdat er een zekere superioriteit van uitgaat. Psychopraat is niet alleen codetaal om gevoelens in te duiden, maar vooral een manier om te laten zien hoe aardig en empathisch je zelf bent. ‘Je mag best meer ruimte innemen’ zeggen in plaats van ‘je mag best wat meer vertrouwen hebben in jezelf’ etaleert dat de spreker op de hoogte is van de ongeschreven regels over hoe je over gevoelens dient te praten. Kijk mij eens je emoties serieus nemen, is de boodschap. Ik weet precies hoe het hoort. Ben ik geen goede vriend?

Psychopraat benadrukt wie erbij hoort en wie niet. De psychobabbelaar praat meer over zichzelf dan over de ander. Begrijp je wat er bedoeld wordt en kun je in ­dezelfde bewoordingen terugpraten, dan maak je deel uit van de groep. Anders niet. Een manier van in on the joke zijn, van je onderscheiden van de rest van de samenleving. Psychopraat heeft alles te maken met klasse, schrijft Waldman. Wie deel wil uitmaken van een nieuwe culturele elite, kan maar beter leren om over gevoelens te praten alsof je gesprekspartner Carl Jung zelf is. Le thérapie, c’est chique.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Psychopraat is niet helemaal nieuw. Al sinds Freud is psychologie deel van de populaire cultuur. Woorden als hysterie, taboe en trauma behoren tot een standaardvocabulaire. Niemand kijkt ervan op wanneer er wordt gesproken over het onbewuste als een plek, ergens in je ziel, waar je dromen, verlangens en demonen huizen. Een gebied dat je kunt ontginnen in jezelf en in ­anderen.

Dat ontginnen kun je doen met taal. Door te praten over je kindertijd, maar ook door als amateur-­analyst woorden te zoeken bij hoe je je voelt. Als een ontdekkingsreiziger die een atlas maakt van zijn psyche: hier zijn mijn vader-issues, hier mijn bindingsangst, daar mijn neuroses. Of je kunt in een ander spitten: hij is een narcist, zij doet aan gaslighten. Ergens een woord opplakken is fijn. Het geeft een gevoel van controle om gevoelens te kunnen uitdrukken in alomvattende termen.

Mislukte date

Psychopraat is niet vrij van een flinke ­dosis ironie. ­Iemand – of jezelf – een neuroot noemen of een mislukte date als traumatisch beschrijven is waarschijnlijk niet serieus bedoeld. Maar als we het alleen ironisch over psychische klachten of vervelende ervaringen kunnen hebben, wanneer gaan we dan écht met elkaar praten?

Critici vinden dat psychopraat leidt tot een erosie van serieuze diagnoses. Als je al bij de geringste ­neiging tot organiseren OCD hebt, welk woord blijft er dan over om de klachten te beschrijven van iemand die last heeft van een dwangneurose?

Je zou denken dat het populariseren van termen uit de psychologie ook gunstig kan uitpakken. Als het normaal wordt om te praten over hoe je je voelt, ook al is het met een grappende ondertoon. Er valt nog veel te winnen aan openheid over psychische klachten; ­onderzoek van het ministerie van volksgezondheid uit 2021 wijst uit dat er veel schaamte is. Vooral adolescenten (jongeren tussen de 15 en de 21 jaar) vinden het vaak ingewikkeld om over hun mentale gezondheid te praten. Ook mensen boven de vijftig zeggen er moeite mee te hebben.

Dat betekent dat er maar een paar generaties zijn die het wél aandurven om te praten als ze psychische problemen ervaren. Maar zelfs die moeten er af en toe mee worstelen, aldus het onderzoek, want gemiddeld geven respondenten hun eigen openheid over mentale gezondheid als rapportcijfer een 6,5.

Het taboe heeft gevolgen

Een ruime voldoende dus, maar nog lang geen tien met een griffel. En het taboe heeft gevolgen, schrijven de onderzoekers. Een deel van de ondervraagden zei zelf psychische klachten te ervaren of een psychische aandoening te hebben. Van dat gedeelte zei ongeveer een kwart zich te schamen om professionele hulp te zoeken.

Meer openheid is nodig, want jonge mensen zíjn er mentaal slecht aan toe, zeggen verschillende onderzoeksinstanties. Jongeren kregen een ­coronacrisis voor hun kiezen, de prijzen stijgen, maar de lonen niet. Ondertussen smelten de ijskappen, waren er nog nooit zoveel mensen op de vlucht en zijn racisme, seksisme en andere vormen van discriminatie niet uitgeroeid.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Om die omstandigheden aan te kaarten, zo signaleerde schrijver Jessica Bennett onlangs in The New York Times, vallen activisten vaak terug op de manier waarop onrechtvaardigheid hun eigen levens raakt. De relatie tussen het persoonlijke en het politieke was nog nooit zo duidelijk. Emancipatiebewegingen die vandaag de dag succesvol zijn, MeToo en Black Lives Matter, hebben persoonlijke, traumatische ervaringen als kern. Ze roepen op tot erkenning van die ervaringen en leerden ­velen van ons nieuwe woorden om die ervaringen te ­benoemen. Zo kennen we nu het begrip trigger, het idee dat een afbeelding, een tekst of een gesprek over seksueel geweld kan zorgen dat slachtoffers nare ervaringen herbeleven. En intergenerationeel trauma is een concept dat kan helpen om de pijn van racisme die van generatie op generatie wordt doorgegeven te herkennen.

Zuinig zijn op sommige termen

Psychopraat kun je zien als een uitwas van die nieuwe terminologie, een soort verwaterde, Euroshopperversie ervan. Misschien, zo kun je opperen, moeten we bepaalde woorden bewaren, een beetje zuinig zijn op sommige termen, zodat de emanciperende waarde ervan intact blijft. Want wat kún je nog met een woord als trauma, als het is uitgewoond door een veelheid aan betekenissen?

Tegelijkertijd zitten achter al die schermpjes op ­Instagram en TikTok jonge mensen te worstelen, zich ­alleen te voelen. Soms maar een beetje, soms wat erger. Ze gooien hun gevoelens als een flessenpost het internet op, in de psychologische ­codetaal die ze van elkaar hebben geleerd. Zo’n cultuur van kwetsbaarheid stemt ook hoopvol. Het meisje met het bruine haar en de scherpe neus organiseert haar bureau heel praktisch, heel netjes. Ze wordt er rustig van, zegt ze. Je kunt niet anders ­hopen dan dat ze zich beter gaat voelen.

Wat vindt u van die nieuwe openheid over psychische problemen? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Een goed personage is zoveel meer dan een optelsom van trauma’s

Het begrip trauma heeft zich ons dagelijks leven in gewurmd. En dus ook de literatuur, die spiegel van ons denken. Dat pakt soms goed uit, maar niet altijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden