Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Praten over euthanasie: het is soms doordrammen over de dood

Dementie is een geestestoestand waarin je je moeilijk kunt verplaatsen. Mensen die zich ertegen willen wapenen, denken dat ze zich tegenover hun dementie kunnen opstellen. Maar dat is het nou juist, die positie is de uitzondering.

Mevrouw M., 67 jaar oud, besefte heel goed dat ze aan het dementeren was. “Is het niet belachelijk? Ik ben net gebeld, ik leg de telefoon neer en weet al niet meer waar het over ging. Ik ben zo’n vreselijke sukkel aan het worden. Mijn man leest de krant voor en ik luister geboeid, want ik was altijd geïnteresseerd in politiek, zeker de Amerikaanse, want ik heb daar jaren gewoond. Vroeger, ja, ik weet heus wel dat er een vroeger was, raakten we daarna aan de praat over het nieuws. Maar nu? Terwijl er zo veel gebeurt? Ik weet niks. Ja, klimaat en China, maar ik kan geen enkele naam of plaats of persoon noemen die in de actualiteit heerst. Het is een ramp.”

Meneer J. zit heel anders in zijn dementie. We zijn op bezoek om over zijn euthanasiewens te praten. “U hebt alzheimer, maar wilt u een einde aan uw leven?” Als antwoord komt hij met een uiteenzetting over het gezin waar hij uit komt. Zijn moeder stierf toen hij vijf jaar was. Hij is enig kind. Zijn vader vond een nieuwe vrouw die niet erg lief voor hem was. Die vrouw had een drankprobleem, veel ruzie en toestanden.

Als ik vraag: “En daarom wilt u dood?” zegt hij volmondig “Ja”. Oei. Dit is allemaal bijna tachtig jaar geleden. Gaandeweg komen we duidelijker uit bij zijn dementie, waarover hij zegt dat het best meevalt. Hij is wel bang voor hoe het verdergaat. Hij heeft zijn eigen vader zien dementeren: “Dat was me toch een ellende”. Bij het afscheid zegt hij: “Ik kan niet zeggen: als ik zo en zo ver ben dan wil ik niet langer”. Op de vraag of hij het zou kunnen aangeven als het zo ver is, zegt hij: “Volgens mij wel, denk ik”.

Een week later praten we verder. Hij doet zelf open, maar herkent ons niet. Na even onderhandelen mogen we binnen. De zoon is er niet, die had ons gebeld om te vertellen dat het nu snel bergafwaarts ging. Vader was onrustig, ’s nachts in de weer, ruzie om niks met de buren, die hem juist heel trouw zijn.

Als we eenmaal tegenover hem zitten zegt hij tot onze verrassing: “Jullie komen voor als ik een spuitje wil als ik het niet meer zie zitten. Maar zo ver is het nog niet.” Wanneer dan wel? “Nou, als ik een ziekte krijg waardoor ik niet meer kan praten bijvoorbeeld. Die alz-heimer? Ik merk er weinig van. Zoals gisteren was er voetbal op tv, dan heb ik een heerlijke avond. Vindt u dat gek?”

We leggen nog eens uit dat we willen voorkomen dat hij in een verpleeghuis eindigt. “Ja, maar ’t gaat nu goed. Ik ga niet zeggen: over twee weken dan maar. Wat de grens is? Dat is moeilijk. Incontinent worden? Kun je uitzingen met goeie materialen.”

We vragen nog eens naar zijn vader en hoe hij tegen zijn dementie aankeek. “Mijn vader? Die was zichzelf niet meer. Snapte niet wat er aan de hand was.”

“Zou dat met u ook zo kunnen gaan?” Hij antwoordt: “Dat weet ik niet. Sinds die voetbal gisteren voel ik me weer wat makkelijker.” We vragen: “En als u naar een verpleeghuis moet?”

“Ja, áls het zo ver komt dan wil ik wel een spuitje, maar het hangt er ook van af wat voor huis. Ik wil gewoon leven, ik wil er niet constant op gewezen worden. Ik weet heus wel dat er een eind aan komt, maar nu nog niet.”

Je krijgt het akelige gevoel dat je zo’n man in de hoek drijft met je vervelende vragen. Het is onmenselijk om steeds maar zo door te drammen over de dood. In dementieland zegt iedereen: laat het nou niet vijf over twaalf worden, want dan is het te laat. Je zit zo iemand door mekaar te schudden: “Wil je niet dood? Je moet nu wel dood hoor! Dit is hét moment! Je laatste kans.” Ik vind het geen doen eigenlijk.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden