po Polsku (op z’n Pools)Jaap Robben

Poolse zwijgmannen, die alles kunnen

Via-via kreeg ik het Poolse telefoonnummer van Iwan, in het vroege voorjaar van 2019. Ons eerste gesprek was nogal bondig.

‘Ja?’ zei de stem die opnam.

‘Sie sprechen mit Jaap Robben.’ Het bleef stil. Ik vertelde over onze oude kersenbomen die ­gesnoeid moesten worden.

‘Gut’, bromde de stem. ‘Samstag. Vier Uhr.’ Ik moest ons adres whatsappen. ‘Bis Samstag’, zei ik nog, maar er was al opgehangen.

Mijn vriendin en ik wonen al acht jaar in een voormalige ­boerderij uit 1910 in een Duits Rijndorp. De eerste jaren renoveerden we alles zelf. Maar sinds we kinderen kregen, lukte dat niet meer. Bovendien waren er nieuwe kozijnen ­nodig, we ­hadden die zelfs al ­besteld. Maar daarvoor moest de gevel op ­sommige plekken nog worden uitgeslepen.

Daarvoor zocht ik al tijden een goed klusbedrijf. Er was een mannetje langs geweest dat beloofde om maandag te beginnen, maar vervolgens nooit kwam. Daarna was er het mannetje dat op al mijn vragen antwoordde: geen probleem, geen probleem. Maar ­nadien zijn telefoon niet meer opnam. Tussendoor was er nog het mannetje geweest dat steeds als ik hem na-belde, zei dat hij de offerte bijna-bijna-bijna af had.

Beeld Hanne van der Woude

Het werd zaterdag. Onze bel ging om exact vier uur. Door het raampje in de deur zag ik een enorme buik. Daarbovenop het rode gezicht van de man die Iwan bleek te zijn. Achter hem stonden vier zwijgmannen naar het grind te turen. Ik stelde me voor. Hun ruwe handen schudden aarzelend de mijne. Ik voelde dat ze voorzichtig deden met mijn hand. Iedereen mompelde ­onverstaanbaar een naam. Ze glimlachten beschaamd naar ­elkaar alsof dit heel gênant was om te doen. Ik heb toen niemands ogen gezien. Achteraf ­bleken deze mannen Patryk, Tomasz, Marek en Wojtek te zijn.

‘Gut’, zei Iwan. ‘Wo sind die Kirschbaumen?’ Ik gebaarde richting de tuin. Meteen werden er commando’s uitgedeeld. Haastige werkschoenen draafden over het grind. Als een legertje namen ze de bomen in. De dunste mannen klommen het hoogst. Ik waarschuwde voor vermolmde takken, maar de ­motorzagen gilden al. Rond de stammen vielen geweien van hout in het gras. Alsof ik naar een versneld filmpje keek, ­sleepten Iwan en Marek alle takken naar een hakselmachine die onafgebroken snippers spuwde.

‘Gut?’ kwam Iwan vragen. Ik knikte. Zijn drafje terug naar de hakselmachine leek nog sneller dan zijn loopje naar me toe. ­Alsof hij ons gesprek van 25 ­seconden verspilde werktijd moest compenseren. Binnen een uur waren alle bomen gekortwiekt. Iedereen stond uit te hijgen op de binnenplaats en ze dronken elk een fles Poolse ­Punica leeg.

‘Noch viele Arbeit’, zei Iwan. Hij tuurde door een oud raam de ­kamer in waar we ooit wilden gaan slapen. ‘Entschuldigung’, mompelde hij toen hij een lange splinter van het kozijn lostrok. Ik zei dat het niet erg was, omdat er nieuwe kozijnen kwamen. ‘Die Arbeit können wir auch’.

‘Maar jullie zijn toch tuinmannen?’

‘Wij zijn Poolse mannen.’

‘Ja?’

‘Wij kunnen alles.’

De echte en volledige namen van de Poolse klussers zijn ­bekend bij de redactie.

Schrijver Jaap Robben zoekt contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden