Ik heb een droomPieter van den Blink

Pieter van den Blink: Ik draai het lot een loer

Beeld Jorgen Caris

In deze interviewrubriek vraagt de redactie van Trouw aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Pieter van den Blink.

“In mijn dromen is het vaak kermis in de hel. Ik heb helaas veel last van nachtmerries, wat mij soms fors ontregelt. Stel, je vergelijkt een gewone droom, die ik gelukkig ook weleens heb, met het eerste ritje dat je als kind maakt in de draaimolen – een spannende en magische belevenis – dan is een nachtmerrie een ritje door het spookhuis. Toen mijn ouders nog leefden had ik nachtmerries vol geweld; ik had vuistgevechten met mijn vader, maar omdat zijn armen langer waren dan die van mij raakte hij mij wel en ik hem niet. Of ik bestuurde een auto, maar mijn vader, die achterin zat, had ook een stuur waarmee hij mijn stuur de baas was.

Ik heb ook angstdromen over ziek zijn. De eerste keer dat ik kanker kreeg, droomde ik steeds dat ik niet stopte met roken, terwijl dat natuurlijk wel moest. Maar niets komt in de buurt van de nachtmerrie waarin mijn voeten veranderd waren in glazen schalen met papperige bloemkool in tomatensaus. Nog altijd vervult het beeld mij met intense walging: het was geen spookhuis meer, maar de aller-, allerheftigste achtbaan van alle pretparken ter wereld. Ik dacht: is dit nog wel een droom, of zijn bij mij de stoppen doorgeslagen? Twijfel aan mijn eigen lichaam waarop ik niet durfde te vertrouwen zag ik als verklaring voor deze droom, totdat ik op een ochtend besefte: nee, het gaat over het verleden, over littekens die ik heb opgelopen, in ziekenhuizen, in mijn jeugd en in mijn eerste grote liefdesrelatie.

Levenslustig boek over doodsangst

De nachtmerrie heeft een heleboel in gang gezet: het bracht me bij therapeuten en heeft me vooral aan het denken gezet, wat uiteindelijk leidde tot mijn autobiografische roman ‘Het allerbeste’. In mijn journalistieke werk is schrijven over jezelf een no-go-area. Ik realiseerde me: geen wonder dat ik vragensteller ben geworden, een portrettist van anderen, dan hoef je het niet over jezelf te hebben. Woorden geven aan je angst bij de diagnose kanker, aan de angst die ik ervoer in mijn jeugd, was heel eng, maar door het fictie te noemen kreeg ik al snel een groot gevoel van vrijheid tijdens het schrijven.

Het lot heeft mij een loer gedraaid, maar door verdrongen angsten onder ogen te zien heb ik nu het lot een loer gedraaid. ‘Het allerbeste’ is een levenslustig boek over doodsangst, en hoop. Het is jammer dat sommige dingen gelopen zijn zoals ze zijn. Wat voor zoon ben ik geweest, was ik een heel moeilijk kind? Ik verwijt mezelf niks, maar ook mijn ouders niet. Het motto dat ik heb gebruikt is ontleend aan het prachtige boekje ‘Seize the Day’ van Saul Bellow: You had to forgive. First, to forgive yourself, and then, general forgiveness. Alleen op die manier kun je door het leven komen – en houd je veerkracht.”

Pieter van den Blink (1966) is journalist en schrijver. Zijn roman ‘Het allerbeste’ verschijnt maandag bij uitgeverij Prometheus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden