NaschriftPetra Ybeles Smit (1963-2020)

Petra Ybeles Smit zette haar kwetsbaarheid en onvolmaaktheid in als kracht

Schilderij van Petra Ybeles Smit zoals ze zichzelf het liefste zag

Petra Ybeles Smit vocht voor iedereen die niet meetelde in de maatschappij. Dat ze zelf tot diverse kwetsbare groepen behoorde, maakte haar extra strijdbaar.

Met een rotvaart sjeesde Petra Ybeles Smit altijd met haar scootmobiel over de kronkelige straatjes van Ubbergen, vlakbij Nijmegen. Gekleed in paarse gewaden en wijde wapperende tunieken. De laatste tien jaar heette ze geen Peter meer, maar Petra; ze kleedde zich als vrouw en genoot van make-up en nagels lakken. Korte tijd dacht ze aan een pruik, maar ze liet haar inmiddels kalende hoofd toch maar voor wat het was. Net als ze haar zware bulderlach niet kon verbloemen.

Ze was wie ze was. Wel liet ze een groot portret maken van hoe ze zichzelf het liefste zag: kleurrijk en aanwezig. Toen ze er in 2010 voor uitkwam dat ze een vrouw in een mannenlichaam was, viel er een zware last van haar af. Natuurlijk was ze diep teleurgesteld dat het gendercentrum van het VUmc in Amsterdam haar weigerde voor transitiebehandeling, maar ze begreep het wel. Haar zwaarlijvigheid, medicatie voor depressies en handicaps zouden een succesvolle verandering in de weg staan. “Met God heb ik nog wel een appeltje te schillen”, zei Petra bij tegenslag. Haar leven als lesbische transvrouw met lichamelijke handicaps, angststoornissen, depressies en astma vond zij toch wel een erg flinke kluif om te moeten dragen. Toch was ze niet bitter, eerder positief en ze viel op door haar gevatte humor en zelfspot. Daarbij wist ze dat ze een ijzersterke wilskracht had en een hoge intelligentie.

Door haar leven vol strijd begreep ze die van anderen maar al te goed. Tegen haar vriendin Jolanda, met wie ze dagelijks contact had, zei ze geregeld: “Je bent meer waard in je kwetsbaarheid en onvolmaaktheid dan in je perfectie.” Ze was een en al begrip en luisterend oor, maar kon ook fel en direct zijn. Vooral wanneer iemand haar als een halvegare behandelde – wat geregeld voorkwam – gaf ze lik op stuk. Je moest niet met haar spotten.

 ‘Nachtveulentjes’

Petra werd in 1963 in het Noordhollandse Dirkshorn geboren als Peter Ybeles Smit en werd vanwege spina bifida (open rug) meteen naar het ziekenhuis in Leiden gebracht. Daar vond een operatie plaats waarbij een zenuw werd geraakt. Dat veroorzaakte een verlamd been. Moeder Elly Boonstra, zelf nog kraamvrouw, kon amper op bezoek komen. En vader Ebo Ybeles Smit, gemeenteambtenaar, deed wat hij kon, maar desondanks lag de kleine maandenlang alleen in het ziekenhuisbedje.

Aanvankelijk was Peter het zonnetje in huis, maar de vele ziekenhuisopnames en operaties gaven voeding aan angsten en uiteindelijk een posttraumatisch stresssyndroom. Altijd weer kwamen de nachtmerries, die vader liefkozend ‘nachtveulentjes’ noemde. En in de puberteit galmde maandenlang de evergreen ‘Bridge over troubled water’ door het huis. Vader en moeder probeerden van alles, maar konden het diepe gevoel van eenzaamheid voor hun zoon niet oplossen.

Peter kreeg twee zusjes: Hannah en Marije. Toen Marije stierf, Peter was toen 5, verdween de gemoedelijke sfeer in het gezin op slag. De ouders konden elkaar in hun verdriet niet bereiken en dat veroorzaakte veel strijd: het maakte dat de kinderen in hun alleen-zijn hunkerden naar contact, maar ze wisten niet goed hoe dat aan te pakken. Kijkend naar hun ouders zagen ze dat je ergens tegen moest zijn: in de verdediging of in de aanval. Hannah daagde uit, Peter reageerde fel en driftig: zo was er in ieder geval contact. Jarenlang bleef hun contact moeizaam, maar later in hun leven ontstond er ruimte voor reflectie en bouwden ze alsnog een compassievolle relatie op – nu als zussen.

Petra Ybeles Smit

In de studententijd wilde Peter al liever een meisje zijn, maar beet zich eerst vast in drie studies; intellectueel excelleren ging hem goed af. Na de sociale academie in Arnhem volgde een studie bestuurskunde en geprikkeld door een verlangen om dieper over dingen na te denken, koos ze voor theologie in Kampen – met een afstudeeronderzoek naar de positie van de kerk gedurende de Hongaarse opstand in 1956, waar ze veel verbleef.

Petra was altijd sterk maatschappelijk geëngageerd: ze liep mee met de kruisraketdemonstraties in de jaren tachtig en was bestuurslid van de vredesbeweging Pax Christi en actief bij GroenLinks – plaatselijk, provinciaal en via het platform de Linker Wang soms ook landelijk. Daarnaast zat ze in diverse belangenorganisaties voor gehandicapten, mensen in armoede en lhtb’ers. Ze richtte de Voedselbank Nijmegen op en het Repair Café. Op vele plekken in de samenleving liet ze van zich horen. Ze was principieel en waardevast, maar ook bereid tot compromissen.

Met haar wakkere geest en scherpe tong legde ze de belangen van alle partijen haarscherp bloot. Ze kon feilloos politiek manoeuvreren en verloor hierbij nooit de kwetsbare mens uit het oog. Haar activistische pleidooien werden versterkt door haar persoonlijke ervaringen, al stoorde die ervaringsdeskundigheid haar ook. Ze wist maar al te goed dat haar grenzeloze ambitie meer tot bloei had kunnen komen als ze in een gezond lijf was geboren. Vaak moest ze verstek laten gaan: dan was ze fysiek moe of staken haar angststoornissen en depressies de kop op.

 “Als gehandicapte blijf je altijd kind van je ouders, hoe oud je ook bent”

Ze had veel op haar bord, maar hield altijd ruimte voor anderen en hun problemen. Met een overvolle agenda met activiteiten voor een rechtvaardigere samenleving, vond ze het wel oneerlijk dat haar werk meestal een onbezoldigd karakter had. Alleen als beleidsmedewerker armoedebestrijding bij de CG Raad voor Chronisch zieken, gehandicapten en kinderen stond ze vier jaar op de loonlijst. Onwennig aan een eigen salaris liep ze eens langs een etalage en bewonderde twee miniatuurfietsen. Automatisch liep ze door, tot ze ineens dacht: ik verdien nu geld! De fietsjes kregen een prominente plek in haar woning.

Toch kwam ook aan die baan een einde en werd ze weer afhankelijk van een Wajong-uitkering. Dat deed wat met haar eigenwaarde. Steeds opnieuw moest ze terugschakelen. “Als gehandicapte blijf je altijd kind van je ouders, hoe oud je ook bent”, zei ze daarover. Vooral met haar moeder ontstond na de dood van haar vader een relatie waarin de twee elkaar stevig in een wederzijdse afhankelijkheids greep hielden. Zo belde ze ochtend om elf uur haar moeder.

Vanaf 1996 woonde ze in woongemeenschap De Refter in Ubbergen, waar ze genoot van het dagelijkse koffiemoment en de betrokkenheid van haar buren. Vanuit dat veilige holletje, zoals ze haar woning noemde, las ze kastenvol boeken en schreef ettelijke beleidstukken en brieven. Ook naar dagblad Trouw schreef ze tientallen ingezonden brieven over thema’s die haar raakten.

Petra Ybeles Smit leest voor in haar geliefde Studentenkerk, inmiddels kleedde ze zich als vrouw.

Ze omringde zich graag met mensen en onderhield enkele diepe, langdurige vriendschappen. Op haar goede vrienden Bas, Jolanda, Renske, Paulien en Frans kon ze bouwen. En zij op haar. In de liefde was ze minder gelukkig. Ze merkte, omdat ze zelf een pijnlijke relatie had met haar eigen lichaam, dat het onverdraagbaar was daarin een ander toe te laten. In de jaren negentig, toen ze nog Peter was, had ze zo’n tien jaar een relatie met een vrouw, maar daarna niet meer. Ze was wel­eens verliefd, maar die gevoelens bleken niet wederzijds – tot haar spijt.

Een belangrijke rode draad in haar leven was haar religieuze overtuiging. Ze adviseerde veel clubs als theoloog en was lid van de Nijmeegse Studentenkerk. Ze bedreef theologie, hoewel synodaal gereformeerd opgevoed, op een katholiserende wijze. Ze hield van rituelen, had op haar kamer religieuze drieluiken staan en trok jaarlijks naar de oecumenische kloostergemeenschap van Taizé. Hierover zei ze: “Dat was thuiskomen. Voor sommigen is ethiek belangrijk of de Bijbel. Voor mij is vanaf mijn zestiende de liefdesrelatie tussen God en mijn ziel het belangrijkst.”

Tien jaar geleden kwam ze uit de kast als transvrouw. Haar omgeving moest echt even schakelen en had die verandering niet zien aankomen, maar accepteerde het vlot. Zelf gaf ze aan dat dit haar gelukkigste jaren waren, die beslissing maakte haar milder. Ze relativeerde meer. Afgelopen kerst bezocht ze met een speciale taxi haar zus in Delft en poseerde stralend in haar nieuwe jurk voor de foto. Hannah vroeg haar toen wat ze zou doen als ze voor één dag een gezond lichaam zou hebben. Daar had ze nog nooit over nagedacht. Ze vond dat ze alles uit het leven had gehaald: met een gebrekkig lichaam en een krachtige geest. Haar agenda stond nog vol afspraken in de week dat ze overleed aan een hartstilstand.

Petra Ybeles Smit werd geboren op 2 april 1963 in Dirkshorn en overleed op 6 februari 2020 in Ubbergen.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden