Peter Pannekoek.

Tien Geboden Peter Pannekoek

Peter Pannekoek: ‘Ik mis de spiegel van mijn vaders gebreken’

Peter Pannekoek. Beeld Mark Kohn

Peter Pannekoek (Hilversum, 1986) is stand-upcomedian en tekstschrijver. Tussen september 2014 en september 2016 verzorgde hij de weekafsluiter bij ‘De Wereld Draait Door’. Hij treedt op in het theater met zijn show ‘Later was alles beter’ en is vanaf 31 augustus weer te zien als teamcaptain in het AvroTros-programma ‘Dit was het nieuws’.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Ik zat op de Groen van Prinstererschool in Hilversum. Christelijk basisonderwijs. Niet dat we thuis ergens in geloofden, maar de school stond bij ons om de hoek en het lerarenverzuim was bovendien heel laag. In groep 2 kreeg ik bijbelverhalen te horen en vanaf dat moment was ik – kortstondig – gelovig. Ik vond dat er voor het eten gebeden moest worden en bij de slager zong ik ‘Bij Jezus in de boot ben je veilig’ omdat ik dan een plakje worst kreeg. Na anderhalf jaar was de lol er wel van af. Ik vind eigenlijk dat je elk geloof als een bijgeloof zou moeten behandelen. Als je bijgelovig bent, hou je dat ook liever voor jezelf. Ik gun iedereen zijn eigen geloof. De één gelooft in Jezus, de ander gelooft in voetbal.

Humor is mijn religie. Humor is mijn manier om met de nutteloosheid – en de wreedheid – van ons bestaan om te kunnen gaan. Mijn vader overleed op zijn zestigste aan slokdarmkanker. Een afschuwelijke ziekte, beslist niet om te lachen, maar door er tóch grappen over te maken, door in zo’n naargeestig onderwerp de liefde te vinden, is het me gelukt om mijn verdriet een beetje te verwerken.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Bij vlagen kan ik manisch zijn; dan lees ik Peter Buwalda en vraag ik me af hoe het in godsnaam mogelijk is dat iemand zó geweldig kan schrijven. Dan neig ik tot verafgoding. Niks mooiers dan mensen die ergens in uitblinken. Het is ook fijn om er over te fantaseren net zo goed te zijn. Na het zien van die documentaire over Diego Maradona (‘Diego Maradona’, 2019, regie Asif Kapadia, AV) heb ik me dagenlang voorgesteld hoe het mij lukte om Sheffield United, of een ander Engels degradatie-clubje kampioen te maken. Precies zoals Maradona ooit met Napoli heeft gedaan.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Amerikaanse comedians die in Toomler, onze comedyclub, komen spelen gaan vaak eerst een half uur – op zo’n ‘kijk mij eens gevaarlijk bezig zijn’-toon – te keer over het christendom. Je ziet het publiek denken: daar zijn we al lang voorbij. Alleen grappen over de islam liggen misschien nog gevoelig. Mijn regel is: durf ik de grap nog te maken als de mensen over wie ik het heb in de zaal zitten? Nee? Oké, dan deugt die grap dus gewoon niet. 

En je moet ook het medium begrijpen. Op één staat het theater: daar kan ik zelf de sfeer bepalen, het verst gaan, omdat het publiek speciaal voor mij komt en goed kan aanvoelen of ik deug of niet. Daarna komt tv: mensen schakelen in, hebben niet op me gewacht, de introductie gemist, of kennen me sowieso niet en schrikken dan van een grap die voor hun gevoel uit de lucht komt vallen. En dan heb je nog de geschreven tekst, een interview zoals dit, waarbij het nóg moeilijker is om een bepaalde toon over te brengen.

Het is mijn taak om een grap zo goed mogelijk te maken, met het minst grote risico op afbreuk. En ik wil al helemaal niet de indruk wekken dat ik er alleen maar lol in zou hebben om iedereen te beledigen. Dat is nooit mijn insteek.

Alles is geoorloofd, zeker, en ik ga niet snel een onderwerp uit de weg, maar je moet wel voelen dat ik altijd zo zuiver mogelijk probeer te zijn. Dat je begrijpt: dat was misschien een harde grap, maar hij komt wel uit een goed hart.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Of ik al rustiger ben geworden weet ik niet, maar ik heb – dat is het voordeel van ouder worden – wel geleerd hoe ik moet omgaan met de stress die dit werk met zich meebrengt. Ik sport veel, ik kijk series en films, ik lees boeken, ik ga elke week wel ergens naar een of andere mooie voorstelling. Helemaal niks doen is lastig. Ik word zenuwachtig van een lege dag. Ik heb ooit een paar meditatielessen gehad, maar dat is helemaal niks voor mij. Sinds een paar jaar laat ik me – mega-decadent, ik weet het – iedere week masseren. Goed voor mijn spieren, de spanning uit mijn schouders laten kneden, en het is ook nog eens fijn om af en toe goed geknuffeld te worden. Dat is niks seksueels of zo, maar gewoon een kwestie van endorfine die wordt aangemaakt.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Volgens mij was het mijn moeder, die in de auto aan me vroeg: ‘Hoe zou je het vinden als je vader en ik uit elkaar gaan?’ Ik was twaalf of dertien. Het schijnt dat ik heb geantwoord: ‘Ik denk dat jullie gelukkiger zijn zonder elkaar.’ Ik weet het niet meer precies. Ik herinner me niet zo veel van die eerste twaalf jaar van mijn leven. Het zou overdreven zijn om te zeggen dat er een koude oorlog gaande was, zelfs het woord ‘ijzig’ is te groot; het was eerder zo dat iedereen op zijn eigen kamer bleef. We lieten elkaar met rust. Zoiets. Ik ging met mijn moeder mee. Met haar heb ik, nog altijd, een goede band. Het verhaal van mijn vader is ingewikkelder. Ik zag hem na de scheiding niet zo vaak meer. Toen ik een jaar of zeventien was, kreeg hij kanker.

In het jaar daarvoor verongelukte mijn beste vriend, Jordy. Ik kwam heel vaak bij Jordy thuis, zo’n grote lawaaierige bouwvakkersfamilie waarin iedereen elkaar op de hak nam. De dood van Jordy was een vreselijke klap, een gebeurtenis die me zo verschrikkelijk aangreep dat het wel leek alsof ik voor mijn vader geen tranen meer over had. Ik bezocht hem wel, eerst in het ziekenhuis en later thuis, maar het drong allemaal niet zo tot me door.

Binnen anderhalf jaar was hij dood. Hij dacht wel na over euthanasie, maar het lichaam was hem voor. Misschien heb ik de herinneringen aan zijn laatste maanden geblokt, gewoon, omdat ze te verdrietig zijn. Ik voel me ook wel een beetje schuldig dat ik toen niet meer interesse heb getoond, maar ik was op dat moment gewoon te veel met mezelf bezig, me juist lós aan het maken van mijn ouders. Ik kon het er allemaal niet bij hebben – hoe afschuwelijk dat ook klinkt. In de afgelopen jaren ben ik bij een paar oude vrienden langs geweest om te vragen hoe ze zich hem herinnerden uit de tijd dat hij zo oud was als ik nu ben. Ik mis de spiegel van zijn gebreken – waar ik waarschijnlijk mijn eigen gebreken in zou kunnen zien. Wie was hij? Waar liep hij tegenaan? Hoe gedroeg hij zich onder zijn vrienden?

Een van hen vertelde dat mijn vader altijd ‘Ik moet het van mijn babbel hebben’ zei. Dat zeg ík dus ook. En ik kan het niet van hem hebben gehoord. Soms denk er aan hoe jammer het is dat hij nooit heeft geweten dat ik cabaretier wilde worden. Dat zou hij geweldig gevonden hebben. Ik denk dat ik knettergek van hem zou zijn geworden omdat hij te trots zou zijn, zich overal mee zou gaan bemoeien en waarschijnlijk ook mijn shows zou willen regisseren (Jop Pannekoek, 1943 – 2003, regisseerde tv-optredens van tal van cabaretiers, AV) en ik – overtuigd van het idee dat je werk en privé zo veel mogelijk gescheiden moet houden – zou zijn hart hebben gebroken door te zeggen dat hij dat niet zou mogen doen.

Weet je wat ik wel mooi vond trouwens? Dat er op televisie bij zijn dood werd stilgestaan. Eerst tijdens het ‘Acht­uurjournaal’ en later nog bij ‘Nova’. Zo’n levensloop waarbij het beeld op het eind langzaam van kleur verandert in zwart-wit. Het hielp me bij het accepteren dat mijn vader echt dood was, dat het voorgoed voorbij was. Overigens was het ook een journalist die als eerste wist dat mijn vader was overleden. Hij werkte voor Het Parool en woonde bij hem in de straat, zag een ambulance staan en ging eens informeren... Daarna belde hij mijn halfbroer, die nog van niets wist, om een reactie. Ik heb zijn naam meteen genoteerd, vast van plan om hem ooit nog eens voor gek te zetten, maar ik heb dat briefje gelukkig weggegooid. Het heeft ook geen nut, al denk ik nog steeds na over een grap... wacht eens, ja, misschien is dit hem, ik spreek het meteen even in. Eén moment. ‘Omdat mijn vader zijn deadline had gehaald probeerde de journalist nu ook zijn deadline te halen.’ Zo. Ja, sorry, soms ga ik een beetje van de hak op de tak, maar dat los jij wel op, toch? Er ligt goud, je moet alleen zelf nog even spitten.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Ik zou graag een horrorfilm willen maken. Het is, naast comedy, het enige genre dat pure emotie losmaakt. Het is toch raar dat je alle lof krijgt en voor prijzen wordt genomineerd als je iets moois, liefs of schattigs hebt gemaakt, terwijl een briljante, gruwelijke film zelden aandacht krijgt? En het heeft niets met agressie te maken; ik word er gewoon gelukkig van als iemand iets origineels bedenkt. Niet wéér een afgehakt hoofd, daar kijkt niemand meer van op – dat viel me trouwens ook zo tegen van IS: onthoofden, levend verbranden, levend verdrinken, maar veel verder kwamen ze niet. Wat een gebrek aan originaliteit! Ze zijn nog actief, onze zogenaamde handelaren in angst, dus ik wil ze niet op ideeën brengen, maar als je de westerse samenleving écht wil schokken kan ik wel een paar ziekere dingen bedenken.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Op het ogenblik ben ik vrijgezel, maar ik heb een uitstekende relatie met mijn ex. We zijn dit jaar zelfs samen op vakantie geweest, dus... Hoe ik het er tot nu toe vanaf heb gebracht op het relatiegebied? Wat is dat voor een afschuwelijke vraag? Als ik ‘goed’ zeg, vindt iedereen me straks een arrogante lul, maar aangezien ik me nog niet heb willen of kunnen binden, mankeert er kennelijk ook iets aan mij. Laat ik het zo zeggen: er is ruimte voor verbetering. Op het podium heb ik een grote bek, maar in het dagelijkse leven ga ik een conflict het liefst uit de weg.

Dat heb ik van mijn ouders meegekregen: het onvermogen om op een normale manier ruzie te maken. Mijn ex heeft me geleerd dat ruzie ook voor opluchting kan zorgen. En nog iets: ik heb door haar ook ingezien wat de kracht is van intimiteit – zeg, zit je me nou uit te lachen? Wat is dit voor een belachelijk interview? Stel ik mezelf een keer superkwetsbaar op, word ik hier gewoon uitgelachen! Nee, het wás geen grapje, echt niet. Ik heb geleerd hoe het is om meer met anderen te delen, om me uit te spreken, om compromissen te sluiten. Dus, ik hoop dat ik via dit Trouw-interview een onafhankelijke, ambitieuze vrouw met een goed gevoel voor humor vind. Kijk, dat was wél een grapje. Mag ook wel weer eens, na al die diepe shit.”

VIII Gij zult niet stelen

“Toevallig heb ik nog nooit gestolen en oké, ik ben niet agressief, maar verder ben ik, net als ieder ander, een gemankeerd mens. Daar gaat mijn huidige voorstelling, ‘Later is alles beter’ ook over: iedereen heeft een randje, maar we doen allemaal vreselijk ons best om die gevaarlijke kant te ontkennen. Natuurlijk moet een fraudeur worden berecht, maar wie heeft er nooit iets te veel gedeclareerd?

Dat is ook zo interessant aan #MeToo: we klagen terecht mensen zoals Harvey Weinstein aan, maar elke man kan zich wel een gebeurtenis uit het verleden herinneren waarvan hij nu zou moeten zeggen: dat had ik chiquer aan kunnen pakken. #MeToo gaat niet over de excessen, de schandalen, de verkrachters en de machtswellustelingen; #MeToo gaat over alle mannen en hoe ze zich zouden moeten gedragen in de dagelijkse omgang met vrouwen.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Vroeger vertelde ik tijdens het kringgesprek op de basisschool zulke rare verhalen dat de juffrouw daarna mijn ouders ging bellen om te vragen of alles wel goed ging thuis. Voor mij geldt nog steeds: liever een goed gelogen verhaal dan de saaie waarheid. Soms hoor ik mensen praten en denk: kom op zeg, dat kan toch véél beter? Dik de boel een beetje aan, dat geeft het leven kleur.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Huh, dienstknecht? Dienstmaagd? Dat zijn toch gewoon slaven? Hoe is het mogelijk dat zo’n tekst in deze tijd voor sommige mensen nog steeds geldig is! Maar goed, in overdrachtelijke zin: ja, ik ben nog wel eens jaloers, al zie ik inmiddels in hoe debiel dat is. Ik mag in mijn handen knijpen met wat ik allemaal heb. Het is toch eigenlijk idioot dat ik captain van ‘Dit was het nieuws’ mag zijn? Of in Carré mag optreden?

Ik zou het heel goed snappen als collega’s juist zeer afgunstig naar míj zouden kijken en denken: what the fuck, hoe kan deze beperkte gozer in godsnaam zoveel kansen krijgen? Want het is waar: ik heb het minimale talent dat nodig is om in deze regionen werkzaam te mogen zijn. De rest maak ik goed met hard werken. Keihard werken.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden