Relatie-DNAHet verhaal van Peter

Peter (54) realiseerde zich: ik heb vijftig jaar gewacht op waardering die niet komt

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door in je eigen relaties? Peter (54) had nooit het gevoel dat er van hem werd gehouden. Ook in z'n huwelijk niet.

‘Ik was tien toen mijn leven op z’n kop kwam te staan. Op een donderdag in november, ik kwam terug van een potje voetbal, stonden er twee vreemde auto’s voor ons huis: een zwarte Amerikaan en een gele kever. Binnen trof ik de huisarts en de toeziend voogd. Mijn moeder huilde. De rechter had bepaald dat mijn broer naar mijn vader moest, ik naar een tehuis.

In het dorp werd mijn moeder een ‘ongelukkige vrouw’ genoemd. Ze had multiple sclerose en zat in een rolstoel of op de bank. Als ze naar bed moest, trok mijn broer haar op de trap onder haar oksels naar boven, ik verplaatste haar benen.

Mijn vader woonde niet bij ons, hij was hertrouwd. Ik zou om de paar weken opgehaald worden om een weekend bij hem te zijn, maar was met nog geen stok mee te krijgen. Ik vond hem eng. Dat was hij niet, ik kende hem gewoon niet; mijn ouders waren gescheiden toen ik twee was.

Omdat ik nooit naar mijn vader wilde, besloot de rechter mij naar een tehuis te sturen. Dat was een schrikbeeld voor me, ik was ervan overtuigd dat je daar geslagen werd. De toeziend voogd wist dat. In het rokerige kantoortje van het kindertehuis zei hij: ‘Er is hier sprake van een misverstand, Peter wil wél naar zijn vader.’ Het allerergste werd daarmee voorkomen.

Toch bleef de situatie vreselijk. Ik mocht met mijn vader mee, maar was bang alsnog in een tehuis te belanden. Op de achterbank op weg naar zijn huis sprak ik daarom met mezelf af: ‘Hou je voortaan gedeisd, wees vrolijk, zorg dat je onder de radar blijft.’

Die avond werd ik voor het eerst ingestopt toen ik naar bed ging – dat was ik niet gewend, ik bracht mijn moeder altijd naar bed. Mijn stiefmoeder gaf me zelfs een nachtzoen. Toch heb ik het nooit naar mijn zin gehad bij mijn vader. Ik deed er voor hem niet toe, dat voelde ik aan alles. Terwijl ik snakte naar een aai over mijn bol. En constant dacht ik: alles kan morgen zomaar anders zijn.”

Op zoek naar een veilige omgeving – huisje, boompje, beestje

“Ik ontmoette mijn vrouw toen ik begin twintig was, ze was de secretaresse van mijn baas. Ik denk dat we allebei op zoek waren naar een veilige omgeving – huisje, boompje, beestje. Vanuit die behoefte zijn we aan elkaar blijven plakken.

Jarenlang ben ik als de dood geweest dat mijn huwelijk zou mislukken. Dat zou ook mijn einde worden, daar was ik van overtuigd. Ik zou aan lager wal raken of verslaafd aan drugs.

Een predikant zei ooit: ‘De gevangenissen zitten vol mensen met jouw achtergrond’. Kortom: ik bofte maar met zo’n lieve vrouw.

Toch zat er iets niet goed. Mijn vrouw zei bijvoorbeeld niets tegen me als ze het oneens met me was. Ik ook niet tegen haar. Dat pleasen deden we allebei, zonder dat we het doorhadden. En ik paste me voortdurend aan, dat was ik gewend, zodat ik geen kritiek zou krijgen.

Toen ik eind twintig was, heb ik kort in het bedrijf van mijn vader gewerkt. Ik denk dat ik eigenlijk nog steeds op zoek was naar die aai over mijn bol en wilde dat er van mij net zo gehouden werd als van mijn broer en halfbroers. Het liep uit op een totale botsing van karakters.

Houden van is voor mij een lastige emotie omdat ik vroeger nooit echt ervaren heb wat het inhoudt. Ook in mijn huwelijk heb ik het nooit echt gevoeld. Ik had heel erg de behoefte dat er van me gehouden werd, op alle manieren, ook fysiek, maar mijn vrouw bereikte mij daarin niet. Misschien kon ik het niet toelaten. Alsof we als broer en zus getrouwd waren.

Drie jaar geleden overleed mijn vader, daardoor veranderde alles. Tot op het laatst hoopte ik waardering van hem te krijgen, maar zelfs op zijn sterfbed kwam er geen toenadering. Na zijn dood realiseerde ik me: ik heb vijftig jaar zitten wachten op iets wat niet komt, en in mijn huwelijk doe ik misschien wel hetzelfde. Na bijna 25 jaar huwelijk ben ik gescheiden.”

Hoop is: weten dat je het goede doet

“Een kennis van me kreeg een paar jaar geleden borstkanker. Voordat ze stierf zei ze tegen me: ‘Hoop is niet: weten dat het goed komt. Hoop is: weten dat je het goede doet.’ Het is mijn levensmotto geworden.

Mijn scheiding is voor mij het goede geweest. Dat heeft niets met egoïsme te maken. Wel met mezelf accepteren. Als ik naar eer en geweten handel, richting mijn ex, mijn kinderen en weet ik veel wie nog meer, dan moet dat genoeg zijn. Ik wil het niet meer bij de ander zoeken.

Ik gun mezelf een nieuw begin. Vijftig jaar lang ben ik zo’n schooljochie geweest dat in de banken zat, zijn mond hield, netjes zijn huiswerk maakte en geen aanstoot gaf. Nu durf ik eindelijk tegen het leven te zeggen: ‘Laat maar zien wat je in petto hebt, kom maar op’.”

De namen in deze tekst zijn gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Wilt u ook worden geïnterviewd over de invloed die uw ouders hebben op uw relaties? Mail: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden