Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Over de overdreven onzin van de Alzheimerstichting

Voor iemand die zich graag nodeloos opwindt, zijn de Ster-spotjes rond het ‘Journaal’ een zegen. Het meeste is zo vals dat ik zelfs gaatjes in mijn kunstgebit vrees. En de rest is zo overdreven dat ik soms in even zinloze als machteloze woede naar het scherm zit te staren. Zo hoor ik al een paar dagen de stuitende onzin die de Alzheimerstichting de ether inzendt. ‘Een op de vijf mensen krijgt dementie’, zegt hun wervend bedoelde advertentie. Het lijkt mij aantoonbare kletskoek.

Als een op de vijf Nederlanders dementie kreeg, dan zaten we nu met 3,5 miljoen dementen. De waarheid is dat het risico op dementie voorbij de tachtig 20 procent is. Dus een op de vijf 80-plussers krijgt dementie. En we zitten met 250.000 dementen. Zeer sterk overdreven dus. Of gewoon een leugen. Overdrijven is een betoogtrant waar we allemaal gek op zijn, maar je moet er mee uit kijken want het kan lelijk in je gezicht ontploffen.

In zijn column in NRC bespreekt Frits Abrahams wat Godfried Bomans over zijn vader schreef. Het verhaal werd opgenomen in de zojuist bij Van Oorschot verschenen ‘gedundrukte’ Godfried Bomans. Het verhaal werd zaterdag ook in Trouw nog geroemd als ‘een ontroerend, maar ook hard portret van zijn vader Jan Bomans’. Bomans senior was een bekende katholieke politicus. Hij was een opvallend nare vader voor zijn schrijvende zoon. Zo weigerde hij om het manuscript van Bomans’ eerste boek Pieter Bas te lezen. Hij kreeg het manuscript door zijn zoon aangeboden met een blauw lint eromheen. Enkele dagen later plaatste hij het terug op Godfrieds bureau. Het lint zat er nog omheen. Vader zei er verder geen woord over. Had het nooit gelezen natuurlijk.

Bomans overdreef

Maar in 1972 schreef Bomans’ broer Rex in ‘Herinneringen aan Godfried Bomans’ dat hier niets van klopte. Het blauwe lint is sowieso een verzinsel en vader Bomans zweeg allerminst over Godfrieds schrijfsels. “Vader was namelijk bijzonder trots op het schrijverstalent van Godfried. Elke brief van hem werd niet alleen in familiekring voorgelezen, maar ook alle vrienden en bezoekers, tot de bridgepartners aan toe, moesten er kennis van nemen.”

Bomans overdreef dus. Als schrijver is dat min of meer je vak. Op YouTube hoorde ik hem in een van zijn vele radiouitzendingen zeggen: “Een verhaal wordt pas interessant als je gaat liegen”. Maar mag dat ook als je zo over je eigen vader schrijft?

Een uur later zat ik te lezen in Bianca Stigters ‘Atlas van een bezette stad’ en daar stuitte ik alweer op een overdrijving. Deze vond ik lastiger. Op pagina 19 citeert Stigter deze passage uit Abel Herzbergs ‘Kroniek der Jodenvervolging’, waarin hij de razzia op het Olympiaplein op 20 juni 1943 beschrijft: “Het weer was mooi die dag en op het sportveld werd mitsdien getennist. De wachtende Joden hoorden de ballen tikken op de grond, en de spelers roepen: ready-game. Het waren geen NSB’ers die daar speelden. Het waren geen mannen uit het verzet. Het was de meerderheid van het Nederlandse volk. Men was aan zeer veel gewend geraakt.”

Overdrijving als betoogtrant

Een scherp beeld, zo scherp, dat het zeer doet. Helaas schreef een buurtbewoner naar aanleiding van deze tekst een brief aan De Groene Amsterdammer: er waren tijdens de oorlog op het Olympiaplein geen tennisbanen. Ook hier weer de overdrijving als betoogtrant. Maar rond de Jodenvervolging is overdrijving eigenlijk niet mogelijk. Wat Herzberg beschreef, klopte niet. Maar je hebt het nog niet gezegd of je denkt: maar het klopte eigenlijk wél.

Ten slotte een stapje opzij om bij een heel andere overdrijving uit te komen. Deze komt uit Proust. De hertog van Guermantes wil naar een bal, maar een familielid is stervende. Mocht de man overlijden dan moet de hertog meteen in de rouw en kan hij zijn leuke avond vaarwel kussen. Hij is zich aan het verkleden en zendt ondertussen regelmatig bedienden naar het huis van de stervende om te checken of die al dood is. Het gaat heel lang goed, maar als hij naar beneden gaat en op het punt staat zich in vol ornaat het rijtuig in te hijsen, komt een bediende aansnellen met de mededeling dat de man zojuist is overleden. “Overleden?”, zegt de hertog geïrriteerd, “waarom overdrijven jullie altijd zo?”

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden