Fotoproject ouderenzorg

Ouderenzorg kan van alles zijn: van een intellectueel gesprek tot een ritje op de trekker

Verpleeghuis Sweelinckhof in het West-Friese Wognum. Fotograaf Romi Tweebeeke verbleef hier voor haar project Inside Oud een dag en een nacht. Beeld Romi Tweebeeke
Verpleeghuis Sweelinckhof in het West-Friese Wognum. Fotograaf Romi Tweebeeke verbleef hier voor haar project Inside Oud een dag en een nacht.Beeld Romi Tweebeeke

Met het verdwijnen van de meeste verzorgingshuizen, is er een gat ontstaan. De particuliere, vaak duurdere, woonvormen voor ouderen zijn in opkomst. Is dat erg? Niet per se: verschillen waren er sowieso al.

Het klopt natuurlijk van geen kanten met de werkelijkheid, het beeld van de nog best vitale grijze rebellen in Het geheime dagboek van Hendrik Groen. De ‘oud maar niet dood’- vriendenclub probeert in boek en tv-serie de boel een beetje op te peppen in het verzorgingshuis. Terwijl ze tijdens hun uitjes gretig glaasjes wijn wegtikken, doen ze eerder terugdenken aan de kerngezonde ouderen die in de jaren zestig nog opgewekt naar zo’n mooi ‘pension’ vertrokken vanwege de gezelligheid, dan aan de huidige ouderenzorg in Nederland.

Want zulke vitale senioren krijgen allang niet meer een medische indicatie voor het verzorgingshuis. Daar moest je intussen al wel de nodige mankementen voor hebben. Vervolgens werd onder Rutte-II besloten dat ouderen langer thuis zouden blijven wonen, en dus zijn de verzorgingshuizen anno 2020 op een haar na verdwenen. Aan de destijds veelbesproken keukentafel stellen gemeenten sindsdien vast wat ze daarvoor aan zorg en ondersteuning nodig hebben.

Daarmee is wel een flink gat geslagen tussen thuis wonen en het verpleeghuis, waar het verzorgingshuis vroeger nog een middenweg of tussenstap was. Dat gat is een van de redenen voor de opkomst van particuliere woonzorg, schetst het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een vorig jaar verschenen rapport. Of beter: een verkennende studie, want het rapport stikt van de – ruiterlijk toegegeven – speculaties en vraagtekens. Er is veel níet bekend over de vaak kleinschalige particuliere voorzieningen, een compleet overzicht ontbreekt, en cijfers zijn op zijn best ramingen.

Maar net als bij Hendrik Groen en kompanen in dat grote flatgebouw is ook hier het heersende beeld in elk geval vertekend, volgens het SCP. Het gaat niet alleen om mooi gelegen, statige villa’s waar welgestelde senioren omringd door gelijkgestemden genieten van luxe maaltijden, en klassieke concerten bijwonen. Of beter: zo chic zijn ze er ook wel, maar het beeld is oneindig veel diverser. In prijs vertaald: ze zijn er voor huur- en servicekosten van opgeteld 8500 euro per maand, maar gebruikelijker is tussen de 2000 en 3000 euro. Dat is dan alleen voor kamer, suite of appartement, want in dergelijke voorzieningen krijgen de bewoners aparte facturen voor wonen en voor zorg, waarbij ook voor het – publiek gefinancierde – zorgdeel nog eigen bijdragen gelden. Ter vergelijking, in een regulier verpleeghuis is de eigen maandelijkse bijdrage voor zorg en verblijf maximaal zo’n 2400 euro.

Dus nee, particuliere woonzorgvoorzieningen zijn niet voor alle ouderen weggelegd. Het zijn vooral ouderen met hogere en middeninkomens die er gebruik van maken, schrijft het SCP. Waarbij kinderen bij de keuze vaak de doorslag geven, omdat ze een negatief beeld hebben van de reguliere verpleeghuizen.

Vastgoedcowboys

Dat laatste geldt kennelijk ook voor de initiatiefnemers van particuliere woonzorg die de SCP-onderzoekers tegenkwamen. Waar in de media nog weleens verhalen opduiken over ‘vastgoedcowboys’ die kwetsbare ouderen een poot uitdraaien, zag het SCP toch vooral mensen die willen laten zien dat het anders en beter kan: ‘bevlogen zorgprofessionals’ en ondernemers met een passie, of negatieve ervaringen met familieleden in een reguliere zorginstelling.

Waren er in 2012 zo’n 130 van deze particuliere instellingen, inmiddels zijn het er minstens 300, voor minimaal 5400 ouderen. Ter vergelijking, in de reguliere zorginstellingen voor ouderen verbleven vorig jaar zo’n 108.000 65-plussers. Maar groeien doet de particuliere sector. Niet alleen vanwege de sluiting van verzorgingshuizen, maar ook omdat het via persoonsgebonden budgetten makkelijker te financieren wordt, en er meer ouderen zijn die voor een luxer verblijf kunnen en willen betalen.

Sneu voor de ouderen die dat niet kunnen, met alleen AOW? Niet per se: het SCP proefde weinig vrees voor tweedeling in de ouderenzorg. De een woont zijn leven lang in een volksbuurt, de ander in een villa in het groen; dat er ook voor zorgbehoevende ouderen derge­lijke verschillen in leefomstandigheden zijn, hoeft geen probleem te zijn. Zolang de basiszorg maar goed is. En: ook de reguliere ouderenzorg staat niet stil, de grenzen met particuliere instellingen vervagen. Zo zijn ook gewone verpleeghuizen bezig met kleinschalige leefgroepen.

Documentair fotograaf Romi Tweebeeke (1989) bracht het hele scala de afgelopen drie jaar in beeld. In een langlopend project bezocht ze dertien verschillende woonzorgvoorzieningen voor ouderen, van regulier tot superchic. Ze verbleef er telkens een volledig etmaal, ze sliep in logeerkamers, op de gang of in de vergaderruimte, ze draaide nachtdiensten mee, ze bracht mensen naar het toilet. De meeste foto’s nam ze op gesloten afdelingen voor mensen met dementie. Vier van de plekken die ze bezocht ziet u op deze pagina’s.

Het fotoproject Inside Oud werd mede mogelijk gemaakt met bijdragen van Stichting Beeldzorg, het Jo Visser Fonds, Leyden Academy en het Matchingsfonds. Zie ook de website insideoud.nl.

Huize de Compagnie, het chicste huis waar fotograaf Romi Tweebeeke verbleef. Beeld Romi Tweebeeke
Huize de Compagnie, het chicste huis waar fotograaf Romi Tweebeeke verbleef.Beeld Romi Tweebeeke

Service hoort erbij

Huize de Compagnie van particuliere organisatie Compartijn is het chicste huis waar Tweebeeke geweest is. “De logeerkamer waar ik sliep was luxer dan de meeste hotelkamers waar ik ooit geweest ben”, lacht ze. In het huis in Ede met 42 appartementen wonen zowel mensen die vanwege lichamelijke problemen 24-uurszorg nodig hebben, als mensen met dementie. “Voor veel ouderen is het niet vanzelfsprekend dat ze hun dagelijks leven kunnen voortzetten zoals ze gewend zijn”, zegt locatiemanager Jolanda Tielemans. “Wij proberen dat wél vanzelfsprekend te laten zijn.”

Daar hoort ‘service’ bij: er is een kok, een bibliotheek en een wellnessruimte. Wie niet wil eten in de gemeenschappelijke ruimte, krijgt de maaltijd geserveerd in zijn eigen appartement, sierlijk gepresenteerd onder cloches. “Zulke borddeksels maken net het verschil - dat past bij ons”, zegt Tielemans.

Het viel Tweebeeke op dat veel bewoners ’s ochtends de krant van voor tot achter lezen. “De meeste bewoners zijn hoog opgeleid, net als hun kinderen, die vaak ook een goede baan hebben”, vertelt Tielemans. “Het leven is altijd goed voor ze geweest, dat willen ze zo houden. Ze willen niet betutteld worden en doen veel dingen zelf.” Als het leefplezier nou maar heel hoog is, dan hebben de zorgmomenten niet zo’n grote impact op hun leven, is de gedachte bij Compartijn. Uit de piepers en telefoons van de verpleegkundigen komen geen priemende tonen, maar tjilpend vogelgeluid, vertelt Tweebeeke. “Dan klinkt zo’n alarm ineens heel vriendelijk. Dat zouden ze overal moeten doen.”

Bos Meerzicht in het Friese Oudemirdum, een van de tien locaties waar Romi Tweebeeke fotografeerde. Beeld Romi Tweebeeke
Bos Meerzicht in het Friese Oudemirdum, een van de tien locaties waar Romi Tweebeeke fotografeerde.Beeld Romi Tweebeeke

Nog steeds met de trekker rijden

Bij aankomst in Bos en Meerzicht in het Friese dorp Oudemirdum moest Tweebeeke wel even wennen: in alle andere locaties waar ze had gefotografeerd woonden voornamelijk bewoners met dementie, hier had de meerderheid vooral lichamelijke problemen. “Mensen gingen mij ondervragen.”

Als het Prinsjesdag is, staat hier de hele dag de tv aan, vertelt verpleegkundig eigenaar Debby Nota. De 37 bewoners hebben een achtergrond in het onderwijs, zaten bij de landmacht, of komen uit de agrarische wereld. “Maar we hebben ook wel eens bewoners van adel gehad”, zegt Nota. “Mensen vinden het fijn dat ze elkaar kunnen vinden op intellectueel niveau en gespreksonderwerpen. Het is heel belangrijk om ze te blijven prikkelen, dat heeft ook met waardigheid te maken. Ze zijn oud, maar daarom niet infantiel. We bieden allerlei activiteiten aan, van zingen, yoga, bijbelstudie tot een bezoek aan een museum of het bos. Maar niks is verplicht. Ik zou er zelf ook een hekel aan hebben als ik creatief moet gaan zitten doen, terwijl ik helemaal niet creatief bén.”

Sinds Nota de zorgboerderij acht jaar geleden overnam, heeft ze de boel geprofessionaliseerd, de ruimten huislijker gemaakt, en de wensen van de bewoners centraal gezet. “Een meneer miste bijvoorbeeld dat hij niet meer op de trekker kon rijden. Nou, dan regel ik trekker waarmee hij af en toe over een stukje land kan. En ik heb drie shetlandpony’s gekocht waar hij voor kan zorgen. Het gaat erom dat mensen een dagbeleving hebben die bij ze past. Want waarom zouden ze ineens hun wonen en leven moeten aanpassen, alleen maar omdat ze oud zijn?”

Naar de kapper in woonzorglocatie Sweelinckhof in Wognum.  Beeld Romi Tweebeeke
Naar de kapper in woonzorglocatie Sweelinckhof in Wognum.Beeld Romi Tweebeeke

Een huis vol reuring

Iedere inwoner van het West-Friese dorp Wognum kent Sweelinckhof, verzekert woordvoerder Job Leeuwerke. “Je opa woont er, je tante werkt er, je zus doet er vrijwilligerswerk. Sweelinckhof speelt een belangrijke rol in het dorp. Veel bewoners komen uit Wognum, nuchtere West-Friese mensen met als motto: niet zeuren, maar er samen iets van maken. We hebben bovendien ontzettend veel vrijwilligers uit het dorp.” De woonzorglocatie heeft een eigen restaurant, Eethuys, dat - in tijden zonder pandemie - ook open is voor mensen van buitenaf. “Onze koks gebruiken bijna alleen lokale ingrediënten: groente van het land, kip van de poelier in het dorp. Alles is vers.”

De locatie van zorgorganisatie Omring is één van de grotere in Tweebeekes serie. Er wonen ruim honderd mensen: sommigen in zelfstandige aanleunwoningen, anderen in huiskamers voor mensen met dementie. “Door de grootte zijn er ook veel voorzieningen: een kapper, een pedicure, een bibliotheek”, vertelt Tweebeeke. “Het is een wat meer traditionele setting. Ze hadden bijvoorbeeld een ontbijtkar waarmee ze door de lange gangen langs alle kamers gingen. Ze twijfelden of ze die kar niet moesten afschaffen, zodat de mensen voortaan in de eetzaal zouden ontbijten. Maar ik vond het juist mooi om te zien hoe blij mensen waren met de verwennerij aan hun deur. Sommige zaten nog in pyjama, anderen met krulspelden, of al helemaal klaar voor de dag.”

Het kostte Tweebeeke heel wat moeite om toegang te krijgen tot de ouderenhuizen, en Sweelinckhof was de eerste waar ze welkom was. “Dat vind ik erg voor ze spreken. Ze staan midden in de samenleving. De mensen komen veel hun appartementen uit, er wordt ’s middags bijvoorbeeld heel actief deelgenomen aan koersballen. Een huis vol reuring.”

Ouderenlandgoed Grootenhout bij het Brabantse Mariahout.  Beeld Romi Tweebeeke
Ouderenlandgoed Grootenhout bij het Brabantse Mariahout.Beeld Romi Tweebeeke

Iedere dag de deur uit

De kiem voor Ouderenlandgoed Grootenhout werd gelegd toen Noudje van Bussel en Doris van Vuuren besloten Van Bussels moeder en tante met dementie in huis te nemen, omdat ze over het verpleeghuis niet tevreden waren. Ruim vijftien jaar later runnen ze een particuliere zorgboerderij voor 60 mensen met dementie die in kleine woongroepen op het bosrijke Brabantse landgoed bij Mariahout wonen.

“Kleinschalig wonen klinkt heel mooi, maar we zijn ons er goed van bewust dat we zes mensen bij elkaar zetten die helemaal niet voor elkaar gekozen hebben”, zegt manager Francien van de Ven. “Zelfs als je met je beste vrienden op vakantie gaat, ben je ze na een week ook wel even zat. Je moet aan elkaar kunnen ontsnappen, vinden wij.”

Iedereen gaat daarom elke dag naar buiten, benadrukt Van de Ven. “Regen of sneeuw - maakt niet uit. Het is belangrijk om zo veel mogelijk te bewegen en niet de hele dag met dezelfden aan tafel te zitten. Dementie maakt mensen apathisch en initiatiefloos, als je beweging niet stimuleert, belanden mensen binnen no time in een rolstoel, of ze slapen de hele dag door.”

Fotograaf Tweebeeke: “Dat vond ik het allermooist: na het ontbijt vertrekken de bewoners naar een andere plek op het terrein voor hun dagbeleving. Er is daardoor een gevoel van weggaan en weer thuiskomen. Dat zorgt voor rust - in veel andere verzorgingshuizen zag ik dat mensen alsmaar het idee hadden dat ze naar huis moesten.” Overdag gaat de één naar de kippen kijken, de ander voert de paarden, weer een ander vindt een bezem en gaat de binnenplaats vegen. Tweebeeke: “Er is ruimte voor verrassingen.”

Lees ook

Ouderen legden het af in de strijd om aandacht

In tijden van crisis is het voor mensen die afhankelijk zijn van anderen extra lastig om de juiste zorg te krijgen. Zij staan laag in de pikorde.  

Wordt de zorg voor de thuiswonende, chronisch zieke ouderen het nieuwe hoofdpijndossier?

Voor zieke ouderen die thuis willen blijven wonen, ‘loopt het zorgsysteem vast’, waarschuwt de Tweede Kamer. Minister Hugo de Jonge krijgt ook vanuit de coalitiepartijen kritiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden