po Polsku

Opa is overleden. Wil je een foto, als bewijs?

De eerste maandagen waren ze stipt op tijd. Zelfs die keer nadat ze voor één zondag heen en weer naar huis waren gereden. Iwans busje stopte dan voor ons huis en er klonken haastige werkschoenen over het grind. Gerammel van emmers en ­ladders. Gereedschapskoffers werden opengeklapt. Aanbellen deden­­ ze al niet meer. “Jaapoo!”, commandeerde een donkere stem vanuit de tuin. “Elektryczność!” Dan had iemand een verlengkabel nodig.

Tot ze op een maandagochtend niet verschenen. En Iwan ook zijn telefoon niet opnam. Pas op woensdag kreeg ik hem te pakken. Zo verliep dat sindsdien wel vaker. Dan bleek zijn bus kapot. Of een klant deed lastig, dus moesten ze eerst daar een klus afmaken. Een keer zei hij dat ze terug in Polen waren, omdat er een tornado over hun dorp was geraasd. “Een tornado?”, vroeg ik. “Hmm-hhh”, antwoordde hij achteloos.

Daar hebben mijn lief en ik sindsdien vaak over gegrapt. ‘Ze komen niet.’ ‘Oh nee? Alweer een tornado?’ Inmiddels weet ik dat Monntag, Acht Uhr genau! ­betekent: we komen binnenkort weer een keer klussen.

Het is zo’n maandagochtend, iets voor achten. Mijn telefoon gaat, een onbekend Pools ­nummer. Ik neem op.

“Jaapoo?”

“Iwan?”

“Ich bin in Polen. Opa ist Tot.”

“Oh... wie Traurig.” Mijn mond zoekt naar de juiste Duitse woorden, ik ben nog niet ­helemaal wakker. “Herzliches Beileid”, breng ik uit. “Is hij ­plotseling gestorven?”

“Zal ik je een foto van opa sturen­­?”

“Natuurlijk, als je dat wilt.” Ik ben verrast door deze onverwachte intimiteit.

“Als bewijs.”

“Bewijs van wat?”

“Dat hij dood is.”

“Eh…”, stamel ik en twijfel of we elkaar goed begrijpen. “Een foto van je dóde opa?”

“Voor als je me niet gelooft.”

“Dat hoeft niet”, stamel ik. “Ik geloof je.”

Het blijft even stil aan de andere kant. “Vielleicht kommen wir Monntag wieder. Acht Uhr, ­genau.”

Ping klinkt er even later uit mijn broekzak. Het is een whats­­­app-berichtje van Iwan. Even denk ik dat het een grap is, maar het is echt een foto van een overleden opa. In een hoogglans witte doodskist. Over de rand zie ik de zijkant van een neus, een ingevallen wang. Zijn oog valt weg in de schemer van de diepe kas. Aan de overzijde van de kist staat Iwan in een donkergrijs pak met zwarte stropdas. Zijn haren keurig geknipt, zijn geschoren wangen glimmen. Zijn ernstige ogen turen diep in de camera. Met één hand drukt hij zijn stropdas tegen zijn buik, zijn andere hand maakt deze selfie­­. Later die middag ontvang ik een vriendschapsverzoek van Iwan via Facebook. Nieuwsgierig klik ik door zijn drie foto’s. Ik kom de naam tegen van het ­gehucht waar hij woont. Ik type het in bij een zoekmachine. Bovenaan­­ verschijnt een lijst met nieuwsberichten die dateren van afgelopen zomer. Ik kan ze niet lezen, maar op de foto’s is een dorp te zien dat grotendeels verwoest werd door een tornado.

De echte namen van de klussers zijn bekend bij de redactie.

De echte en volledige namen van de Poolse klussers zijn bekend bij de redactie. 

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden