ColumnBert Keizer

Op zoek naar de volgende grens

 De Hoge Raad heeft besloten dat euthanasie in geval van wilsonbekwaamheid bij gevorderde dementie is toegestaan mits de man of vrouw in kwestie uitzichtloos en ondraaglijk lijdt en op een eerder tijdstip, toen hij of zij nog goed bij het hoofd was, heeft opgeschreven in die situatie euthanasie te wensen.

Hoewel er niet per definitie vreselijk geleden wordt door de dementerende, vinden velen het laatste stuk waarin je niet meer wilsbekwaam bent zo erg dat ze daarvóór uit het leven willen stappen. Dat mislukt nogal eens, omdat dementerenden wel voelen dat hun innerlijke lading aan het schuiven is, maar ze zien niet dat ze al aan het kapseizen zijn en zoveel water maken dat ze binnenkort onder de golven van een bewust en overzichtelijk geestelijk leven dreigen te verdwijnen.

Wanneer is het zover?

Meestal loopt het zo: mevrouw Jansen dementeert, moet naar het verpleeghuis, heeft opgeschreven dat ze dat nooit wil en eindigt toch in het verpleeghuis. Ook als je haar op het cruciale moment haar wilsverklaring voorleest, zal ze zeggen: “Ja, maar zover is het nog niet. Euthanasie wil ik pas als ik een erge ziekte krijg, dat ik niet meer kan praten of lopen bijvoorbeeld.” Het is dan ondoenlijk om zo iemand door ­elkaar te schudden en te zeggen: “Kijk nou toch eens goed naar jezelf. Je stapt met je linkerbeen in je beha. Na het ontbijt vraag je om ontbijt. Je wast je gezicht met tandpasta. Je zit te poepen in de wasmand. En jij zegt dat het zover nog niet is?” Dat is wreed. Ze ziet het echt niet. Dit heeft geen zin.

Dus belandt ze in het verpleeghuis. Sommigen zijn daar dan redelijk gelukkig. Anderen redelijk ongelukkig. En weer anderen echt ongelukkig. Het is al meerdere keren voorgekomen dat die echt ongelukkigen euthanasie kregen. En dat is zo ingewikkeld, omdat ze er niet meer samenhangend om kunnen vragen. Evenmin kun jij het aanbieden, want als je met de dodelijke dosis aan komt zetten is de kans groot dat ze zeggen: maar dat wil ik niet. Terwijl ze wel ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dus moet je het heimelijk doen. Eerst een sterk slaapmiddel in de koffie en als ze dan onder zeil zijn de dodelijke dosis toedienen.

In de wet stond altijd al dat de schriftelijke verklaring in de plaats kan treden van het mondelinge verzoek. Collega A., de arts die betrokken was bij de zaak die leidde tot dit arrest van de ­Hoge Raad, heeft gehandeld zoals ik hierboven beschreef. En dit arrest stelt haar in het gelijk.

Grens overgestoken

Ik vind dat betreurenswaardig. In de afgelopen veertig jaar is één ding constant gebleven in het euthanasiedebat: elke keer als er een grens werd getrokken, werd die onmiddellijk overgestoken op zoek naar de volgende grens. We gingen van terminaal zieken naar chronisch zieken, toen naar psychiatrisch zieken, toen naar beginnende dementie, toen naar ouderen met een stapeling van klachten, toen naar mensen met gevorderde dementie, en we stopten bij mensen met een ‘voltooid leven’.

Ik had gehoopt dat de Hoge Raad bij euthanasie voor wilsonbekwame dementen de grens zou trekken en zeggen: basta, tot hier en niet verder. Ik snap wel dat die grens vervolgens zou worden overschreden, maar alleen af en toe en dan onder zwaar weer en juridische dreiging. Door dit arrest is er een nieuw normaal gecreëerd en god weet waar de volgende grens ligt.

Mijn gedachten gaan uit naar de artsen die hiermee geconfronteerd gaan worden. Iedere arts mag elk euthanasieverzoek weigeren, ik weet het, maar dit arrest legt een nieuwe druk op specialisten ouderengeneeskunde, de artsengroep die bij uitstek met deze patiëntengroep te maken heeft. En internationaal is eindelijk waar wat ze al ­decennia over ons roepen, namelijk dat wij mensen doden die niet weten waar het over gaat.

Ten slotte iets kleinzieligs. Collega A. kreeg in een eerder stadium van alle procedures die zij moest doorstaan een waarschuwing van het Centraal Tuchtcollege. Na het arrest van de Hoge Raad vond mevrouw Rowel-Van der Linde, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege, het dienstig om in Medisch Contact te benadrukken dat die waarschuwing bleef staan. Lekker puh. Ik zou zeggen: maak er een monumentje van voor een jaarlijkse bloemenhulde.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden