Beeld Trouw

Schrijverscolumn Franka Treur

Op de foto met een bijbel hoeft van mij niet per se (en in een weiland met koeien ook niet)

Ik werd geïnterviewd voor het blad Onze Taal over de tale Kanaäns. Tot twee keer toe werd er gevraagd of er een fotograaf mocht meekomen, en of ik dan misschien op de foto wilde met een grote bijbel erbij. Een foto met een bijbel hoeft van mij niet per se, zoals ik niet graag op de foto ga in een weiland met koeien.

Er zijn schrijvers die zulke dingen accepteren, omdat het altijd nog beter is om getypecast te worden dan totaal vergeten, maar foto’s kunnen online eeuwig op blijven duiken, en een mallotige foto bij een serieus stuk haalt je woorden volledig onderuit. Niet dat dat dan zo vreselijk erg is, maar wel zonde van je tijd en je inspanning.

Bovendien heeft de uitgeverij gewoon een foto die vrij door alle media gebruikt mag worden. Het idee is dat je jezelf daarmee tijdrovende fotosessies bespaart.

Toen een van mijn romans werd gerecenseerd in het Nederlands Dagblad, weigerde de krant er het uitgeverspor­tret bij te plaatsen. “We willen bij voorkeur niet de gratis gestileerde en gepo­- seerde foto’s waarop de persoon in kwestie pr-technisch op haar of zijn voordeligst pronkt.” Alsof ik een nieuwsitem was, waar ze waarheidsvinding naar moesten doen.

De krant koos voor een foto die iemand ooit van mij had genomen terwijl ik ergens een lezing hield. Mijn mond stond heel ver open. Als ik nog zwarte vullingen zou hebben gehad, had je die kunnen zien. Kennelijk ben ik meer mezelf met mijn mond open dan met mijn mond dicht.

Wanneer is een portret eigenlijk realistisch? Welke blik op jou is de ware blik? Misschien die van het zelfportret? Bij een zelfportret, ik bedoel geen modieuze selfie van ‘kijk mij en mijn leuke leven eens’, maar een echt serieus zelfportret, kijk je jezelf vijandig aan.

Een heel goede vriendin van me, Marian Donner, schreef dit jaar een pamflet over de neiging van mensen om zichzelf te willen verbeteren, om­dat ze denken niet te voldoen aan maatschappelijke normen. Dat ze niet het lijf hebben dat ze zouden moeten hebben, niet de gezondheid en de carrière die ze zouden moeten ambiëren, et cetera.

Relax! is wat mijn vriendin tegen alle mensen zegt. Niet met ons is iets mis, maar met de maatschappij. Laat je niet in het kapitalistische keurslijf dwingen.

En toen moest er dus van haar een auteursfoto worden gemaakt. Van tevoren hadden we het erover wat ze op die foto moest uitstralen. We kwamen uit op vrijheid en intellect.

Nu vind ik dat ze van zichzelf al erg vrij en intellectueel is, wat mooi geaccentueerd wordt door haar doorrookte, spelonkige stem. Maar hoe breng je dat goed over op een foto? Hoe ziet een vrouwelijke intellectueel er eigenlijk uit?

Er is nog steeds geen archetype van de intellectuele vrouw, terwijl er toch genoeg vrouwelijke intellectuelen zijn. Waarom weten we dan niet hoe ze er uitziet op foto’s? Geen glimlach, natuurlijk. Een glimlach straalt onder­da- nigheid uit. Maar verder? Draagt ze een bruin fluwelen pak? Heeft ze haar hand onder de kin zoals Virginia Woolf en Susan Sontag? Een sigaret tussen de vingers, zoals Hannah Arendt en Joan

Didion? Een poes op schoot zoals Germaine Greer en Renate Rubinstein? Allemaal iconische foto’s, maar wat is de gemene deler? Wordt het geen tijd voor een ‘standaard’?

De intellectuele vrouw is dun, ben ik bang. En ze heeft amper tietjes.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden