Beeld Trouw

Column Rob Schouten

Op avontuur met een autist achter het stuur

Menig automobilist spijkerde vroeger het bordje ‘Rijjijofrijik’ op het dashboard voor de neus van de bijrijder, ten einde ervoor te zorgen dat deze zijn mond hield tijdens de zware taak der autobesturing. Het was lollig bedoeld, het leek op een IJslandse vulkaan, maar er ging ook een stille dreiging van uit. Ik denk dat het bordje intussen is gesneuveld, gesaneerd, zelfs op Marktplaats vond ik geen bewijzen meer van zijn bestaan, misschien dat een enkele fossiele auto nog een exemplaar bezit. Het probleem was denk ik dat het op den duur een ongeëmancipeerde indruk maakte, immers de chauffeur was veelal de man en de bijrijder de vrouw, althans zo herinner ik het mij, en met de vrouwenemancipatie en de toename van vrouwelijke rijbewijshouders ging zo’n rolverdeling niet langer aan.

Ook het polderen heeft het bordje Rijjijofrijik geen goed gedaan, vermoed ik; jagers en verzamelaars zitten tegenwoordig gewoon met elkaar aan tafel om te overleggen in plaats van op hun plaats te worden gewezen. Vriendin H. was de Bob na het tennis- en discofeestje waarop wij tennisten noch dansten. Ze bood het zelf aan en ik had redenen om het niet te weigeren. Bob betekent niet Bewust onbeschonken bestuurder, zoals men wel gedacht heeft, maar de bestuurder moet dat natuurlijk wel zijn: onbeschonken! De buurt waar het feestje werd gegeven was op stand en dus gevrijwaard van overdadig storend verkeersmeubilair, eigenlijk zeiden de lanen en heggen: zoek het zelf maar uit en dus verdwaalden we.

Tijdens het dwalen viel me op dat mijn Bob voortdurend in zichzelf sprak: ‘Hier naar links denk ik’. ‘Of rechtdoor?’ ‘Wat is het oosten?’ ‘Oei, een uitrit!’ Dit gebruik nam nog toe toen we uiteindelijk toch in de buurt van de onbewoonde kruispunten en snelwegen kwamen en de verkeersborden en -strepen zich wonderbaarlijk vermenigvuldigden. ‘Zeventig kilometer’, mompelde mijn onbeschonken chauffeur. ‘Hé, een stoplicht! Wacht even, ik moet hier geloof ik draaien. Flauwe bocht, wat betekent dat?’

Het kwam er op neer dat ze de hele af te leggen route van commentaar voorzag, alsof ze mij wilde vertellen wat we eigenlijk allemaal meemaakten, terwijl ik dat toch door de ramen van ons Faraday-kooitje maar al te goed zag.

Ze scheen alles tegelijk op te merken zonder er enige hiërarchie in aan te brengen, passerende auto’s, hectometerpaaltjes, ongevaarlijke passanten in de verte, verkeersborden aan de overkant, het was allemaal even belangrijk om een weg te vinden in de rimboe die nachtelijk verkeer is. Om iemand te ontwijken die in geen velden of wegen te bekennen was, trapte ze het gaspedaal in, niet bestaande bochten werden door haar al kwetterend gerond.

Hoe vond je dat ik reed?, vroeg ze na afloop. Uitstekend zei ik, met het fantoombordje Rijjijofrijik voor mijn neus, maar misschien moet je je indrukken wat beter filteren. Maar ik ben licht autistisch, zei ze, alles komt bij mij binnen en alles blijft hangen! Weer wat geleerd, licht-autistische vrouwen bobbend achter het stuur. Het zijn boeiende tijden.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden