ColumnRob Schouten

Ook ik ben een boomer en moet dus gaan

O ja, mijn pensioen, daar zeg je zowat, Wim Boevink! Ook ik las het bijzinnetje in het stukje van de hoofdredacteur en dus is het echt waar, binnenkort neem ook ik afscheid. Maar het is vooralsnog een stofwolk, ik kan er nog altijd niet veel in onderscheiden. Komt misschien omdat ik mijn leven lang afscheid genomen heb van baantjes en bezigheden, universiteit, writer-in-residenceschap, nog weer een andere universiteit, Vrij Nederland, alles ging steeds voorbij.

En steeds ging ik ook weer door. Het meest concrete gevolg van de achter mijn rug om gerijpte leeftijd is dat ik onlangs ontdekte voor de helft van de prijs met het openbaar vervoer door Amsterdam te kunnen reizen. Kennelijk had iemand de knop omgezet naar ‘bejaard’ of ‘oud’ of ‘gepensioneerd’.

Dank daarvoor, ik ben nooit een koopjesjager geweest maar als het mij in de schoot wordt geworpen aanvaard ik het graag; ik merk al dat ik weer vaker en makkelijker de binnenstad in ga op mijn geprivilegieerde abonnement. En verder droomde ik vannacht, tot vlak voor dit stukje, eigenlijk, dat ik nog op Uilenstede woonde, de studentenflat waar ik tot m’n vijfentwintigste huisde en waar ik mijn eerste stukjes voor deze krant moet hebben geschreven.

Welk stuk dat was? Waar het over ging? Geen idee. Ik ben altijd een groot voorstander van vergetelheid geweest, dat waar alles in verdwijnt.

Vanzélf graag, want als het met geweld ­gebeurt raakt de mens in de war, daar houdt hij niet van; hij wil bewaren en conserveren, zijn jeugd, zijn leeftijd, álles, maar iets dat sterker is dan hemzelf pakt het hem beetje bij beetje, en genadiglijk ongemerkt, af en dat is niet erg; je kunt niet alles meenemen en ­omkijken helpt ook niet, getuige de vrouw van Lot.

‘Hoe ­langer je leeft, hoe korter het duurt’

Het toeval wil dat ik deze dagen allerlei ­oude brieven zit te herlezen, aan mij gericht, maar ik zie mijzelf er ook wel in terug: avondjes met schrijvers die het gezellig vonden en er nog iets aan wilden toevoegen, geliefden die nog iets te vertellen hadden, ansichtkaarten uit Griekenland en Portugal: duizenden poststukken die ik in de loop der jaren in een kist heb gegooid.

Interessant, ik kan me er vaak niks van ­herinneren, sommige afzenders zijn zelfs ­helemaal uitgepoetst, toch is het allemaal door mijn handen en vooral mijn hersencellen gegaan. Maar je kunt je leven niet vullen met herinneringen. Het is passend om in deze ­dagen Jules Deelder te citeren, hier: ‘Hoe ­langer je leeft, hoe korter het duurt’.

Waarheid als een koe, was-ie goed in. Ik denk dat, nu het leven naar het schijnt kleiner en korter wordt, ik vooral een roman ga schrijven, over mijn puberteit, waarin ik mij zo los­maakte van huis en haard dat ik nu hier terechtgekomen ben, gekatapulteerd uit de ­jaren zestig weet u wel, babyboomer.

Boomer is het woord van het jaar, las ik, en dat komt me goed uit, al is het heel slecht en lelijk Nederlands, vind ik. Ich bin ein Boomer!  Wie weet mag ik voortaan uitslapen en komt men mij zo nu en dan om raad vragen. We zullen zien.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden