null

Woonkloof

Ongemak in de villawijk: is het wel eerlijk dat ik mijn droomhuis heb gevonden?

Beeld Fenna Jensma

De hoofdprijs op de woningmarkt binnenhalen en je daar ongemakkelijk bij voelen. Haar nieuwe huis bezorgde Trouw-redacteur Sandra Kooke een dubbel gevoel. Ze zocht uit waarom ze de gelukwensen met haar nieuwe, mooie huis steevast beantwoordt met verontschuldigingen.

Ik stap uit de auto en struikel over een gedeukt blikje Fanta. Welkom terug in mijn oude straat. Aan de overkant staat mijn voormalige huis. Er leunen fietsen tegen het hek. Achter de ramen groeien onbekende planten, boven zijn de gordijnen gesloten. In dit huis beleefde ik dertig gelukkige jaren. Nu wonen er andere, jongere mensen.

Een paar maanden geleden verhuisde ik van de binnenstad van Zaandam naar een dorpje in de buurt. Toen corona een einde maakte aan ons sociale leven, begonnen we fietstochten te maken in de buurt. En kwam er een oud plan naar boven: buiten wonen. Een plekje aan het water, een moestuin, ruimte om het hele huis heen.

Kansloos natuurlijk, de woningmarkt zit volledig op slot.

En toch, precies een jaar na de allereerste persconferentie van Mark en Hugo betrokken we ons nieuwe huis: vrijstaand, aan het water, met ruimte voor een moestuin. We voelen ons de koning te rijk.

Dit essay is een onderdeel van een themaproductie over de woningmarkt in ons weekendmagazine Tijdgeest. Lees hier de andere verhalen die hieraan verbonden zijn:

De inleiding op het thema van chef Tijdgeest Wybo:

‘U las vast al vele verhalen over jonge starters die kansloos zijn op de huizenmarkt. Kooke beschrijft het ongemak van de andere kant: het geld dat je in de schoot valt, en dat zich zo slecht verhoudt met je ideeën over de ideale samenleving.’

Economieredacteur Hanne Obbink schreef over de overvloed aan geld op de woningmarkt:

Een tekort aan woningen? Zeker. Maar er is ook een overvloed aan geld, en het is die overvloed die de huizenprijzen hard omhoog jaagt. Onder woningmarkteconomen is dit inzicht min of meer gemeengoed, maar het besef is nu ook in het publieke debat over de wooncrisis doorgedrongen.

En dat in een tijd waarin half Nederland op zoek lijkt naar een huis. Er is een tekort van 279.000 woningen. Om dat in te lopen en de bevolkingsgroei op te vangen moeten er tot 2030 zo’n 900.000 (!) woningen bij komen. Gemeenten zoeken naar grote en kleine bouwlocaties. Ook in het centrum van Zaandam wordt elke postzegel natuur gebruikt om de hoogte in te bouwen.

Het is een van de redenen waarom de zoektocht naar een andere woning urgenter werd. Onze buurt barstte uit haar voegen. Het huis naast onze buren werd in vijf mini-appartementen verdeeld, verderop werd een werkplaats vertimmerd tot zeven appartementen. Een café in de straat veranderde in een appartementencomplex. En dan hebben we het nog niet gehad over de illegale overbewoning door de vele arbeidsmigranten die hier een plekje vonden. Wietplantages, harde muziek, weggeworpen blikjes op straat: het leven in de binnenstad werd steeds minder aantrekkelijk.

Het kopen van een huis lijkt op het winnen van de loterij

Juist nu willen verhuizen is niet slim. Wie op Funda de lokale of regionale woningmarkt een beetje volgt – en wie doet dat niet – ziet dat te koop aangeboden huizen binnen de kortste keren weg zijn. Woekerprijzen worden gevraagd en met vele tienduizenden euro’s overboden. Het kopen van een huis lijkt op het winnen van de loterij. Alleen moet je zelf de hoofdprijs betalen.

Uit het eerste gesprek met de makelaar bleek dat we best een serieuze prijs konden vragen voor ons oude huis. We hadden ook wat geld uit een erfenis opzij gezet. Zodoende konden we een veel duurder huis best betalen en redelijk ontspannen tegen die absurde huizenprijzen aankijken. Toen we na een half jaar ons ideale huis vonden, deden we vol vuur mee met de loterij en boden belachelijk veel geld. Want de concurrentie was groot en we wilden dit huis echt heel graag hebben. Het bleek genoeg, met dank aan een slimme makelaar die ons goed adviseerde.

De belangstelling voor ons oude huis bleek overweldigend en de verkoopprijs idem dito. Met als gevolg dat we nu zonder een spoor van geldzorgen in een mooi, nieuw, ruim, duurzaam huis in een pittoresk dorp wonen.

Sommige vrienden zijn jaloers

Al onze vrienden die voor het eerst het nieuwe huis zien, staan perplex. Zo’n mooi, groot huis op zo’n mooie plek, hoe is het mogelijk? Sommigen zijn jaloers. Ze zoeken ook al lang naar een huis buiten de stad.

Ja, het is echt ongelooflijk, dat vinden wij ook. En daar zit nu net het probleem: we voelen ons er ongemakkelijk bij. We schamen ons een beetje voor onze mazzel. Voor het feit dat we ons dit financieel kunnen veroorloven, dat we die rommelige, oude wijk met zijn grote-stadsproblemen achter ons konden laten. En dat we in die roodgloeiende woningmarkt net op tijd het bod konden doen dat voldoende was om dit huis te krijgen.

Het duurde even voor ik het doorhad, maar na een tijdje viel het niet te ontkennen. Elke nieuwe bezoeker van het nieuwe huis, die van verbazing achterover viel, kreeg als reactie: ‘We hebben ook zo’n geluk gehad met die goede makelaar. Dit had natuurlijk niet gekund als we ons oude huis niet al hadden afbetaald. Daar hebben we zoveel geld voor gekregen. En het is natuurlijk belachelijk groot, maar kleinere huizen kwamen niet op de markt.’

Is dit wel eerlijk?

Ik zat me te verontschuldigen voor mijn huis. En sindsdien vraag ik me af: is dit wel eerlijk? Natuurlijk, antwoorden de jaloerse vrienden. Je hebt er toch zelf hard voor gewerkt? Ja, maar anderen werken ook hard. Ik vind mijn werk bovendien erg leuk, het is geen straf.

Is dit wel eerlijk? Vragen andere mensen zich dat ook af als ze hun droomhuis vinden? Ik heb in mijn leven talloze mensen meegemaakt die in een chic huis woonden. Ik heb dat vroeger nooit oneerlijk gevonden.

Wel was het villawijkje aan de rand van het dorp, waar ik als kind altijd met de hond ging wandelen, een wereld op zich. Wij woonden in een rijtjeshuis. Net zo goed bestond er een flinke afstand tussen mij en de een of twee arme boerenkinderen in de klas die in oude jassen op school kwamen.

Van ongelijkheid ben ik me, zoals waarschijnlijk ieder kind, altijd bewust geweest. Toen ik in Amsterdam politicologie ging studeren werden de gedachten daarover theoretisch onderbouwd. Ik realiseerde me dat ongelijkheid niet iets is dat er nu eenmaal is. Het is een maatschappelijke keuze welke mate van ongelijkheid je aanvaardbaar vindt.

In mijn studietijd, de jaren tachtig, waren er nauwelijks superrijken. Ook voedselbanken ontbraken, want de verzorgingsstaat was nog een fatsoenlijk vangnet. In dit neoliberale tijdperk zijn we gewend geraakt aan een grotere ongelijkheid en talloze overheidsmaatregelen versterken dat nog. We accepteren kennelijk dat bij welvarende mensen voordelen zich opstapelen die arme mensen nooit zouden hebben.

Wat voor voordelen? Reken even met me mee: met twee inkomens op academisch niveau konden we als twintigers makkelijk een koophuis kopen. De maandlasten waren in het licht van de huidige woningmarkt lachwekkend laag. Dat koophuis nam vanzelf in waarde toe en we kregen er hypotheekrenteaftrek als bonus bij. Over de erfenis betaalden we niet al te veel belasting. Zo stapelden de voordelen zich op. Voordelen waar ik helemaal niets voor heb hoeven doen. Ja, ik heb hard gewerkt, maar ik heb mijn knieën niet versleten als stratenmaker, heb geen nachtdiensten hoeven draaien als verpleegkundige.

Comfortabel leven

Het is fijn om comfortabel te leven, dat ga ik niet ontkennen. Maar als je woont in een gemengde wijk zoals mijn oude Zaanse buurtje gaat het wringen. Je hoeft immers geen politicoloog te zijn om de welvarende en de arme mensen uit elkaar te houden. Je ziet het aan hun huis, hun auto of de inhoud van hun boodschappenkarretje.

En nu woon ik plots in een echte villawijk waar de elektrische BMW’s aan de privé-oplader hangen en de kinderen op hockey en tennis zitten. In de buurtapp wordt een gratis motor voor een fluisterbootje aangeboden. Nu is mijn bevoorrechte positie echt niet meer te ontkennen. Het onbehagen over de kloof die ik ben overgestoken, komt nu aan de oppervlakte. Nog eens aangewakkerd door de dagelijkse berichten over de exorbitante huizenprijzen, starters die met geen mogelijkheid de prijzen kunnen betalen, jongeren die bij gebrek aan woonruimte niet op zichzelf kunnen wonen. Dan voelt dit grote huis als een te ruime jas voor iemand die vindt dat de ongelijkheid in dit land veel te groot is geworden.

Schaamte betekent dat je iets doet dat niet strookt met hoe het hoort. Schaamte maakt je daar pijnlijk bewust van, lees ik in het boek Nooit meer doen alsof van Aukje Nauta. Ze noemt daarin tal van soorten schaamte: vleesschaamte, bol.comschaamte, meer-dan-twee-kinderenschaamte, armoedeschaamte, winkelschaamte, zelfs schaamschaamte. Mijn huisschaamte past mooi in dat rijtje.

null Beeld Fenna Jensma
Beeld Fenna Jensma

Ik wil juist meer gelijkheid

Schaamte doet je beseffen dat iets van jou misschien wel niet door de beugel kan, schrijft ze. “Bij schaamte word je je pijnlijk bewust van die kloof tussen wie je bent en wie je graag zou willen zijn.” Daar herken ik mezelf in. Ik wil niet elitair zijn, ik wil juist meer gelijkheid tussen mensen. Maar door dit huis valt niet meer te ontkennen dat ik nu echt een elitair type in een villawijk ben geworden.

Schaamte is dus niet alleen een sociale emotie, waardoor je in gezelschap gaat blozen, maar ook een morele. Ik wend me daarom tot filosofe Naomi van Steenbergen, verbonden aan de Universiteit Utrecht, die zich onder meer bezig houdt met ethiek en ongelijkheid. Komt dit woongeluk mij wel toe? Is dit wel eerlijk? Of is deze gêne over het huis zwaar overdreven? Nee, integendeel, vindt Van Steenbergen. Zij herkent mijn gevoel, want ze heeft het zelf ook. “Ik voel me ook bevoorrecht en denk daar als ethicus vaak over na”, zegt ze. “Ik heb een makkelijk leven: ik heb allerlei mogelijkheden en leef in een zekere luxe. De realiteit is dat lang niet iedereen in deze situatie verkeert.”

Een confrontatie met je bevoorrechte positie

“Natuurlijk, jij en ik hebben misschien hard gewerkt, zuinig geleefd en bepaalde keuzes gemaakt. Maar dat verklaart nooit het hele verschil tussen iemand met een mooie koopwoning en iemand die op zijn 40ste nog steeds in een kleine huurwoning zit. Het ongemak dat je voelt, is een confrontatie met je bevoorrechte positie. Of die wel eerlijk is, is een terechte vraag.”

Bedoelt Van Steenbergen soms dat deze mooie woning mij niet toekomt? “Het is te kort door de bocht om te zeggen dat je geen ‘moreel recht’ hebt op je huis, want je hebt de omstandigheden waaronder je het kon kopen zelf niet gekozen en je hebt er ook maar in beperkte mate invloed op. Maar als we de samenleving vanaf nul zouden kunnen inrichten, dan zouden zulke grote ongelijkheden wat mij betreft niet gerechtvaardigd kunnen worden. De meeste mensen zijn het daar globaal wel mee eens. Maar er speelt vaak een psychologisch effect mee: gewenning. Op een gegeven moment vinden mensen het vanzelfsprekend om een bepaalde welvaart te hebben. Mensen verantwoorden dat door te zeggen: ‘ik heb er ook hard voor gewerkt.’

“Maar dat is nooit de hele verklaring. Als je het voordeel hebt van een goed stel hersens, ouders die je stimuleren, de juiste baan op het juiste moment gevonden, dan stapelen de voordelen zich op. Anderen lopen die voordelen mis.”

En dan heb ik ook al vroeg een huis kunnen kopen. Een koophuis, Van Steenbergen noemt dat het vliegwiel voor verdere ongelijkheid. “Een koophuis maakt je rijker ten opzichte van huurders zonder dat je daar iets voor hoeft te doen.”

Rijkdom is nooit alleen je eigen verdienste

Het is een standpunt dat ik herken van die andere filosofe Ingrid Robeyns, lid van het Filosofisch Elftal van Trouw. In haar essay Rijkdom, dat ze in 2019 schreef, stelt ze dat rijkdom nooit alleen je eigen verdienste is. Wij kunnen geen welvaart creëren zonder op de schouders van de generaties voor ons te staan, schrijft ze. En dan is het ook nog eens toeval waar je geboren bent en onder welke omstandigheden. Robeyns: “Veel mensen doen hun best binnen hun vermogens, maar zijn mentaal of psychisch kwetsbaar, staan onder dusdanige druk, financieel of anderszins, dat ze niet in staat zijn om goede beslissingen te nemen.” Er zijn natuurlijk ook mensen die bewust afzien van materiële welvaart en liever een wereldreis maken dan een huis kopen, maar het punt is helder. Van Steenbergen is dus niet toevallig een extreem strenge ethica; haar standpunt wordt door anderen gedeeld.

Goed, mijn ongemak is dus terecht. Maar wat moet ik nu met dit vervelende gevoel beginnen? Van Steenbergen vindt dat ongemak juist iets om te koesteren. “Deze luxe van jou is nog vers. Je bent je nog op een levendige manier bewust van je bevoorrechte positie. Dat gevoel zal slijten en dan treedt de gewenning in. Maar het feit dat je nu nog schaamte voelt, is een kans om met je welvaart iets terug te doen voor de samenleving. Want die bevoorrechte positie brengt volgens mij wel een zekere verantwoordelijkheid met zich mee. Doe iets terug voor diegenen die minder bevoorrecht zijn, bijvoorbeeld voor de mensen in je oude buurt.”

Iets lelijks en iets moois

Dat lijkt op het standpunt van Aukje Nauta, die schaamte iets lelijks én iets moois vindt. Het lelijke is het gevoel van falen, het mooie is dat je inziet dat er iets te veranderen is.

Het klinkt alsof je het gevoel kunt afkopen. Nee, zo wil Van Steenbergen het niet zien. “Dat impliceert dat je één keer iets goeds kunt doen en dat het dan klaar is. Maar de ongelijkheid blijft bestaan, evenals het feit dat je vanuit je bevoorrechte positie een verantwoordelijkheid hebt.”

Ik ben bepaald niet de eerste die in deze situatie terecht is gekomen. Over de vraag wat je in mijn situatie moet doen, blijkt al een wereldwijd debat onder filosofen gaande. Eén stroming vindt dat je moet uitzoeken hoe je het allerbeste kunt bijdragen met je geld.

Van Steenbergen staat er pragmatisch in: kies iets dat bij je past, dat je zelf belangrijk vindt, zegt ze. “Wat je in ieder geval moet voorkomen is dat je zo lang gaat piekeren over de beste bijdrage dat er helemaal niets gebeurt.”

Gevaarlijk frame

Wat doet ze zelf als compensatie voor haar bevoorrechte positie? Van Steenbergen: “Voor mij is de moeilijkste vraag: hoeveel moet ik doen? Ik leef zo duurzaam mogelijk, ik heb al jaren niet meer gevlogen, koop zo min mogelijk kleding, ik minimaliseer de schade die ik aanbreng. Is dat genoeg, vraagt de ethicus in mij. Ik leef nog steeds comfortabel, terwijl het kan lijken dat ik veel doe vergeleken bij mensen die vliegen en veel vlees op de barbecue leggen. De vergelijking met andere mensen zorgt voor een gevaarlijk frame waaruit ik probeer weg te blijven. Want ondertussen kan ik nog steeds geld uitgeven aan een mountainbike, terwijl er zoveel gebrek in de wereld is. ”

Wordt het leven zo niet erg zwaar? Mag je nog wel genieten? Straks hangt dat huis als een molensteen om mijn nek.

Steenbergen: “Het heeft geen zin de hele dag sikkeneurig te zijn door schuldgevoel. Dat hoeft ook niet. Zie het positief: dat huis doet je beseffen hoe bevoorrecht je bent en kan je tot actie aanzetten. Het belangrijkste is dat je je blijft realiseren dat je situatie niet vanzelfsprekend is. Handel daar naar.”

Gêne heeft ook een functie

Dat licht ongemakkelijke gevoel van gêne is dus niet alleen lastig, het heeft een functie. Ik kan het beschouwen als een wekker die me op gezette tijden herinnert aan mijn bevoorrechte positie en aan dat ik er iets tegenover moet zetten. Het is in deze tijden niet moeilijk te bedenken waar je iets kunt betekenen. Denk alleen al aan al die vluchtelingen, al die beelden van mensen die hun huis zijn ontvlucht, die niet eens een dak boven hun hoofd hebben.

Steenbergen: “Het geeft ook vreugde om te helpen of om weg te geven. Hoewel, de mogelijkheid om geld weg te geven en applaus te oogsten is ook een luxe. Ook daar kun je schaamte over voelen. Dat is het ongemakkelijke van deze positie. Maar een ander denkt: zát ik maar in deze luxe positie.”

Sandra Kooke (1962) studeerde politicologie in Amsterdam. Sinds 1998 is ze redacteur bij Trouw. Vorig jaar verscheen haar boek Speel over de Nederlandse pianopedagoog Jan Wijn.

Hoe ervaart u de woonkloof? Reacties­­ (maximaal 150 woorden) zijn welkom­­ via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Geld in overvloed op de woningmarkt, maar ongelijk verdeeld

Nederland heeft geld te veel, zeggen economen, en daardoor slaat de woningmarkt uit het lood.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden