Beeld Trouw

Klein verslagWim Boevink

Onder nomaden

Het behoort tot mijn pensionado-dromen om een tijdje te verblijven onder de Sarakatsani in Noord-Griekenland. De Sarakatsani zijn een herdersvolk, over wie in 1964 een schitterende monografie verscheen van de hand van de Britse antropoloog J.K. Campbell, onder de titel ‘Honour, Family and Patronage – A Study of Institutions and Moral Values in a Greek Mountain Community’.

In de uitgave die ik heb steekt een uitvouwbare hoogtekaart van een toenmalig leefgebied in het district van Zagori – hij toont hun weidegronden in zomer- en winterseizoen, want daartussen pendelden ze met hun schapen en geiten: ’s zomers hoog in de bergen, ’s winters in de valleien en laagvlaktes.

Hun levenswijze was uiterst sober en verbonden met een eigen systeem van geloof en moraal. Ik hanteer hier de verleden tijd omdat er van de traditionele Sarakatsani nog maar weinig over zijn; gelukkig ken ik een Griekse zakenman in Jannina, een man van de streek, die me met hen in contact zou kunnen brengen.

Uitsterven

Wat me fascineert aan de Sarakatsani is hun semi-nomadisch bestaan; het nomadisme, dat aan het uitsterven is, behoort tot de oudste vormen van samenleven tussen mensen. Een oervorm.

Misschien is er in Europa geen ouder volk dan dat van de Sarakatsani. Ik denk, met de rusteloze auteur Bruce Chatwin die ook uitvoerig over nomadisme schreef, dat we diep in ons wezen nog steeds nomaden zijn, de weg volgend van seizoenen en vruchtbare gronden.

Chatwin citeerde Pascal uit zijn ‘Pensées’: ‘Onze natuur bestaat uit beweging; volledige rust is de dood.’

En ook citeerde hij (in ‘Songlines’) een Latijnse spreuk. Solvitur ambulando. ‘Het wordt opgelost door lopen.’

Pensionado-dromen. De werkelijkheid is dat ik me min of meer heb opgesloten op een dakverdieping in het plaatsje Z, waar geen nomaden doorheen trekken. Ik heb Netflix, centrale verwarming, een wasmachine en een badkamer; ik zou het in een ruige Saraskatsani-vlechthut in de bergen niet heel lang uithouden.

Ook Afrika-correspondent Koert Lindijer heeft een fascinatie voor nomaden; hij schreef er een boek, ‘Bittereinders’, over en portretteerde daarin diverse nomadenvolken, de Masaï en Wuaso Borans, de Karimojongs, de Afars, de Sans, de Tamasheqs.

Volken die met weinig bezittingen leven en trekken met hun vee.

Grote angst

En zojuist kocht ik in de plaatselijke boekhandel (nog open) de voor het eerst in vertaling uitgegeven klassieke roman van de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz: ‘De grote angst in de bergen’ (1926), aangelokt door de tekst achterop:

‘Een groep herders leidt de koeien van het dorp voor de zomermaanden naar Sasseneire, een braakliggende alpenweide, vlak onder de gletsjer, waar zich twintig jaar eerder vreemde ongelukken hebben voorgedaan. Volgens de oudere dorpelingen is die weide vervloekt. Als die koeien besmet raken met ‘de ziekte’, worden vee en herders daarboven in quarantaine geplaatst. De bange, bijgelovige, van de buitenwereld afgezonderde herders verliezen gaandeweg hun menselijkheid. Dan slaat alles om – de grote angst grijpt om zich heen.’

En ik ben weer thuis.

 Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden