InterviewJudith de Heus

Onder Judith de Heus groeide 113 explosief: ‘Zelfmoordpreventie is dweilen met de kraan open’

Klinisch psycholoog Judith de Heus vertrekt bij 113 Zelfmoordpreventie.Beeld Werry Crone

Klinisch psycholoog Judith de Heus (42) vertrekt deze week als manager hulpverlening bij 113 Zelfmoordpreventie. De stichting bestaat tien jaar bestaat en onder haar leiding groeide de hulplijn explosief. ‘Ik hou van het randje tussen leven en dood. Daar kun je zoveel voor iemand betekenen.’

Alle muren zijn van glas. Ze houdt van transparantie, zegt psycholoog Judith de Heus (42) in wat ze haar ‘aquarium’ noemt, een grote werkkamer met uitzicht op de belvloer. Met open ruimtes, een geel tapijt en kamerplanten lijkt ze tegenwicht te willen bieden aan het loodzware werk dat stichting 113 Zelfmoordpreventie verzet. Dag en nacht voeren tientallen psychologen en vrijwilligers hier gesprekken over de dood.

“Voor de ggz is deze inrichting heel apart”, zegt De Heus terwijl ze een kop thee inschenkt. Haar lichte ogen dwalen af naar de werkvloer, waar zo’n twintig mensen opvallend rustig zitten te bellen en chatten. “Er zijn genoeg instellingen met lange gangen en dichte deuren waar je weinig collega’s tegenkomt. Dat wilde ik hier niet. Ik vind het belangrijk om zichtbaar en beschikbaar te zijn.”

Als manager hulpverlening is De Heus sinds vier jaar verantwoordelijk voor het online hulpaanbod van 113. Dat bestaat vooral uit gesprekken met vrijwilligers en psychologen, en kortdurende ‘onlinetherapie’ via telefoon, chat of e-mail. De stichting schat dat die gesprekken tientallen, wellicht honderden levens per jaar redden en veel suïcidepogingen helpen voorkomen. De Heus houdt van werken op ‘het randje tussen leven en dood’, zegt ze. “Daar kun je zoveel voor iemand betekenen.”

De organisatie bestaat inmiddels tien jaar en groeide de afgelopen jaren enorm. Het begon met ‘zes mensen in een soort bezemhok’, zegt De Heus. Inmiddels zijn er 62 betaalde mensen in dienst, zestig stagiairs en honderd vrijwilligers. De organisatie voerde vorig jaar ruim 93.000 gesprekken via de telefoon en chat, bijna drie keer zoveel als in 2016. De Heus maakt zich zorgen over de hulp aan mensen met suïcidale gedachten en gedrag, die volgens haar veel beter kan.

Eerst even over jullie naam. De organisatie begon tien jaar geleden als 113Online. Inmiddels heet ze 113 Zelfmoordpreventie. Waarom het woord zelfmoord, en niet een mildere term als zelfdoding of suïcide? 

“De mensen om wie het gaat, noemen het zelf zo. Met deze naam worden we het best gevonden op internet. De mensen die hier last van hebben, zeggen: het is heftig en rauw. Met alles wat het verzacht, zoals het gebruik van ‘zachtere’ woorden, maak je het normaler. Daarmee verlaag je de drempel. Gebruik het woord zelfmoord wat mij betreft ook gerust in de krant.”

Maar het woord ‘zelfmoord’ bergt ook een soort schuld in zich. Alsof degene die uit het leven stapt een misdrijf heeft gepleegd.

“Wij leggen het zo uit: je bent niet zelf de dader van een moord. Je wordt vermoord doordat suïcidale gedachten het overnemen. Je bent jezelf niet meer, je bent vastgelopen in een tunnel van gedachten zoals ‘ik ben niets waard, mensen zijn beter af zonder mij’. Veel mensen komen daaraan voorbij. Zo’n 96 procent van de mensen die een zelfmoordpoging overleeft, leeft een jaar later nog. Een ontzettend hoog percentage. Dat laat zien dat de lucht weer kan opklaren.”

Dat ze nog leven wil toch niet zeggen dat ze gelukkig zijn? In dat jaar kunnen ze talloze mislukte pogingen hebben ondernomen.

“Dat kan. Maar meestal is het niet zo. Veel mensen stabiliseren. Het is wel zo dat een zelfmoordpoging een belangrijke voorspeller is van nieuwe pogingen. Maar er zijn genoeg mensen die echt weer opknappen.”

Jullie bestaan nu tien jaar. Wat zegt het dat 113 zo is gegroeid de afgelopen jaren? Zijn we ongelukkiger geworden?

“Dat denk ik niet. Het heeft vooral met naamsbekendheid te maken. Toen ik hier in 2015 kwam werken kende maar 3 procent van de Nederlanders 113. Nu is dat 75 procent. Het is niet zo dat suïcidaliteit meer voorkomt, maar wel dat meer mensen erover in gesprek durven te gaan. Dat is goed. Wij zetten er al jaren op in om dat taboe te doorbreken.”

De oprichter van 113, psychiater Jan Mokkenstorm, worstelde als student zelf met depressies en suïcidale gedachten. Heeft u wel eens gedachten over zelfdoding gehad?

“Nee, ik ben nooit depressief geweest. Ik ben vijftien jaar geleden wel een goede vriend verloren aan zelfmoord.”

Heeft dat meegespeeld bij de motivatie om bij 113 te gaan werken?

“Zeker. Bij mijn vriend schoot de hulpverlening tekort. Hij werd langzaam psychotisch. Ik weet dat behandelaars een non-suïcidecontract met hem hadden opgesteld. Dat doen we nu eigenlijk niet meer. Je maakt jezelf als hulpverlener wel heel machtig als je denkt dat iemand iets niet doet omdat jij zegt dat het niet mag. Daar is een stukje van mijn felheid geboren.”

Het aantal zelfdodingen in Nederland is al jaren vrij stabiel, rond de 1800 per jaar. Dat cijfer daalt dus niet. Wat levert 113 op?

“Dat is natuurlijk moeilijk te zeggen. Hoe toon je aan dat wat je voorkomt, anders wel was gebeurd? Wij werken toe naar een langetermijneffect. Het feit dat we de afgelopen jaren bekender zijn geworden, maakt dat er meer over suïcidale gedachten wordt gesproken dan tien jaar geleden. Dat is heel belangrijk. Wat wij hier doen, is dweilen. Maar het is dweilen met de kraan open. Je moet ook de kraan repareren. Dat betekent op een goede manier interventies stapelen, zoals dat in de hulpverlening heet. Het hele systeem moet werken. Goed contact maken, een veiligheidsplan, getrainde hulpverleners, zorgen dat het publiek goed op de hoogte is. 113 is slechts één interventie. Ik weet wel dat we dagelijks gemiddeld 250 mensen bereiken. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de mensen meer hoop heeft na zo’n contact.”

Hoe lek is de kraan volgens u?

“Zo lek dat er wereldwijd meer mensen overlijden aan suïcide dan aan oorlogen, moorden en terrorisme. In Nederland is het doodsoorzaak nummer één onder jongeren. Bij mensen tussen de 30 en 40 is het een grotere doodsoorzaak dan kanker.”

Volgens 113 heeft een half miljoen mensen in Nederland wel eens suïcidale gedachten. Zegt dat iets over onze samenleving?

“Dat is moeilijk te zeggen. Je ziet wel dat de druk is toegenomen. Het individualisme is geen goede ontwikkeling als het gaat om suïcidaliteit. In culturen waar collectiviteit belangrijk is, zie je veel minder depressieve klachten. In Ghana hebben ze niet eens een woord voor depressie. In Griekenland, waar het economisch flink tegen heeft gezeten, zijn minder suïcides dan in rijkere landen zoals Nederland. Bij ons ligt de lat hoog. Daardoor kun je hard vallen.”

Is die lat de afgelopen jaren hoger komen te liggen?

“Ja. Met name voor jongeren. Ruim de helft van de mensen die met ons in contact komt, is onder de 30 jaar. Het is een risicogroep. In Nederland doet een op de 25 jongeren een zelfmoordpoging. Dat is absurd veel. Een stille ramp. Ze overlijden er misschien niet aan, maar zijn daarna wel extra kwetsbaar.”

Waarom willen jullie eigenlijk zo graag voorkomen dat iemand suïcide pleegt? Als iemand heel ongelukkig is, staat het diegene toch vrij om uit het leven te stappen?

“Dat is zo. Maar overlevers geven aan dat ze niet goed wisten wat ze bezielde en dat ze echt de weg kwijt waren. Mensen die dit doen, zijn vrijwel nooit zichzelf. Driekwart van de mensen die zich suïcideren heeft psychiatrische problematiek. Natuurlijk zijn er mensen die uitbehandeld zijn of echt niet meer willen. Die moeten een goede second opinion krijgen bij een levenseindekliniek. Wij zijn ook niet tegen euthanasie.”

In sommige landen, zoals Maleisië en Nigeria, is een suïcidepoging strafbaar. Kan dat helpen om het aantal pogingen terug te dringen?

“Nee. Bij een suïcidaal iemand is contact ­maken het allerbelangrijkste. Het helpt niet als je iemand straf geeft en je vervolgens omdraait. Sterker nog: het is goed om de kans om zelfmoord te plegen juist niet van iemand af te nemen. Wij sturen ook geen ambulance op ­iemand af, maar zeggen: jij hebt de controle. Er zijn andere oplossingen.”

Wat doen jullie als iemand belt die direct in gevaar is?

“Dan zeggen we dat hij of zij 112 moet bellen. Alleen als er meer mensen in gevaar zijn, bellen we zelf 112. We stimuleren mensen altijd om voor zichzelf te zorgen.”

Jongeren vormen een risicogroep, zei u net. Welke rol hebben scholen in het signaleren en voorkomen van zelfdoding onder jongeren?

“Een grote rol. De helft van de jongeren die zelfmoord pleegt, is niet in beeld bij de zorg. Om suïcides te laten afnemen is het belangrijk dat mensen in de school en de maatschappij er veel meer kennis van hebben. De leraar, de conciërge, collega’s. Ze kunnen bij ons een ‘gatekeeperstraining’ doen, dat duurt maar een halve dag. En scholen zouden moeten screenen. In Brabant loopt een project waarin ze dat doen. Ik denk dat het goed is als alle scholen gaan screenen met vragenlijsten. Een mentale check-up bij eerstejaars, misschien zelfs ieder jaar. Zo laat je als school zien dat er aandacht voor is. En iedere school zou een beleidsplan moeten hebben op dit onderwerp.”

Hebben sociale media ook een verantwoordelijkheid? Risicojongeren nemen vaak een ‘suïcidale identiteit’ aan op sociale media, die vervolgens wordt versterkt door algoritmes waardoor ze in een soort ‘zelfdodingsbubbel’ belanden.

“Ja, die verantwoordelijkheid hebben ze zeker. Je ziet die discussie nu ook bij radicaliserende jongeren. Sociale media kunnen zeker nadenken over het aanpassen van algoritmes, zodat je jongeren in de toekomst misschien juist uit hun bubbel kunt halen. Het is een spannend punt, want daarmee ga je ook een soort censuur toepassen. Daar moeten we over in discussie blijven.”

Wat is uw advies aan naasten van iemand met suïcidegedachten?

“Ga het gesprek aan, maar alleen als je het kunt verdragen. Beloof nooit geheimhouding. Wees oprecht geïnteresseerd. Van oprichter Jan Mokkenstorm heb ik geleerd dat het draait om lef. Dat woord staat hier groot op de muur. Het is best spannend om het gesprek aan te gaan met een suïcidaal iemand, zowel voor hulpverleners als leken. En te verdragen dat het ook mis kan gaan. Iemand kan letterlijk onder je handen sterven. Dat risico neem je. Maar als je je kop in het zand steekt, heb je er helemáál geen grip op. Mede daarom hebben we onlangs een gratis online training gelanceerd waarmee iedereen in een uur leert signaleren, praten en doorverwijzen naar hulp.”

Psychiater Jan Mokkenstorm is vorig jaar overleden. Hij hoopte dat rond 2030 het aantal zelfdodingen in Nederland gedaald zou zijn van 1800 naar 800 per jaar. Is dat haalbaar?

“Ik weet niet of dat in 2030 al lukt, maar ik denk wel dat het veel minder kan. We hebben hetzelfde bereikt met verkeersdoden. Dat ligt nu rond de 600 per jaar. In de jaren zeventig was het veel hoger, rond de 3000. Dat is ook niet van de ene op de andere dag gelukt. Daar was het én de verkeersgordel, én de rotondes, én de campagnes. Dat geldt voor ons ook. We gaan voor een nieuwe mindset van nul zelf­dodingen. Dat is iets van de lange adem.”

Worstelt u met gedachten over zelfdoding? Bel 113 Zelfmoordpreventie op 0900 0113 (24 uur per dag te bereiken) of kijk op 113.nl.

Lees ook:
Het is steeds drukker bij 113: 93.000 gesprekken per jaar

Stichting 113 Zelfmoordpreventie heeft het drukker dan ooit. Dat blijkt uit jaarcijfers die Trouw heeft opgevraagd.

‘Aan Dominic kon je niets zien’

Het aantal zelfdodingen onder jongeren steeg in 2017 ineens flink. Vaak gaat het om oudere jongeren, die voor het eerst zelfstandig worden, belangrijke keuzes moeten maken. Dominic stond bekend als een vrolijke feestganger. Wat er echt in hem omging wist hij goed te verbergen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden