null Beeld

ColumnEmine Uğur

Ömer houdt het allermeest van zijn zus in de hemel

Ik ben geboren in Gaziantep, een Turkse stad die tegen de Syrische grens aan ligt. De regio kent dan ook een lange geschiedenis van economische, familiale en culturele verstrengelingen met dat land. Zo kwam bijvoorbeeld mijn opa van vaderskant uit Syrië. Ik merkte daar tijdens mijn jeugd weinig van, behalve dat de ouderen in onze familie een licht Arabische tongval hadden. Ondanks deze wederzijdse bekendheid raakte de sfeer in de stad enigszins gespannen na de grote stroom vluchtelingen die ze moest ontvangen, van wie sommigen uiteindelijk doorreisden, maar waarvan een groot deel ook is gebleven. Inmiddels is een op de vier inwoners een voormalige vluchteling.

In de straat waar mijn ouders wonen is dat percentage zo mogelijk nog hoger. Tijdens een van mijn recente vakanties woonden de toen vierjarige Ömer en zijn familie in het tweekamerappartementje tegenover ons. Ömer was letterlijk kind aan huis en kwam meerdere keren per dag op willekeurige momenten onze woonkamer binnenwandelen. Ik kon aan de bedachtzame voetstappen die hij nam om de voor hem te hoge treden te beklimmen, al horen dat hij het was. Dan riep ik heel hoorbaar naar mijn moeder dat er waarschijnlijk een héle belangrijke gast naar boven kwam en ik daarom maar alvast lekkernijen op tafel ging zetten. Vaak bleef hij gedurende dag om me heen hangen en hij was er als ik voor het avondeten ons dakterras ging schoonmaken. Hij hield de tuinslang vast terwijl ik in mijn şalvar en met de traditionele rieten bezem van mijn moeder het stof en de hitte van die dag wegspoelde, zodat we samen het grote kleed en de kussentjes konden neerzetten waarop de rest van de avond gegeten en thee gedronken zou worden.

‘Ga je later met me trouwen als je groot bent?’

Soms ging ik beneden voor de deur zitten bij de buurvrouwen, terwijl hij met zijn vriendjes voetbalde en als hij moe werd kwam hij dan met rode wangetjes van het spelen naast me zitten.

“Ömer, ga je later met me trouwen als je groot bent?” vroeg ik hem een keer op zijn typisch Turks, terwijl ik zijn bezwete hemd dat altijd uit zijn broek leek te hangen weer terugstopte. Ja, knikte hij ondeugend. Ik vroeg hem of hij wel van me hield, want ik wilde alleen uit liefde trouwen. Weer een ondeugende knik. Hoeveel dan, vroeg ik hem. Zoveel als hij zijn armen kon uitstrekken, liet hij zien.

Maar was ik degene van wie hij het aller-allermeest hield? Nee, schudde hij resoluut. Wie was dan degene van wie hij nog meer hield, vroeg ik hem, theatraal jaloezie veinzend.

Zijn zus, antwoordde hij. “Je zus? Waar is dat meisje van wie je meer houdt en waarom komt zij nooit bij ons naar boven?” vroeg ik oprecht verbaasd, in al mijn geprivilegieerde domheid vergetend dat hij een kind van de oorlog was.

“In de djannah (hemel)”, zei hij, als bijna vanzelfsprekend, terwijl hij naar zijn voetballende vriendjes bleef kijken. “Door de bommen.”

Emine Uğur is sociaal dienst­verlener en een bekend twitteraarster (@overlistener). Om de week schrijft ze een columns­ voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden